English & other languages: click here!

Klaagliederen 1

De wegen van Sion treuren, ze zijn zonder feestgangers. Al haar POORTEN zijn verwoest; haar priesters zuchten.
Klaagliederen 1:4

Het eerste hoofdstuk schildert Jeruzalem als een eenzame, rouwende vrouw die haar vroegere glorie heeft verloren. De stad, ooit vol mensen en invloed, zit nu als een weduwe zonder troost. De vijanden hebben haar overheerst, haar leiders zijn gevlucht, en haar inwoners zijn weggevoerd in ballingschap. Deze dichterlijke beschrijving is een reactie op Jeruzalems lijden in de periode voorafgaand aan de inname van Jeruzalem in het jaar 586 v.Chr. De krijgsmacht van Nebukadnezar was gelegerd rondom Jeruzalem om de bewoners tot overgave te dwingen. De inwoners van Jeruzalem waren gevangenen binnen hun eigen muren. De akkers konden niet meer onderhouden worden. Er kwam geen koren om brood te bakken, geen voedsel in de vorm van landbouwproducten. Het kon ook niet van buitenaf aangevoerd worden. Het volk leed honger. Het wordt beschreven in Jeremia 37, 38 en 39. 

De hoofdstukken van Klaagliederen zijn acrostisch, dat wil zeggen, de meeste hoofdstukken hebben 22 verzen, conform het aantal letters in het Hebreeuwse alfabet. De namen van de letters zijn bij de verzen vermeld.

Het gaat in het boek klaagliederen over Jeruzalem, de eens zo prachtige wereldstad, waarvan de koningin van Sjeba zei:

1 Koningen 10:6 Het was de waarheid, wat ik in mijn land over uw woorden en over uw wijsheid gehoord heb.
7. Maar ik geloofde die woorden niet, totdat ik kwam en mijn eigen ogen het zagen. Zie, nog niet de helft was mij verteld. U hebt wat uw wijsheid en welstand betreft het gerucht dat ik gehoord had, overtroffen.

In die tijd was Jeruzalem welvarend. Bovendien stond Gods tempel daar, het Heilige der heiligen, de plek waar God onder de Joden, in Jeruzalem, woonde.

Salomo ontmoet de koningin van Sjeba

Jeruzalems vernedering

Klaagliederen 1:1 Hoe eenzaam zit zij neer, aleph die stad, eens zo dichtbevolkt!
Als een weduwe is zij geworden, zij die groot was onder de heidenvolken.
Een vorstin onder de gewesten is verplicht tot herendienst.
2. Zij weent onophoudelijk in de nacht, is verplicht tot herendienst beth en haar tranen stromen over haar wangen.
Zij heeft geen trooster onder al haar minnaars.
Al haar vrienden hebben trouweloos met haar gehandeld; ze zijn haar tot vijanden geworden.

Hoe eenzaam zit zij neer, die stad, eens zo dichtbevolkt.......! Jeruzalem wordt hier uitgebeeld als een oude, eenzame weduwe. Vroeger had ze een huis vol kinderen. Er was één en al bedrijvigheid. Maar nu is ze van kinderen beroofd. 
Zij die groot was onder de heidenvolken....... ze telde mee onder haar medeburgers, was in aanzien zooals een vorstin!  Een vrouw als Sara. 

Nu is ze verplicht tot herendienst........ vrouwe Jeruzalem heeft niets meer te vertellen. Ze moet als een slavin doen wat de Babyloniërs zeggen.

Oorzaak van het lijden

Zij weent onophoudelijk in de nacht........ in de donkerte van de nacht wordt al het verdriet nog zwaarder, hoe is het zover gekomen?

haar tranen stromen over haar wangen....... tranen van boosheid, van verdriet, van spijt? 

Zij heeft geen trooster onder al haar minnaars........ hier wordt de oorzaak duidelijk. Ze heeft het nog niet over haar MAN gehad, want ze was vol van haar minnaars. En 'minnaars' in de Bijbel zijn een teken van afgodendienst. En afgodendienst gaat samen met huwelijksontrouw o.a. door tempelprostitutie. Huwelijksontrouw is een uitvloeisel van de ontrouw aan het Verbond met God, dat ook als een huwelijk wordt voorgesteld.. Maar diegenen bij wie ze de liefde zocht troosten haar niet.

