Deuteronomium 33-34 Mozes zegent de stammen

De man Gods (Mozes) staat op het punt het volk te verlaten, en laat daarom zijn hart spreken. Nu is het geen tijd meer voor vermaningen; hij neemt afscheid van hen die hij liefheeft, en zijn laatste boodschap is een zegen, zoals ook Yeshua de discipelen zegenend verliet.


Lukas 24:50 En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanie, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.

 

Mozes is de waardige vertegenwoordiger van een God Die “de volken” liefheeft en “al Zijn heiligen” in de hand heeft:

Deuteronomium 33:3 Ja, Hij heeft de volken lief! Al Zijn heiligen zijn in Uw hand, Zíj zitten aan Uw voeten en vangen iets op van Uw woorden.

Deze zekerheid wordt door de belofte van Yeshua haMashiach aangevuld: “Niemand kan ze rukken uit de hand van Mijn Vader”(Johannes 10:29)

Johannes 10:29 Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand van Mijn Vader.

Als we deze zegen van Mozes vergelijken met die van Jakob in Genesis 49, vallen enkele verschillen op die voor ons van grote betekenis zijn.

Volgens de woorden van zijn eigen vader Jakob was Levi een werktuig van geweld, een vreselijk mens. God maakte van hem echter de “gunstgenoot” (vers 8) en vertrouwde hem de dienst in het heiligdom toe.

Genesis 49:5 Simeon en Levi zijn broers, hun wapens zijn werktuigen van geweld. 6. Laat mijn ziel niet in hun geheim overleg komen, en mijn eer niet aan hun bijeenkomst deelnemen; want in hun woede hebben zij mannen doodgeslagen; en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden.

De zegen van Mozes:

Deuteronomium 33:8 Over Levi zei hij: Uw Tummim en Uw Urim zijn bij deze man, Uw gunsteling; U stelde hem op de proef in Massa, U riep hem ter verantwoording bij de wateren van Meriba. Van Benjamin werd gezegd dat hij “als een wolf verscheuren” zou (Genesis 49:27).

Genesis 49:27 Benjamin is een verscheurende wolf; 's morgens verslindt hij zijn prooi, en 's avonds deelt hij buit uit.

Maar door genade van JHWH werd hij tot “beminde des Heeren” Deze wolf neemt de plaats in van het teruggevonden schaap, want er staat: “Tussen Zijn schouders zal hij wonen” (vers 12; vergelijk Lukas 15:5)

Deuteronomium 33:12. Over Benjamin zei hij: De door de HEERE beminde, hij zal onbezorgd bij Hem wonen. Hij zal hem heel de dag beschermen, en tussen zijn schouders zal Hij wonen!

Lukas 15:5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol blijdschap op zijn schouders.

 

Zo ingrijpend is de verandering die het evangelie bewerkt in hem of haar die het aanneemt! Dat heeft ook Saulus van Tarsus ervaren die tot de stam van Benjamin behoorde! Eens was hij een hartstochtelijke vervolger van de gemeente, maar hij werd een trouwe getuige en dienstknecht van de Heere (zie 1 Timotheüs 1:12 en 13)

1 Timotheüs 1:12 En ik dank Hem Die mij kracht gegeven heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij trouw geacht heeft, toen Hij mij een plaats gaf in de bediening, 13. mij, die vroeger een godslasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen, omdat ik het in onwetendheid gedaan heb, in ongeloof.

Jakob had meerdere vrouwen en Ruben, de oudste zoon was Lea de moeder. Ook Simeon en Levi hadden Lea als moeder. Juda was ook een zoon van Lea. Zebulon was een zoon van Lea en Issakar ook. Dan was een zoon van Bilha en Naftali ook. Gad en Aser waren zonen van Zilpa. Jozef en Benjamin waren zonen van Rachel

Jozef, een beeld van Yeshua haMashiach, moet van alles “het uitnemendste” ontvangen. Voor Yeshua haMashiach bestaat er niet kostbaarders dan het hart van Zijn verlosten.

De afgezonderde van zijn broeders” (Genesis 49:26) blijft “de afgezonderde van zijn broeders

Genesis 49:26 De zegeningen van je vader gaan de zegeningen van mijn vaderen te boven, tot aan de begerenswaardigheid van de eeuwige heuvels. Zij zullen zijn op het hoofd van Jozef, ja, op de schedel van de gewijde onder zijn broers.

Deuteronomium 33:16 met het beste van de aarde en haar volheid, en met de goedgunstigheid van Hem Die in de doornstruik woonde. Laat het komen op het hoofd van Jozef, ja, op de schedel van de gewijde onder zijn broers!

