1 Joh. 5: 16-18 zonde tot de dood

1 Johannes 5: 16 Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan moet hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden.
17 Elke ongerechtigheid is zonde; en er is zonde die niet tot de dood leidt.
18 Wij weten dat ieder die uit God geboren is, niet zondigt; maar wie uit God geboren is, bewaart zichzelf en de boze heeft geen vat op hem.

WAT IS ZONDE TOT DE DOOD?

De wet van “zonde die tot de dood leidt” is een wetmatigheid. Oorzaak: zonde, gevolg: dood.

Deze werking is verbroken door Hem die stierf ZONDER ZONDE, maar tegelijk onze zonden op Zich nam. Onze oude mens werd meegekruisigd, waardoor de zonde niet meer tot de dood leidt. (Die we overigens wel moeten belijden).

Romeinen 6: 6 Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.

Romeinen 7: 5 Want toen wij in het vlees waren, waren de hartstochten van de zonden, die geprikkeld worden door de wet, in onze leden werkzaam om vrucht te dragen voor de dood.
6 Maar nu zijn wij ontslagen van de wet (zonde die tot dood leidt!), gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet in oudheid van letter.

Koll. 2: 14 en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen.

Dat handschrift was niet de wet, maar de beschuldiging met betrekking tot Degene die terecht gesteld werd. Dat handschrift bevatte DE OVERTREDINGEN VAN GODS GEBODEN. Ik denk dat we dit geestelijk vanuit God moeten bekijken, want er was fysiek sprake van de beschuldiging die boven het kruis hing: “de Koning der Joden” (INRI). Alles wat zonde is, is te herleiden tot de Tora en is een overtreding daarvan.

De niet wedergeboren mens zondigt tot de dood, dat is een onveranderlijke werking. De wedergeboren mens is in Gods ogen niet meer zondig want hij is vrijgekocht van die wetmatigheid. Hij heeft nu deel aan HET ZAAD, aan de wet van de Geest die tot leven leidt.

Dat Zaad verwijst al terug naar Genesis 3: 15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en HAAR ZAAD; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

Galaten 3: 16 Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan ZIJN ZAAD gedaan. Hij zegt niet: En aan de zaden, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan UW ZAAD; DAT IS CHRISTUS.

En dat Zaad is werkzaam in een wedergeboren mens: 1 Joh. 3:9 Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn ZAAD blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.

Dat er staat “hij kan niet zondigen” betekent dat een wedergeboren persoon niet kan zondigen tot de dood. Want hij kan wel zondigen, maar wordt geen slaaf van de zonde, zodat hij geestelijk zou sterven. In 1 Joh. 5: 16 en 17 wordt zelfs opgeroepen om te bidden voor een broeder en zuster die zondigt.

1 Joh. 1: 8 Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.
9 Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
10 Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot leugenaar en is Zijn woord niet in ons.

Voor iemand die niet wedergeboren is betekent het dat de zonde tot de geestelijke en lichamelijke dood leidt. Voor hun zonden moeten we niet bidden. We kunnen beter bidden om zijn bekering. Alleen in Christus alleen kunnen we de zonden overwinnen.