Jesaja 40 Troost, troost, Mijn volk!

Deze week is het in Israël weer de 9e AV, (Tish B’Av) Zo’n dag leest men Jeremia 1 en 2 en Jesaja 1.
Na de 9e AV komen er zeven weken van troost: op de shabbat na de 9e AV, en dat is de komende shabbat, leest men Jesaja 40: “Troost, troost, Mijn volk”, en in de weken daarna leest men verder in de latere hoofdstukken van Jesaja.

Toen ik Jesaja 40 doorlas werd ik getroffen door de liefdevolle woorden van Adonai voor Zijn volk. Hij wil Zijn volk troosten en wij mogen dat namens Hem doen. “Troost Mijn volk”, wat een bewogenheid van Gods hart klinkt daarin door. “Spreek tot het hart van Jeruzalem”.

Wat is het hart van Jeruzalem? Ik zie dat als de berg Sion, waarvan God zegt dat Hij begeert om daar te wonen, te midden van Zijn volk. Het is niet voor niets dat er zo’n strijd om Jeruzalem is. De satan weet beter dan menig kerkganger dat God op de Sion wil tronen. Hij wil gelijk zijn aan God en zich zelfs boven Hem verheffen. En het zal even lijken alsof hij zijn doel bereikt. Intussen worden de volken door hem bespeeld. Wie geen relatie heeft met de God van het Leven, wie niet verbonden is met Yeshua, de Levende Tora en Zijn Woord niet leest, is blind voor deze ontwikkelingen. Hij staat aan de verkeerde kant in de strijd!

 

Dan vervolgt Jesaja: “roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van YHWH het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden.” (vers 2)

Als we de ontwikkelingen in deze tijd met geestelijke ogen bekijken, begrijpen we dat het nu nog niet de tijd is om te zeggen dat de strijd vervuld en de ongerechtigheid van het land verzoend is. Wel ligt de verzoening klaar, voorbereid door Adonai in Yeshua.

Israël heeft veel geleden, heel veel geleden, om haar zonden. Maar er komt nog een eindstrijd! In Zacharia 13:8-9 lezen wij: “In het gehele land, luidt het woord van Adonai, zullen twee derden uitgeroeid worden en de geest geven, maar een derde zal daarin overblijven. Dat derde deel zal Ik in het vuur brengen, en Ik zal hen smelten, zoals men zilver smelt, ja hen louteren, zoals men goud loutert. Zij zullen Mijn naam aanroepen en Ik zal hen verhoren. Ik zeg: Dat is Mijn volk en zij zullen zeggen: YHWH is mijn God!” Ook al wordt volgens deze profetie 2/3 van het volk Israël uitgeroeid door de legers van de antichrist, toch zal het overgebleven derde deel, dat de naam van de HEERE aanroept, het hele volk Israël vertegenwoordigen.

We gaan verder met vers 3: “Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de HEERE, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God.” Johannes de Doper refereert hieraan in Mattheüs 3:3: “Want deze is het over wie gesproken werd door de profeet Jesaja toen hij zei: De stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.” Johannes kondigde in de woestijn van Judea de komst van Yeshua aan, die het Koninkrijk zou komen vestigen. Alle vier evangeliën verwijzen naar deze tekst. Johannes de Doper zegt dan ook daaraan voorafgaand “het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen”. Hij was de heraut die riep “de Koning komt eraan, bereid je voor, maak de weg gereed waar Hij langs komt!” In feite, als de Joodse leiders en het volk in die tijd Yeshua van harte hadden verwelkomd als de Beloofde Messias, de Levende Tora, dan had het Koninkrijk der hemelen, kunnen baan breken. “Maar gij hebt niet gewild” zegt Yeshua later.

Er is een intermezzo gekomen in de heilsgeschiedenis. Een periode waarin het evangelie de wereld zou worden in gebracht. Als we in deze tijd om ons heen kijken ervaren we dat Yeshua ook bij ons met recht zou kunnen zeggen  “gij hebt niet gewild”. Maar het Koninkrijk komt, geen twijfel mogelijk! Ook hier zal het oordeel plaatsvinden. Er zullen velen afvallen. Maar een gelouterde rest zal overblijven. En dan zal het Koninkrijk van Vrede aanbreken met de residentie in Jeruzalem. 2 Kon 19:31 want van Jeruzalem zal uitgaan wat overgebleven is, en wat ontkomen is, van de berg Sion, de na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen.

In de verzen 6 tot en met 8 lezen we dan ook een mistroostige boodschap die de werkelijkheid tekent. Gras dat verdort en een bloem die afvalt als de Geest van YHWH erover blaast. Je zou toch zeggen dat Gods Geest zou bewerken dat alles tot bloei en tot leven kwam. Het zijn beelden die het volk uittekenen. Maar dan…. als het allemaal troosteloos er uit ziet, klinkt het hoopvolle woord: “Maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig!” En zo is het! Ook al lijkt alles verloren en uitzichtloos, Gods Woord zal zijn uitwerking hebben. Alle beloften aan Israël zullen tot vervulling komen, geen één uitgezonderd.

God wacht slechts erop dat, wanneer alle mogelijkheden zijn uitgeput, de ondergang lijkt vast te staan, dat Israël Zijn Messias roept die éénmaal in Jeruzalem de verzoening heeft bewerkt:

 

Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere. Lukas 13:35b

בָּרוּךְ הַבָּא, בְּשֵׁם יְהוָה   BAROECH HABA B’SHEM ADONAI!

Troost Mijn volk!!!