To translate this page into different languages, click here!

Exodus 3 en 4 de Naam van God

De naam van de parasha is "shemot", dat betekent "Namen".

Het Bijbelgedeelte begint met "Dit zijn de namen..." "W'èleh shemot" in het Hebreeuws. In dit gedeelte gaat het ook over de Naam boven alle Naam:  YAHWEH 

יְהוָה


Mozes groeide op aan het hof van de Farao. Exodus 2:10 vermeldt dat Mozes de prinses tot zoon werd. Hoewel Mozes door zijn eigen moeder gevoed werd zag hij ook deze prinses als moeder. Zijn opvoeding aan het hof heeft ongetwijfeld bijgedragen om klaargemaakt te worden voor zijn latere roeping als leider van het volk.

Niettemin vergat Mozes zijn afkomst niet. Later weigerde Mozes een zoon van farao’s dochter genoemd te worden (Hebreeën 11:24). Hij bleef zich verbonden voelen met zijn volk dat hij zag lijden onder de slechte behandeling.

In het vervolg van Hebreeën 11 lezen we verder hoe Mozes zijn afkomst van Gods volk in geloof heeft vastgehouden en zijn roeping om Gods volk te verlossen.

Mozes moet vluchten  vindt onderdak in Midian.


Mozes hoedde het kleinvee van zijn schoonvader Jethro, de priester van Midian en trouwde met zijn dochter Zippora. Het leven van Mozes (120 jaar) valt in drie gelijke delen uiteen: 40 jaar in Egypte; 40 jaar in Midian; 40 jaar Israëls leidsman tijdens de woestijnreis. Deze 40 jaar tussen het kleinvee was nodig om Mozes te vormen als leider voor een immens grote taak. Het was de tijd dat hij dicht bij God leefde, zonder de invloed van de wereld. Zoals David ook werd voorbereid op een grote taak en in de woestijn met wilde dieren zulke prachtige profetische psalmen componeerde, waarmee het geloof tot in onze tijd gevoed en bemoedigd wordt, waarmee we God vanuit ons hart kunnen prijzen. Mozes schreef psalm 90.  De dichter van Psalm 91 blijft ons onbekend. Sommigen hebben gedacht aan Mozes. Dan zou die Psalm zoiets als een vervolg zijn op Psalm 90. Beide psalmen kunnen ons juist in onze tijd zo bemoedigen. Mozes en David waren herders die herders van Gods volk werden. Geen theologisch opleidingsinstituut, maar een woestijn met slangen, wilde dieren, kuilen en rotsen en altijd op zoek naar voedsel voor het vee. 

Intussen was de nood van zijn volksgenoten in Egypte tot grote hoogte gestegen. De Bijbel omschrijft het zo:
Exodus 2:23 Het gebeurde vele dagen daarna, toen de koning van Egypte gestorven was, dat de Israëlieten zuchtten en het uitschreeuwden vanwege de slavenarbeid. En hun hulpgeroep vanwege de slavenarbeid steeg omhoog tot God.
24. Toen hoorde God hun gekerm, en God dacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak en met Jakob.
25. En God zag naar de Israëlieten om en ontfermde Zich over hen.

Toen riep God Mozes vanuit een vuurvlam in een doornstruik.

Tot tweemaal toe hoorde Mozes de stem van God zijn naam roepen en Mozes antwoordde: Hineini! הִנֵּנִי Wat wil zeggen "hier ben ik". Deze uitdrukking houdt iets in van "overgave", bereidheid om Gods wil te doen. Wie alleen de locatie wil aangeven waar hij is zegt: ani poh! אני פֹּה Ik ben hier! De bereidheid om Gods wil te doen werd ook door Abraham uitgesproken toen God hem vroeg om zijn zoon te offeren. Mozes kent God, hij heeft Hem van harte lief en daarom zegt hij: Hineini, hier ben ik om uw wil te doen.  In Psalm 40:8 gebruikt David ook dit woord als hij over Yeshua profeteert: "Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven." 

Mozes mocht niet te dichtbij komen en moest zijn schoenen uittrekken, want hij stond op heilige grond. Er wordt in vers 2 geschreven dat het de Engel des Heren is, die in de vuurvlam is. We weten dat hiermee altijd Yeshua voor Zijn vleeswording wordt bedoeld. Maar verder wordt er over God יְהוָה Yahweh gesproken die het woord doet en hieruit blijkt weer duidelijk dat zij Eén zijn. Yahweh heeft de onderdrukking van Mozes volksgenoten gezien en hun bidden en roepen is tot de hemel doorgedrongen. 