Al haar vrienden hebben trouweloos met haar gehandeld........ Vrouwe Jeruzalem is bedrogen uitgekomen. Al die zogenaamde vrienden zijn niet betrouwbaar gebleken. Nu ze in nood is zie je ze niet meer. Sterker nog, het zijn vijanden geworden. In plaats van op YAHWEH te vertrouwen heeft ze het gezocht in bondgenootschappen met andere volken. Dat is iets wat het tegenwoordige Jeruzalem ook probeert te doen. Maar die volken handelen ook trouweloos met het tegenwoordige Jeruzalem. Moet je horen hoe ze er kwaad over spreken en hoe ze haar boycotten.

Klaagliederen 1:4 De wegen van Sion treuren, daleth ze zijn zonder feestgangers.
Al haar poorten zijn verwoest; haar priesters zuchten.
Haar jonge vrouwen zijn bedroefd, en zijzelf – bitter is het haar.
5. Haar tegenstanders zijn aan het hoofd komen te staan, he haar vijanden zijn gerust.
Want de HEERE heeft haar bedroefd om haar talrijke overtredingen.
Haar kleine kinderen zijn in gevangenschap gegaan, vóór de tegenstander uit.

Verwoesting en leegte

De wegen van Sion treuren, ze zijn zonder feestgangers...... op een video zagen we een gids met loofhuttenfeest de route lopen die ze anders met duizenden gasten uit allerlei landen liep. Maar door de oorlog was de route stil en verlaten. Ook nu treurt Sion.  

Psalm 118: 19. Doe de poorten van de gerechtigheid voor mij open,
daardoor zal ik binnengaan, ik zal de HEERE loven.
20. Dit is de poort van de HEERE,
daar zullen de rechtvaardigen door binnengaan.

Al haar poorten zijn verwoest...... ja Babel had goed huis gehouden en later ook de Romeinen. Hoe was dat in het verleden, toen de stammen optrokken naar de feesten, bedevaartsliederen in beurtzang zingend en in blijde reidansen. 

Haar jonge vrouwen zijn bedroefd, en zijzelf – bitter is het haar........ in plaats van de vrolijke beurtzangen, worden er nu klaagzangen gezongen door de jonge vrouwen. De zangers die voorop gingen, de snarenspelers daarachter en in het midden de trommelende meisjes uit Psalm 68:26, hebben plaats gemaakt voor bitterheid.

In plaats van de zangers zijn nu haar tegenstanders aan het hoofd komen te staan....... het zijn niet zozeer de Babylonische overheersers, maar in feite neemt God de gestalte van een tegenstander aan, zodat de mens met Hem in gevecht gaat, opdat daaruit het heil zal voortkomen (Jakob & de engel Yeshua). En tegen Bileam: Zie, ik ben zelf uitgegaan als uw tegenstander, want deze weg wijkt van Mij af (Numeri 22:32). Zie ook Job 16:9, 31:35.

Persoonlijke pijn van Jeruzalem

Want de HEERE heeft haar bedroefd om haar talrijke overtredingen......... Het is de HEERE die vrouwe Jeruzalem heeft bedroefd, want haar weg wijkt van Hem af. Dat is ook de bedoeling van de benauwdheid van Jakob, die Gods volk in deze tijd ervaart. De mens heeft de neiging om de vijand de schuld te geven (die ook schuld heeft!!), maar het is YAHWEH die achter dit alles staat, om Zijn volk bedroefd te maken om haar overtredingen. 

Haar kleine kinderen zijn in gevangenschap gegaan...... De kinderen worden voor de tegenstander uit in de gevangenis weggevoerd, wat symboliseert dat ze zijn weggerukt van hun ouders. Juist kinderen zijn bijzonder kwetsbaar door de zonden van de ouders. Ik denk even aan Daniël en zijn vrienden, jongelui met kwaliteiten - niet echt kleine kinderen - , die de vijand goed voor zijn doel kon gebruiken. Die werden al gedeporteerd voordat geheel Jeruzalem in ballingschap ging. Daniël was plm. 15 jaar toen hij weggevoerd werd naar Babel.

