• Deuteronomium 5 - De Tien Geboden

Hier zijn we getuige van de vernieuwde verbondssluiting, die zijn oorsprong had op de Sinaï. God verbond zich opnieuw aan Zijn volk, het overblijfsel van het nageslacht van Abraham, Izaäk en Jacob. Hij wilde niets liever dan hen zegenen, hen zijn kostbare schat doen zijn tot zegen van de wereld. Hij gaf daarvoor de voorwaarden, de leefregels en het volk zegde toe die regels te zullen houden. Maar dan ook die verzuchting van Hem die weet wat er in de mens is:

“Och, hadden zij maar zo'n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat het hun en hun kinderen voor eeuwig goed zou gaan!”

Wat zou het goed met ons zijn gegaan, als we God echt lief gehad en gediend hadden zoals Hij het vroeg. Dat geldt niet alleen voor Israël, maar net zo goed voor ons die bekend zijn geworden met de Verlosser van Israël: Yeshua/Jezus. We houden ons keurig aan allerlei geboden die de politiek ons voorschotelt, maar de geboden van onze Schepper met betrekking tot de Sabbat en de Bijbelse feestdagen worden genegeerd. En die komen nog wel van de Hoogste Autoriteit, die bovendien met ons in een liefdesrelatie wil leven. En zo horen de gelovigen dan tot wat de Bijbel noemt: “wettelozen”.  Daarbij komt dat dit precies in het straatje past van de bij uitstek “Wetteloze”, de antichrist, die binnenkort geopenbaard wordt. 2 Thess. 2:8.  En deze “wetteloze” heeft juist heel veel politieke wetten, zoveel dat deze je iedere vrijheid ontneemt.

Wie reëel deze wereld in kijkt, ziet dit tot ontwikkeling komen en dat zou hem tot nadenken moeten brengen. De wetten die God geeft bewerken vrijheid in Christus. Maar de wetten van de Wetteloze brengen je in banden van de dood. Dat hij wetteloos genoemd wordt, komt omdat hij niets met God te maken wil hebben. En hoeveel “gelovigen” passen in dat concept?

Wat Israël betreft is er de Belofte dat een rest behouden wordt. Net zo als er een rest behouden was om het Beloofde Land in te gaan. Mozes zei dat nog in het vorige hoofdstuk:

Deuteronomium 4: 3 Uw ogen hebben gezien wat de HEERE gedaan heeft vanwege Baäl-Peor: dat de HEERE, uw God, iedereen die achter Baäl-Peor aan ging, uit uw midden weggevaagd heeft. 4 U daarentegen, die zich aan de HEERE, uw God, vastgehouden hebt, bent heden allemaal nog in leven.

De tien geboden vormen de kern van de chiastische structuur, maar dus ook van het hoofdstuk. Zij zijn de samenvatting van de wet en de profeten.

Mattheüs 22: 37 U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dit is het eerste en het grote gebod. 39 En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 40 Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.

Er zijn mensen die denken dat de geboden daarmee zijn teruggebracht tot twee geboden, zoals hierboven vermeld. Ze vertalen dat dan met “als je maar liefhebt”. Nu is liefde de grondslag van de geboden, dat is zeker het geval. Alleen het begrip “liefde” van de wereld is anders dan wat God onder liefde verstaat. Die liefde gaan we begrijpen uit Gods geboden. Want die samenvatting kun je vergelijken met een kapstok, waaraan al die andere geboden zijn opgehangen. Die zijn daaraan ontleend. Die vinden daarin hun bestaansrecht. Liefde is niet hetzelfde als “lief zijn voor elkaar”. Liefde is God danken en gehoorzamen en elkaars eeuwig behoud op het oog hebben. Wie God liefheeft laat God tot hem spreken door de Bijbel om te weten Wie Hij is en wat Zijn weg voor je is. Die is zich bewust van Zijn grootheid en zijn eigen kleinheid. Die komt tot BEKERING!

De tien geboden zijn het Verbond dat met het bloed van Yeshua/Jezus is bekrachtigd. De Bijbel leert ons dat de Wet van God op ons hart wordt geschreven. Jeremia 31:33  De wet komt tot ons, nadat wij die eerst met ons verstand tot ons hebben genomen, met een innerlijke drang, zo dat je net als David kunt zeggen “Ik verblijd mij in Uw geboden, die ik liefheb.” Psalm 119:47

Het is een “wetteloze leugen” om te zeggen dat de wet is afgeschaft. Kijk maar wat Yeshua daar zelf van zegt:

Mattheüs 5:17 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. 19 Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.

Als iemand je vertelt dat de geboden zijn afgeschaft, luister dan niet. Het is een leugenprofeet. De wet is inderdaad vervuld door Yeshua/Jezus, maar dat is wat anders dan afgeschaft. Yeshua was de Enige die de wet volmaakt gehouden heeft en kon zo onze vrijspraak bewerken. Maar als wij Hem volgen en God liefhebben, willen we ook graag doen wat God van ons vraagt. Daaraan kan God onze liefde afmeten.

Het is al een oude dwaalleer om de wet van het eerste testament terzijde te leggen. Vlak na de tijd van de apostelen was het de kerkvader Marcion die dit verkondigde en het oude testament wilde wegdoen. Maar dan doe je ook een groot deel van het nieuwe testament weg, want dat is gebouwd op het solide fundament van de Tora. Diezelfde dwaalleer komt steeds weer naar boven en zal ook in de eindtijd meer en meer de kop opsteken.

Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam. Openbaring 3:11,12

 

“Verschillen”:

Bij het sabbatsgebod wordt het vee nader gespecificeerd in Deuteronomium.

De motivering van het vierde gebod loopt uiteen: Exodus wijst erop dat God op de zevende dag na de schepping rustte, Deuteronomium voert de slavernij in Egypte aan als grond voor een algemene sabbatsrust. De nieuwe generatie moest de slavernij in Egypte vergelijken met de slavernij van de zonde. De belofte bij het vijfde gebod verschilt: eerbied voor de ouders wordt in Exodus beloond met een lang leven in het beloofde land, in Deuteronomium wordt ook nog voorspoed in het vooruitzicht gesteld.

In het zesde gebod is het woord “doden” vervangen door “moorden”. Het Hebreeuwse woord ratsag רָצַח (Strong 7523) betekent hier: “zelf het recht op een willekeurige wijze in handen nemen door een medemens zomaar om te brengen.” Dit wordt strikt verboden.