English & other languages: click here!
Klaagliederen 2
Klaagliederen 2 beschrijft hoe YAHWEH zelf op "de Dag van Toorn over Sion" de verwoesting van Jeruzalem heeft teweeggebracht. De uitdrukkingen ‘de HEERE heeft’ of ‘Hij heeft’, in alle vormen, komen zo’n 30 keer voor in deze 22 verzen. Hij, de HEERE heeft het geprofeteerde oordeel uitgevoerd. De stad, de tempel, de leiders en het volk worden getroffen. De profeet benadrukt dat dit geen willekeurige ramp is, maar een gericht oordeel vanwege voortdurende ongehoorzaamheid. Dit in tegenstelling tot het eerste hoofdstuk, waarin men de vijandigheid van de vijand proeft en er droefheid is om vrouwe Jeruzalem. Maar nu wordt alles gezien als het handelen van YAHWEH. De toon is rauw, intens en doorweven met rouw.
- Gods actieve oordeel (vv. 1–9)
- De totale vernedering van het volk (vv. 10–12)
- Jeremia zoekt woorden voor het onzegbare (vv. 13–17)
4. Oproep tot intense rouw en gebed (vv. 18–19)
5. Een aangrijpende klacht tot God (vv. 20–22)
1. Gods actieve oordeel
Klaagliederen 2:1-2
1. Hoe heeft de Heere in Zijn toorn aleph
de dochter van Sion in wolken gehuld.
Hij heeft vanuit de hemel ter aarde geworpen
de luister van Israël;
en Hij heeft aan de voetbank van Zijn voeten niet gedacht
op de dag van Zijn toorn.
2. De Heere heeft verslonden, Hij heeft niet gespaard, beth
alle woningen van Jakob;
Hij heeft in Zijn verbolgenheid
de vestingen van de dochter van Juda met de grond gelijkgemaakt.
Hij heeft ze met de grond in aanraking doen komen,
Hij heeft het koninkrijk en zijn vorsten ontheiligd.
Hoe heeft de Heere in Zijn toorn de dochter van Sion in wolken gehuld........ Er hangen donkere wolken boven Jeruzalem. Zoals de duisternis de watervloed op aarde bedekte vóór de schepping; zoals duisternis over de hele aarde kwam toen Yeshua Gods oordeel droeg aan het kruis (Mattth. 27:45). Hij heeft de luister van Israël vanuit de hemel ter aarde geworpen......... de luister (de heerlijkheid) van Israël was de status die God aan Zijn volk heeft gegeven. YAHWEH had hen uitgekozen tot zijn speciale “kostbaarheid” of “schat”, zij Sekhoela סְגֻלָּה (Exodus 19:5) dat veel meer betekent dan “persoonlijk eigendom”. Het gaat om het huwelijksverbond op de Sinaï. Het houdt in dat Israël de bruid van God zal zijn en een intieme relatie met Hem zal hebben. Maar een volk dat er 'minnaars' (Klaagl. 1:2) op na houdt is die kostbare schat niet waard. En als de breuk in die relatie zich ondanks waarschuwingen voortzet, dan worden, in plaats van de zegeningen, de vloeken uit Deuteronomium 28 van kracht.
Hij heeft niet aan de voetbank van Zijn voeten gedacht op de dag van Zijn toorn........ Eens vatte koning David het plan op om een Huis voor YAHWEH te bouwen, een rustplaats voor de ark van het verbond en daarbij een voetbank voor de voeten van zijn God. Wat een verlangen en een blijdschap sprak daaruit. Hij bereidde de bouw voor en zijn zoon Salomo heeft dat prachtige plan uitgevoerd. Het was de plek waar God onder Zijn volk woonde, maar zo kon Hij er niet blijven wonen. Hij werd afgewezen en verruild voor afgoden. God had hen gewaarschuwd:
Jeremia 7:8-11 Zie, u vertrouwt op bedrieglijke woorden, die niet van nut zijn. 9. Stelen, doodslaan, overspel plegen, valse eden afleggen, reukoffers brengen aan de Baäl, andere goden achternagaan, die u niet gekend hebt, 10. en dan voor Mijn aangezicht komen staan in dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, en zeggen: Wij zijn gered – om al deze gruweldaden te doen? 11. Is dan dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? Ook Ik, zie, Ik heb het gezien, spreekt de HEERE.
