Leviticus 6:1-8:36 parasha Tzav

Het naderen van de Heilige God

In de parasha Tsav staat de offerdienst centraal. Het Hebreeuwse woord voor offer, קָרַב karaw betekent dan ook “naderen”. Het Woord qorban betekent “offergave”. Yahweh is een heilige God, die je niet zomaar kunt benaderen. Toen Jesaja de Heilige zag in een visioen, riep hij uit:

“Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen.” Jesaja 6:5

Het zijn de zonden die scheiding maken tussen de Heilige God en de zondige mens. Toen Adam en Eva nog niet gezondigd hadden konden ze “wandelen” in de Tuin en spreken met de Almachtige. Maar nadat ze gezondigd hadden was er een enorme scheiding gekomen tussen God en mens. Adam en Eva konden God niet meer naderen en verstopten zich angstig. In die situatie bevindt de mensheid zich. Maar God verlangde ernaar dat ze Hem weer naderden. Daarom riep God:

En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent je? Genesis 3:9

En YHWH begon de offerdienst in de Tuin van Eden, om omgang te kunnen hebben met de mensen. Hij gaf Israël de regels voor de offerdienst op de Sinaï en voorzag de mensheid van het ultieme offer door Yeshua aan het kruis, zodat wij op grond van dat offer Hem kunnen naderen.

De Messias in TSAV (tsav betekent: Gebod)

HET EVANGELIE IN DE TUIN VAN EDEN

Adonaï zoekt Adam en Eva roepend: “waar zijn jullie?” Is dit niet profetisch?

In Genesis 3 lezen we dat Adam en Chava (Eva) tegen Adonaï zondigen door te eten van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad. Wat waren de onmiddellijke gevolgen van hun zonde?

Schaamte en schuld

De onmiddellijke gevolgen van de zonde van Adam en Chava (Eva) was dat ze merkten dat ze naakt waren. Zij vlochten vijgenblaren aan elkaar om zich te bedekken. Ze verborgen zich voor Adonaï’s aanwezigheid. Gebruik makend van het Torah Beeld, weten we dat ze in werkelijkheid hun “schaamte en schuld” proberen te bedekken. Globaal kunnen we een beeld zien van zonde en oordeel, maar laten we naar de details kijken. Nadat ze gezondigd hadden bemerkten Adam en Chava dat ze naakt waren. We weten dat naaktheid een Torahbeeld van “schaamte en schuld” is. Dus, doordat zij zich bewust werden van hun naaktheid, leert de Torah ons dat “schaamte en schuld” natuurlijke gevolgen van zonde zijn. Dit leidde hen ertoe bedekkingen van vijgenblaren gebruikten om hun naaktheid te bedekken. Gebruik makend van het Torah Beeld, weten we dat ze in werkelijkheid hun “schaamte en schuld” proberen te bedekken.

Adonaï begint hen te zoeken roepend, "waar zijn jullie?" Is dit niet een profetisch beeld van de vader die zijn verloren schapen zoekt? De profeet Jesaja (Jesaja 53:6) zei dat we allen als verloren schapen afgedwaald zijn. Liepen we niet allemaal van Hem weg? Doch omwille van Zijn Liefde voor ons, zoekt Hij ons. We zagen ook dat Adonaï hen kleedde met tunieken van vellen. Aangezien Adam en Chava zichzelf al met vijgenblaren hadden gekleed, moeten we er onmiddellijk van uitgaan dat hun bedekking ontoereikend was of op een bepaalde manier tekort schoot. Waar kwamen de mantels van huid vandaan? Antwoord: Het is overduidelijk, dat Adonaï een dier moest offeren om hen mantels van vellen aan te reiken.

Volgens de wetmatigheid van “oorzaak en gevolg”, zien we dat de zonde van Adam en Chava resulteerde in the dood van een onschuldig dier om hen te voorzien van mantels van vellen, die hun naakte lichamen moesten bedekken. Maar als we dit nader bekijken (gebruik makend van de Torah Beelden en thema’s ), ontvouwt zich een mooi beeld van het werk van de Messias door dit verhaal. Als gevolg van Adam en Chava's zonde, bemerken ze hun naaktheid (schaamte en schuld). Ze trachten door eigen werken hun “schaamte en schuld” te bedekken. Maar het is ontoereikend.

