Exodus 28:1-6 Priesterkleding

 

1 Wat u betreft, laat uw broer Aäron en zijn zonen die bij hem zijn, bij u komen uit het midden van de Israëlieten om Mij als priester te dienen: Aäron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aäron.

2 Dan moet u voor uw broer Aäron geheiligde kleding maken om hem waardigheid en aanzien te geven.

 3 En ú moet spreken tot allen die wijs van hart zijn, die Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de kleding van Aäron moeten maken om hem te heiligen, zodat hij Mij als priester kan dienen.

4 Dit zijn dan de kledingstukken die zij moeten maken: een borsttas, een efod, een bovenkleed, een onderkleed van bewerkte stof, een tulband en een gordel. Zij moeten namelijk voor uw broer Aäron en voor zijn zonen geheiligde kleding maken om Mij als priester te dienen.

5 En zíj moeten daarvoor het goud en de blauwpurperen, de roodpurperen, en de scharlakenrode wol en het fijn linnen nemen.

 

We kennen het gezegde “de kleren maken de man”.  Kleding is behalve bescherming van het lichaam ook een middel om uit te drukken wie en wat je bent.  Het zegt veel over een persoon.  Soms geeft kleding iemand autoriteit en dat zien we bijvoorbeeld aan uniformen bij overheidsorganen. Een politieagent of een verkeersregelaar kan op de weg gaan staan en het verkeer stopzetten. Zijn uniform laat zien dat hij daartoe gerechtigd is.  Als iemand in zijn gewone “kloffie” het verkeer zou gaan regelen, zal men zich daar niet veel van aantrekken. Maar trekt de politieagent of verkeersregelaar zijn uniform uit, dan is hij ook “uit functie”.

Zo is het ook met de priesters die in de tabernakel en tempel dienst deden. Zij waren door God aangesteld om de verzoeningsdienst in tempel en tabernakel te vervullen. De priesterkleding was niet bedoeld om de drager op een podium te zetten, maar om hen af te zonderen (te heiligen) voor de dienst aan God, door Wie ze tot die taak geroepen waren.  Ze vertegenwoordigden Gods heerlijkheid en autoriteit naar de mensen. Dat is heel goed zichtbaar in de dienst van de Hogepriester. Deze man had prachtige kleren, maar wanneer hij voor God verscheen op Grote Verzoendag, met het bloed van de bok bij het Verzoendeksel  van de ark, moest hij komen in een onderkleed.

Tot de bekende outfit van een hogepriester, zoals hij ook meestal afgebeeld wordt, behoorde een borsttas, een efod, een bovenkleed, een onderkleed van bewerkte stof, een tulband en een gordel. (Ex. 28:4) Hij droeg de namen van de stammen van Israël op zijn efod en op zijn schouders. Hij droeg op zijn voorhoofd een gouden plaat waarop gegraveerd stond “HEILIG VOOR YHWH”.  (Ex. 28:38)

De borsttas bevatte twaalf edelstenen: Exodus 28:17 Dan moet u hem opvullen met een edelsteenvulling, vier rijen edelstenen: een rij van een robijn, een topaas en een karbonkel; dit is de eerste rij. 18 De tweede rij: een smaragd, een saffier en een diamant. 19 De derde rij: een hyacint, een agaat en een amethist. 20 Ten slotte de vierde rij: een turkoois, een onyx en een jaspis; ze moeten in hun zettingen in goud gevat zijn. 21 En de stenen moeten twaalf in getal zijn, overeenkomstig de namen van de zonen van Israël, overeenkomend met hun namen. De stenen moeten zegelgraveringen krijgen, ieder met zijn naam. Zij zijn voor de twaalf stammen bestemd.  


Maar als de Hogepriester in tegenwoordigheid van YHWH kwam bij de ark van de getuigenis in het Heilige der Heiligen, dan moest hij zich eerst wassen en daarna kleden in linnen onderkleding en een linnen tulband op zijn hoofd zetten.  (Lev. 16:4) Hij kwam bij God in een nederige outfit omdat hij het zondige volk, inclusief zichzelf, vertegenwoordigde om gereinigd te worden van de zonden. Naar buiten toe moest hij de heerlijkheid van God vertonen.

Dit verwijst naar Yeshua, die om de dienst van verzoening op aarde te bewerken door Zichzelf te offeren, in een nederige verschijning op aarde kwam.

Filippenzen 2:6,7 Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.

Die gestalte van een slaaf past ook ons als we Yeshua willen volgen. We zagen dat de profeten en de apostelen niet in religieuze gewaden Gods Woord brachten. Dat had God hen ook niet opgedragen. Ze moesten bekleed zijn met Christus. Onze kerkelijke systemen kennen priesters en allerlei hoogwaardigheidsbekleders met wetenschappelijke titels, soms uitgedost volgens het togaprotocol. Maar ook predikanten die toga’s dragen. Het heeft niets met Gods Woord te maken, maar dient slechts tot verheerlijking van de gevallen mens.

Johannes de Doper, uit een hogepriesterlijk geslacht, begreep dat toen hij zei: “Hij moet meer worden, maar ik minder.” Johannes 3:30

Yeshua volbracht Zijn zending in nederigheid, maar sprak met het gezag van de Vader!  Als alles volbracht is komt Hij terug als Koning en Hogepriester in heerlijkheid:


Mattheüs 24:30 En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid.

Mattheüs 25:31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.

Het is bijzonder dat de edelstenen die in de borsttas van de hogepriester zijn aangebracht de stammen van Israël vertegenwoordigen. Tegelijk symboliseerden ze  de uitstraling van de zondeloze mens zoals die door God in het Paradijs was geplaatst, maar die in de macht van satan kwam. (Ezechiël 29) Niet alle namen van edelstenen zijn precies te determineren.
Maar we zien duidelijk gelijkenissen. God wil hiermee uitdrukken hoe waardevol Hij ons van de oorsprong ziet, en dat Hij ons wil terugbrengen naar die oorspronkelijke waarde.

In Openbaring 21 wordt het Nieuwe Jeruzalem beschreven. Opnieuw zien we daar de zeer kostbare edelstenen uitgebeeld die deze stad zo verheven maken. We zien weer de namen van de stammen in de parel poorten waar we, dank zij onze Hemelse hogepriester, doorheen mogen gaan om het Nieuwe Jeruzalem te bewonen. Yeshua onze Hogepriester draagt deze edelstenen op Zijn hart, zoals de aardse hogepriester dat moest uitbeelden.

De namen van de edelstenen in Openbaring zijn in het Grieks tot ons gekomen en door de taalverschillen is de vergelijking niet optimaal, maar veel edelstenen zijn wel  degelijk te herkennen.

 

De gewaden van de hogepriester hadden alles met verzoening te maken, maar zagen ook terug naar de heerlijke staat waarin de mens geschapen was. Bovendien verwijzen ze naar de stad waarvan de fundamenten de namen van de apostelen hebben, waarvan God zegt:  

 

Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, die vast gegrondvest is”. (Jesaja 28:16)  

 

En 1 Korinthe 3:11 zegt: “niemand kan een ander fundament leggen dan  wat gelegd is, dat is Jezus Christus”.

 

 Het is de stad waar Abraham al naar uitkeek. En dat alles door de verzoening van het ZUIVERE BLOED VAN EEN ONBESMET LAM. Dat is de verzoening die spreekt uit de kleding en de borsttas van de hogepriester zoals in de Tora beschreven.