Hebreeën 8:1 - 9:5 vernieuwd verbond

In Hebreeën leren we de geestelijke toepassing van wat ons in de Tora over de tabernakel en de priesterdienst wordt meegedeeld. In feite is de hele offerdienst overgeplaatst naar de hemel, waar Yeshua als hogepriester fungeert. Dus geen wetten die zijn afgeschaft, maar die hun vervulling hebben gekregen in het priesterschap van Melchizedek. Yeshua verzorgt onze verzoening niet door bloed te sprenkelen op het aardse verzoendeksel, wat Gods troon uitbeeldde, maar pleit voor ons op grond van zijn eigen vergoten bloed voor de echte troon van YHWH in de hemel , aan wiens rechterhand Hij een ereplaats heeft gekregen. (vers 1)

 

Als er staat dat het eerste verbond niet onberispelijk (vers 7) geweest is, betekent het NIET dat God geen goed verbond met Israël heeft gesloten. Alles wat God doet is goed en volmaakt. Dat het niet functioneerde zoals het behoort, lag niet aan God, maar aan de zondige mens. Maar ook dat paste in Gods plan. De mens moest beseffen dat hij het zelf niet kon, alleen dan zou hij ook bereid zijn alles uit handen te geven. In zoverre was het verbond nog niet toereikend: het bloed van offerdieren kon de zonde van de mens niet wegnemen, maar wel bedekken, totdat het bloed van het smetteloze Lam die zonden wel kon wegnemen.

Ook het feit dat het eerste verbond verouderd is verklaard (vers 13) , betekent geen onderwaardering van dit verbond. Door het volmaakte offer van Yeshua, werd het bestaande verbond vernieuwd. Yeshua heeft dat ingesteld op de Pesach avond, vlak voordat Hij gevangen genomen en gedood werd. De oude manier van de offerdienst zou spoedig verdwijnen (vers 13). Dat is ook gebeurd, toen in het jaar 70 de tempel werd vernield en er geen offers meer gebracht konden worden.

YHWH heeft hen nog mooie beloften gegeven. Paulus citeert hier wat er in Jeremia 31: 31 en Zacharia 8:8 is beloofd.
Romeinen 8:10 Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven.

IK ZAL HUN TOT EEN GOD ZIJN, EN ZIJ ZULLEN MIJ TOT EEN VOLK ZIJN. (Centrale as!)

11 En zij zullen beslist niet ieder zijn naaste en ieder zijn broeder onderwijzen en zeggen: Ken de Heere. Want zij allen zullen Mij kennen, van klein tot groot onder hen.


Wat is het groots wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben en door Hem geroepen zijn. We worden bepaald bij het diepe lijden dat Yeshua heeft ondergaan.

Jesaja 53: 3 Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt;
5 Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.

HEM ZIJ DE EER EN DE DANK!