Genesis 14 - Abram verslaat koningen en wordt gezegend door Melchizedek

In Genesis 14 vinden we de eerste oorlog die in de Bijbel is beschreven. De Bijbel vermeldt nauwkeurig al de namen van de koningen die aanvielen (4) en van de koningen die werden aangevallen. (5). De aanvallers kwamen van de richting Babel. Zij hadden zich zeggenschap verworven over die vijf kleine stadsstaten met ieder een koning, maar die staatjes rebelleerden.

Het waren deze vier koningen die aanvielen: Amrafel, Arioch, Kedor-Laomer en Tideal. Drie ervan waren afkomstig van de Kanaänieten, Tideal van de Hethieten (ook Kanaän). Eén van die koningen was Kedor-Laomer uit Elam. 

Dat was een rijk dat gelokaliseerd kan worden in Zuid West Iran, ook niet zo ver van Babylonië. De personen waar de bijbelboeken Ezra, Nehemia en Esther naar genoemd zijn woonden daar in de burcht Susan. Het Poerim feest is daar ontstaan.

Elam heeft altijd een rol gespeeld in de Bijbel. Kedor-Laomer was de eerste Perzische koning die het grondgebied, wat later Israël heette, aanviel. Er is éénmaal een Perzische koning geweest die door God gebruikt werd om het volk Israël te doen terugkeren naar zijn land en hielp mee de tempel te herbouwen en dat was Kores, die in de algemene geschiedenis koning Cyrus II de Grote genoemd wordt. Jesaja 48 zegt van hem: “De HEERE heeft Kores lief, hij doet Zijn welbehagen”.

Ook Kedor Laomer komt in de algemene geschiedenis voor. In ieder geval heeft Iran, op een enkele uitzondering na, altijd vijandig gestaan tegenover Israël. En in onze tijd is het de aartsvijand van Israël, die hen helemaal wil vernietigen. Maar er staat ook een profetie over Elam in de Bijbel.die heel mooi eindigt. Jeremia 49:35-37.

Maar Abram heeft deze en de andere koningen verslagen met een eigen leger van 318 geoefende strijders. Daarin zou wel eens een profetie voor de eindtijd aan verbonden kunnen zijn. De eerste en de laatste oorlog…..

Toen de vijf koningen in het Siddim-dal (wat nu de Zoutzee is) rebelleerden werd er geen belasting afgedragen en deze koningen kwamen halen dat waarvan ze meenden dat het  hen toekwam. En nog veel meer. Waardevolle spullen, maar ook mensen. Lot en zijn gezin waren ook gevangen genomen.

Een ontsnapte gevangene lichtte Abram in, die onmiddellijk actie ondernam. Wat een prachtige overwinning!  Lot en zijn familie worden bevrijd met hun bezittingen en nog veel meer mensen die waren meegenomen.  Wat een opluchting en blijdschap!

De koning van Sodom blijkt een nog gevaarlijker vijand dan de vier koningen die aanvielen. Hij komt bij Abram om hem met zijn geschenken van zich afhankelijk te maken. Maar GOD waakt over Abram. Abram gaf heel duidelijk aan waarom hij die geschenken niet wilde aanpakken:

Genesis 14:22,23 Maar Abram zei tegen de koning van Sodom: Ik zweer bij de HEERE, God, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit,  dat ik niets, van draad tot schoenriem toe, ja, niets van alles wat van u is, zal nemen, zodat u niet kunt zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt.

Abram wilde alleen God de eer geven voor deze overwinning en hij besefte ook heel goed dat hij die aan Hem te danken had.

MELCHIZEDEK

Deze overwinning werd ook zo bijzonder bekroond met het bezoek van Melchizedek, waarbij hij brood en wijn bracht en aan wie Abram tienden van alles wat hij bezat afdroeg.

In deze psalm wordt Salem vereenzelvigd met Jeruzalem:

God is bekend in Juda,

Zijn Naam is groot in Israël.