Klaagliederen 1:6-7
6. Uit de dochter van Sion trok waw al haar pracht weg.
Haar vorsten zijn als herten geworden die geen weide vinden:
krachteloos gingen zij vóór de vervolger uit.
7. Jeruzalem denkt zain in de dagen van haar ellende en haar ontheemding,
aan al haar kostbaarheden die zij in de dagen van weleer bezat,
toen haar volk in de hand van de tegenstander viel, en zij geen helper had,
de tegenstanders haar zagen en lachten om haar ondergang.

Uit de dochter van Sion trok al haar pracht weg.......... als de Bijbel het over de dochter van Sion heeft, dan verwijst dit naar de vreugdevolle relatie van God met Jeruzalem en het volk Israël. Maar de vreugde, de schoonheid, die de inhoud vormt van Gods geliefde volk, is helemaal weg.

Haar vorsten zijn als herten geworden die geen weide vinden.......... Koning Zedekia probeerde nog te vluchten, maar werd ingehaald en naar Babel als gevangene gevoerd. Zijn zonen werden voor zijn ogen gedood en daarna maakte men Zedekia blind. Maar ook alle leiders (vorsten) die het volk moesten weiden, ontkwamen niet aan Babel. Ze konden nu zelf geen weide vinden om voedsel te vinden. Ze waren totaal krachteloos.

Jeruzalem denkt in de dagen van haar ellende en ontheemding, aan al haar kostbaarheden........ een mens kan veel tijd en zorg besteden aan de opbouw van zijn bezit en rijkdom. Als je succes hebt en de welstand groeit kan dat vreugde geven. Maar alles kan je in één ogenblik ontnomen worden. Daarom riep Yeshua op om schatten in de hemel te verzamelen. Daar kan niets of niemand beslag op leggen (Mattheüs 6:19-21). 
Die beroving gebeurde toen haar volk (het volk van vrouwe Jeruzalem) in de hand van de tegenstander viel, en zij geen helper had......
de tegenstanders haar zagen en lachten om haar ondergang........
Het was het broedervolk Edom (nageslacht van Ezau) dat zich schuldig maakte aan dit leedvermaak en waarvoor het zwaar gestraft wordt (Obadja 1:11-16).

Klaagliederen 1:8-10
8. Zwaar heeft Jeruzalem gezondigd; cheth daarom is zij tot een afgezonderde vrouw geworden.
Allen die haar eerden, verachten haar, want zij hebben haar naaktheid gezien.
Ja, zij, zij zucht en zij heeft zich naar achteren toe omgekeerd.
9. Haar onreinheid kleeft aan haar zomen; teth zij heeft niet gedacht aan haar einde.
Wonderbaarlijk diep is zij gezonken, zij heeft geen trooster.
Zie, HEERE, mijn ellende, want de vijand maakt zich groot.
10. De tegenstander heeft zijn hand uitgespreid jod over al haar kostbaarheden; immers, zij heeft heidenvolken zien binnengaan in haar heiligdom, van wie U geboden had dat zij niet mogen komen in Uw gemeente.

Zwaar heeft Jeruzalem gezondigd; daarom is zij tot een afgezonderde vrouw geworden....... het is duidelijk dat de situatie waarin vrouw Jeruzalem zich bevindt veroorzaakt is door zware zonde. De praktijk heeft geleerd dat mensen dat niet zo gauw toegeven en daarom moet men wel eens met de neus op de feiten worden gedrukt. De Heer wil niet dat Zijn geliefde volk verloren gaat. 

