To translate this page into different languages, click here!

Exodus 38 - brandofferaltaar - wasvat enz.

Het maken van deze belangrijke voorwerpen hebben we ook al in de studie van Exodus 27  beschreven. Sommige details zijn dan ook daar te lezen. Exodus 38 lijkt een herhaling, maar in de eerdere hoofdstukken ging het over de instructies die God op de Sinaï aan Mozes gaf.  In dit hoofdstuk wordt er begonnen met het maken ervan, nadat allerlei benodigde materialen door het volk waren geschonken als vrijwiliig hefoffer. 

Brandofferaltaar

Voor het brandofferaltaar werd acaciahout gebruikt. Over deze houtsoort staat meer beschreven in de studie over Exodus 37 (het vorige hoofdstuk). Het altaar was 5 el (2,25 m) lang en 5 el breed. Vierkant dus. En het was 3 el (1,35 m) hoog.  Wat me opviel in dit hoofdstuk (38) was dat de ringen voor de draagstokken niet aan het altaar zelf, maar aan het rooster dat er deel van uitmaakt, werden bevestigd.  Het is natuuurlijk bedoeld als een goede draaghoogte. 

Maar het rooster bepaalt ons wel bij het lijden en de dood van Yeshua voor onze zonden. Ik weet niet wat de dragers gedacht hebben. Ik denk nu even aan wat Paulus zei:
Galaten 6:17 .... laat niemand mij lastigvallen, want ik draag de littekens van de Heere Jezus in mijn lichaam.
Wasvat

Het ontwerp ervan werd in Exodus 30:17-21 genoemd. Over het wasvat staat in dit hoofdstuk maar één enkele tekst:

Exodus 38:8 Vervolgens maakte hij het koperen wasvat met het bijbehorende koperen voetstuk uit de spiegels van de dienstdoende vrouwen, die dienstdeden bij de ingang van de tent van ontmoeting.

Maar dit vers heeft wel een bijzonder detail. Voor dat dienst doen van die vrouwen (de Statenvertaling zegt: die te hoop kwamen) gebruikt de Hebreeuwse brontekst het woord tzaba צָבָא dat oorlog voeren of strijden betekent. We herkennen het in het woord "De HEERE Zeba'ot" dat de God der Legermachten betekent. Letterlijk vertaald staat er dus in deze brontekst: : „De vrouwen die de strijd streden.” Het woord „de strijd” vinden we ook in  Numeri 4:3  ieder die tot de dienst (tzaba צָבָא) verplicht is, om het werk in de tent van ontmoeting te verrichten. En in 1 Samuël 2:22 bij dienstdoende vrouwen in de tempel, die zich zondig gedroegen.  Het strijdig dienst doen in de tempel gebeurde door vrouwen die zich in gebed en worsteling toewijdden aan YHWH. Dit zien we bijvoorbeeld bij de profetes Anna: 

Lukas 2:36, 37 Ook Anna was er, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen en had na haar meisjesjaren zeven jaar met haar man geleefd. En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet en met vasten en bidden God nacht en dag diende.

Het wasvat werd gemaakt van de koperen spiegels van vrouwen. Het wasvat stelt het Levende water en het Woord van God voor, beelden die allebei naar Yeshua verwijzen. Het Woord van God wordt in de Bijbel vergeleken met een spiegel:

Spiegel
Jakobus 1:23-24 Als iemand een hoorder van het Woord is en geen dader, lijkt hij op een man die het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt, want hij heeft zichzelf bekeken, is weggegaan en is meteen vergeten hoe hij eruitzag.

Toch denk ik dat menig gelovige in de spiegel van Gods Woord heeft gekeken waardoor hij wist dat Hij Yeshua, het Levende Water nodig had om zijn ongerechtigheid af te leggen. 

Hij zou zijn zonden laten afwassen om zelf vervolgens een bron van levend water te worden. 
Johannes 4:14 maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.

Zo moesten de priesters geheiligd worden om voor Gods aangezicht te staan.