De Heere heeft verslonden, Hij heeft niet gespaard, alle woningen van Jakob........
Het Koningshuis van David heeft geen opvolgers meer, de koningen zijn gevangen genomen door Nebukadnezar van Babel: einde konimkrijk
Alles met de grond gelijk gemaakt..................
Wat wordt getroffen?
- Tempel — de offerdienst stopt, feestdagen verdwijnen
- Stad — muren, poorten en vestingen vallen
- Leiders — koningen, priesters en profeten verliezen hun positie
- Volk — ouderen rouwen, kinderen bezwijken van honger
Klaagliederen 2:3-5
3. In brandende toorn heeft Hij gimel
heel de hoorn van Israël stukgebroken.
Hij heeft Zijn rechterhand naar achteren toe getrokken
in het zicht van de vijand.
Hij is tegen Jakob ontbrand als een vlammend vuur,
dat naar alle kanten verteert.
4. Hij heeft Zijn boog gespannen als een vijand, daleth
Zijn rechterhand in de aanslag
als een tegenstander; Hij doodde
alle voor het oog begerenswaardige dingen.
In de tent van de dochter van Sion
heeft Hij Zijn grimmigheid als een vuur uitgestort.
5. De Heere is als een vijand geworden; he
Hij heeft Israël verslonden,
al haar paleizen heeft Hij verslonden,
haar vestingen te gronde gericht:
Hij vermeerderde bij de dochter van Juda
geklag en geklaag.
In brandende toorn heeft Hij de hoorn van Israël stukgebroken....... De hoorn is een beeld van kracht en overvloed (Psalm 18:3, 75:5,11; 89:18). De eer, het leven, van deze voorheen bruisende stad, is verbroken door Hem die het hen gegeven had.
Hij heeft Zijn rechterhand naar achteren toe getrokken in het zicht van de vijand....... God maakte ruimte zodat de vijand kon toeslaan.
Hij is tegen Jakob ontbrand als een vlammend vuur, dat naar alle kanten verteert........ de boosheid van God is niet meer in bedwang te houden.
Het vuur grijpt naar alle kanten. Alles lijkt verloren en er gaat ook veel velroren. We weten het ook in onze tijd: God is een verterend vuur! (Hebreeën 12:29 ).
Deuteronomium 4:24-26 benadrukt Gods absolute heiligheid en Zijn toorn tegen zonde, waarbij niets wat onrein is in Zijn aanwezigheid kan bestaan. Je kunt schrikken als je dit leest. Kan het zo gaan, ook in onze tijd? Maar morgen als je leven weer zijn gewone gang gaat, verdring je de gedachte dat je het met God in orde moet maken. Zo zal het ook met menigeen in Jeruzalem gegaan zijn.
Hij heeft Zijn boog gespannen als een vijand, Zijn rechterhand in de aanslag.......... het is goed dat het woordje 'als' in deze tekst staat, want een vijand is op de ondergang uit. Maar God beoogt door deze maatregelen Zijn volk weer op het rechte spoor te krijgen. Maar het voelt voor hen wel als vijandschap: als een tegenstander; Gods rechterhand was vaak een reddende hand (Ex. 15:6 en 12). Maar nu heeft Hij Zijn rechterhand zelfs naar achteren toe getrokken in het voordeel van de vijand.
Hij doodde alle voor het oog begerenswaardige dingen........ Alles waarnaar het begeren van de dochter Sion uitging wordt haar ontnomen. Ja dan is God voor haar een vijand en tegenstander geworden.
In de tent van de dochter van Sion heeft Hij Zijn grimmigheid als een vuur uitgestort......... . Met die 'tent' kan het leefgebied bedoeld zijn, maar commentatoren brengen het in verband met de tempel. En die is ook verwoest. Men heeft echt Gods boosheid gevoeld, want Hij heeft Zijn grimmigheid goed laten merken: Hij was als een vuur. En we weten Hij kan een verterend vuur zijn als we volharden in zonde en als onze aandacht voor Hem zich verslapt. Wie wil weten hoe afgodisch de tempeldienst was geworden wordt aangeraden om de hoofdstukken Ezechiël 9-11 te lezen, waar God aan Ezechiël de praktijk van de tempeldienst toont.