Smeekbede om aandacht

Allen die haar eerden, verachten haar, want zij hebben haar naaktheid gezien........ dat ze nu door al haar minnaars veracht wordt dat is niet te verwerken. Ze heeft zich voor hen uitgekleed en nu .... verachting, vernedering. Ze dacht dat het liefde was. Ze heeft zichzelf te kijk gezet. Ze zucht dan wel, en draait zich om, maar haar zondeschuld kan ze niet wegdraaien. Haar onreinheid kleeft aan haar zomen...... bij sommige mensen zijn de zonden overduidelijk en gaan aan hun veroordeling vooraf (1 Timotheüs 5:24).  In de NBG staat "de zonden gaan voor iemand uit". Zo zien haar omstanders haar.  Zij heeft niet gedacht aan haar einde....... Vrouwe Jeruzalem heeft de gedachte aan een oordeel, veroordeling verdrongen. Ze is in de diepte terecht gekomen door haar daden niet onder ogen te zien en te belijden. Mozes zingt in zijn lied: "Waren zij maar wijs, zij zouden dit opmerken, zij zouden aan hun einde denken" (Deut. 32:29).  Nu is er niemand die troost. Waar moet ze heen met haar nood? Er is er nog maar één die ze te hulp weet te roepen: "Zie, HEERE, mijn ellende, want de vijand maakt zich groot.".

De tegenstander heeft zijn hand uitgespreid ........ over haar kostbaarheden....... de kostbaarheden van Jeruzalem; uit de tempel. Dat zijn toch Gods kostbaarheden? Of lagen daar ook weer voorwerpen voor de afgoden? (2 Kon. 23:4; 2 Kron. 16:15-16; 2 Kron. 29:3-5; Ezechiël 7:20-22).
Zij heeft heidenvolken zien binnengaan in haar heiligdom..... en dan beroept ze zich onterecht op een gebod uit de Tora: "van wie U geboden had dat zij niet mogen komen in Uw gemeente". Heidenen mochten wel in de voorhof van de tempel komen om Yahweh te dienen, al waren er enkele restricties (Deut. 23:1-3), Maar niemand mag in de tempel komen om te roven, te plunderen en te vernietigen. 

Klaagliederen 1:11-13
11. Heel haar bevolking zucht kaph op zoek naar brood.
Zij hebben hun kostbaarheden gegeven voor voedsel, om hun ziel te verkwikken.
Zie, HEERE, en aanschouw, hoe veracht ik geworden ben!
12. Raakt het u allen niet, voorbijgangers? lamed Aanschouw en zie of er leed is als mijn leed, dat mij is aangedaan,
waarmee de HEERE mij bedroefd heeft op de dag van Zijn brandende toorn.
13. Vanuit de hoogte heeft Hij vuur gezonden mem in mijn beenderen, en Hij heerst daarover.
Hij heeft voor mijn voeten een net uitgespreid, Hij heeft mij naar achteren toe doen omkeren,
Hij heeft mij tot verwoesting overgegeven, de hele dag ziek gemaakt.

Heel haar bevolking zucht op zoek naar brood........ de hongersnood in de belegerde stad is ernstig. (Jeremia 52:6). God had hen aangeraden zich over te geven aan de vijand (de Chaldeeën uit Babel). Daarop zou nog zegen rusten (Jeremia 24:5,6). Voor deze situatie had God hen keer op keer door Jeremia gewaarschuwd. Maar men wilde niet luisteren: Jeremia 14:16,18; 15:2; 16:4; 18:21; 19; 21:7,9. Laten we ook in deze tijd de waarschuwingen niet naast ons neerleggen en vasthouden aan de manier van leven die we zelf bepalen. Jeremia verwijt hen echter niets. Hij lijdt mee met zijn volk.

Zij hebben hun kostbaarheden gegeven voor voedsel, om hun ziel te verkwikken....... Zwarthandelaars uit eigen volk en Babylonische soldaten  kwamen Jeruzalem wel binnen. Ze kochten alles wat van waarde was en betaalden met een stukje brood, wat onder de vijand ruimschoots aanwezig was. Ze maakten misbruik van de hongersnood. Zo verarmde de bevolking om nog in leven te blijven. En dan weer de roep tot God om hulp, zonder schuldbelijdenis: Zie, HEERE, en aanschouw, hoe veracht ik geworden ben!  Als Yahweh de ellende van Jeruzalem zou zien, zou Hij dit toch niet kunnen aanzien> (Ex. 2:25; Richteren 10:16).