Op grond van zijn lijden in de put en in de gevangenis en vervolgens zijn heerlijke positie in Egypte, neemt Jozef terecht deze bijzondere plaats in. Het is de plaats van Yeshua haMashiach.

Niemand vergezelde Yeshua haMashiach op die vreselijke weg naar Golgotha. Hij was alleen, toen Hij aan het kruis hing. Daarom heeft God hem voor altijd een speciale plaats gegeven: Hij heeft Yeshua haMashiach uitermate verhoogd en ‘Hem een Naam gegeven, Welke boven alle naam is’. Hij heeft Hem ‘gezalfd met vreugdeolie’ , boven al Zijn “metgezellen” (Fil.2:9 en Psalm 45:8)

Filippenzen 2:9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam,

Psalm 45:8. U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid; daarom heeft Uw God U gezalfd, o God, met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.

De zegeningen van de stammen zijn een heerlijk beeld van de duizendjarige heerschappij van Yeshua haMashiach. In tegenstelling tot de zegeningen die Jakob eens heeft uitgesproken, bevatten zij geen enkele berisping en geen beperkingen.

Hebben wij ook opgemerkt dat er in dit tweede rijtje iemand wordt gemist? Dat is Simeon die destijds dezelfde vloek ontving als Levi (Genesis 49:5)

Genesis 49:5 Simeon en Levi zijn broers, hun wapens zijn werktuigen van geweld.

Levi, een voorwerp van genade, is rijk gezegend. Maar waar is Simeon? Een zeer ernstige vraag! Een mogelijkheid is dat Simeon en Levi in beide zegeningen tezamen bedoeld worden. Staat zijn naam nog in het boek des Levens? En onze namen … staat die in het boek des levens?

Mozes heeft veertig jaar doorgebracht bij de farao van Egypte, daarna veertig jaar bij Jethro (in Gods leerschool) en tenslotte veertig jaar in de woestijn waar hij het volk Israël leidde.

Aan het begin had Mozes het ‘grote gezicht’ van het braambos gezien (Exodus 3:3). Daarna bleef hij staande door geloof, ‘als ziende de Onzichtbare’ (Heb. 11:27)

Exodus 3:3 Mozes zei: Laat ik nu naar dat indrukwekkende verschijnsel gaan kijken, waarom de doornstruik niet verbrandt.


Hebreeën 11:27 Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare.

 

En met ogen die niet zwak geworden zijn, beziet de man Gods nu aan het einde van zijn loopbaan het prachtige panorama van het land Kanaän (vers 7)

Deuteronomium 34:7 Mozes nu was honderdtwintig jaar oud toen hij stierf; zijn oog was niet dof geworden en zijn kracht was niet vervlogen.

Dan komt voor Mozes het ogenblik waarop hij, volgens zijn eigen woorden (Psalm 90:3), op bevel van God ‘tot stof’ zal weerkeren.

Psalm 90:3 U doet de sterveling terugkeren tot stof en zegt: Keer terug, mensenkinderen.

JHWH eert Zijn knecht, doordat Hijzelf voor een graf voor hem zorgt (vers 6). Voortaan behoort Mozes tot de geloofsgetuigen die de beloofde heerlijkheid verwachten. En hij mag nu al genieten van de tegenwoordigheid van Yeshua haMashiach Die zijn volkomen ‘Beloning’ is (vergelijk Mattheüs 17:3)

Deuteronomium 34:6 En Hij begroef hem in een dal in het land van Moab, tegenover Beth-Peor. En niemand weet waar zijn graf is, tot op deze dag.

Mattheüs 17:3 En zie, aan hen verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.

 

Wat betekent het gemis van het genieten van het land dan nog, bij zo’n grote winst?

Moge ook elk van ons door het overdenken van deze vijf Boeken van Mozes (de Tora) werkelijk winst en geestelijk voordeel hebben gehad en gegroeid zijn in het kennen van de Heere!

Mozes “heeft van Mij geschreven”, zegt Yeshua haMashiach tegen de joden (Johannes 5:46).

Johannes 5:46 Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven..

Ja, is Hij het niet Die we mochten zien in al die beelden in dit zo leerrijke gedeelte van Gods Woord. Shalom!

De zegen die Jozef betreft komt het meest met elkaar overeen. En wat zien we in de zegen van Jacob over Juda veel  overeenkomsten met de profetie over Yeshua.  Wat Mozes hier uitspreekt  vindt zijn vervulling in het komende Vrederijk.