Numeri 27:12-23 Mozes draagt leiding over aan Jozua

Afscheid van Mozes

In deze verzen lezen we over de overdracht van het leiderschap van Mozes naar Jozua. Geen menselijke overdracht van taken. De regie hiervan ligt bij Jahweh, die Zelf Mozes had geroepen bij de brandende struik in Midian en zijn bevoegdheid krachtig bevestigde toen dat in twijfel werd getrokken eerst bij Mirjam en Aäron en later bij Korach, Dathan en Abiram.

Nu was de tijd gekomen dat Mozes “het stokje moest overdragen”. Wat een zwaar, maar ook vruchtbaar leiderschap had hij doorstaan. Hij was een beeld van de Middelaar Yeshua die zijn eigen leven wilde geven voor het volk, ondanks de vele zonden en de voortdurende protesten.  Mozes schreef de door God gedicteerde Tora, waarmee wij zelfs in onze tijd mee onderwezen worden. Bovendien zien we in die Torah profetieën over de eindtijd. 

Jozua is de nieuwe man die de leiding moest overnemen. Ook hij werd letterlijk door Jahweh aangewezen.  We hebben over hem gelezen als een man die voortdurend bij de ontmoetingstent was.  Hij was vaak te vinden in gezelschap van Mozes. Dat  begon al op de berg Sinaï. Toen Amalek een aanval deed op het trekkende volk Israël, voerde Jozua de strijd terwijl Mozes, Aäron en Hur op de top van een heuvel de geestelijke strijd voerde met de staf van God. Jozua was samen met Kaleb en anderen naar het land Kanaän gegaan. Zij wilden het volk aanmoedigen om in vertrouwen op God het land Kanaän binnen te gaan.  Jozua was een strijder en het volk zou strijd moeten leveren bij het innemen van Kanaän.  In hem was de Geest van Jahweh.

Het moest voor iedereen duidelijk zijn dat Jozua de nieuwe leider was, door God aangesteld.

Daarom staat er in Numeri 27:19 Plaats hem voor de priester Eleazar en VOOR HEEL DE GEMEENSCHAP, en draag VOOR HUN OGEN het bevel aan hem over. Dat was nodig, omdat zo de Israëlieten ook wisten dat ze hem moesten gehoorzamen. 
Om de wil van God te zoeken had de hogepriester Eleazar de Urim en de Tummim in zijn borsttas. In de chiastische structuur is de verwijzing daarnaar de centrale as. Er is weinig bekend over de Urim en de Tummim en men weet ook niet hoe die er uit zagen. Maar het was wel uiterst belangrijk om God te kunnen raadplegen in moeilijke omstandigheden. Van Mozes is bekend dat Jahweh met hem sprak van aangezicht tot aangezicht. (Exodus 33:11) Maar dat is niet ieder gegeven.

Jozua moest samenwerken met priester Eleazar om beslissingen voor het aangezicht van Jahweh te kunnen nemen. We zien dat steeds in Gods Woord. Koning of leider moet samenwerken met de priester die toegang heeft tot het Heilige en het Heilige der Heiligen. In Zacharia 6 is sprake van een andere Jozua. Oók een voorafschaduwing van Yeshua! De namen van beide Jozua's worden op dezelfde manier in het Hebreeuws geschreven als de naam van Yeshua of Yehoshua, hetgeen betekent "God redt", maar ook "Verlosser". De  Jozua door Zacharia beschreven wordt vergeleken met een stuk hout dat uit het vuur is gerukt. Vuur is in de Schrift vaak een beeld van Gods oordeel.  Maar hij wordt verlost uit het oordeel en gekroond en dan komt die mooie Messiaanse profetie:

                                                             Zacharia 6:12 Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT –

zal uit Zijn plaats opkomen, en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen.

13 Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen, Híj zal met majesteit bekleed zijn,

Hij zal zitten en heersen op Zijn troon. Hij zal Priester zijn op Zijn troon;

                                                         TUSSEN DIE BEIDEN ZAL HEILZAAM OVERLEG PLAATSVINDEN.

Eénmaal had Mozes over een opvolger gesproken:
Deut.  18:15 Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren.
Deze profetie heeft betrekking op Yeshua. 

Yeshua zei eens in een gesprek met de Farizeeën: Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven. Maar als u zijn Schriften niet gelooft, hoe zult u Mijn woorden geloven? (Johannes 5:46,47)

 

Zouden degenen onder ons die de Tora verouderd vinden en niet meer toe te passen op onze generatie, hier niet door geraakt moeten worden? Als we de Tora verwaarlozen ontstaat er een verkeerd beeld van Yeshua. Mozes heeft niet alleen voor zijn generatie geschreven, maar ook voor onze generatie! Misschien wel juist voor onze generatie.

 

Paulus schrijft aan de gemeente in Korinthe:

1 Korinthe 10:9 En laten wij Christus niet verzoeken, zoals ook sommigen van hen Hem verzocht hebben en door de slangen omgekomen zijn.