Raakt het u allen niet, voorbijgangers? Loopt ieder dan maar zo voorbij? Is er niemand die medelijden toont? Erger dan wat mij is overkomen is toch niet denkbaar? 

de HEERE heeft mij bedroefd op de dag van Zijn brandende toorn....... Vrouwe Jeruzalem is ervan overtuigd dat dit DE DAG is waarover Jesaja profeteerde: De Dag des HEEREN. Ze zagen in die tijd dit als vervulling van de profetieën van het oordeel "de dag van Zijn brandende toorn".  Het was ook zeker een voorvervulling daarvan. Zefanja 2:2.

Vanuit de hoogte heeft Hij vuur gezonden mem in mijn beenderen....... dit is een uitdrukking van diep lijden. Jeruzalem voelt zich prijsgegeven aan verwoesting en het veroorzaakt het ziek zijn. Deze uitdrukking vinden we ook in Psalm 102:3-4 en Jeremia 20:9. 

Hij heeft voor mijn voeten een net uitgespreid........ het voelt alsof God een net heeft uitgespreid om Jeruzalem gevangen te nemen, zoals men dat met wilde dieren doet. Je kunt er niet aan ontkomen. Hij, God heerst over dit alles wat hen overkomt. Wat kan een mens daartegen beginnen?

Klaagliederen 1:14-16
14. Het juk van mijn overtredingen is aangebonden, nun
door Zijn hand zijn zij samengevlochten;
zij zijn op mijn nek geklommen. Hij heeft mijn kracht doen struikelen.
De Heere heeft mij in hun handen gegeven; ik kan niet opstaan.
15. De Heere heeft al mijn machtigen samech in mijn midden verworpen.
Hij heeft een samenkomst over mij uitgeroepen
om mijn jongemannen te breken.
Als in een wijnpers heeft de Heere de maagd, de dochter van Juda, getreden.
16. Vanwege deze dingen ween ik, ain mijn oog, mijn oog laat water neerstromen,
omdat de Trooster Die mijn ziel verkwikt ver van mij is.
Mijn zonen zijn ontzet, want de vijand had de overhand.

Het juk van mijn overtredingen is aangebonden........ de zware last van de straf op mijn zonden moet ik meedragen. 

door Zijn hand zijn zij samengevlochten....... de hand van de Heer heeft mijn zonden tot één last samengebonden en moet deze op mijn nek meezeulen. Hiermeee wordt de situatie van vrouwe Jeruzalem getekend als een pakezel met een zware zondelast op zijn rug. 

Hij heeft mijn kracht doen struikelen....... Ook hier wordt de HEERE gezien als Degene die een te grote last laat meedragen. Hij veroorzaakt dat Jeruzalem struikelt.

De Heere heeft mij in hun handen gegeven........Vrouwe Jeruzalem is in de macht van de vijand en kan vanwege die zware last niet opstaan.

De Heere heeft al mijn machtigen in mijn midden verworpen....... alle bestuurders en gezagdragers van Jeruzalem zouden haar vroeger te hulp zijn gekomen, maar de HEERE heeft ze hun macht ontnomen.
Hij heeft een samenkomst over mij uitgeroepen...... Het is een hemels raadsbesluit om deze jonge mannen te breken. Het woord 'shabar' dat hier vertaald is met 'breken', betekent ook 'vertrappen' en 'verpletteren', en is daarom vergelijkbaar met druiven die in een wijnpers worden getreden, waarvan in het vervolg van de tekst sprake is. Het gezag van deze mannen was geen afgeleid gezag van Yahweh. Hoe vaak had Jeremia niet tot bekering opgeroepen om eerlijke rechtspraak en zuivere tempeldienst. Hij had hen vele malen dit oordeel aangekondigd als ze zich niet zouden bekeren. Maar in plaats van zich te bekeren werd Jeremia vervolgd. Om dezelfde redenen heeft de HEERE de maagd, de dochter van Juda, als in een wijnpers getreden........ De wijnpers staat symbool voor het oordeel (Jesaja 63:1-6).

