Zacharia 1 en 2 de Man met het meetsnoer

Studie over Zacharia 1 en 2

Zacharia trad op in de periode van± 536 - ± 510 voor Christus. Hij kreeg achtereenvolgend acht visioenen. In de hoofdstukken 1 en 2 zien we drie van die visioenen.

1        Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man met een meetsnoer in Zijn hand.

 2       Toen zei ik: Waar gaat U heen? Hij zei tegen mij: Ik ga Jeruzalem opmeten om te zien hoe groot zijn breedte en hoe groot zijn lengte zal zijn. Zach. 2: 1-2

Er zijn maar enkele plaatsen in de Schrift waar een engel in een visioen verschijnt aan een profeet, met een meetsnoer of een meetlat:

In Ezechiël  40-42 verschijnt een engel met een maatstaf om de afmetingen van de tempel die Ezechiël ziet, te meten;

Ezechiël 40:3 Hij bracht mij erheen, en zie, een Man. Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van koper en in Zijn hand was een linnen koord en een meetlat. En Hij stond in de poort.

In Openbaring 11 en 21 zag Johannes ook een engel met een meetlat in verband met de tempel en Jeruzalem.

Openbaring 21:15 En hij die met mij sprak, had een gouden meetlat om de stad op te meten, en haar poorten, en haar muur.

En hier in Zacharia verschijnt een engel met een meetlijn om het nieuwe Jeruzalem te meten. Drie keer in de Schrift ziet een profeet een visioen van een engel met een meetlat of meetsnoer. Driemaal…  ... .heeft ons dat wat te zeggen?

In het verleden werd de uitleg van deze teksten betrokken op Gods volk. De engel zou met het meetsnoer onderzoeken of de aanbidding en dienst aan YHWH overeenkwam met wat God aan Mozes op de Sinaï had geboden. Zij zagen deze visioenen, niet noodzakelijkerwijs als een profetie die betrekking zou hebben op de toekomst,  maar zagen dit als een oproep om terug te keren naar de eeuwige verordeningen die door de mond van YHWH voor Zijn dienst waren ingesteld.

 

Bemoedigingen in moeilijke tijden

Door thematische verbindingen zien we dat elk van deze voorbeelden van het meten feitelijk plaats vindt op een moment dat de aanbidding van YHWH niet meer plaatsvindt. In het visioen van Ezechiël was het de tijd dat de Joden in Babylon in ballingschap waren en de tempel in Jeruzalem door Nebukadnezar was vernietigd. Het visioen van Zacharia werd geopenbaard op een moment dat een overblijfsel van de Joden naar Jeruzalem was teruggekeerd. Ze waren juist begonnen met de wederopbouw van de tempel, maar door tegenwerking van de heidense bevolking was de bouw ervan gestopt. We lezen dit in Ezra 4:1-5. De heidenen, de Samaritanen boden aan te helpen met de bouw, maar dit zogenaamde vriendelijke aanbod was in feite een verzoeking om zich te vermengen. Ezra wees dit verzoek af, waarna ze de Joden op allerlei manieren tegenwerkten.

Johannes kreeg zijn visioen met betrekking tot de tempel toen hij in ballingschap was op het eiland Patmos. We weten vanuit de vroege kerkgeschiedenis dat hij daar was tijdens de heerschappij van Domitianus, dat was dus 81-96 na Christus. Omdat de tweede tempel in 70 na Christus was verwoest, weten we dat in de tijd dat Johannes dit visioen kreeg er ook geen tempel meer was.

Bij thematische connectie geeft het visioen van Johannes ons het inzicht dat dit ziet op het Nieuwe Jeruzalem. Dit was wat Ezechiël en Zacharia ook zagen: er was geen fysiek tempelgebouw in het Nieuwe Jeruzalem, omdat het Lam zijn tempel was ( Openbaring 21:22) ).

Hieruit maken we op dat Zacharia in zijn visioen ook het Nieuwe Jeruzalem zag. Wanneer YHWH  Zacharia in hoofdstuk 2 opdraagt om te profeteren:

10       Juich en verblijd u, dochter van Sion,

          want, zie, Ik kom,

                    en  zal in uw midden wonen, spreekt YHWH.

 11      Veel heidenvolken zullen op die dag bij YHWH gevoegd worden

                    en zij zullen Mij tot een volk zijn,

          en Ik zal in uw midden wonen.

                    Dan zult u weten dat YHWH van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.

 

De profetie  had betrekking op de Messias Yeshua die zou komen wonen in het midden van Zijn volk, door Wie vele naties bij YHWH gevoegd worden en één worden met Zijn volk Israël.

Ik zal in uw midden wonen

Ik geloof niet dat Hij sprak over de zogenaamde “wolk van heerlijkheid” die de eerste tempel vulde als een wolk, waardoor de Hebreeën zagen dat YHWH bij hen tegenwoordig was. Er ontbraken in die tweede tempel belangrijke zaken die wel aanwezig waren in de Tabernakel en de de eerste tempel vijf zaken ontbraken: de ark van het verbond, het heilige vuur dat door God was aangestoken, de heerlijkheid van YHWH in de wolk, en waarschijnlijk de Urim en Tummim.

Er is veel te zeggen over de profetie van Zacharia die nog steeds op zijn vervulling wacht. Jeruzalem woont nog niet veilig zonder muren (een beeld van vrede), want tot nu toe is het in haar geschiedenis niet voorgekomen dat van deze geprofeteerde vrede en voorspoed genoten kon worden. Er waren  altijd vijanden om haar lastig te vallen. Zacharia spreekt gedeeltelijk om de Joden uit zijn eigen tijd aan te moedigen om te bouwen, maar profeteert tegelijkertijd  over het toekomstige Messiaanse Jeruzalem en de tempel. 

We proeven de liefde van YHWH voor Israël, dat ook in dit hoofdstuk  “GODS OOGAPPEL” wordt genoemd: WANT WIE U AANRAAKT, RAAKT ZIJN OOGAPPEL AAN. Zach. 2:8b

Ook wordt in de beide eerste hoofdstukken van Zacharia gezegd het troostrijke woord:

“DE HEERE ZAL SION NOG TROOSTEN EN JERUZALEM NOG VERKIEZEN.” Zach. 1:17b

“HIJ ZAL JERUZALEM NOG VERKIEZEN”.  Zach. 2:12c