1 Koningen 19 Elia en Elisa

De vlucht van Elia

Hoe snel kan de vreugde van overwinning omslaan in verdriet en angst. Het was geweldig hoe God Zijn grootheid had laten zien op de Karmel. 

Maar satan die in de heidense koningin Izebel een willig werktuig had maakte haar furieus. Als alle Baäl priesters waren gedood dan moest Elia ook gedood worden. Ze toonde geen enkel ontzag voor voor Yahweh Die duidelijk had doen blijken dat Hij de Almachtige is. 

Elia vluchtte met zijn knecht naar Berseba in Juda en ging alleen verder de woestijn in.  De man Gods werd depressief, hij kon het niet meer aan. Hij vlijde zich neer in de schaduw van een bremstruik. Zijn gebed was: "Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen." Toen viel hij in slaap

Maar God vond dat zijn taak nog niet voleindigd was en stuurde een engel met een gebakken koek en water. Nadat Elia gegeten had viel hij in slaap. Maar de engel kwam weer.

Hij tikte hem aan: "eten Elia! Je moet nog een lange reis maken". En inderdaad op het hemelse voedsel dat hem was aangereikt kon hij 40 dagen verder de woestijn inlopen. 

Een lange reis! Toen kwam hij bij de Horeb, de berg van God. Daar bij de Horeb was een grot, die hij tot zijn nachtverblijf maakte.

De openbaring van Yahweh aan Elia.

God zocht Elia op met de vraag: "Wat doe je hier Elia?"

Het antwoord van Elia was: 

"Ik heb mij zeer voor de HEERE, de God van de legermachten, ingezet. De Israëlieten hebben immers Uw verbond verlaten, Uw altaren omvergehaald en Uw profeten met het zwaard gedood Ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven om het mij te benemen". 

Dit gedeelte wordt door Paulus in Romeinen 11:3 genoemd om aan te geven hoezeer het volk ongehoorzaam was aan Yahweh die hen had uitgekozen als zijn kostbare schat de  סְגֻלָּה "sekhoelah". Elia krijgt vervolgens de opdracht om op de berg te staan voor Gods aangezicht om een ontmoeting met Hem te hebben. 
In psalm 50 lezen we ook over de verschijning van Yahweh:

Onze God komt en zal niet zwijgen;

voor Zijn aangezicht verteert een vuur,

rondom Hem stormt het geweldig.

Het eerste teken van Gods naderende aanwezigheid is bij Elia een geweldige wind, die bergen doet splijten en rotsen in stukken breekt. Als dat voor je ogen gebeurt dan doet dat wel wat met je. Elia zal ook op zijn benen hebben staan te trillen bij zoveel geweld. Maar Yahweh was nog niet in al dat geweld. Daarna volgde er nog een aardbeving en vuur, maar het waren alleen nog maar de tekenen dat Hij in aantocht was. Dan volgt er het suizen van een zachte, weldadige stilte en daarin is Yahweh dichtbij zijn teleurgestelde knecht, die zo voor Hem geijverd heeft.  Elia wikkelde zijn mantel om zijn gezicht en ging voor de ingang van de grot staan en opnieuw uitte hij zijn klacht over de ongehoorzaamheid van Israël en dat hij maar alleen is overgebleven. 

Maar dan heeft God weer nieuwe opdrachten voor Elia, die tegelijk de afsluiting van zijn taak op aarde zullen inhouden. 

  • Elia moet naar Damascus om Hazaël tot koning over Syrië te zalven.
  • Hij moet Jehu, de zoon van Nimsi, zalven tot koning over Israël.
  • Hij moet Elisa, de zoon van Safat tot profeet zalven die de taak van Elia zal overnemen.

God voegt er aan toe dat de Israëlieten die aan de oorlog van Hazaël zullen ontkomen, gedood worden door het zwaard van koning Jehu en wie dan nog overblijft zal door Elisa gedood worden. Dus Yahweh stelt hier koningen aan om Zijn volk te straffen, omdat zij de almacht door Hem op de Karmel betoond niet ter harte hebben genomen.

God geeft tenslotte nog de vertroostende en niet verwachte bemoediging (vers 18):

Maar Ik zal er in Israël zevenduizend overlaten, allen die de knieën niet gebogen hebben voor de Baäl, en allen van wie de mond hem niet gekust heeft.

Dit is het overblijfsel, de kostbare schat de  סְגֻלָּה "sekhoelah". Elia is dus niet alleen overgebleven, al zal het voor hem wel zo gevoeld hebben. 

 

De roeping van Elisa

Elia vertrok vandaar rechtstreeks naar Elisa, naar wie hij zijn mantel toewierp als teken van de overdracht van zijn roeping. Elisa bedacht zich niet en was meteen bereid om deze taak op zich te nemen, maar wilde wel eerst afscheid van zijn ouders nemen, waarvoor hij toestemming aan Elia vroeg.  Hij was aan het ploegen met twaalf span runderen, maar die werden meteen geslacht, het vlees gekookt met als brandstof het hout van het juk dat hij voor het ploegen gebruikte. Het vlees werd uitgedeeld in zijn omgeving. En Elisa was er klaar voor om Elia van dienst te zijn in de taak waarvoor God hen geroepen had.