10 En mor niet, zoals ook sommigen van hen gemord hebben en omgekomen zijn door de verderver.

11 Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons, en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons,  OVER WIE HET EINDE VAN DE EEUWEN GEKOMEN IS.

12 Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.

Zoals gezegd betekent de naam Jozua: "verlosser".  Deze  Jozua als opvolger verwijst naar Yeshua de Verlosser die Zijn volk naar het Beloofde Land zal brengen.  Jozua bracht het volk inderdaad naar het Beloofde Land, maar bracht niet de verlossing . De wet die Mozes had doorgegeven was ook tijdens het leiderschap van Jozua nog niet in het hart van het volk.

Richteren 2: 8 Maar toen Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEERE, gestorven was, honderdtien jaar oud,…….. 10 en ook heel die generatie met zijn vaderen verenigd was, STOND ER NA HEN EEN ANDERE GENERATIE OP, DIE JAHWEH NIET KENDE, en evenmin de daden die Hij voor Israël verricht had.


Mozes is gestorven, zonder Kanaän binnen te gaan.  Dit was om zijn zonde bij Massa en Meriba. Hij was nog niet de volmaakte middelaar.  En toch bevat die zonde van Mozes een geweldige les voor ons!! Dat is me nog maar pas duidelijk geworden.  In het eerder genoemde hoofdstuk Korinthe 10 staan de volgende verzen, die ook echt voor onze generatie gelden:

1 En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan,

2 en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee,

3 en allen hetzelfde geestelijke voedsel gegeten hebben,

4 en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. ZIJ DRONKEN NAMELIJK UIT EEN GEESTELIJKE ROTS, DIE HEN VOLGDE; EN DIE ROTS WAS CHRISTUS.

5 Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad, want zij zijn neergeveld in de woestijn.

6 En deze dingen zijn gebeurd als voorbeelden voor ons, opdat wij niet zouden verlangen naar kwade dingen, zoals ook zij verlangd hebben.

Ik haal hier even bij wat er volgens Paulus in Massa en Meriba gebeurde  en houd dan voor ogen dat het voor ons is beschreven!  De Israëlieten hadden dorst. Ze moesten leren op God te vertrouwen, maar dat lukte nog niet, want ze begonnen meteen weer te mopperen.  En geloof maar niet dat wij anders zouden hebben gereageerd.
Exodus 17: 6 Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij de Horeb staan. Dan moet u op de rots slaan, en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. En Mozes deed dit voor de ogen van de oudsten van Israël.

Zie je wat er staat? IK, CHRISTUS, ZAL DAAR VÓÓR U OP DE ROTS STAAN!  Zie je het met geestelijke ogen voor je? Mozes sloeg, zoals God geboden had, één maal op de Rots/Christus. Wat had dat te betekenen? Dat konden die Israëlieten niet weten, maar wij wel. Het beeldde het lijden van Christus uit, waardoor er LEVEND WATER beschikbaar kwam.  En die massieve sterke ROTS die spleet en gaf  LEVEND WATER aan een zondige mensheid. Maar deze generatie Israëlieten was nog niet klaar om het Beloofde Land binnen te gaan en moest 40 jaar in de woestijn blijven om daar te sterven.

 

Een volgende generatie, 40 jaar later, kwam in dezelfde situatie van gebrek aan drinkwater en ook weer in dezelfde woestijn Sin. Hun geloof werd eveneens beproefd. Er werd weer gemopperd. Nu was het volk aan het eind van zijn tocht door de woestijn, klaar om binnenkort het Beloofde Land in te gaan. De Rots Christus, had al geleden in het begin van de woestijntocht,  nu hoefde Hij niet opnieuw geslagen te worden. Maar Mozes, geïrriteerd door het gemopper sloeg twee maal en hij sprak niet tot de ROTS zoals God geboden had, maar tot het volk.

Het opnieuw slaan van de rots is te vergelijken met "het voor de tweede maal kruisigen van Yeshua", wat in de Hebreeënbrief ter sprake komt in verband met afval van het geloof. Ook die afval is geprofeteerd.

 

Hebreeën 6:4-6 Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest, en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld,  en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.


Dat Mozes het Beloofde Land niet in mocht, was een straf, maar hield een boodschap voor ons in. Als wij vlak voor het Vrederijk staan en onze geestelijke dorst willen lessen bij de antichristelijke machten, zullen we dat Vrederijk niet in kunnen gaan.  Ook hierin zijn beproevingen voor ons.

Mozes was iemand die vertrouwd was in heel Gods huis en zeer zachtmoedig genoemd werd, meer dan alle mensen die op de aardbodem waren. Numeri 12:3.

Het wachten is op de komst van de volmaakte Yehoshua, door Mozes aangekondigd om samen met Hem en Zijn volk Israël, het hemels Koninkrijk op aarde binnen te gaan. Ons Beloofde Land.