Klaagliederen 1
De wegen van Sion treuren,
ze zijn zonder feestgangers.
Al haar POORTEN zijn verwoest;
haar priesters zuchten.
Klaagliederen 1:4
Het eerste hoofdstuk schildert Jeruzalem als een eenzame, rouwende vrouw die haar vroegere glorie heeft verloren. De stad, ooit vol mensen en invloed, zit nu als een weduwe zonder troost. De vijanden hebben haar overheerst, haar leiders zijn gevlucht, en haar inwoners zijn weggevoerd in ballingschap.
De hoofdstukken van Klaagliederen zijn acrostisch, dat wil zeggen, de meeste hoofdstukken hebben 22 verzen, conform het aantal letters in het Hebreeuwse alfabet. De namen van de letters zijn bij de verzen vermeld.
Het gaat in het boek klaagliederen over Jeruzalem, de eens zo prachtige wereldstad, waarvan de koningin van Sjeba zei:
1 Koningen 10:6 Het was de waarheid, wat ik in mijn land over uw woorden en over uw wijsheid gehoord heb.
7. Maar ik geloofde die woorden niet, totdat ik kwam en mijn eigen ogen het zagen. Zie, nog niet de helft was mij verteld. U hebt wat uw wijsheid en welstand betreft het gerucht dat ik gehoord had, overtroffen.
In die tijd was Jeruzalem welvarend. Bovendien stond Gods tempel daar, het, het Heilige der heiligen, de plek waar God onder de Joden, in Jeruzalem, woonde.
Salomo ontmoet de koningin van Sjeba
Klaagliederen 1:1 Hoe eenzaam zit zij neer, aleph
die stad, eens zo dichtbevolkt!
Als een weduwe is zij geworden,
zij die groot was onder de heidenvolken.
Een vorstin onder de gewesten
is verplicht tot herendienst.
2. Zij weent onophoudelijk in de nacht, beth
en haar tranen stromen over haar wangen.
Zij heeft geen trooster
onder al haar minnaars.
Al haar vrienden hebben trouweloos met haar gehandeld;
ze zijn haar tot vijanden geworden.
Hoe eenzaam zit zij neer, aleph die stad, eens zo dichtbevolkt!
Als een weduwe is zij geworden, zij die groot was onder de heidenvolken.
Een vorstin onder de gewesten is verplicht tot herendienst.
2. Zij weent onophoudelijk in de nacht, beth en haar tranen stromen over haar wangen.
Zij heeft geen trooster onder al haar minnaars.
Al haar vrienden hebben trouweloos met haar gehandeld; ze zijn haar tot vijanden geworden.
Hoe eenzaam zit zij neer, die stad, eens zo dichtbevolkt.......! Jeruzalem wordt hier uitgebeeld als een oude, eenzame weduwe. Vroeger had ze een huis vol kinderen