Exodus 35 gewillig en wijs

Exodus  35 begint met de mededeling dat Mozes heel de gemeenschap van de Israëlieten liet  bijeenkomen. Dat “en liet bijeen komen” is in het Hebreeuws “Wayaqel” וַיַּקְהֵל en daarom hebben de Joden deze titel gegeven aan de parasha (studiedeel van de Tora). 

Als Mozes het volk bij elkaar roept heeft dat als doel om het Woord van God door te geven. Hij kondigt aan dat er met de bouw van de Tabernakel  zal worden begonnen en dat gedurende zes dagen,  want de zevende dag is de rustdag. En dan moet er ook geen vuur worden aangestoken. (Waarschijnlijk gaat het hier om vuur dat gebruikt wordt in verband met de bouwwerkzaamheden).  Die dag is de dag waarop ieder rust en verkwikking mag ervaren. De sabbat is het uitgangspunt en het doel: het teken tussen God en Zijn volk.

 

Zoals uit de chiastische structuur duidelijk wordt zijn er twee delen.  In de verzen 4 tot en met 19 wordt de opdracht omschreven om de Tabernakel te bouwen, waarvan tot en met vers 9 de opdracht wordt gegeven om benodigde materialen te schenken.

In de centrale as wordt de nadruk gelegd op de bereidwilligheid en de wijsheid. Het zijn de gewillige personen die gaven brengen en de wijze mannen en vrouwen waren dienstbaar aan de daadwerkelijke bouw van de Tabernakel. Zo vult de één de ander aan, precies volgens Gods gemaakt bestek.  Het geven staat duidelijk in verband met de gewillige harten.  

 

Die gewilligheid van hart komt in het tweede deel van de chiastische  structuur naar voren. Een bereidwilligheid die ook door Paulus beschreven wordt in 2 Korinthe 9: 1 waar hij een collecte vraagt als dienstbetoon aan de gelovigen in Jeruzalem.  In vers 7 schrijft hij dan: “Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.” Dit staat haaks op de manier waarop wij in onze samenleving vaak gewend zijn geld bij elkaar te halen voor één of ander goed doel, door er iets aantrekkelijks tegenover te stellen.  Als een gave voor Gods doel  niet van harte gegeven wordt, heeft het voor Hem geen waarde.

 

Yeshua leerde ons het voorbeeld van de arme weduwe, die van haar armoede twee kleine muntjes gaf.  Hij zag het gewillige hart van die weduwe.  Markus 12: 40-44

 

Wat is het belangrijk in ons geloof om “gewillig” te zijn. En wat brengt het een verdriet teweeg als we rebelleren zodat God moet zeggen: “je hebt niet gewild”.  Zoals Yeshua dat moest zeggen van Jeruzalem:

Mattheüs 23: 37 Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild!

We weten hoeveel verdriet er over Israël gekomen is omdat ze niet opmerkten dat God genade en vergeving wilde brengen. Maar…… ze hadden niet gewild.

Maar er komt een tijd dat het overblijfsel van Israël gewillig en wijs zal zijn als Bezaleël en Aholiab die een belangrijke taak vervulden bij de bouw van de Tabernakel.  Het overblijfsel van Israël zal zeggen "Baruch Haba b’Shem Adonai " = Gezegend Hij die komt in de Naam van YHWH.

Exodus 35: 31 de HERE heeft Besaleël vervuld met Gods Geest, met wijsheid, inzicht en kennis en dat voor allerlei werk

Jesaja 11: 1 Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.

2 Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten:

de Geest van WIJSHEID EN INZICHT,

de Geest van raad en sterkte,

de Geest van de KENNIS en de vreze des HEEREN.

 

Spreuken 3:

19 De HEERE heeft de aarde met WIJSHEID gegrondvest,

de hemel met INZICHT gevestigd.

20 Door Zijn KENNIS hebben de diepe wateren zich een weg gebaand,

en druipen de wolken van dauw

Zowel Jezus, het Twijgje uit de stronk van Isaï, Besaleël als Maria werden vervuld met de Heilige Geest. Ook Maria was a.h.w. een tabernakel voor de Messias.