Adonaï die werkelijk hun “schaamte en schuld” wil bedekken, offert een onschuldig dier als plaatsvervanger om in een bedekking voor hun naaktheid (schaamte en schuld) te voorzien. Dit is een exact beeld van verlossing door werken (Adam en Chava's poging om het resultaat [schaamte en schuld] van hun zonde) te bedekken, versus verlossing door vertrouwen in Adonaï’s voorziening voor onze zonde (de bedekking door een onschuldige plaatsvervanger). Bovendien is het een perfect beeld van het werk van de Messias als de onschuldige plaatsvervanger, wiens bloed de enige toereikende bedekking is voor de zonde die onze “schaamte en schuld” veroorzaakt. Door dit type van thematische analyse zien we dat het werk van de Messias feitelijk geprofeteerd is in de handelingen van Adam en Chava in het verslag van Genesis 3!

1 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de Here God gemaakt had; en zij zei tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof?
2 Toen zei de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten,
3 maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven.
4 De slang echter zei tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven,
5 maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.
6 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at.
7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.
8 Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof.
9 En de Here God riep de mens tot Zich en zei tot hem: Waar zijt gij?
10 En hij zei: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
11 En Hij zei: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten?
12 Toen zei de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten.
13 Daarop zei de Here God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zei: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten.
14 Daarop zei de Here God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft.
15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.
16 Tot de vrouw zei Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen.
17 En tot de mens zei Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft,
18 en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten;
19 in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.
20 En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden.
21 En de Here God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmee.
22 En de Here God zei: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
23 Toen zond de Here God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was.
24 En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.

Jesaja 53—Yeshua Ons Asham (Schuld Offer)

Lees Jesaja 53. Dit hele hoofdstuk is een profetie over de plaatsvervangende bloed verzoening van Yeshua!

1 Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
2 Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd.
3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.
4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.
6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Here heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen.
7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.
8 Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie onder zijn tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden uit het land der levenden? Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest.
9 En men stelde zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in zijn dood, omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in zijn mond is geweest.
10 Maar het behaagde de Here hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des Heren zal door zijn hand voortgang hebben.
11 Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen.
12 Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft.

Lees Jesaja 53:4-5. Merk op hoe deze verzen plaatsvervanging onderwijzen!

4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.

 

Weet je nog hoe Leviticus 4:29 stelde dat de gelovige zijn handen op het hoofd van de plaatsvervanger moest leggen? (Leviticus 4:29 en hij zal zijne hand op het hoofd van het zondoffer leggen, en het slachten ter plaatse van het brandoffer.) Dit was om de zonde van de aanbidder over te dragen op het dier. Lees nu Jesaja 53:6 en 11b.

Jesaja 53: 6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Here heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen.

Jesaja 53:11b door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen.

Wat is de thematische connectie tussen deze verzen?
Antwoord: Net zoals de aanbidder zijn handen op de offergave legde om zijn zonde over te dragen op de offergave, zo ook legde de Vader onze zonden op Yeshua (Jezus)

Waar vandaan haalt Jesaja zijn beeldspraak voor Jesaja 53:7? Klaarblijkelijk van het Levitische offersysteem en van de Pesach lam ceremonie. Dit is een beeld van hoe Yeshua gewillig weggeleid werd om te sterven ten behoeve van ons.
D. Jesaja 53:8 en 10-12 leren alle dat de Messias een plaatsvervangende dood zal sterven. In Jesaja 53:10, is de Hebreeuwse uitdrukking voor “een offergave voor zonde,’’ een asham of schuldoffer!

Lees Hebreeën 9:10-14.
10 daar zij met hun spijzen en dranken en onderscheiden wassingen slechts bepalingen voor het vlees zijn, opgelegd tot de tijd van het herstel.
11 Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping,
12 en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.
13 Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden,
14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?

Hoe is dit vers thematisch verbonden met de bloed dienst van de Levitische offers?
Antwoord: Dit vers toont ons dat de bloed dienst (spatten en sprenkelen van het bloed op de altaren in de Mishkan) een beeld was van het bloed van de Messias, dat op een dag eeuwige verlossing voor ons zou verzekeren.

Yeshua’s Offer Verzekerde Eeuwige Verlossing voor Alle Heiligen van Alle Tijden

Wat was de basis voor het wegnemen of wegdoen van zonde voor de Israëlieten?

Hoe zou je de volgende vraag beantwoorden? Wat was de basis voor het wegnemen of wegdoen van zonde voor de Israëlieten? De meeste mensen zullen zeggen dat Adonaï hun zonde wegnam gebaseerd op de dierenoffers van het Levitische systeem. Als bewijs citeren ze waarschijnlijk één of meerdere verzen in Parashat Vayikra waar gesteld wordt dat de gelovige zal vergeven worden indien hij correct de voorschreven offergave offert. De term welke in de Schrift meestal gebruikt wordt, verbonden met het effect van offergave is verzoening. Bij voorbeeld:


Hij zal zijn hand op de kop van het zondoffer leggen en het slachten ten zondoffer… Zo zal de priester over hem verzoening doen voor de zonde die hij begaan heeft, en het zal hem vergeven worden. (Leviticus 4:33-35)

Toch was het, volgens Hebreeën 10:1-4, onmogelijk om door het bloed van stieren en geiten de zonde weg te nemen! Hoe kunnen we dan Hebreeën 10:1-4 rijmen met Schriftgedeelten zoals Leviticus 4:33-35?

