English: click here!

Psalm 109 - Liefde met haat beantwoord

In Psalm 109 begint David met een lofzang voor YHWH zijn God. Hij is gewend om God te loven, met zijn harp en met zijn stem, maar bovenal met zijn hart. Hij noemt in het eerste vers God dan ook “de God van mijn lofzang”. Maar daar achteraan roept hij tot God: “Zwijg niet!” en dat duidt dan weer op grote moeite waarin hij verkeert. Hij noemt als oorzaak “de goddeloze”, het bedrog, de valse tong en de hatelijke woorden die naar hem zijn geuit. 

En dat terwijl men daar geen reden toe had. Die klacht hoorden we vaker van David, bijvoorbeeld in Psalm 17:3-5,en  Psalm 69:5. Dat was in het bijzonder de aanklacht van Yeshua, die het een vervulling noemde van wat David schreef in deze psalm en in de psalmen 35:19 en 69:5. (Zie je trouwens dat Yeshua de psalmen onder de wet rangschikt?)

Johannes 15:25 Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder reden gehaat.

Zijn liefde werd beantwoord met haat, kwaad was het antwoord op goed. We kunnen ervan uitgaan dat de haat die David ervaart, in wezen haat tegen God is. Hij vereenzelvigde de haat tegen hemzelf met die tot God.

Psalm 139:21,22 Zou ik niet haten, HEERE, wie U haten, walgen van wie tegen U opstaan? Ik haat hen met een volkomen haat, mijn eigen vijanden zijn het.

Dat verklaart ook waarom hij in de verzen 6 tot en met 15 om niet mis te verstane vloeken voor "de goddeloze" bidt. We kunnen er ook van uit gaan dat God allen die zich tegen Hem verzetten, zal straffen. Dat lezen we al in Deuteronomium 28. Daar staat de zogenaamde verbondszegen, maar ook de verbondsvloek vermeld. De verbondszegen en vloek zijn een onderdeel van het verbond van Mozes, dat nooit is teniet gedaan. Al wordt dat in veel geloofsgemeenschappen wel ten onrechte verkondigd. Als God straks komt om te oordelen, zal Hij recht doen aan allen aan wie onrecht is gedaan. Zijn oordelen zijn niet mals. Het lijkt wel of God alles zijn gang laat gaan, maar laten we ons niet vergissen.

Mattheüs 5:17-18 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.

Natuurlijk is er Gods genade! Onze God is liefdevol en barmhartig. Wie zijn zonde belijdt, omdat hij er oprecht spijt van heeft, krijgt vergeving door het bloed van Yeshua. Onze God is een barmhartig God. Maar voor wie volhardt in zijn zonde en niet ingaat op het aanbod van de genade, ziet het er niet goed uit. Voor wie zich bewust met zijn wil verzet tegen God en Zijn Woord is er geen genade.

Wat David uitroept over zijn vijanden is profetisch het oordeel over Judas en de antichrist. Wat Judas deed is iets waarvoor hij met zijn wil bewust gekozen heeft. Hij toonde verzet tegen God in het vlees verschenen en tegen Gods Woord. De vloek die over hem wordt afgeroepen, is ten volle door hem verdiend. Het gaat hier niet om wraak voor geleden onrecht, maar oordeel over het grootste onrecht dat ooit is gedaan.  Het is duidelijk dat deze klacht profetisch geprojecteerd wordt op Judas. David bidt God om een goddeloze over hem (Judas) aan te stellen.

Die goddeloze is satan himself.  Hij vraagt of satan aan zijn rechterhand mag staan. (vers 6) Dit beeld wordt in de Bijbel zelf bevestigd. Satan staat bij het aanklagen aan de rechterhand van zijn slachtoffer. (Zacharia 3:1Openbaring 12:10) Satan beloont zijn gehoorzame slachtoffers niet, als hij ze niet meer nodig heeft drijft hij ze de dood in. Hij is niet voor niets een mensenmoordenaar vanaf het begin en de vader van de leugen…. Johannes 8:44.

Dat Judas profetisch wordt aangewezen in deze psalm bewijst ook vers 8 “laat een ander zijn ambt nemen”. In Handelingen 1 komt Petrus op deze psalm terug als Matthias in plaats van Judas gekozen wordt:

Handelingen 1:20 Want er staat geschreven in het boek van de Psalmen: Laat zijn woonplaats woest worden en laat er niemand zijn die daarin woont. En: Laat een ander zijn ambt als opziener nemen.

