Lukas 14: 25-35 alles achterlaten

Lukas 14: 25 En vele menigten trokken met Hem mee, en terwijl Hij Zich omkeerde, zei Hij tegen hen: 26 Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.

Een moeilijk te verteren uitspraak. We hebben wel geleerd dat “haten” in de Bijbel inhoudt: een lagere plaats toegekend krijgen. In Mattheüs 10:37 wordt deze uitspraak begrijpelijker verwoord: “Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard.”

De Bijbel roept ook op om vader en moeder te eren. Dat kan niet met elkaar in tegenspraak zijn. Het gaat hier om een rangorde, waarbij een andere taal het woord “haten” gebruikt.

 

Een simpel voorbeeld: vader en moeder verwachten van je dat je naar dezelfde soort kerk blijft gaan als zij. Maar vanuit je omgang met de HEERE weet je dat Hij je roept om daar vandaan te gaan. Als je Gods aanwijzing negeert uit liefde tot je ouders, kun je geen discipel van Yeshua zijn. 

Yeshua wil de eerste zijn in je leven en dat kan ten koste van je familiebanden gaan.

 

27 En wie zijn kruis niet draagt en achter Mij aan komt, kan geen discipel van Mij zijn.

Het gehoorzamen aan Gods roeping kan vervelende consequenties hebben voor de omstandigheden waarin je leeft, voor de omgang met familie, buren, vrienden of collega’s. Maar dat moet je niet weerhouden om achter Yeshua aan te gaan. We lezen zoiets ook in Mattheüs 16:24 Toen zei Jezus tegen Zijn discipelen: Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Het eigen “ik” moet ondergeschikt zijn aan Yeshua.

28 Want wie van u die een toren wil bouwen, gaat niet eerst zitten om de kosten te berekenen, of hij de middelen wel heeft om het werk te voltooien? 29 Opdat niet misschien, als hij het fundament gelegd heeft en niet in staat is het te voltooien, allen die het zien, hem beginnen te bespotten, 30 en zeggen: Deze man begon te bouwen, maar heeft het werk niet kunnen voltooien.

 

Als je bovenstaande teksten leest kun je je wel eens achter het oor krabben, met de gedachte: “kan ik dat wel?” of “wil ik dat wel?”. Voordat je Yeshua volgt moet je je dat terdege realiseren, anders is de kans groot dat je het bijltje erbij neergooit en anderen je uitlachen. Yeshua maakt geen reclame om Hem te volgen, maar waarschuwt: “weet wat je doet....” Het moet een keuze van je wil zijn uit liefde voor Hem die roept. En dan mag je weten dat je samen met Yeshua de vijand tegemoet gaat, Hij zal je kracht geven voor die strijd. Hij is Overwinnaar.

31 Of welke koning die een oorlog in gaat om te strijden met een andere koning, gaat niet eerst zitten om te beraadslagen of hij bij machte is met tienduizend man tegemoet te gaan die met twintigduizend man tegen hem optrekt?

32 En zo niet, dan stuurt hij, als de ander nog ver weg is, een gezantschap om te vragen wat de vredesvoorwaarden zijn.

 

Wie Yeshua wil volgen moet geen gemakkelijk leven verwachten. Want je gaat deel uitmaken van een strijd die door de zondeval in het Paradijs is ontstaan. God heeft vijandschap aangekondigd tegen satan, die als een slang Adam en Eva tot zonde heeft verleid in de Hof van Eden:

Genesis 3:15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar Zaad; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

 

Als volgeling van Yeshua zul je ook, net als Yeshua, de satan als vijand op je weg ontmoeten. Maar als je die weg samen met Yeshua gaat, die Hem overwonnen heeft, zul je ook in die overwinning delen. Al is er moeite en strijd, je mag kostbare vrede in je hart hebben omdat je “de goede strijd” strijdt.

Maar als je de vijand die tegen je optrekt – in dit geval de satan – vraagt om de “vredesvoorwaarden” zal hij onderwerping vragen aan zijn macht. Dan kun je niet met Yeshua je weg vervolgen. Dan heeft het zout zijn smaak verloren en zal het tenslotte weggegooid worden. Dat leren de laatste teksten. Het is “alles of niets”........

 

33 Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn.

34 Het zout is goed, maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het smakelijk gemaakt worden? 35 Het is niet geschikt voor het land en ook niet voor de mesthoop: men gooit het weg. Wie oren heeft om te horen, laat die horen.