33 Hij zal zijn hand op de kop van het zondoffer leggen en het slachten ten zondoffer op de plaats waar men het brandoffer pleegt te slachten.
34 En de priester zal met zijn vinger een deel van het bloed van het zondoffer nemen en het strijken aan de horens van het brandofferaltaar; al het overige bloed zal hij aan de voet van het altaar uitgieten. 35 Maar al het vet ervan zal hij wegnemen, zoals het vet van het schaap van het vredeoffer weggenomen wordt, en de priester zal het op het altaar in rook doen opgaan op de vuuroffers des Heren. Zo zal de priester over hem verzoening doen voor de zonde die hij begaan heeft, en het zal hem vergeven worden.

We moeten ons herinneren dat de aanbidder twee dingen beloofd werd in verzen zoals Leviticus 4:33-34; 1) de priester zal over hem verzoening doen, en 2) zijn zonden zullen vergeven zijn. De Schrift zegt niet dat de zonde zal weggenomen worden of weggedaan is. Het zegt dat er verzoening over gedaan zal worden en de zonde vergeven. Het Hebreeuwse woord voor verzoening stamt af van de wortel ​כָּפַר​ wat bedekken betekent! Bijgevolg, beloofde Adonaï dat hun zonde zou bedekt en vergeven worden. Als een berouwvolle Israëliet deze belofte geloofde en zijn offergave in vertrouwen bracht zouden zijn zonden bedekt en vergeven worden. De basis voor de bedekking en vergeving was te geloven in het dierenoffer.

Bloed

Wegnemen is een ander onderwerp. Hebreeën 10:4 stelt specifiek dat het bloed van stieren en geiten de zonden niet kunnen wegnemen! Hoe kunnen we dan het getuigenis van Leviticus rijmen met de stelling in het boek Hebreeën? Het antwoord ligt in Adonaï’s eeuwige doelstellingen. 1 Petrus 1:20 stelt dat Yeshua het Lam van God is, geslacht vanaf de grondlegging van de wereld! In Zijn eeuwige raad, wist Adonaï altijd dat Hij de zonde zou wegnemen (wegdoen) gebaseerd op het offer van Zijn Zoon Yeshua. Bijgevolg is de basis voor het wegnemen van zonde Yeshua’s bloed of de persoon nu zondigde vóór of na Yeshua’s dood.

Dit wordt duidelijk onderwezen in Hebreeën 9:14-15!
14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?
15 En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

Voor wiens zonde is Yeshua’s bloed afdoend in Hebreeën 9:14?
Antwoord: Voor hen aan wie Paulus schreef, dwz. Nieuwe Verbonds heiligen NA Yeshua’s dood.

Wiens zonden zijn in Hebreeën 9:15 afgekocht door Yeshua’s bloed?
Antwoord: De heiligen van het OUDE VERBOND

Ook al bedekte (niet kwijtgescholden/vergolden/weggenomen) en vergaf Adonaï de Israëlieten voor hun zonden gebaseerd op de Levitische offergaven, eeuwige verlossing van deze zonden en de vergelding of verwijdering van deze zonden was gebaseerd op het offer van Yeshua HaMashiach, geslacht vanaf de grondlegging van de wereld. In de geest van Adonaï, was het al gebeurd.
A. Dit wordt duidelijk onderwezen in Romeinen 3:25-26.

25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden –
26 om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.

Wiens zonden worden volgens Romeinen 3:25b kwijtgescholden/weggedaan?

Antwoord: De zonde van de heiligen van het Oude Verbond (kwijtschelding van zonden in het verleden)

VERDRAAGZAAMHEID

Op welke basis liet Adonaï toe dat deze zonden on- kwijtgescholden bleven tot Yeshua’s dood?
Antwoord: op basis van Zijn VERDRAAGZAAMHEID

Gebaseerd op Zijn voorkennis van het vrijkopende offer van Zijn Zoon, oefende Adonaï geduld uit en bedekte en vergaf de zonden van de vrome Israëliet. Het enige verschil tussen de
Nieuwe Verbonds-heilige en de Oude-Verbonds heilige is dat wij terugkijken op het werk van de Messias, terwijl zij ernaar uitkeken. Yeshua’s offer was de basis voor de kwijtschelding van de zonden van beide verbonden zoals Romeinen 3:25 en Hebreeën 9:15 onderwijzen.

