Handelingen 9:1-22 de bekering van Paulus

Geroepen om te lijden….

1 Petrus 2: 21 Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen;

Dat is wat anders dan wat vele evangeliepredikers verkondigen.  Dat is ook wat anders dan wat we zelf zouden willen. De mens wil gelukkig zijn en voorspoed hebben. En het is ook Gods verlangen en Zijn uiteindelijke doel om samen met de mens de vrede en de blijdschap te beleven.

Maar….. de mens zit vanaf zijn geboorte in een verkeerd koninkrijk, waar satan het voor het zeggen heeft.  Satan is een moordenaar en een leugenaar die Adam en Eva zover gekregen heeft om naar hem te luisteren.  Toen Adam en Eva gezondigd hadden verloren ze Gods heerlijkheid waarmee ze bekleed waren en verloren ze de prachtige tuin waarin ze in harmonie met God omgang hadden en de dieren elkaar geen kwaad deden.  Toen deed moeite, pijn, haat, ziekte en dood zijn intrede in het bestaan.  En wij, wij zijn geboren in die nieuwe zondige situatie, waarin we ook zelf zondaars waren en daarom gingen zondigen.

Maar God trok Zijn handen niet van de mensen af. Ondanks de ongehoorzaamheid van de mens had Hij al voorzien in een plan van redding.  Dit was de oorlogsverklaring aan satan:

Genesis 3: 15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

Saulus was ook geboren als kind van de zondige Adam.  O ja, hij ijverde voor God. Hij wist niet beter of hij was goed bezig toen hij degenen die in Yeshua geloofden gevangen nam en hen wilde laten doden. Zo stond hij, zonder dat hij zich daar echt bewust van was, in dienst van satan. 

Handelingen 9:1 vermeldt dat hij briesend was van moord en dreiging. Hij had aanzien in zijn kringen, had gestudeerd bij beroemde rabbi’s en zich een mooie positie veroverd in het sanhedrin, als een man met briljante kwaliteiten. Totdat….. ja totdat hij werd geroepen door Yeshua zelf. En dat lezen we in dit hoofdstuk.

God had een andere bestemming voor hem.  Hij was uitverkozen om een instrument in Gods handen te zijn en het evangelie naar de heidenen te brengen. Om de heidenen uit te nodigen voor het Koninkrijk van God. Als iemand overgaat naar dat nieuwe Koninkrijk van Yeshua, betekent dat bekering, omkering: een nieuwe geboorte. Je los maken van alle banden die je verhinderen om Yeshua helemaal te volgen. Vooralsnog een koninkrijk in ballingschap, want het uitbreken van dat Koninkrijk hier op aarde, staat nog te gebeuren. Daarom bidden we verlangend: “Uw Koninkrijk kome!”  De komst van dat koninkrijk betekent pijn en lijden.  Saulus kreeg een belangrijke rol in die strijd van Genesis 3:15.

Hij verkondigde het evangelie aan de heidenen en via hem is het evangelie ook in onze contreien bekend geworden. Maar dat kostte veel strijd. De tekst in de centrale as van dit Bijbelgedeelte vestigt de aandacht erop dat Saulus moest lijden voor de Naam van Yeshua.  Hij werd ook echt geroepen om te lijden.

In 2 Kor. 11:23 e.v.  geeft hij daar een opsomming van

in slagen bovenmate, in gevangenissen veel vaker, dikwijls in doodsgevaar.

24 Van de Joden heb ik vijfmaal de veertig min één zweepslagen ontvangen.

25 Driemaal ben ik met de roede gegeseld, eenmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een heel etmaal heb ik in volle zee doorgebracht.

26 Op reis was ik vaak in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar van de kant van volksgenoten, in gevaar van de kant van heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders,

27 in inspanning en moeite, vaak in nachten zonder slaap, in honger en dorst, vaak in vasten, in koude en naaktheid.

 

In Rom. 8:36 zegt hij:

 

Zoals geschreven staat: "Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen".

 

Volgens buitenbijbelse bronnen zou Saulus in Rome door onthoofding om het leven zijn gekomen.

 

Heeft Saulus dan helemaal geen vreugde in zijn bekeerde staat hebben gehad? Hij kende ongetwijfeld de vrede en blijdschap waarover hij sprak in

Filippenzen 4: 4 Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u.

5 Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij.

6 Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

7 en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.

 

Het ging hem om de vreugde die vóór hem lag:

2 Tim. 4: 6 Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande.

7 Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.

8 Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.

 

Paulus zegt ook:

Wees met elkaar mijn navolgers, broeders, en houd het oog gericht op hen die zó wandelen, zoals u ons tot een voorbeeld hebt. 

Filippenzen 3, vers 17