De Heere is als een vijand geworden; Hij heeft Israël verslonden........ dat is uit alles wel duidelijk geworden. Dat moet hen toch wakker schudden!
al haar paleizen heeft Hij verslonden, haar vestingen te gronde gericht:....... Paleizen, vestigingen alles is plat gegooid. Maar het ergste is: de tempel! De plaats waar God eer moet ontvangen. De plaats waar God woonde, waar eens de ark stond, de troon van God en de voetbank van Zijn voeten. De plaats die zo vreugdevol door Koning Salomo was ingewijd. Die ark is ook door de Babyloniërs geroofd, daarin waren alleen de twee stenen tafelen, zoals we dat lezen in 1 Kon. 8:9.
Hij vermeerderde bij de dochter van Juda geklag en geklaag......... Het huilen, de weeklaag, gemopper, maar ook agressie, zulke uitingen nemen toe in deze zware omstandigheden.
Klaagliederen 2:6-7
6. Hij heeft als in een tuin Zijn hut met geweld omvergehaald, waw
Hij heeft Zijn plaats van samenkomst te gronde gericht;
De HEERE heeft in Sion laten vergeten
feestdag en sabbat.
Hij heeft in Zijn grimmige toorn verworpen
koning en priester.
7. De Heere heeft Zijn altaar verstoten, zain
tenietgedaan Zijn heiligdom.
Hij heeft in de hand van de vijand uitgeleverd
de muren van haar paleizen.
Zij hebben in het huis van de HEERE hun stem laten klinken
als op een feestdag.
Hij heeft als in een tuin Zijn hut met geweld omvergehaald.......... In vers 6wordt het beeld van de tent in vers 4 verder uitgewerkt: God heeft Zijn "hut" (of "vergaderplaats") met geweld afgerukt, "als een hof", wat duidt op de volledige vernietiging van de tempel. Hier wordt de tempel vergeleken met een tijdelijke landbouwhut die wordt afgebroken na de oogst - net zo als het hutje op een komkommerveld (Jesja 1:8) maar dat hutje is nog blijven staan — . Het laat duidelijk zien hoe God Zijn heiligdom heeft laten verdwijnen vanwege Zijn toorn.
De HEERE heeft in Sion laten vergeten feestdag en sabbat. Hij heeft in Zijn grimmige toorn verworpen koning en priester........ De feestdagen van YAHWEH - inclusief de sabbat - ingesteld in Leviticus 23 met hun offers kunnen niet meer plaatsvinden. Wat een armoede! Die offers zouden nu juist des te meer nodig zijn om vergeving van zonden te kunnen verkrijgen. Maar de harten zijn nog niet toebereid tot de dienst van verzoening. Ook de koning en priesters zijn weggevoerd naar Babel. Compleet alles ligt plat. De Heere heeft Zijn altaar verstoten, tenietgedaan Zijn heiligdom. Het bloedvergieten in dit oordeel heeft een ander doel gediend en heeft het altaar en het heiligdom ongeschikt gemaakt voor de eredienst. Een pijnlijke opmerking: "Zij hebben in het huis van de HEERE hun stem laten klinken als op een feestdag". Die "zij", zijn de Babyloniërs die luidruchtig het heiligdom zijn binnengegaan in een blijde overwinningsroes (te lezen in Jeremía 52:17-23).
Klaagliederen 2:8-9
8. De HEERE heeft besloten om cheth
de muur van de dochter van Sion te gronde te richten;
Hij heeft het meetlint uitgespannen,
Hij heeft Zijn hand niet teruggetrokken van de verslinding.
Hij heeft de vestingwal en de muur rouw doen bedrijven,
samen zijn zij ingestort.
9. Haar poorten zijn ter aarde gezonken, teth
haar grendels heeft Hij vernield en gebroken.
haar koning en haar vorsten bevinden zich onder de heidenvolken.
Het onderwijs in de wet ontbreekt.
Ook hebben haar profeten geen
visioen van de HEERE ontvangen.
De HEERE heeft besloten om de muur van de dochter van Sion te gronde te richten........ Als gevolg hiervan laat Hij vestingwal en muur treuren. Ze kwijnen weg (zie Jeremia 14:2).
Hij heeft het meetlint uitgespannen, Hij heeft Zijn hand niet teruggetrokken van de verslinding...... dit was om het terrein van de verwoesting precies aan te geven, zoals ook het bouwterrein precies werd uitgezet. Zacharia 1:16.