Romeinen 3:25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden.

Hebreeën 9:15 En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

YESHUA HET PERFECTE OLAH

Gebaseerd op Psalm 40:6-8 en Filippenzen 2:5-10 hebben we gezien dat Yeshua het perfecte olah offer was. Hij offerde Zichzelf volkomen naar de wil van Adonaï in nederige gehoorzaamheid aan al de geboden. Er is een sterke thematische connectie tussen de toewijding aan Adonaï’s geboden (het olah offer) en gebed (dienst van het reukofferaltaar). Laten we zien hoe deze ons onderwijzen over het werk van de Messias, Yeshua.

Psalm 40: 7

In slachtoffer en spijsoffer hebt Gij geen behagen,
– Gij hebt mij geopende oren gegeven –,
brandoffer en zondoffer hebt Gij niet gevraagd.
8 Toen zei ik: Zie, ik kom;
in de boekrol is over mij geschreven;
9 ik heb lust om uw wil te doen, mijn God,
uw wet is in mijn binnenste.

 

Filippenzen 2: 5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,
6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,
7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.
8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.
9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, 10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,

Volgens Psalm 40:6-8 offerde Yeshua Zijn lichaam als een levende olah (Romeinen 12:1-2).

Romeinen 12: 1 Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.
2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Ook al gebeurde dit door heel Zijn leven, laten we voornamelijk aandacht schenken aan wanneer Hij Zichzelf daadwerkelijk als een olah offerde en Zijn leven opgaf op de terechtstellingspaal. Lees Lukas 23:34.

Connectie olah offer en gebed

Lukas 23:34 En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En zij deelden zijn klederen, en wierpen het lot daarover.

Hoe zien we in deze passage de thematische connectie tussen deze gebedsbediening en de toewijding aan Adonaï?

Antwoord: Yeshua drukt de ultieme vorm van de olah uit, door Zijn lichaam op te geven als een olah voor de zonde van de zondaren, terwijl Hij ook voor hen bidt!

Laten we nu zien hoe de Schriftgedeelten THEMATISCH het punt benadrukken dat er een sterke connectie is tussen toewijding aan Adonaï’s geboden (het olah offer) en gebed (dienst van het reukofferaltaar). Herinner je dat Judaïsme ons leert dat er drie tijden per dag zijn dat de gedenkgebeden moeten geofferd worden—9 uur ’s morgens, 12 uur ’s middags en 3 uur in de namiddag. Houd ook in gedachten dat wanneer Yeshua Zichzelf voor onze zonden offerde, Hij de profetie vervulde van de handelingen van Abraham en Izaak geschreven in Genesis 22, waar de Vader zijn enige geliefde zoon offerde.

Wanneer werd, volgens Marcus 15:25, Yeshua geofferd (of zullen we zeggen geofferd als het èchte olah van Genesis 22)?
Antwoord: Markus 15:25 En het was omtrent de derde uur, toen zij Hem kruisigden. = Op het derde uur, of 9 uur ‘s ochtends

Is het een toeval dat het uur waarop de Messias gekruisigd werd het uur voor gebed was? Wanneer werd, volgens Marcus 15:33-34, de lucht donker?

Antwoord: Markus 15:33 En toen het zesde uur gekomen was, ontstond er een duisternis over het gehele land, tot omtrent het negende uur toe.
Markus 15:34 En omtrent de negende uur riep Jezus met een luide stem, zeggende: Eloï, Eloï, lama sabachtani! dat is vertaald: mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!
= Om 12 uur ’s middags.

Is het een toeval dat om 12 uur ‘s middags het de tweede apart gezette tijd voor gebed is?

Wanneer gaf, volgens Lukas 23:44-46, Yeshua de geest?

Antwoord: Lukas 23:44 En het was omtrent het zesde uur, en er ontstond een duisternis over het gehele land, tot het negende uur toe;
45 en de zon verloor haar schijnsel, en het voorhangsel in de tempel scheurde midden in tweeën.
46 En Jezus riep met een luide stem en sprak: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.

Op het negende uur. (6 uur er bij optellen voor onze dagrekening = 3 uur 's middags.)

Weet je daarnaast wat er in de tempel plaatsvond op die tijd?

Antwoord: Het avond offer werd geofferd!

Welke andere gebeurtenis vond er in Lukas 23:44-46 plaats?
Antwoord: Het voorhangsel was in twee gescheurd.


Hopelijk kan je zien dat de sterke thematische connectie tussen toewijding aan Adonaï’s geboden (het olah offer) en gebed (dienst van het reukofferaltaar) ook vele profetische waarheden onderwijst over de bediening van Yeshua onze Messias!

(ontleend aan een studie van Tony Robinson - Jur)