Leviticus het hart van de Tora

Leviticus

Leviticus is het middelste boek van de Tora, maar ook het hart van de Tora. De offerdienst, de dienst van verzoening staat hierin centraal. Een mensenleven dat aan zijn doel beantwoordt kan alleen tot dat doel komen in gemeenschap met de Almachtige YHWH.

In Leviticus krijgen we inzicht in het doel van het brengen van offers. Het verschil tussen de Helige God en de zondige mens is ontzagwekkend groot. Als we zonder meer God zouden ontmoeten zouden we sterven. Je kunt het enigszins vergelijken met een bezoek aan een kerncentrale. Daar kun je niet zo maar niet binnenstappen. Je moet toestemming hebben, voorbereidende, beschermende kleding dragen en je precies aan de voorwaarden houden, anders betekent het je dood.

 

Zo is het ook als wij in de tegenwoordigheid van God zouden komen. We zijn zo gewend om te zeggen dat we dat in de Naam van Yeshua/Jezus kunnen doen, en dat is ook een groot voorrecht. Maar beseffen we wel wat dat betekent? Zijn we echt één met Yeshua? Hebben we ons leven helemaal aan Hem overgegeven? De Naam van Yeshua is geen formule zonder inhoud. Dat kunnen we leren van de offerdienst in de tabernakel.Het Hebreeuwse woord voor offer is קִרְבָה qorban. Yeshua gebruikt dat woord bijvoorbeeld in Matt. 7:11. Dit woord “qorban” is afgeleid van het werkwoord קָרַב “qarav” dat volgens het woordenboek betekent: naderen, nabij komen, dichtbij komen. Het offer was een soort toegangsbewijs om God te benaderen. Maar dan moest je eerst schoon, heilig zijn, anders zou het je dood betekenen.

Er waren verschillende offers. Zie het schema ervan.  Offers waarmee je een zonde beleed, offers waarmee je je wilde toewijden aan God, offers waarmee je God wilde danken. Bij een aantal offers ging het hele offerdier in vlammen op, maar er waren ook offers die men samen at. Een bekend voorbeeld is het Pesach-lam, waarvan men tijdens de sedermaaltijd at, maar een deel ervan was voor God. Het bloed van de offers moest dan gesprenkeld worden onder aan het altaar. Want zegt de Bijbel:

“zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving”. Hebr. 9:22.

De offers waren “een lieflijke reuk voor de HEERE”. Maar dit heeft niets te maken met een zinnelijk genoegen, alsof God plezier heeft aan de baklucht van vlees. Het betekent dat de Vader vreugde beleeft aan een kind dat van harte verzoend met Hem wil zijn, die heilig wil zijn om bij God te komen. Dan is er relatie mogelijk. De “lieflijke reuk” beeldt de vreugde uit van de Vader die de verloren zoon ziet komen in zijn haveloze plunje.

Maar hoe komt het nu dat God soms zijn afkeer van de offers uitspreekt? Hij had toch zelf opgedragen om die offers te brengen? Dit lag aan het feit dat de mensen de offers tot een lege gewoonte maakten. Ze beseften niet meer hun zondigheid die niet kan bestaan bij een heilige God. Het was een religieuze gewoonte geworden, zoals we ook in onze tijd zoveel religieuze gewoontes zien. Er werden zelfs offerdieren aangeboden die niet aan de eisen voldeden, maar die men toch wel kwijt wilde. En ondertussen leefde men alsof God geen geboden had gegeven.

“Maar nu hebben we Jezus” hoor ik al zeggen. Ja, gelukkig wel. We hoeven niet met offerdieren te komen, want Yeshua heeft het enige volmaakte offer gebracht. Hij is nu de Hogepriester in het Hemelse Heiligdom. De dienst van de verzoening vindt daar plaats. Wat er in de tabernakel en de tempel gebeurde was een plaatje van de eigenlijke verzoeningsdienst. Bedenk goed hoe we met dit voorrecht omgaan. Ook in het Nieuwe Testament mogen we van het offer van Yeshua gebruik maken als we de heiligheid van God voor ogen houden en niet blijven hangen in zondige gewoontes.

1 Petrus 1: 15 en 16 Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: WEES HEILIG, WANT IK BEN HEILIG.