Hij heeft de vestingwal en de muur rouw doen bedrijven, samen zijn zij ingestort........ de vestingwal is om de eigenlijke stadsmuur heen gebouwd.
Haar poorten zijn ter aarde gezonken,haar grendels heeft Hij vernield en gebroken....... Later vind Nehemia de ingestorte poorten en muren en ziet dat ze met vuur zijn verbrand (Nehemia 1:3, 2:3; 2:13; 2:17). Hij bouwde de poorten en muren weer op. De poorten waren belangrijk om op sabbat te sluiten, zodat er dan geen goederen transport kon plaatsvinden (Nehemia 13:19,22).
haar koning en haar vorsten bevinden zich onder de heidenvolken........ die waren allemaal gedeporteerd naar Babel. Het onderwijs in de wet ontbreekt. Ook hebben haar profeten geen visioen van de HEERE ontvangen...... God heeft zich voor 70 jaar teruggetrokken van Zijn volk. Maar Hij vergat hen niet.
De totale vernedering van het volk
Klaagliederen 2:10-12
10. Zij zitten zwijgend op de grond, jod
de oudsten van de dochter van Sion.
Zij hebben stof op hun hoofd geworpen,
zich met rouwgewaden omgord.
Zij laten hun hoofd ter aarde hangen,
de jonge vrouwen van Jeruzalem.
11. Mijn ogen zijn verteerd door tranen, kaph
mijn binnenste is vol onrust.
Mijn ingewanden zijn ter aarde uitgestort,
vanwege de breuk van de dochter van mijn volk,
om het bezwijken van kind en zuigeling
op de pleinen van de stad.
12. Tegen hun moeders zeggen zij: lamed
Waar is er koren en wijn?
terwijl zij bezwijken als dodelijk gewonden
op de pleinen van de stad,
terwijl hun leven wegvloeit
op de schoot van hun moeders.
Zij zitten zwijgend op de grond, de oudsten van de dochter van Sion...... wat een trieste aanblik, die mensen zonder hoop, murw geslagen, wachtend op hun deportatie. Stof op het hoofd, rouwgewaden. De jonge vrouwen zonder levenslust, die hun hoofd laen hangen. Ogen verteerd door tranen en een onrustige ziel. Het grijpt Jeremia de profeet heel erg aan. Hij gaat nu beschrijven wat hij in deze beproeving beleeft.
Mijn ogen zijn verteerd door tranen, mijn binnenste is vol onrust, mijn ingewanden zijn ter aarde uitgestort. Jeremia ziet de gebrokenheid van het volk waarvan hij deel uitmaakt. Hij ziet kinderen en babies die naar eten vragen. Hij hoort hoe ze roepen om eten en drinken. Want dat zullen ze bedoelen met "koren en wijn". Ze zien er uit als dodelijk gewonden op de pleinen van de stad, waar ze bij normale omstandigheden hun spelletjes spelen. Ook de borstvoeding voor babies stagneert.
Jeremia zoekt woorden voor het onzegbare
Klaagliederen 2:13-15
13. Wat zal ik u voorhouden, mem
waarmee u vergelijken, dochter van Jeruzalem?
Waaraan zal ik u gelijkstellen,
zodat ik u zal troosten, maagd, dochter van Sion?
Want groot als de zee is uw breuk!
Wie kan u genezen?
14. Uw profeten hebben voor u gezien nun
valse visioenen en dwaasheid;
uw ongerechtigheid hebben zij niet bekendgemaakt
om uw gevangenschap om te keren,
maar zij hebben lasten voor u gezien
van valsheid en misleidingen.
15. Alle voorbijgangers hebben over u samech
de handen ineengeslagen.
Zij sisten van afschuw en schudden hun hoofd
over de dochter van Jeruzalem:
Is dit de stad waarvan men zei:
Volmaakt van schoonheid,
een vreugde voor heel de aarde?
In dit gedeelte proef je de liefde die Jeremia had voor Gods volk. Hij zou willen dat hij hen kon troosten, nu ze zo in de ellende verkeren. Hij vertolkt hier toch ook wel Gods gevoelens, die sprak "In al hun benauwdheid was Hij benauwd;" (Jesaja 63:9). Maar Jesaja ziet ook wel hoe onmetelijk diep de breuk met de heiligheid van God is. Die is ongeneeslijk.
