Deuteronomium 2 - het doel is nabij

Mozes gaat verder met de gebeurtenissen tijdens de woestijnreis onder de aandacht te brengen van de nieuwe generatie. Niet omdat het verleden iets is om trots op te zijn of omdat emotionele motieven een rol spelen. Nee, Mozes, als Middelaar van het Eerste Verbond herhaalt wat God heeft geboden en illustreert met het verleden wat de gevolgen zijn van het niet gehoorzamen aan Gods instructies. De geboden worden behandeld in Deuteronomium 5:1 – 6:3. Het verleden kennen is nodig om de toekomst aan te kunnen. Het verleden kennen is nodig om Gods grootheid, Zijn barmhartigheid en liefde te kunnen herkennen in alle omstandigheden, ook al zal Mozes zelf niet meer bij hen zijn.


Het volk moest in het laatste deel van de reis door bewoonde gedeelten heen. Ze hadden door Gods kracht de Midianieten uitgeroeid als straf voor de verleiding met Baäl Peor. Maar de Moabieten die ook daarbij betrokken waren werden gespaard omdat God dit gebied aan het nageslacht van Lot had beloofd. (vers 9)

De normale route liep door het gebied van Edom, het nageslacht van Ezau, Maar Ezau was een broedervolk en God had Ezau zelfs in staat gesteld om in Zijn kracht de Horieten (eveneens een volk van reuzen) te verdrijven. (vers 12 en 22)  We zien dus dat God ook andere volken te hulp kwam. We lezen het ook van de Kaftorieten
Deuteronomium 2:23 En de Kaftorieten, die afkomstig zijn uit Kaftor, hebben de Avvieten, die tot aan Gaza in dorpen woonden, weggevaagd en zijn in hun plaats gaan wonen.

Er was onder de volken een ontzag, maar evenzeer angst voor de God van Israël.

Je ziet dat beide generaties dezelfde soorten beproevingen ondergingen, voordat ze in Gods ogen klaar waren om het Beloofde Land binnen te gaan..

Deze voorbeelden mochten Israël bemoedigen om de beek Zered over te steken en in het gebied van de Amorieten te komen. Een beek die vermoedelijk de grens vormde tussen Moab en Edom. Dit mocht hen vooral bemoedigen om de vijanden in het land Kanaän tegemoet te gaan om hun land te bevrijden. Dat gebeurde niet eerder dan dat alle strijdbare mannen van de eerste generatie gestorven waren.

Israël had zowel aan Edom als aan Hesbon vredesvoorwaarden aangeboden om hen bij het doortrekken zo min mogelijk last te bezorgen. In beide gebieden werd dat geweigerd en werden zelfs de legers op hen afgestuurd. Het broedervolk Edom mocht niet worden bestreden en het gevolg was dat Israël een enorme omweg moest maken. De koning Sihon van Hesbon bood eveneens vijandige tegenstand, want God had zijn hart verhard. Dat moest gebeuren want God had dat land voor Israël bestemd. En hoewel daar reuzen waren,  deze generatie Israëlieten schrok er niet voor terug om het land te veroveren de inwoners te doden en de buit in bezit te nemen, want 

God streed voor hen. De Israëlieten moeten begrepen hebben dat ze dit nooit in eigen kracht hadden kunnen doen.  En God voerde die strijd omdat de maat van de zonde van dat volk vol was. Zo had God dat aan Abraham bekend gemaakt:

Genesis 15:16 De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol.

De bevolking van de gebieden die werden veroverd was zeer zondig. Net zoals in de dagen van Noach en zoals het was in de dagen van Sodom en Gomorra, was de maat van de zonde vol en moest God met Zijn oordeel komen.

In Psalm 106 lezen we dat de Israëlieten niet de hele bevolking uitroeiden, zoals God had geboden. Het gevolg was dat ze zich vermengden met de heidenen en aan diens heidense praktijken deel namen:

34 Zij vaagden de volken niet weg, zoals de HEERE hun bevolen had; 35 maar zij vermengden zich met de heidenvolken en leerden hun gebruiken.36 Zij dienden hun afgoden, die hun tot een valstrik werden. 37 bovendien offerden zij hun zonen en hun dochters aan de demonen. 38 Zij vergoten onschuldig bloed, het bloed van hun zonen en dochters. Zij offerden hen aan de afgoden van Kanaän, zodat het land door deze bloedschulden ontheiligd werd.

We lezen in deze psalmverzen dat er demonen in het spel waren. Iets wat wij niet gauw zullen benoemen. Door onze humanistisch beïnvloede denkwijzen zijn satan en zijn demonen wel iets waarover de Bijbel het heeft, maar dat demonen ook werkelijk in de mens en om de mens aanwezig zijn en de mens tot duistere daden aanzetten terwijl ze door hen beheerst worden, daar rekenen we vaak niet mee. We hebben daar keurige diagnostische termen voor. Maar dat is wel de reden waarom God mensen in het oordeel uitroeit.  En reken erop dat, hoe dichter het tijdstip nadert dat Yeshua komt om orde op zaken te stellen, alles in de occulte wereld gemobiliseerd wordt om mensen te bezetten en in de macht te krijgen, zodat ze daadwerkelijk “bezeten” zijn.  En satan weet als geen ander hoe hij ook technologisch vernuft kan inzetten om zijn doel te bereiken. Zijn doel is: zichzelf als God te presenteren en te laten aanbidden. Maar hij is ”een moordenaar van de beginne”

De wereld wacht opnieuw een oordeel, maar dan wereldwijd. Het lijkt soms of God alles zijn gang laat gaan, maar zijn woede kropt zich op en er komt een uitbarsting van zijn toorn. En zo’n oordeel is niet zachtzinnig. De aarde moet gereinigd worden van degenen die satan dienen.  Alleen door reiniging met het  bloed van Yeshua is redding. Trouwens daaraan voorafgaand gaat satan doden wie Yeshua belijdt, maar in verband daarmee bemoedigt  Yeshua de gelovigen met de woorden: 

Mattheüs 10: 28 En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.

De chiastische structuur omvat de drie eerste hoofdstukken van Deuteronomium. Maar de centrale as  is een tekstgedeelte  uit dit hoofdstuk:

Deuteronomium 2: 26 Toen stuurde ik boden uit de woestijn Kedemoth naar Sihon, de koning van Hesbon, met woorden van vrede; ik zei: Laat mij door uw land trekken. Ik zal uitsluitend over de weg gaan en daar niet van afwijken, naar rechts of naar links. 28 Verkoop mij voedsel voor geld, zodat ik kan eten, en geef mij water voor geld, zodat ik kan drinken. Laat mij slechts te voet door uw land trekken 29 – zoals de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, ook voor mij gedaan hebben – totdat ik de Jordaan oversteek, naar het land dat de HEERE, onze God, ons geven zal. 30 Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons niet door zijn land laten trekken.

Zo is er ook nu een vredesaanbod: als de gelovigen verdrukt worden in de eindstrijd, kunnen er ongelovigen zijn die te hulp komen, zoals Rachab de hoer dat deed voor de verspieders:

Markus 9: 40 Want wie niet tegen ons is, die is voor ons. 41 Want wie u een beker water te drinken zal geven in Mijn Naam omdat u discipelen van Christus bent, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen.