To translate this page into different languages, click here!

Exodus 24 - de Verbondssluiting

In Exodus 24: 5-8 lezen we over jongeren die brandoffers en dankoffers brengen. Dat deden ze door het offeren van jonge stieren. Er wordt ervan uitgegaan dat de jongeren de eerstgeboren zonen waren die waren afgezonderd voor een taak in de offerdienst. In die periode waren de Levieten nog niet daarvoor aangesteld. De brandoffers waren stieren die in zijn geheel verbrand moesten worden, het zogenaamde  עוֺלָה “olah” offer. Met dit offer toonde de offeraar aan dat hij zichzelf helemaal aan God offerde. Dat was de bedoeling bij het offer van Izak, waarmee werd geprofeteerd over Yeshua en in het Nieuwe Testament. Wie een slaaf is van satan, de leugenaar en mensenmoorder van de beginne, wacht uiteindelijk de eeuwige dood. Wie zich aan God ter beschikking stelt, vindt gerechtigheid en eeuwig LEVEN, zelfs door de dood heen.

Rom. 6:16 Weet u niet dat aan wie u uzelf als slaaf ter beschikking stelt tot gehoorzaamheid, u slaaf bent van wie u gehoorzaamt: óf van de zonde, tot de dood, óf van de gehoorzaamheid, tot gerechtigheid?

Galaten 2:20 Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.

Wie dat vanuit zijn hart kan belijden is opnieuw geboren!

De jongeren in Exodus 24 handelden namens heel het volk, waarmee het volk beleed, zoals een vers eerder geciteerd: “Alles wat YHWH gesproken heeft, zullen wij doen en Hem gehoorzamen.” Dit ging gepaard met de voorlezing van de wet en besprenkeling met het bloed van de geofferde stier op het volk, waarbij Mozes uitsprak “Zie, dit is het bloed van het verbond dat YHWH met u gesloten heeft op grond van al die woorden”.  Dit is het eigenlijke moment van de verbondssluiting. Een dergelijke handeling zien we op geen andere plaats in het eerste testament. We zien dat bevestigd in Hebreeën 9:19:

Hebreeën 9: 19,20 Want nadat elk gebod overeenkomstig de wet aan heel het volk door Mozes meegedeeld was, nam hij het bloed van de kalveren en van de bokken met water en scharlakenrode wol en hysop, en besprenkelde het boek zelf en heel het volk, terwijl hij zei: Dit is het bloed van het verbond dat God u bevolen heeft te houden.

Al deze offers waren profetische voorafschaduwingen van het offer van Yeshua, waarvan Psalm 40 profeteert:

Psalm 40: 7,8 U hebt geen vreugde gevonden in slachtoffer en graanoffer, U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt U niet geëist. Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven. 9 Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.

Het doorboren van de oren was een teken van zelf gewilde trouw van een slaaf aan zijn meester, zoals we eerder in Exodus 24 gelezen  hebben. Zo beeldde David profetisch het beeld van Yeshua ten opzichte van Zijn Vader uit.

Dat Yeshua zichzelf helemaal wegschonk in het offer om ons te redden blijkt uit:

Filippenzen 2: 5 Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, 6 Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft DOOR DE GESTALTE VAN EEN SLAAF aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. 8 En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij ZICHZELF VERNEDERD EN IS GEHOORZAAM GEWORDEN, TOT DE DOOD, JA, TOT DE KRUISDOOD.

Dit heeft ook ons wat te zeggen als wij navolgers willen zijn van Yeshua. Paulus drukt dat heel duidelijk uit in de Romeinenbrief:

Romeinen 12:1 Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.
2. En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.

We hebben het al even over het Olah-offer van Izak gehad. In de studie van Ardelle over de parasha Misjpatim las ik iets over een opmerkelijke overeenkomst tussen het offer van Izak en wat hier op en bij de Sinaï gebeurde. Ik heb dat in onderstaand schema geplaatst.

Vergelijking met het offer van Izak door Abraham

 

EXODUS 24

GENESIS 22

vers 14 En hij zei tot de oudsten: “Blijf hier op ons wachten, totdat wij bij u terugkomen.…”

Vers 5 En Abraham zeiden tegen zijn knechten: “Als wij ons neergebogen hebben, zullen wij bij jullie terugkeren..”

 

Vers 1 en buigt u van verre neder.. (Hebreeuws: ragoq רָחוֹק

Vers 4 en hij zag die plaats in de verte... (Hebreeuws: ragoq רָחוֹק )

Vers 4 Hij stond 's morgens vroeg op en bouwde onder aan de berg een altaar en richtte twaalf gedenkstenen op voor de twaalf stammen van Israël.

Vers 3 Toen stond Abraham 's morgens vroeg op, zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten met zich mee, en Izak, zijn zoon.

Vers 4 Hij stond 's morgens vroeg op en bouwde onder aan de berg een altaar en richtte twaalf gedenkstenen op voor de twaalf stammen van Israël.

Vers 9 Abraham bouwde daar het altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Izak en legde hem op het altaar,  boven op het hout.

Vers 17. De aanblik van de heerlijkheid van de HEERE op de top van de berg was in de ogen van de Israëlieten als een verterend (Hebreeuws אָכַל akal) vuur.

Vers 6. Daarop nam Abraham het hout voor het brandoffer en legde dat op zijn zoon Izak. Hijzelf nam het vuur en het mes (Hebreeuws מַאֲכֶלֶת makalet) in zijn hand. Zo gingen zij beiden samen. (Het woord “mes” heeft als wortel “verterend” akal)

Vers 11 Hij strekte Zijn hand niet uit לֹא שָׁלַח יָדוֹ naar de aanzienlijken van de Israëlieten.*

Vers 12 Steek uw hand niet uit לֹא שָׁלַח יָדוֹ  naar de jongen en doe hem niets

  Lo sh’lag jaddega לֹא שָׁלַח יָדוֹ = hand niet uitstrekken/steken – in het Hebreeuws dezelfde uitdrukking

Het is duidelijk dat de Torah een vergelijking maakt tussen deze twee gebeurtenissen. De Torah wil ons aan het offer van Izak herinneren wanneer we lezen over de verbondssluiting met het volk. Wij kunnen ook zeggen:….de Torah wil ons aan het offer van Yeshua herinneren. Want het is de Tora die van Hem getuigt. (Johannes 5:39)

* met de aanzienlijken werden Aäron, Nadab en Abihu, Hur en de zeventig oudsten van Israël bedoeld.


Zoals je in bovenstaand schema ziet is er is nog een bijzondere afbeelding in deze gebeurtenis. Wat op de berg Sinaï gebeurt heeft overeenkomsten met de tabernakel.

Het naderen tot YHWH door Mozes op de Sinaï kent dezelfde voorwaarden als het naderen tot YHWH in de Tabernakel:

De Voorhof:

Het volk dat zich onderaan de berg bevond kun je vergelijken met de voorhof van de tabernakel. De jongemannen (eerstgeborenen) zijn te vergelijken met de Levieten, die later ook de plaats moesten innemen van de eerstgeborenen. Zij brachten de Olah offers.

Het Heilige:

De priesters die in het “Heilige” van de tabernakel mochten komen waren, behalve Mozes en zijn dienaar en opvolger Jozua op de Sinaï: Hur, Aäron en zijn zonen Nadab en Abihu met zeventig van de oudsten van Israël. Zij mochten als priesters tot een bepaalde hoogte komen.

Het Heilige der Heiligen:

De plaats waar God met de mens samenkomt was de top van de Sinaï, waar Mozes en Jozua mochten komen. In het Heilige der Heiligen was er de wolk van het reukwerk boven de ark van het verbond, zodat de hogepriester niet zou sterven in Gods nabijheid. (Leviticus 16:13) Uiteindelijk ging alleen Mozes, als hogepriester, de donkere wolk binnen op de Sinaï. Volgens vers 2 mocht ook alleen Mozes YHWH naderen. We zien  later in Exodus 33:11 dat Jozua steeds in de buurt bleef als Mozes met God sprak.

(de Ark met daarin de Torah werd omringd door de rook van het reukofferaltaar, zoals de Sinaï in rook was gehuld. De ark was achter een gordijn in duisternis, op dezelfde manier als de Sinaï in duisternis en wolken was gehuld.)

Exodus 24:10 ..... en zij zagen de God van Israël......

Nu willen we graag weten wat er van God zichtbaar en hoe Hij er uit zag. Maar we moeten ons beperken tot wat Gods Woord daarover zegt.

Deuteronomium 4:15 U moet, omwille van uw leven, zeer op uw hoede zijn – u hebt immers geen enkele gestalte gezien op de dag dat de HEERE bij de Horeb tot u sprak vanuit het midden van het vuur –

In deze tekst staat dat er geen enkele gestalte gezien is, maar dat kan van toepassing zijn op het volk dat onder aan de berg stond. De "aanzienlijken", n.l. Jozua, Aäron, Nadab en Abihu, Hur en de zeventig oudsten van Israël hebben Hem wel degelijk gezien. En God had Zijn hand niet naar hen uitgestrekt. Deze uitdrukking wil zeggen dat God hen niet wilde doden omdat ze Hem zagen. Mogelijk was dit God als de Engel des Heren, dus Yeshua in Zijn heerlijkheid toen Hij nog bij de Vader was. 

Ezechiël 1:26 Boven het uitspansel boven hun hoofden was wat er uitzag als lazuursteen, dat de vorm had van een troon; en daarboven, op hetgeen een troon geleek, een gedaante, die er uitzag als (het uiterlijk van) een mens.

Exodus 24:10 … en het was alsof onder zijn voeten een plaveisel lag van lazuur, als de hemel zelf in klaarheid.

Saffier of lazuur - één van de meest waardevolle en glanzende soort van de kostbare edelstenen - van een hemelsblauwe of lichte azuurblauwe kleur. Deze kleur wordt vaak gekozen om de troon van God te beschrijven (zie Ezechiël 1:26, 10: 1)

Ezechiël 10:1 En ik zag en zie, op het uitspansel boven het hoofd der cherubs was iets als lazuursteen, gelijkend op de vorm van een troon, die zich daarboven vertoonde.

In Mattheüs 17 zien we Yeshua op de berg. Men neemt aan dat het de berg Tabor was, maar dat staat niet beschreven. Deze gebeurtenis heeft thematische connecties met de openbaring van God op de Sinaï. Het gebeurde allebei op een berg, er verscheen in beide gevallen een wolk en het was na zes dagen en ook bij Mozes op de zevende dag: de sabbat. Op de Sinaï werd God gezien in al Zijn glorie en heerlijkheid en in Mattheüs zien we Yeshua in Zijn verheerlijkte positie.

Op de berg Sinaï is, volgens het verslag in het boek Exodus, sprake van een stem uit de hemel. 

In het verslag van Mattheüs werd Gods stem eveneens op de berg gehoord. Op deze manier konden degenen die daarvan getuige waren de ernst van Gods woorden horen. Wat een krachtig getuigenis kwam er uit de hemel:

“DIT IS MIJN GELIEFDE ZOON, IN WIE IK MIJN WELBEHAGEN HEB; LUISTER NAAR HEM!”

Mattheüs 17: 5.

Zo’n 14 eeuwen tevoren had Mozes geprofeteerd:

Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal YHWH, uw God, u verwekken; NAAR HEM ZULT GIJ LUISTEREN.

Nu stond Mozes op de berg, samen met Elia, bij die Profeet, die Middelaar, waarvan God zei: ”In Hem heb ik behagen”.  God verklaarde Hem als DE ZOON! Degene naar wie we moeten luisteren!

Mozes vertegenwoordigde de Tora: de wet en Elia vertegenwoordigde de profeten. Samen waren zij daar om Yeshua te bemoedigen in verband met het lijden dat Hij zou moeten doorstaan.

In Mattheüs 16 maakt Yeshua zijn discipelen duidelijk hoe het is om een עוֺלָה “olah” offer te zijn:

24-26 Toen zei Jezus tegen Zijn discipelen: Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen om Mij, die zal het vinden. Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt? Of wat zal een mens geven als losprijs voor zijn ziel?

 

En dat is ook een oproep aan ons, die Hem willen volgen. Zo kon Abraham zijn zoon Izaäk offeren, die gezien zijn leeftijd daar ook helemaal in mee wilde gaan. Wat een gelijkenis met God de Vader en Zijn Zoon! Dat is wat anders dan het goedkope evangelie dat je in dit bestaan een goed leven zult krijgen als je gelooft. Dat je geen last krijgt van de grote verdrukking, omdat je vóór die tijd wordt opgenomen. Nee, het olah offer uit het Oude Testament heeft betekenis voor ons die Yeshua volgen. Dat Olah offer heeft alles te maken met de verdrukking die een gelovige ervaart.  Het betekent de geestelijke dood van ons oude ik,  en het betekent ook de bereidheid ons lichaam als offer te geven. Die bereidheid zagen we in het offer dat Abraham en Izak brachten. 

Het vernieuwde verbond werd ingewijd met het zuivere bloed van God die mens werd om ons te redden en ons deelgenoot te maken in Zijn strijd:
1 Kor. 11:25 Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis. 26 Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, (het olah offer) totdat Hij komt.

De God nu des vredes ZAL WELDRA DE SATAN ONDER UW VOETEN VERTREDEN. De genade van onze Messias Yeshua zij met u! Romeinen 16: 20

In dit hoofdstuk staat een korte mededeling, die van belang is tegen de dwaalleer dat er ook mondelinge onderwijzing is van Mozes, die dezelfde, vaak zelfs grotere autoriteit heeft dan het geschreven Woord.

Exodus 24:4 Vervolgens schreef Mozes al de woorden van de HEERE op. 

We vinden hiervan een bevestiging in 

Numeri 33: 2 Mozes schreef hun vertrekpunten op, van rustplaats tot rustplaats, op bevel van de HEERE. Dit nu zijn hun rustplaatsen, ingedeeld naar hun vertrekpunten.

Yeshua had het altijd over wat Mozes en de profeten hebben geschreven. En satan weerstond Hij met de uitspraak "er staat geschreven..."

Ida