Uw profeten hebben voor u gezien valse visioenen en dwaasheid;....... dat is telkens weer een grote reden tot afval. Die welvaarts-predikers, die vertellen wat mensen graag willen horen. Positief denken! En visioenen vertellen die indruk maken, maar van demonen komen. Er is altijd misleiding die op de loer ligt. Het punt is dat men de realiteit niet onder ogen wil zien. Dat is zo ongemakkelijk. Je moet toch genieten als hoogste doel stellen? Dat is in onze tijd niet anders. Alleen de teksten uit Gods Woord halen die je blij maken. Maar de andere teksten zijn ook nodig voor het juiste evenwicht. En dat betekent, zoals Jeremia dat voortdurend deed: uw ongerechtigheid bekend maken! Oproepen tot bekering. Gods Woord roept ook in deze tijd op tot bekering, want de afval is groot. Menig mens lacht om die oproep en haalt zijn schouders op. Dat deed Israël ook en zo kwamen ze terecht in het verschrikkelijke oordeel.
Hoewel het volk gered werd uit Egypte, had God geen welbehagen in de meesten van hen, omdat zij in de woestijn ongelovig en ongehoorzaam waren en zo omkwamen. Die gebeurtenissen zijn een les voor ons, wij moeten niet naar slechte dingen verlangen zoals zij. Loop ook niet achter andere goden aan, zoals sommigen van hen deden. In de Boeken staat: ‘Zij gingen zitten om te eten en te drinken en ze stonden op om losbandig te dansen.’ Pas daarvoor op. (1 Korinthe 10:6-7 Het Boek).
Alle voorbijgangers hebben over u de handen ineengeslagen........ de bewoners van naburige landen, die zo nu en dan in Israël kwamen, slaan de handen ineen en zeggen: 'wat verschrikkelijk, wat erg...! Is dat nu die dochter van Jeruzalem die zo trots op hun tempel was?" 'Is dit nu de stad waarvan men zei: Volmaakt van schoonheid, een vreugde voor heel de aarde?'. Wij weten uit de Bijbel dat Yeshua zei dat Israël "een licht voor de wereld zal zijn, een stad boven op een berg, en het zout der aarde zal zijn" (Matth. 5:13-14). Het lijkt er nog helemaal niet op. Maar het komt!! Een belofte voor het komende Vrederijk. God bereikt Zijn doel, Zijn Woord is Waarheid. Maar de weg erheen gaat vaak door diepe dalen.
Klaagliederen 2:16-17
16. Zij hebben over u hun mond opengesperd, pe
al uw vijanden.
Zij sisten van afschuw en knarsetandden,
zij zeiden: Wij hebben haar verslonden!
Ja, dit is de dag die wij verwacht hebben,
wij hebben hem gevonden en hebben hem gezien!
17. De HEERE heeft gedaan wat Hij Zich had voorgenomen, ain
Hij heeft Zijn woord vervuld,
dat Hij in de dagen van weleer geboden had.
Hij heeft afgebroken, en niet gespaard,
en Hij heeft de vijand over u verblijd;
Hij heeft de hoorn van uw tegenstanders opgeheven.
Zij hebben over u hun mond opengesperd, pe al uw vijanden....... omdat dit in een bepaalde dichtvorm, gelinkt aan het alfabet, geschreven is, was de keuze hier voor het woord "mond", want de letter Pé (פ) is de zeventiende letter van het Hebreeuwse alfabet en de betekenis van het woord pèh (פֶּה) is ook mond. De "mond opensperren" betekent dan verachting en leedvermaak (Psalm 22:14, 35:21). In Obadja 1:12 was dat precies wat Edom (Ezau/Amalek) deed bij deze geschiedenis. Zie ook Obadja 1:10-16. Ook hierop rust Gods zware oordeel. Ook het sissen en knarssetanden heeft zowel met die letter Pé (פ) te maken als met de vijandige houding van leedvermaak. Ze hebben op dit moment gewacht, zich verheugd. Ook zijn er uitleggingen dat ze meegedaan hebben aan de vernietiging van de tempel. Het was de dag waarop ze zaten te wachten en dat was vervuld.
De HEERE heeft gedaan wat Hij Zich had voorgenomen, Hij heeft Zijn woord vervuld,......... Jeremia weet dat dit ging om de door God vastgestelde tijd (mo'ed - de mensen kennen vaak de meervoudsvorm mo'adiem). God had daarover gesproken onder meer door de profeet Micha (Jer.26:18).