Vanwege deze dingen ween ik, mijn oog, mijn oog laat water neerstromen......... De dochter van Sion – zoals  ze in vers 6 genoemd wordt - laat weten dat ze om alles wat plaatsvindt voortdurend huilt. Het tweemaal noemen van ‘mijn oog’ is een manier om te zeggen dat ze onophoudelijk huilt. De zonen, dat zijn de kinderen van zijn volk, zijn ontzet vanwege de macht van de vijand die deze ongestoord kan uitoefenen over de stad. Het lijkt erop dat Jeremia in dit gedeelte ertoe overgaat om niet meer uit naam van vrouwe Jeruzalem te spreken, maar vanuit zijn eigen beleving. Hij ziet de jongeren van het volk als 'zijn zonen'. 

De Trooster Die mijn ziel verkwikt is ver van mij.......... Jeremia heeft oprecht verdriet. Ondanks het feit dat wat er gebeurt bevestigt wat hij doorlopend geprofeteerd heeft; voelt hij geen triomf en zegt hij niet: "dat komt ervan als je niet luistert!".  Jeremia is diep bedroefd door het verdriet van Jeruzalem en Juda. Onwillekeurig gaan ook onze gedachten uit naar de grote verdrukking die Israël, maar ook ons zal treffen.

Klaagliederen 1:17-19
17. Sion spreidt haar handen uit, pe maar zij heeft geen trooster.
Wat Jakob betreft heeft de HEERE geboden: Zijn omstanders zullen zijn tegenstanders zijn.
Jeruzalem is geworden als een afgezonderde vrouw onder hen.
18. Rechtvaardig is Hij, de HEERE, tsade want ik ben Zijn bevel ongehoorzaam geweest.
Luister toch, alle volken, en zie mijn leed:
mijn jonge vrouwen en mijn jongemannen zijn in gevangenschap gegaan.
19. Ik riep tot mijn minnaars, koph maar zíj hebben mij bedrogen.
Mijn priesters en mijn oudsten hebben de geest gegeven in de stad,
toen zij voedsel zochten voor zichzelf om hun ziel te verkwikken.

Sion spreidt haar handen uit, maar zij heeft geen trooster.......... Vrouwe Jeruzalem spreidt haar handen in hulpgeroep uit naar de hemel. Maar de hemel lijkt van koper. Ze spreidt haar handen uit naar voorbijgangers, maar er is geen erbarmen. Ze is alleen, in de diepste zin van het woord.

Wat Jakob betreft heeft de HEERE geboden: Zijn omstanders zullen zijn tegenstanders zijn........ dit heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat het nageslacht van Jakob in de woestijn zonder reden aangevallen werd door Amalek. Dit volk zou van generatie op generatie hun vijand zijn (Exodus 17:16). Het volk Edom, waaruit Amalek is voortgekomen, vormde bij deze ellende de tegenstanders die haar zagen en uitlachten om haar ondergang (zoals we bij vers 7 al vermeldden). 

Jeruzalem is geworden als een afgezonderde vrouw onder hen......... een "afgezonderde vrouw" was in de Bijbel een vrouw in haar maandelijkse onreinheid, met wie een man geen gemeenschap mocht hebben. In het beeld van 'een vrouw die minnaars had' betekent dit dus dat al haar minnaars een afkeer van haar hadden en haar links lieten liggen. Met dit beeld voor ogen moet ze begrijpen dat ze Gods gebod ongehoorzaam is geweest.
Hier komt de schuldbellijdenis: "Rechtvaardig is Hij, de HEERE, want ik ben Zijn bevel ongehoorzaam geweest."

Of is dit het geroep van de profeet Jeremia die zich met het leed van Jeruzalem vereenzelvigt? Die voor Jeruzalem in de bres gaat staan? (Psalm 106:23; Ezechiël 13:5; 22:30).