Het Hebreeuwse woord ‘marah’  מַרְאָה , dat enkel in Exodus 38:8 door spiegels vertaald is, komt nog op 10 andere plaatsen in de Bijbel voor, in de betekenis van een openbaring, zoals in:

(Ezechiël vertelt) … toen ik te midden van de ballingen aan de rivier de Kebar was, gebeurde het dat de hemel geopend werd en ik visioenen van God kreeg te zien. (Ezechiël 1:1)

(Na 21 dagen in gebed ziet Daniël de engel Gabriël) Ik, Daniël, ik alleen zag dat visioen (Daniël 10:7)

De koperen spiegels voor het wasvat, verwijzen dus niet naar de spiegels als voorwerp, maar naar dat, wat ze onthullen.
Wie in een spiegel kijkt ziet zichzelf, als het ware tot ‘openbaring’ van wie hij/zij is. Bij het wasvat, ziet de priester/discipel zichzelf gereflecteerd in het koper.

De voorhof

Het terrein bij binnenkomst van de tabernakel is de voorhof. Dit is de plaats waar iedere Israëliet mocht komen om te offeren. Het ontwerp van de voorhof is eveneens beschreven in Exodus 27:9-19. Het werd omheind met aan de zuidkant een doek van fijn linnen van 100 el (45 m) Het hing aan 20 pilaren die allemaal in een koperen voetstuk staan. Aan de pilaren haken en dwarsstangen van zilver om het gordijn aan vast te maken. Verder aan de noordkant  een doek van 100 el, aan 20 pilaren die allemaal in een koperen voetstuk staan. 

  1. 60 holle pilaren van accaciahout, bestaande uit twee stuks net als de hoekpilaren van de tent van de Tabernakel waren geconstrueerd;
  2. 60 koperen voetstukken voor de pilaren van de voorhof. Elk hoogstwaarschijnlijk met een gewicht van 1 talent;
  3. 60 zilveren roeden, die elk paar van pilaren verbonden. Deze staven dienden ook als een soort hangers voor de gordijnen.
  4. 60 verzilverde koppen die op de top van elke pilaar werden bevestigd. Deze koppen dienden om twee delen van iedere pilaar bij elkaar te houden en als bevestigingspunten voor de zilveren dwarsstangen;
  5. zilveren haken die op elke pilaar werden bevestigd;
  6. touwen die ervoor zorgen dat de pilaren veilig op hun plaats en op de grond werden verankerd;
  7. koperen staven waaraan de touwen werden bevestigd.

Wat voor het heiligdom bijeengebracht was

Tenslotte vermeldt dit hoofdstuk de telling van de materialen die door het volk geschonken waren.  Dit gebeurde door de zoon van Aäron: Ithamar. Elk onderdeel was voor God belangrijk, zoals de penninkjes van de weduwe voor God belangrijk waren. Naast de vrijwillge gaven moest ook het verplichte hefoffer afgedragen worden. We lazen hierover in:
Exodus 30:16 U moet het geld ter verzoening van de Israëlieten nemen en het bestemmen voor de dienst van de tent van ontmoeting. Het moet een herinnering voor de Israëlieten zijn voor het aangezicht van de HEERE, om voor uw leven verzoening te doen.

Van de afgedragen zilveren halve sikkel  per persoon, moesten de zilveren voetstukken (voor onder de planken) worden gemaakt, die dienden als een stevig fundament op de droge zanderige woestijnbodem. Zo hebben wij ook in Christus een onwankelbaar fundament in een zondige wereld:

Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd: Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven. Hebreeën 12:26

De Israëlieten konden de betekenis van de tabernakel destijds nog niet zien. En wij kunnen ook nog kang niet alles zien, al is er wel voortschrijdend inzicht door de tijd heen. Gods Woord en Geest heeft het geopenbaard en wij  zien dat de ontwikkelingen  met de beschreven tekenen van de tijd overeenkomen. 
Ten slotte werd hun (de profeten) duidelijk gemaakt dat die dingen niet tijdens hun eigen leven zouden plaatsvinden, maar pas veel later, in onze tijd. En nu is dit heerlijke nieuws openlijk aan ons allen bekendgemaakt door dezelfde Heilige Geest die tot hen gesproken heeft. Het is zoiets heerlijks dat zelfs de engelen er meer over zouden willen weten.1 Petrus 1:12