Hij heeft afgebroken, en niet gespaard, en Hij heeft de vijand over u verblijd....... voortdurend komt naar voren dat dit alles niet alleen boosaardig vijandschap is, maar dat dit is opgeroepen door God om het oordeel te vellen over Zijn ongehoorzaam volk, teneinde hen tot bekering te bewegen. Zo zal Hij ook Gog en Magog aan de kaken meeslepen om hun vijandige plannen uit te voeren voor Gods doel (Ezechiël 38:2-3).
4. Oproep tot intense rouw en gebed
Klaagliederen 2:18-19
18. Hun hart schreeuwde het uit tot de Heere: tsade
Muur van de dochter van Sion,
laat tranen als een beek naar beneden stromen,
dag en nacht!
Gun uzelf geen rust,
laat uw oogappel niet stilstaan!
19. Sta op, weeklaag in de nacht,
vanaf de eerste nachtwake!
Stort uw hart uit als water
voor het aangezicht van de Heere!
Hef tot Hem uw handen op,
om het leven van uw kleine kinderen,
die versmachten van honger op de hoeken van de straten.
Hun hart schreeuwde het uit tot de Heere: Muur van de dochter van Sion....... Een muur is een beeld van bescherming, van veiligheid. Maar dit beeld klopt niet meer. Ze schreeuwden tot de Heere om een Muur te zijn rondom "de dochter van Sion". Maar ze hadden zich niet gedragen als de dochter van Sion en de geestelijke Muur had geen functie meer.
laat tranen als een beek naar beneden stromen, dag en nacht!...... Jeremia moedigt het wanhopige volk aan om tranen van verdriet en spijt te laten stromen voor Gods aangezicht. Ze moesten zichzelf geen rust gunnen. Ga door dochter Sions, verootmoedig u. Blijf aankloppen bij Hem die al zo vaak bij u aan de deur heeft geklopt. Stort uw hart uit als water voor het aangezicht van de Heere! Of het nu nacht of dag is, ga door! Laat weten dat het u menens is.
Hef tot Hem uw handen op, vanwege het leven van uw kleine kinderen........ doe het om uw kleine kinderen die van honger dreigen te sterven. Het uw handen op en kniel voor Hem neer. Verneder u voor Hem die de bron van uw leven is
Klaagliederen 2:20-22
20. Zie, HEERE, en aanschouw resj
aan wie U zo gedaan hebt!
Moeten vrouwen hun eigen vrucht eten,
kleine kinderen die zij op handen droegen?
Moeten dan in het heiligdom van de Heere gedood worden
priester en profeet?
21. Zij liggen ter aarde op de straten, sjin
jong en oud.
Mijn jonge vrouwen en mijn jongemannen
zijn door het zwaard gevallen.
U hebt hen gedood op de dag van Uw toorn,
U hebt hen afgeslacht, en niet gespaard.
22. U hebt bijeengeroepen, als op een feestdag, taw
verschrikkingen voor mij van rondom!
En niemand is op de dag van de toorn van de HEERE
ontkomen of ontvlucht!
Wie ik op handen heb gedragen en heb grootgebracht,
heeft mijn vijand omgebracht!
Zie, HEERE, en aanschouw aan wie U zo gedaan hebt.............! Dit is weer een zin waarin van de HEERE gezegd wordt dat Hij dat gedaan heeft. En dat is ook een juiste vaststelling. Als God oordeelt schakelt Hij dikwijls vijanden in. Hij benut bestaand kwaad en vijandschap om Zijn doel te bereiken. Niet dat Hij die vijanden voor onschuldig houdt. Ze mogen zover gaan als Hij toestaat. Na de ballingschap keerde Zacharia als een jonge knaap terug uit Babel. Hij kreeg een visioen en de boodschap, zie de Bijbeltekst hieronder, daarin had betrekking op wat in dit hoofdstuk beschreven wordt. De engel als woordvoerder van God, kwam terug op wat de heidenvolken hadden aangericht. Als ze hun boekje te buiten zijn gegaan wordt hen dat zeker aangerekend.
Zacharia 1:14-16
14. De Engel Die met mij sprak, zei tegen mij: Predik:
Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Met grote na-ijver zet Ik Mij in voor Jeruzalem en voor Sion.