Dan horen we het gesprek tussen Yahweh en Mozes:
Exodus 3:10 Nu dan, ga op weg. Ik zal u naar de farao zenden, en u zult Mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden.
11. Mozes zei echter tegen God: Wie ben ik, dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?
12. En Hij zei: Voorzeker, Ik zal met u zijn, en dit zal voor u het TEKEN zijn dat Ík u gezonden heb: Als u het volk uit Egypte geleid hebt, zult u God dienen op deze berg.

Nee, Mozes zegt niet overmoedig "o, dat doe ik wel even!" Hij beseft zijn eigen menselijke kleinheid tegenover een menselijk gezien onoverwinnelijke tegenstand in Egypte, maar hij erkent ook de grootheid van een almachtige God. Hij mag er dan ook zeker van zijn dat God met hem meegaat. En let dan goed op het TEKEN wat God hier geeft. Als Mozes straks met het volk in de woestijn zal zijn zal Mozes God dienen op deze berg.  

Dat TEKEN is in vervulling gegaan, zo lezen we in het verdere verloop van de geschiedenis. Als het volk uit Egypte is geleid komen ze bij de berg Sinaï waar het verbond werd gesloten. Dat was deze berg waar Mozes bij de doornstruik God ontmoet. Hij zal Hem daar, op die berg, opnieuw ontmoeten.

Uit het verslag in Exodus 3 volgt dat de berg gelokaliseerd moet worden binnen het gebied van de Midianieten. De berg Sinaï ligt niet zoals men voorheen aannam in Egypte –ten zuidwesten van Eilat– maar in het noordwesten van Saudi-Arabië. Men heeft daar in de 6e eeuw na Chr. het St. Catharinaklooster aan de voet van de berg gebouwd. Het is een bedevaartsoord en toeristische trekpleister, je kunt er zelfs de “braamstruik” van Mozes “bewonderen”.

Er is veel leugen en misleiding, vooral als het om Gods Woord gaat. Paulus heeft heel duidelijk in Galaten 4:25 gezegd dat de Sinaï in „Arabië” ligt.

De doorstruik symboliseert het vuur van de beproeving waarin Israël zich bevindt. Maar omdat God in de persoon van de Engel des Heren, d.w.z. Yeshua voor zijn vleeswording, daar aanwezig is, verteert de doornstruik niet. Het vuur moet Israël, maar ook ons en onze werken louteren. 1 Korinthe 3:13-15.

Mozes krijgt dus van God de opdracht om naar Egypte te gaan om Zijn volk te verlossen. Aan die verlossing zou nog heel wat narigheid vooraf gaan en ook dat is weer een beeld wat we kunnen toepassen op de verlossing en bevrijding die Israël en wij als gelovigen kunnen verwachten, voordat wij het Land van melk en honing, het Vrederijk kunnen binnengaan. Dit gaat zeker niet zonder strijd en verdrukking. Maar Yahweh gaat mee!

God maakt bij deze gelegenheid zijn Naam bekend. Deze Naam (Yod-He-wav-He) betekent: “Hij Die er altijd bij is, was en aanwezig zal zijn”. De naam was niet nieuw, want de aartsvaders kenden deze naam al. Maar nu gaat de God van Abraham, Izak en Jakob de God van een volk worden. De verbondsbeloften aan de aartsvaders gedaan, gaan in werking treden.

Dit is de Naam waarmee Mozes God bekend moet maken bij de Israëlieten, een God die de strijd aangaat met de machten van de duisternis die zijn volk willen vernietigen. In Egypte is het meergodendom, daar is de onderdrukker de Farao, die een beeld is van de komende antichrist. Gods plan wordt niet alleen ondanks de Farao tot uitvoering gebracht, maar zal zelfs mèt medewerking van de Farao zijn vervulling vinden, zonder dat de Farao dat wil of dat beseft! En dat geldt ook voor de eindtijd waarin wij leven. Hiermee maakt God de “wijsheid van de wereld” tot dwaasheid, zoals geschreven in 1 Kor. 1:20b. Laten we daarom in alle verdrukking en moeite het oog op Hem gericht houden.

 

Er is kracht in de Naam van Yahweh:

Psalm 118:9

Het is beter tot YAHWEH de toevlucht te nemen dan op edelen te vertrouwen.

Psalm 118:10-12

Alle heidenvolken hadden mij omringd;

                in de Naam van YAHWEH heb ik ze neergehouwen!

Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd;

                in de Naam van de HEERE heb ik ze neergehouwen!

Zij hadden mij omringd als bijen,

                zij zijn uitgedoofd als een doornenvuur;

                               in de Naam van YAHWEH heb ik ze neergehouwen!

Spreuken 18, vers 10

De Naam van YAHWEH is een sterke toren,