In Salem is Zijn hut,

en Zijn woning in Sion

Psalm 76:2,3

En om zijn dienstknecht kracht te geven, komt er een geheimzinnige bezoeker: Melchizédek. Hij is koning en priester tegelijk, hIJ vertoont in alles het beeld van Yeshua haMashiach. Hij is dan ook werkelijk Yeshua haMashiach zelf vóór Zijn menswording en na zijn dagen in het vlees.  Zonder menselijke afstamming, zonder begin en zonder einde. Hij is ook nu in deze bovennatuurlijke verschijning de Hogepriester in het hemelse Heilige der Heiligen. Zo zullen we Hem ook zien in het Vrederijk. Deze koning van Salem (Jeruzalem), Koning van de Gerechtigheid, deze Vredevorst en priester van de Allerhoogste, zegende Abraham de drager van de Beloften, waaruit blijkt dat Hij hoger in rangorde is dan Abraham. 
Wie meer is zegent en wie minder is geeft. 

Wij houden het beeld vast van Zijn dagen in het vlees, de dagen dat Hij op aarde was. Dat was tijdelijk. Maar zoals Hij hier bij Abram is,  is Hij werkelijk, eeuwig en altijd.

Van Hem wordt getuigd dat Hij leeft! Ook de tienden die de nog ongeboren Levi in de toekomst in ontvangst moest nemen werden bij dit gebeuren aan Melchizedek overhandigd, omdat het Zaad dat nog geboren moest worden, in Abram aanwezig was.

 

Hebreeën 7:1 Deze Melchizedek was namelijk koning van Salem, een priester van de allerhoogste God. Hij ging Abraham tegemoet, toen die terugkeerde na het verslaan van de koningen, en zegende hem.

  1. Aan hem gaf Abraham ook van alles het tiende deel. In de eerste plaats was hij – aldus de vertaling van zijn naam – koning van de gerechtigheid en verder was hij ook koning van Salem, dat is koning van de vrede.
  2. Zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom kent hij geen begin van dagen en ook geen levenseinde, maar aan de Zoon van God gelijkgemaakt, blijft hij in eeuwigheid priester.
  3. Merk nu op hoe groot hij geweest is, iemand aan wie de aartsvader Abraham zelfs een tiende deel van de buit gegeven heeft.
  4. Diegenen uit de zonen van Levi die het priesterschap ontvangen, hebben wel volgens de wet de opdracht om tienden te nemen van het volk, dat is van hun broeders, hoewel die ook uit het lichaam van Abraham voortgekomen zijn.
  5. Hij echter, die niet van hen afstamt, heeft van Abraham tienden genomen, en hij heeft hem gezegend die de beloften gekregen had.
  6. Nu is het ontegenzeglijk zo dat wat minder is, gezegend wordt door wat meer is.
  7. En hier nemen sterfelijke mensen tienden, maar daar nam iemand ze van wie getuigd wordt dat hij leeft.
  8. En – om zo te zeggen – ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven.
  9. Want hij was nog in het lichaam van zijn vader, toen Melchizedek hem tegemoet ging.

 

In Psalm 110:4 komen we de naam Melchizedek ook weer tegen. 

De HEERE heeft gezworen
en Hij zal er geen berouw van hebben:
U bent Priester voor eeuwig,
naar de ordening van Melchizedek.


Malki  מַלְכִּי = mijn Koning

Tzedeq צֶדֶק = rechtvaardig

Koning der gerechtigheid

אַתָּה-כֹהֵן לְעוֹלָם;
עַל-דִּבְרָתִי

ata kohen l'olam = u bent priester voor eeuwig

al d'vrati (hierin zit davar=woord) naar Mijn Woord

Dit is een gesprek binnen de goddelijkheid. Er wordt tegen Hem gezegd: "Op Mijn woord, U (David's Heer) Malchi-tsèdèk, bent priester voor eeuwig,"