Vrouwe Jeruzalem roept: "Luister toch, alle volken, en zie mijn leed........ mijn jonge vrouwen en mijn jongemannen zijn in gevangenschap (ballingschap) gegaan." Vrouwe Jeruzalem blijft maar roepen om aandacht voor haar verlatenheid....haar nood....wat moet ze anders? Opnieuw komt geen schuldbelijdenis over haar lippen. 
Ik riep tot mijn minnaars, maar zíj hebben mij bedrogen........ die 'minnaars' hadden geen rechtvaardig huwelijksverbond met haar aangegaan, Jeruzalem had zijn eigen Maker, zijn eigen Man!! (Jes.54:5,6)

Wie waren die minnaars die Vrouwe Jeruzalem hebben bedrogen? Buiten Israël waren dat de volken waarmee ze een verbond hadden gesloten (Jeremia 27:1-15). Maar onder eigen volk "haar priesters en haar oudsten.... die zou je toch moeten vertrouwen??? Maar nee: zij waren de herders die zichzelf weidden (Ezechiël 34:2 lees hele gedeelte!). Zij zochten voedsel voor zichzelf om hun ziel te verkwikken ......... Ze bekommerden zich niet om de schapen die ze moesten weiden. 

deze herders hebben de geest gegeven in de stad.......... het oordeel trof hen: ze zijn omgekomen.

Klaagliederen 1:20-22
20. Zie, HEERE, hoe het mij bang te moede is; resj mijn ingewanden zijn vol onrust,
mijn hart keert zich om in mijn binnenste, want ik ben zeer ongehoorzaam geweest;
buiten heeft het zwaard mij van kinderen beroofd, binnenshuis is het als de dood.
21. Zij horen hoe ik zucht, sjin maar ik heb geen trooster.
Al mijn vijanden horen mijn onheil, zij zijn vrolijk, omdat U dat hebt gedaan.
U hebt de dag gebracht die U aangekondigd hebt, maar zij zullen zijn net als ik.
22. Laat al hun kwaad voor Uw aangezicht komen, taw en doe met hen
zoals U met mij gedaan hebt vanwege al mijn overtredingen.
Want talrijk zijn mijn zuchten, en mijn hart is afgemat.

Zie, HEERE, hoe het mij bang te moede is; mijn ingewanden zijn vol onrust........ Hier is vrouwe Jeruzalem weer aan het woord. Ze is bang, moe, hongerig, verdrietig en onrustig. Ze beseft nu dat ze heel ongehoorzaam is geweest. Ook hier ging weer in vervulling wat Mozes omschreef in "het lied van Mozes" "buiten heeft het zwaard mij van kinderen beroofd, binnenshuis is het als de dood." Deut. 32:25. 

Zij horen hoe ik zucht, maar ik heb geen trooster........ eens droeg ze haar erenaam "de dochter van Sion" die mocht delen in de vreugde des HEERE. Nu is ze beroofd, arm en verachtelijk in elks ogen. Huilen, zuchten, maar verlangend naar troost.

Al mijn vijanden horen mijn onheil, zij zijn vrolijk, omdat U dat hebt gedaan........ we hebben al eerder het broedervolk Edom genoemd, wat zich hieraan schuldig maakte. Maar ze zijn beslist niet minder schuldig dan vrouwe Jeruzalem die dat heel goed beseft, want ze zegt: "zij zullen zijn net als ik op de aangekondigde oordeelsdag". Ze moeten zich niet verbeelden dat zij beter zijn. Alleen het belijden van schuld en oprechte bekering tot de levende God kan het lot op de oordeelsdag keren. En ook de Babyloniërs zullen hun straf niet ontgaan om datgene waarin ze verder gegaan zijn dan wat God bedoelde (Zacharia 1:15; Jer. 25:12)..

Laat al hun kwaad voor Uw aangezicht komen,...... en behandel ze zoals U dat met mij gedaan hebt. Het gebed om wraak wordt door God niet afgewezen. Hem komt de wraak toe, Hij zal het vergelden (Hebr. 10:30). De gebeden om wraak van hen die gedood zijn om hun getuigenis, waren volkomen terecht (Openbaring 6:10). 

Dan eindigt dit hoofdstuk met de droevige klacht: "Want talrijk zijn mijn zuchten, en mijn hart is afgemat." 

Maar er was een profeet die voor de dochter van Sion in de bres ging staan, zoals Mozes dat deed voor het volk Israël.

Ida