In vers 16 noemt Petrus David bij naam en zegt dat het woord van David vervuld moest worden:

Handelingen 1:16 Mannenbroeders, dit Schriftwoord moest vervuld worden dat de Heilige Geest bij monde van David van tevoren gesproken heeft over Judas, die gids geweest is voor hen die Jezus gevangennamen;

Door zijn zelfmoord werden Judas kinderen wezen en zijn vrouw weduwe. Ook dat is vervulling van de profetie.

Judas is een beeld van de antichrist, de “zoon van het verderf”, de titel die Yeshua gaf aan Judas de verrader (Johannes 17:12). Dezelfde titel die Paulus gaf aan de antichrist in 2 Thessalonicenzen 2:3. Paulus noemt hem ook “de wetteloze”. (2 Thess. 2:8)

Yeshua gaf ook nog een andere naam aan Judas:

Johannes 6:70-71 Jezus antwoordde hun: Heb Ik u, de twaalf, niet uitgekozen? En een van u is een duivel. En Hij doelde op Judas Iskariot, de zoon van Simon, want die zou Hem verraden, een van de twaalf.

 

Als in vers 14 staat “laat de zonde van zijn moeder niet worden uitgedelgd” en zoiets staat er ook van de vaderen, dan betekent het dat het geslacht waaruit Judas/de antichrist werd geboren, een onrechtvaardig rebels geslacht was. Judas kreeg zijn kwade imborst blijkbaar met de paplepel ingegoten en had zich daarvan niet berouwvol afgekeerd, zoals indertijd de zonen van Korach. Niettemin zie je dat zo iemand zich onopvallend tussen anderen kan bewegen, zonder dat gelovigen dat in de gaten hebben. Zo kunnen ze op het juiste moment toeslaan. Dat is het verradelijke van de geest van de antichrist.

 

Wat werd ons met de paplepel ingegoten? Was dat altijd in overeenstemming met Gods Woord? Of was het zelfbedachte wijsheid en wijsheid van school en kerk? Waren het de psychologische en humanistische wetenswaardigheden die het pure Woord van God verdrongen? Laten we door Gods Geest onze gedachten toetsen aan Gods Woord en breken met wat uit ons eigen hart en uit het hart van de zondige mens voortkomt en ons gelovig en met een oprecht hart buigen voor Gods onderwijzing. Onze eerste moeder, de moeder van alle levenden, ging al de fout in. En daarna zoveel moeders en vaders. Wij zijn van nature een zondig geslacht, bedrogen door satan. Maar het bloed van Yeshua reinigt ons van alle zonden. Die genade was er voor de zondige David, die genade is er voor jou en mij.  Maar die genade is er niet voor wie in de voetsporen van Judas zijn weg gaat. Dat zal duidelijk worden in het oordeel dat steeds dichter bij komt in deze wereld van de Nieuwe Wereldorde, die de wereldorde van satan is.

In deze psalm zien we de tegenstelling tussen David, die de voorvader, maar ook het beeld van Yeshua is. Zijn getuigenis is het getuigenis van Yeshua tegenover de satanische aanvallen:

Psalm 109:4-5 Voor mijn liefde klagen zij mij aan, maar ik was steeds in gebed. Zij hebben kwaad over mij gebracht in plaats van goed, en haat in plaats van mijn liefde.

Voor hen die Yeshua volgen zal die tegenstelling ook in hun leven merkbaar zijn. Er gaat een scheiding door de wereld, die steeds duidelijker wordt naarmate Gods oordeel nadert.

Openbaring 22:11 Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie rechtvaardig is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden.

En Gods oordeel is uiterst rechtvaardig, daarvan mogen we uitgaan. Zijn genade is overvloedig voor wie schuilen in het bloed van Yeshua.

God blijft niet zwijgen ook al denken de mensen dat. David bidt in vers 1 van deze psalm al “zwijg niet!”. We zien in deze psalm nog geen reactie van God. Maar als we even verder lezen en naar de volgende psalm van David gaan dan zien we wel degelijk dat God niet zwijgt!