Genesis 17 - Abram & Saraï krijgen nieuwe naam, het verbond van de besnijdenis

Abram kreeg een visioen waarin God hem het bovenvermelde  levensmotto gaf, dat voor ieder van ons van belang is. "Wandelen voor Gods aangezicht" is leven in een relatie met God tot Wie we toegang hebben door Yeshua. En zo zijn we, samen met het gelovige Israël, kinderen van Abraham, die in zijn voetstappen van geloof  en oprechtheid willen gaan.

Het is goed om de verbondsbeloften te lezen zoals God ze heeft uitgesproken en daarom citeer ik dat. Je ziet dat Abram zich in die verschijning "ter aarde werpt" als blijk van eerbied en overgave:

Genesis 17:2 Ik zal Mijn verbond sluiten tussen Mij en u, en u uitermate talrijk maken.
3. Toen wierp Abram zich met het gezicht ter aarde en God sprak met hem:
4. Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken.
5. U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken.
6. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen.
7. Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u.
8. Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn.

God verandert de naam van Abram (vers 5). Zijn naam betekent "verheven vader", en God geeft de nieuwe naam "Abraham" met de betekenis ervan: "vader van een menigte van volken"

Besnijdenis

Tegelijk met een nieuwe naam geeft GOD nòg een teken aan Abraham: de besnijdenis die aangeeft tot GODs verbondsvolk te behoren. Het gaat hier over het verbond van de besnijdenis. Als teken van het verbond moeten alle mannen in het huis van Abraham besneden worden (Genesis 17:10-14). Dit was een belangrijk gebod met een diepe betekenis. Dit is een tweezijdig verbond, hetgeen naar voren komt in vers 14:
Genesis 17: 14 Maar hij die mannelijk en onbesneden is, van wie het vlees van zijn voorhuid niet besneden wordt, die persoon moet van zijn volksgenoten worden afgesneden; hij heeft Mijn verbond verbroken.

In het begin van het hoofdstuk hebben de verbondsbeloften alleen op Abraham betrekking: "Mijn verbond is met u!"  (vers 4) maar in dit vervolg gaat het over "u en uw nageslacht/zaad". 

Van Ardelle las ik dat het Theologisch Woordenboek van het Oude Testament (TWOT) erop wijst dat het woord "zaad" (zera זֶרַע) ֶnooit als een meervoud wordt gebruikt. Dus, (zera זֶרַע) duidt de hele lijn van afstammelingen aan als een éénheid, maar het is bewust flexibel genoeg gebruikt om ofwel één persoon aan te duiden die de hele groep belichaamt (d.w.z. Yeshua, de Beloofde), of de vele personen in die hele lijn van natuurlijke en/of geestelijke afstammelingen. Dus, als we in Genesis 3:15, "Zaad" lezen, wijst het tegelijkertijd naar de Messias als naar al degenen die één in Hem zullen zijn.

 Dit "Zaad" staat in contrast tot het individuele "zaad van de slang" en tegelijk met al degenen die met hem worden geassocieerd:

Genesis  3:15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad (zera זֶרַע) en haar Zaad (zera זֶרַע); dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.

Het enkelvoudige “zaad”  is een verwijzing naar de Messias en de meervoudige verwijst naar het nageslacht/zaad (zera זֶרַע)  na hem:

2 Samuël 7:12 Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw zaad (zera זֶרַע)   na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen.

2 Samuel 22:51 Hij schenkt Zijn koning grote overwinningen en bewijst goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en zijn nageslacht/zaad (zera זֶרַע)  tot in eeuwigheid.

In het Nieuwe Testament  lezen we opnieuw over zowel het meervoudig "zaad" van Avraham als het enkelvoudige "zaad". Eerst het enkelvoudige:

Galaten 3:16 Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn Zaad gedaan. Hij zegt niet: “En aan zijn zaden”, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: “En aan uw Zaad”; dat is Christus.

Galaten 3:29. En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams zaad en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

Het "zaad van Abraham" kan zowel zijn fysieke afstammelingen/ zaad (enkelvoud of meervoud) en/of zijn geestelijke afstammelingen/zaad aanduiden - alle contexten zijn echter met elkaar verbonden en kunnen niet volledig worden begrepen zonder te spreken over hoe ze allemaal bij elkaar passen.

Vanuit een andere hoek bekeken, kunnen we zeggen dat we "één lichaam" zijn met veel individuele "leden":

Romeinen 12:5 zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar.

Dit verbond van de besnijdenis heeft te maken met het behoren tot een volk van God, maar ook alles met het LAND dat God het fysieke zaad van Abraham wil geven:
Genesis 17:8 Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn.

Dat zien we ook heel duidelijk aangegeven in Psalm 105, een psalm die zo vaak ten onrechte aan de kinderdoop werd verbonden:

Psalm 105

8. Hij denkt aan Zijn verbond voor eeuwig,
aan de belofte die Hij gedaan heeft, tot in duizend generaties,
9. aan het verbond dat Hij met Abraham gesloten heeft,
en Zijn eed aan Izak.
10. Voor Jakob heeft Hij het vastgesteld als een verordening,
voor Israël als een eeuwig verbond,
11. door te zeggen: Ik zal u het land Kanaän geven,
het gebied dat uw erfelijk bezit is.

 

Ook in Nehemia staat duidelijk beschreven dat dit verbond, waarbij Abrahams naam werd veranderd, is gemaakt om hen het land Kanaän te geven:

Nehemia 9:7,8  U bent de HEERE, de God Die Abram heeft uitgekozen en hem heeft uitgeleid uit Ur van de Chaldeeën, en U hebt zijn naam veranderd in Abraham.
U hebt zijn hart trouw bevonden voor Uw aangezicht en U hebt een verbond met hem gesloten om hem het land te geven van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Jebusieten en de Girgasieten, om het te geven aan zijn nageslacht; en U hebt Uw woorden gestand gedaan, want U bent rechtvaardig.

 

We zien hierbij dat voor ons, die buiten het volk Israël tot geloof zijn gekomen in Yeshua gerechtigheid ontvangen op grond van het geloof van Abraham dat hij al had voordat hij besneden werd:

Romeinen 4:11 En hij heeft het teken van de besnijdenis ontvangen als een zegel van de gerechtigheid van het geloof dat hij had toen hij nog onbesneden was, opdat hij een vader zou zijn van allen die geloven, hoewel zij onbesneden zijn, opdat ook hun de gerechtigheid toegerekend zou worden.

Wie meer over de besnijdenis wil lezen: zie deze pagina

Abraham aarzelde niet om God te gehoorzamen, zoals hij ook alle geboden van God onderhield. Tenslotte lezen we dat op diezelfde dag nog alle mannelijke leden van het huishouden van Abraham besneden werden, zowel zij die in zijn huis geboren waren als zij die voor geld van vreemdelingen gekocht waren. Abraham op de leeftijd van negenennegentig jaar. Ook Ismaël was intussen geboren en was inmiddels dertien jaar.