Maleachi 3 en 4 de Wegbereider

Maleachi betekent “boodschapper van JAHWEH”. Yeshua haMashiach gebruikt het eerste vers van hoofdstuk 3 voor Johannes de Doper. Daarmee heeft Hij aan deze man, die de opdracht had het hart van het volk voor te bereiden voor Hemzelf, een eretitel gegeven (Mattheüs 11:12)    

 

Maleachi 3:1a Zie, Ik zend Mijn engel, die voor Mij de weg bereiden zal….

Mattheüs 11:10 Want hij is het over wie geschreven staat: Zie, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die voor U uit Uw weg gereed zal maken.

 

De verwerping van de Messias en Zijn wegbereider heeft de loop van de profetie onderbroken.

Lukas 16:16 De Wet en de Profeten zijn er tot Johannes. Vanaf die tijd wordt het Koninkrijk van God verkondigd, en ieder doet het geweld aan.

Helaas werd Messias Yeshua en Zijn Koninkrijk door de Joodse leiders afgewezen. Er ontstond een nieuwe gemeente van Jood en niet-Jood onder het Vernieuwde Verbond in het Bloed van de Joodse Messias Yeshua.

 

Romeinen 11:1-5 Ik zeg dan: Heeft God zijn volk verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers ook een Israëliet, uit het geslacht van Abraham, van de stam van Benjamin. God heeft zijn volk niet verstoten dat Hij tevoren heeft gekend. Of weet u niet wat de Schrift zegt in de geschiedenis van Elia? Hoe hij Israël bij God aanklaagt: ‘Heer, uw profeten hebben zij gedood, uw altaren omgeworpen en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn leven’. Maar wat zegt het Goddelijk antwoord tot hem? ‘Ik heb Mij zevenduizend mannen doen overblijven, die hun knie voor Baal niet gebogen hebben’. Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel naar de verkiezing van de genade.

 

Maar de profeet Malechi spreekt ook over een verdere toekomst, die de eindtijd en de wederkomst aangeeft:


Maleachi 3:2-3 Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? Wie zal bij Zijn verschijning standhouden? Want Hij is als vuur van een edelsmid, en als zeep van de blekers. 3 Hij zal zitten als iemand die zilver smelt en reinigt:Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver. Dan zullen zij de HEERE een graanoffer brengen in gerechtigheid.

 

Psalm 66:10 Want U hebt ons beproefd, o God, U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.

 

Sommigen van ons hebben misschien wel eens toegekeken bij het werk van een zilversmid, hoe hij bezig was het zilver te reinigen. Gedurende het smeltproces zit hij naast de smeltoven. Het hele procédé is pas afgelopen wanneer hij duidelijk zijn eigen spiegelbeeld in het glanzende metaal kan zien. Dat is een prachtige illustratie van hetgeen de Heere in ons volbrengt! Hij weet onze omstandigheden zo te leiden, soms door het vuur van de beproeving aan te wakkeren, om ons van elke verbinding met onreinheid te bevrijden. En Hij zal met groot geduld doorgaan met dit werk, totdat Zijn stralend beeld in ons weerspiegeld wordt. 

Zacharia 13:9 Ik zal dat derde deel in het vuur brengen en het louteren, zoals men zilver loutert. Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft. Het zal Mijn Naam aanroepen en Ík zal het verhoren. Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.

 

2 Korinthiërs 3:18 Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.

 

“Beproef Mij”, zegt de Heere tegen Zijn volk. Ja, de Heere verheugt Zich, wanneer ons geloof het Hem mogelijk maakt ons te zegenen!


GOD brengt ons hier die enkelingen onder de aandacht die trouw, nederig en nog verborgen waren. Hun zou de eer te beurt vallen Zijn Zoon, bij Zijn komst hier op aarde, te mogen ontvangen. Zij zijn Zijn eigendom; hun namen staan opgeschreven in “een gedenkboek”. In de evangeliën worden enkelen van hen met name genoemd: Maria, Zacharia, Elizabeth, Simeon, Anna.  
En hoe is het vandaag? Behoort u, behoor jij, ook bij hen die de Heere vrezen en die met elkaar over Hem praten en Zijn wederkomst verwachten?

 

Later, tijdens de grote verdrukking, zal er een overblijfsel bestaan dat de Naam van de Heere (JAHWEH) zal vrezen. Voor hen “zal de Zon der gerechtigheid opgaan”. Aan alle werken van de duisternis zal dan een einde komen, de hoogmoedigen en de goddelozen zullen verteerd worden.

 

Maleachi 4:1 Want zie, die dag komt, brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedigen en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden. En de dag die komt, zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE van de legermachten, Die van hen wortel noch tak zal overlaten. 2 Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal.

 

Openbaring 12:17 En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Yeshua haMashiach hebben.

 

Het Oude Testament (Tenach) –  Dit deel van de Bijbel begint met de verdrietige geschiedenis van de eerste Adam. De ongeneeslijke ellende van de mens, die tot het eeuwig verderf leidt, is duidelijk bewezen. Zijn wij, in ons geweten, daar ook van overtuigd? Zo ja, dan mogen we zien op de tweede Adam – de tweede Mens: Yeshua haMashiach. In Hem heeft GOD Zijn volkomen welbehagen gevonden, en wij hebben in Hem het heil en eeuwig geluk gevonden.

Het boek Maleacht eindigt met de belofte:

Maleachi 4:6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.