Deuteronomium 17:8-13 Rechtspraak

Dit gedeelte begint met de zin “Als bij de rechtspraak een zaak voor u te moeilijk is……. Dan moet u naar de Levitische priesters gaan, en naar de rechter die er in die dagen is, en hen raadplegen.” Dat houdt in dat er kwesties zijn die je onderling, of met “de oudsten in de poort” kunt regelen. In  Deuteronomium 19:12 is te lezen dat de oudsten in de stad een taak hadden om een moordenaar over te geven in de hand van de bloedwreker, die hem dan kon ombrengen. We zien in de Tora telkens dat onschuldig bloed dat vergoten is, vergolden moet worden.  

Ook in hoofdstuk 21 van Deuteronomium worden de oudsten in de poort meermalen genoemd als het gaat om een doodslag waarvan de dader niet bekend is. Eerst komen de oudsten en de rechters in actie en daarna (vs. 5) de priesters.

 Men hoefde niet met ieder probleem naar de priester en de rechter te gaan. Maar wel als het gaat om “bloedvergieten en geweldpleging”.  Deze rechtspraak moest dan plaatsvinden op de plaats (haMaqom הַמָּקוֹם) die God had bepaald. Het was dan ook de hoogste aardse rechtspraak, waarvan niet afgeweken mocht worden.    

Ardelle schrijft in haar studie dat degenen, die de Tora hebben afgeschaft, geneigd zijn tot onrechtvaardige oordelen. Satan wordt in de Bijbel de “wetteloze”, lees "Toraloze" genoemd.

2 Thess. 2: 8 En dan zal de WETTELOZE geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst;

1 Joh. 3: 4 Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want DE ZONDE IS DE WETTELOOSHEID.

 Ik kopieer hier een stukje uit haar studie:

“Wanneer wij het vandaag over  onrechtvaardige  vonnissen hebben, denken wij aan ons wereld rechtssysteem. Hoe vaak zijn schuldige, rijke en beroemde daders vrijuit gegaan? Ook  moeten wij het feit onder ogen zien dat het rechtvaardig vonnis in onze kerken van  vandaag verdraaid is wanneer er geleerd wordt dat wij niet meer onder de Wet, de Tora, zijn. Toch is het juist de Tora die uitgerekend rechtvaardigheid onderwijst. Het rechtvaardige oordeel dat de Tora onderwijst is een norm die niet van de mens is. Het is de norm van de Allerhoogste יִהְיֶה !”

 

In het parasha gedeelte van deze week zien we ook nog deze wetsregel in verband met de zonde van een vals getuigenis:

Deuteronomium 19: 21 Laat uw oog hem niet ontzien: leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet.

Hier wordt niet bedoeld dat als de één zijn oog verliest door de schuld van een ander, de ander zijn oog als vergoeding moet geven. Wat zou hij daaraan hebben? Het betekent  dat er een vergoeding moet komen die in verhouding tot de schade staat. Deze wetsregel wordt door Yeshua in de Bergrede aangehaald.

Math. 5: 38 U hebt gehoord dat er gezegd is: Oog voor oog en tand voor tand. 39 Ik zeg u echter dat u geen weerstand moet bieden aan de boze; maar wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe;

40 en als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleding nemen, geef hem dan ook het bovenkleed;

41 en wie u zal dwingen één mijl te gaan, ga er twee met hem.

Ook Yeshua heeft het over de rechtspraak zoals die verwoord is in Exodus 21:24, Leviticus 24:20 en Deuteronomium 19:21. Die rechtspraak is goed, deze is door God Zelf zo ingesteld. Betekent dit dat Yeshua wil dat er niet meer gestraft moet worden?

Zeker niet!  Yeshua wil hiermee zeggen: als je met je broeder te maken hebt, doe het dan eens anders met de bedoeling hem beschaamd te maken en om hem te winnen. Loop niet direct naar de rechter.

Als Yeshua in Mattheüs 23 de Farizeeën aanspreekt is Zijn oordeel niet mis te verstaan:

33 Slangen, adderengebroed, hoe zou u aan de veroordeling tot de hel ontkomen?

34 Daarom zie, Ik zend profeten, wijzen en schriftgeleerden naar u toe, en sommigen van hen zult u doden en kruisigen, en sommigen van hen zult u geselen in uw synagogen, en u zult hen vervolgen van stad tot stad,

35 opdat over u al het rechtvaardige bloed zal komen dat vergoten is op de aarde, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het altaar.

36 Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.

 

Romeinen 12, vers 19

Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

2 Thessalonicenzen 1, vers 8

wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.

Hebreeën 10, vers 30

Wij kennen immers Hem Die gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En verder: De Heere zal Zijn volk oordelen.

Tenslotte:
Het bloed van Yeshua  dat is uitgestort in de hemel, roept niet alleen om wraak, maar om genade voor hen die Hem liefhebben.

 

Dit zegt de Allerhoogste Rechter יִהְיֶה :

Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, 

Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;

al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol. (Jesaja 1:18)

Dat de rechtspraak zorgvuldig volgens Gods regels moet plaatsvinden komt duidelijk naar voren in de centrale as van de chiastische structuur.  Zo zal het ook gaan in het komende Koninkrijk van God!