Numeri 13 en 14 Beloofde Land Geschenk van God

Jozua en Kaleb: een andere geest
Numeri 13:30 Toen stilde Kaleb het volk voor Mozes, en zeide: Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten; want wij zullen dat voorzeker overweldigen!

Numeri 14:24 Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen, zo zal Ik hem brengen tot het land, in hetwelk hij gekomen was, en zijn zaad zal het erfelijk bezitten.

Deuteronomium 8:7-9 Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig; Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.

Het volk komt in de buurt van het land van de belofte. Het bevel dat de JHVH geeft betreffende de verspieders, is duidelijk een gevolg van de zedelijke toestand van het volk.

JHVH keurt het plan van het volk niet goed, maar beproeft het volk en daarom geeft JHVH wat het volk vraagt. Zijn Woord was hun niet voldoende!

Numeri 13:1-2 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Zend u mannen uit: die het land Kanaän verspieden, hetwelk Ik den kinderen Israëls geven zal; van elke stam zijner vaderen zult gijlieden een man zenden, zijnde ieder een overste onder hen.

De verspieders hadden 40 dagen nodig voor hun taak. In de Bijbel is veertig het getal van de beproeving

Numeri 13:23 Daarna kwamen zij tot het dal Eskol, en sneden van daar een rank af met een tros wijndruiven, dien zij droegen met tweeën, op een draagstok; ook van de granaatappelen en van de vijgen.

 

1 Corinthiërs 2:12 Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn;

 

Johannes 16:14 Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne (uit Yeshua haMashiach) nemen, en zal het u verkondigen.

Niet gezien....

1 Petrus 1:8 Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde

 

De 12 verspieders hadden 40 dagen nodig voor hun opdracht (40 = getal der beproeving) Wat ze zagen was geen verbeelding, maar ze hadden op de Heere moeten zien! Zij verloren de moed door op de situatie te zien.

Hun oog was niet op de Onzienlijke gericht. Sommige mensen gaan heel gemakkelijk door het leven, over alle dingen lopen ze gemakkelijk heen: dat is geen geloof. De gelovige ziet de moeilijkheden onder ogen. Hij is zich volkomen bewust van de gevaren op zijn pad. Hij is niet onkundig – niet onverschillig –niet roekeloos; maar hij brengt alles bij God. Hij ziet op HEM; steunt op Hem, en put kracht uit Hem. Dat ontbrak bij 10 van de 12 verspieders en het volk Israël.

Numeri 13:33 Wij hebben ook daar de reuzen gezien, en de kinderen van Enak, van de reuzen; en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen.

Numeri 14:7 En zij spraken tot de ganse vergadering der kinderen Israëls, zeggende: Het land, door hetwelk wij getrokken zijn, om hetzelve te verspieden, is een uitermate goed land.

Het verhaal van Kaleb en Jozua getuigt van hun vertrouwen op JHVH

Numeri 14:8-9 Indien de HEERE een welgevallen aan ons heeft, zo zal Hij ons in dat land brengen, en zal ons dat geven; een land, hetwelk van melk en honig is vloeiende. Alleen zijt tegen den HEERE niet wederspannig! en vreest gij niet het volk dezes lands; want zij zijn ons brood! hun schaduw is van hen geweken, en de HEERE is met ons; vreest hen niet!

De ongelovige ziet op de moeilijkheden en roept: Wij kunnen het niet! Zo was het toen en zo is het nu nog. De blik van de ongelovige wordt verduisterd door de omstandigheden, en daardoor ziet hij GOD niet.

Over het Israël van nu wordt ook meer gepraat en geschreven over de omstandigheden dan over de God van Israël. Er is niets nieuw onder de zon. Nu zijn het niet de kinderen van Enak, maar andere reuzen!

Die op God vertrouwen wilde men toen ook al stenigen.
Weten wij uit ervaring wat het is om dag aan dag met de levende God te wandelen? Wat is dan uw ervaring met de mensen om u heen?

Numeri 14:10 Toen zeide de ganse vergadering, dat men hen met stenen stenigen zoude. Maar de heerlijkheid des HEEREN verscheen in de tent der samenkomst, voor al de kinderen Israëls.

Waarom moesten zij gestenigd worden? Hadden ze gelogen? Hadden ze kwaad gedaan of gelasterd? Nee; maar ze hadden moedig en onverschrokken getuigd van de waarheid.

Het volk hield toen evenmin de waarheid als nu. De waarheid is nooit populair. Er is geen plaats voor de waarheid op deze wereld, of in het menselijk hart. De leugen neemt men aan, de waarheid nooit.

Jozua en Kaleb moesten ondervinden, wat alle ware getuigen door de eeuwen heen hebben ondervonden: tegenstand van het merendeel van hun medemensen.

Ze konden niet ingaan....

Hebreeën 3:19 En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof.
• Bij Horeb maakte het volk een gouden kalf: “dit zijn uw goden Israël, die u uit Egypteland opgevoerd hebben” ( is bijgeloof dat uit ongeloof voortkomt)
• Te Kades w
ilden ze een hoofd aanstellen, om hen naar Egypte terug te brengen. (eigenwil en onafhankelijkheid die ook voortspruiten uit ongeloof)

Het was dwaasheid om zonder JHVH in hun midden iets te wagen; zonder HEM konden ze niets doen. Een Israëliet zonder JHVH was niet tegen een Amalekiet opgewassen. Ervaart Israël het nu ook niet opnieuw tegen de Palestijnen/Arabieren en de hele politieke wereld. Israël had toen en nu nog steeds de belofte van JHVH dat ze in Zijn Beloofde Land mogen wonen, maar ook politiek is dikwijls eigen denkkracht . Net zo min als de Bijbel een psychologisch handboek is, is het ook geen politiek handboek. Het is en blijft Gods Woord!

We kunnen boos zijn over de omstandigheden, terwijl wij onszelf moeten oordelen. Een aanmatigende geest moet vroeg of laat gebroken worden.

JvC