To translate this page into different languages, click here!

Exodus 33 - schuld en vergeving

Voorafgaand aan het incident met het gouden kalf, waren er in Exodus, tien hoofdstukken met opdrachten voor het maken van de tabernakel en de inrichting daarvan. Dat was allemaal binnen het plan van God om binnen Zijn volk te wonen. God verlangde ernaar met hen om te gaan,  sinds Adam uit de tegenwoordigheid van YHWH werd verbannen. Genesis 3.

Door het verbond te verbreken en in afgoderij te vervallen, heeft Israël ervoor gezorgd dat God zich terugtrok. Waarom? Hield Hij niet meer van hen? 

Nee, dat was niet de reden! 

Jesaja 59:2 Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.

De Heer zei tegen Mozes dat Zijn reden om niet verder te gaan met de kinderen van Israël, is omdat ze halsstarrig zijn. Het was zelfs genade dat Hij hen verliet want als Hij ook maar één ogenblik in hun midden zou meetrekken, dan zou Hij ze vernietigen..Zijn heiligheid verdraagt geen afgoderij en zonde.

Dus de HEER geeft Mozes deze onheilsboodschap, zoals de Schrift het noemt, dat Zijn tegenwoordigheid niet met hen mee zal gaan. Om uit de Aanwezigheid van YHWH te zijn verbannen, en te weten dat Hij niet aanwezig is op de weg die te gaan is, ja dat is de slechtste boodschap die je maar denken kunt.

Het doet denken aan een later tijdstip in de heilsgeschiedenis.

Lukas 19:41-45 En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, en zeide: Och, of gij ook op deze dag verstondt wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag.

Mattheüs 23: 37-39 Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild!  Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Want Ik zeg u: u zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!

Israël had de tijd niet opgemerkt. Nu zou hun land worden achter gelaten. Ze zouden Gods aanwezigheid in de mens Yeshua niet meer ervaren…. God had zich teruggetrokken om omgang met hen te hebben. In die situatie is Israël nog steeds, totdat ze Hem welkom heten. We hebben gezien door welke dalen ze zijn gegaan. Maar God heeft zich nooit definitief van hen afgewend. In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd. Jesaja 63:9

Hier in de woestijn had God gezorgd voor een middelaar, iemand die verzoening kon bewerken. Het ging volgens Gods plan.

Mozes had de tent buiten de legerplaats van de Israëlieten geplaatst, om daar buiten het volk om de HEER te ontmoeten. Het volk had de sieraden af moeten doen. Het paste niet meer in deze omstandigheden om jezelf te verfraaien en uit te dossen. Ze deden dit vèr van de Horeb. De Horeb was de plaats waar het verbond was gesloten. Was nu alles voorbij? In vers 12 zegt YHWH: “Laat dit volk verder trekken”. Dat “ dit volk” klinkt zo pijnlijk anders dan “ Mijn volk”.  Je ziet ook dat schaamte en verdriet het volk vervult. Als Mozes langs kwam om naar die ontmoetingstent buiten het kamp te gaan gingen ze voor hun eigen tent staan, bogen ze zich neer en stonden hem stil na te kijken totdat hij die tent binnenging. Je proeft in dit gebeuren de neerslachtigheid en het berouw onder het volk.

Maar Mozes gaat naar die tent en YHWH sprak met hem van aangezicht tot aangezicht. Dit wordt de tent van de ontmoeting genoemd, de  אֹ֣הֶל מוֹעֵ֑ד  “ ohel mo’ed”.  Dat woord mo’ed kennen we van de mo’adiem, de Bijbelse feesten. Dit woord wordt hier, en in de rest van de Tora gebruikt voor “ tabernakel”  of “ tent van samenkomst”. Het woord “mo’ed”  wordt voor het eerst in de Bijbel gebruikt bij het hoofdstuk over de schepping.

Toen zei God: 'Er moeten lichten zijn aan het uitspansel van de hemel om de dag van de nacht te scheiden; en laat ze zijn voor tekenen en seizoenen (mo’ed ), en voor dagen en jaren; " Genesis 1:14

Mo’ed  is een afgesproken of vastgestelde tijd, zoals iets wat vastgelegd is in een kalender. Dus de zon en de maan markeren de vastgestelde seizoenen. Het wordt vaak vertaald als een vastgestelde tijd.

De Heer sprak tot Mozes, zeggende: 'Spreek tot de kinderen van Israël en zeg tot hen:' De feesten (mo’adim) van de Heer, die jullie zullen uitroepen als heilige samenkomsten, dit zijn Mijn feesten (mo’adim). ' Leviticus  23: 1-2

De feesten, of heilige dagen (feestdagen) van de Heer (dus niet van de Joden) zijn Zijn vaste tijden die Hij heeft bepaald.

Maar de meeste keren dat het woord  mo’ ed  in de Tora voorkomt, wordt het bedoeld als de tabernakel van  moed  - van ontmoeting. Dus Moed is een aangewezen of ingestelde tijd of een aangewezen plaats , die YHWH  heeft gereserveerd om een ontmoeting te hebben met Zijn volk,. Het Hebreeuws laat het doel ervan zien – namelijk dat God de mens kan ontmoeten, zodat ze tot elkaar konden naderen en er een ontmoeting kon zijn.

God had voorzien in een ontmoeting, maar duidelijk met de middelaar Mozes over wie Hij eerder getuigenis had gegeven tegenover Aäron en Mirjam:

Numeri 12:6-8

 

YHWH zei:

Luister toch naar Mijn woorden!

