Markus 7:1-23 eten met ongewassen handen

Markus 7:19 Want het komt niet in zijn hart maar in zijn buik en gaat in de afzondering naar buiten. Zo wordt al het voedsel gereinigd. HSV (ook de oude Statenvertaling heeft het juist vertaald)

Markus 7:19 Omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse uitgaat? “,En zo verklaarde Hij alle spijzen rein”. foutieve NBG en Leidse Bijbelvertaling.

Er bestaat een vastgeroeste overtuiging onder de gelovigen dat Yeshua gezegd zou hebben dat al het eten rein zou zijn. En dan wordt o.a. deze foutieve tekst uit de NBG vertaling gebruikt. Wie dat éénmaal zo geleerd heeft voelt er ook niets voor om er over na te denken of dit wel klopt. Want dan kom je in conflict met je familie, je partner of de kerk en je manier van eten wat je gewend bent. Maar dan overtreedt je wel Gods gebod!

Wat de NBG vertaalde staat niet zo in de originele Griekse taal. Het gesprek in dit hoofdstuk gaat ook niet over rein en onrein voedsel. In Israël werd totaal geen onrein voedsel op de markt gebracht. Het ging over het rituele handen wassen voor het eten. De farizeeën hadden commentaar op de discipelen die niet eerst hun handen gingen wassen voordat ze gingen eten.

De woorden “en Hij verklaarde” komen niet eens voor in de Griekse grondtekst. Die hebben de vertalers onterecht zelf toegevoegd. Feitelijk staat er in het Grieks: “Want het gaat niet binnen in zijn hart, maar in de buik en het gaat naar buiten in het toilet, dat alle spijzen reinigt.” Yeshua bedoelt dat je organen je voedsel zuiveren en wat het niet kan gebruiken afvoert wat weer in het toilet terechtkomt. Er is niets aan de hand met het voedsel.

Yeshua maakt zich boos over die farizeeën. Niet omdat ze Gods geboden houden, maar omdat ze eigen wetten en regels toevoegen. Ze hebben speciale kannen waarmee ze de handen moeten afspoelen. Die zie je heden ten dage nog in Israël. Bij de Klaagmuur liggen ze ook. Kannen met twee oren/handvaten, de éne kant voor de ongewassen hand en aan de andere kant voor de gewassen hand. Yeshua noemt de farizeeën “geveinsden”, oftewel “huichelaars”.

Die zelfgemaakte regels maken Gods Woord krachteloos. Yeshua citeert Jesaja 29:13 “dit volk nadert tot Mij met zijn mond en zij eren Mij met hun lippen, maar zij houden hun hart ver van Mij, en hun vrees voor Mij is slechts een aangeleerd gebod van mensen.”

De geldzuchtige farizeeën hadden regels opgesteld om geld te incasseren voor de eredienst, maar ook voor hun eigen portemonnee. De financiële druk werd zo hoog dat volwassen kinderen hun bejaarde ouders niet meer konden onderhouden. En dan moesten die kinderen maar tegen hun ouders zeggen dat het geld als “korban” (offers voor God) moest worden betaald. Wat een vroom klinkende manipulatie! En dit was nog maar een voorbeeld. Yeshua voegt eraan toe “veel van dergelijke dingen doet u”.

Dit was een vervolg op het zelfgemaakte gebod van het handen wassen. Dat handen wassen zou het voedsel (wat in Israël altijd kosher was) reinigen. Yeshua had gezegd dat dit voedsel NIET IN HET HART komt, maar in de ingewanden. Maar dan voegt Yeshua daar tenslotte aan toe dat wat UIT HET HART van de mens naar buiten komt: overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid.

Nog even ter bevestiging: als Petrus (Handelingen 10) het laken ziet met die verschillende dieren erin, zegt hij tegen God: "Beslist niet Heere, want ik heb nooit iets gegeten dat onheilig of onrein is." Als Yeshua alle voedsel toen rein verklaard had, had hij hiertegen geen bezwaar gemaakt. Zie ook deze pagina.