15. Maar Ik ben zeer toornig
op die zorgeloze heidenvolken.
Ík was een weinig toornig,
maar zíj hebben geholpen het erger te maken.
16. Daarom, zo zegt de HEERE:
Ik ben naar Jeruzalem teruggekeerd met barmhartigheid;
Mijn huis zal erin herbouwd worden,
spreekt de HEERE van de legermachten,
en het meetlint zal over Jeruzalem uitgespannen worden.
Moeten vrouwen hun eigen vrucht eten, kleine kinderen die zij op handen droegen........? Dit kan toch niet Gods bedoeling zijn? De Bijbel spreekt anders dan hoe wij gevormd zijn met humanistische denkbeelden. (2 Kon. 6:28-29). Ook hier zien we weer dat bij het oordeel de vloek in werking treedt, vermeld in "de zegen en de vloek" (Lev. 26:29. en Deut. 28:53,57).
Moeten dan in het heiligdom van de Heere gedood worden priester en profeet........? Kan dat dan zomaar dat priesters en profeten gedood worden notabene in het Huis van de HEERE..... de tempel? Hun lijken liggen op de straat. De priester Elia en de profeet Mozes die - naar ik aanneem - als getuigen terug komen uit de hemel en prediken, worden ook gedood en ook hun lijken liggen op de straten van Jeruzalem. Met dit enorme verschil, dat zij opstaan en opstijgen naar de hemel, waar ze daarvoor ook al waren (Openbaring 11:1-11).
Mijn jonge vrouwen en mijn jongemannen zijn door het zwaard gevallen...... Leviticus 26:25 noemt dit verbondswraak in het hoofdstuk over zegen en vloek en het hoofdstuk "zegen en vloek" in Deut. 28:49-50 heeft het over een volk van ver weg, waarvan je de taal niet verstaat, een meedogenloos volk dat oude mensen niet ontziet en jonge mensen niet genadig is. Dat voltrekt zich als God het oordeel zendt. Ze konden het verwachten, als ze de TORA maar ter harte hadden genomen en geluisterd hadden naar Jeremia. Ze hebben de waarheid ten onder gehouden.
U hebt hen gedood op de dag van Uw toorn, U hebt hen afgeslacht, en niet gespaard....... voor de dag van uw toorn staat er in het Hebreeuws "jom mo éd" יוֹם מוֹעֵד = dag van vastgestelde tijd, en dat vertalen wij meestal als een feestdag. Maar hier is het een vastgestelde tijd van toorn. Toch is het een feestdag voor de vijand. Er is dus sprake van een verbinding tussen feest en toorn. Voor Jeruzalem toorn, waaraan men niet kan ontkomen en voor de vijand feest. En dan weer die rauwe 'constatering': U God hebt hen afgeslacht, en niet gespaard. Het is inderdaad Gods werk. Humanistisch gevormde mensen die niet in de hel geloven zullen dit ook niet kunnen passen in het Godsbeeld. Maar God laat zich wel zo kennen.
Wie ik op handen heb gedragen en heb grootgebracht, heeft mijn vijand omgebracht!............Hier zien we Jeremia in al zijn verdriet en teleurstelling. Wat heeft hij gepredikt in Jeruzalem en Juda, gewaarschuwd, geprofeteerd! God riep hem daartoe en hij was gehoorzaam. Hij wilde Gods volk grootbrengen, 'opvoeden' met de woorden die God hem gaf. Ze waren immers Gods volk! Hij hield van hen, maar liefde brengt ook leed met zich mee. Liefde kan ook boosheid bewerken. De profeet leed voortdurend onder de tegenstand en kritiek, en de 'concurrentie' van welvaart-profeten onder het volk. Maar hij heeft ook deernis met dit volk als hij zoveel lijden ziet. Het was het volk dat hij droeg in zijn hart, hij zag ze als zijn kinderen die hij tot gehoorzaamheid riep. En nu, nu heeft de vijand hen omgebracht. Jeremia is te vergelijken met Elia na het gebeuren op de Karmel (1 Koningen 19:12,14). Maar we weten dat zowel Elia als Jeremia van God inzicht ontvingen om Gods wijze bedoelingen in dit alles te zien. God had voorzien in een overblijfsel. In het volgende hoofdstuk (Klaagliederen 3:22) zegt Jeremia:
Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is!
Ida