Als iemand onder u een profeet is,

maak Ik, de HEERE, Mij door een visioen aan hem bekend,

spreek Ik met hem door een droom.

Maar zo doe Ik niet tegenover Mijn dienaar Mozes,

die in Mijn hele huis trouw is,

met hem spreek Ik van mond tot mond, ja, zichtbaar, en niet in raadsels.

Hij aanschouwt de gestalte van de HEERE.

Waarom dan bent u niet bevreesd geweest

om over Mijn dienaar, over Mozes, te spreken?

 

Mozes was een beeld van de komende volmaakte Middelaar, waarvan de Hebreeën brief getuigt, uitgaande van wat YHWH tegen Aäron en Mirjam getuigde:

Hebreeën 3:

   1. Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis:    Christus Jezus.

  1. Hij is getrouw aan God, Die Hem aangesteld heeft, zoals ook Mozes trouw was in heel Zijn huis.
  2. Want Christus is zoveel meer heerlijkheid waard geacht dan Mozes, evenals hij die het huis gebouwd heeft, meer eer ontvangt dan het huis zelf.
  3. Immers, elk huis wordt door iemand gebouwd, maar Hij Die dit alles gebouwd heeft, is God.
  4. En Mozes is wel trouw geweest in heel Zijn huis, maar als dienaar, om te getuigen van wat later gesproken zou worden;
  5. Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.

 

Mozes was getuige van wat later gesproken zou worden door Yeshua, om Zijn volk te redden en dat zie je in de woorden van dit hoofdstuk die in de centrale tekst naar voren komen. Wat een kostbare ontmoeting was er door God voorbereid in Mozes toen deze liefdevolle woorden gesproken werden:

En YHWH zei: Moet Mijn aangezicht meegaan om u gerust te stellen?

Toen zei hij tegen Hem: Als Uw aangezicht niet meegaat, laat ons dan van hier niet verder trekken.  Exodus 33:14 en 15.

 

De manier waarop God in deze verdrietige situatie met Mozes omging, schetst voor ons het profetische beeld van het middelaarsschap van Yeshua door heel de wereldgeschiedenis heen.

 

Romeinen 8:34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.

 Dit geldt in de eerste plaats voor het volk Israël, maar ook voor hen die zich door Yeshua hebben laten enten op het verbond met Abraham, in de lijn van Izak en Jacob  gesloten en zo huisgenoten van Israël zijn geworden.

 

De rol van Mozes als middelaar is in onze tijd nog niet uitgespeeld. In Openbaring 11:3-14 gaat het over de twee getuigen die profeteren en daarin zien we een verwijzing naar Mozes als degene die “macht heeft over de wateren om die in bloed te veranderen, en de aarde te treffen met allerlei plagen”.

Ook Yeshua had het over die eindtijd met betrekking tot Mozes, toen Hij profeteerde dat Israël een “andere” verlosser zou aannemen. De Joden van toen en nu zullen aangeklaagd worden door Mozes, op wie zij zich zo beroepen:

Johannes 5:43 Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, maar u neemt Mij niet aan. Als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen.

  1. Hoe kunt u geloven, u die eer van elkaar aanneemt en de eer van de enige God niet zoekt?
  2. Denk niet dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; DIE U AANKLAAGT, IS MOZES, op wie u uw hoop gevestigd hebt.
  3. Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven.
  4. Maar als u zijn Schriften niet gelooft, hoe zult u Mijn woorden geloven?

In vers 11 van dit hoofdstuk staat nog zo’n enkele zin over Jozua:
De dienaar van Mozes: Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.

 We zien hier de opvolger van Mozes met een eenvoudige zin getekend. Ook hij was een beeld van zijn naamgenoot Yeshua, die als jongere tot zijn verontruste ouders zei: “Wisten jullie dan niet dat Ik moet zijn in de dingen van mijn Vader?

Lukas 2 :49

Jozua had al eerder een belangrijke rol gespeeld in het overwinnen van Amalek, die het volk van achteren had aangevallen. Hij is een beeld van Yeshua die in de eindstrijd de vijand, gesymboliseerd met de naam Amalek, geheel zal vernietigen.

Aan het einde van dit hoofdstuk zien we Mozes weer op de berg in gemeenschap met YHWH. Het is zo goed om dit gedeelte met aandacht te lezen en te proeven hoe liefdevol God omgaat met Zijn dienaar Mozes.

YHWH gaat in op Mozes verzoek om verder te trekken met het volk. Mozes die bereid was zijn eigen leven op te offeren om het volk te redden (Exodus 32:32)  had genade gevonden in Gods ogen. Nu op de Sinaï vroeg Mozes “Toon mij toch Uw heerlijkheid!” (vs.18) En YHWH stond hem toe om God van achteren te zien. Hij zette Hem in een kloof van de rots en bedekte hem liefdevol met zijn hand, die hij tenslotte wegtrok zodat Mozes Zijn heerlijkheid van achteren kon zien. “Want geen mens kan Gods aangezicht zien  en in leven blijven”.  Maar het Aangezicht van God zou wel met Mozes en het volk meegaan, op weg naar het beloofde land.

De zonde van het gouden kalf verborg Gods aangezicht voor Israël. De middelaar die tussenbeide trad bewerkte berouw en vergeving. Maar voor de kinderen van God is er de belofte dat zij, na de moeilijke woestijnreis, het aangezicht van God zullen zien:
Openbaring 22:4 en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn.
En de Israëlieten mochten zich bemoedigd weten door de Aäronitische zegen: