Deuteronomium 11 - geboden en toekomstige landsgrenzen

Ook dit hoofdstuk - het lijkt eentonig te worden - gaat over de geboden. De nieuwe generatie moet er goed van door- drongen zijn, dat in het houden ervan zegen en goddelijke kracht is. Het gaat weer over de uittocht uit Egypte, de machtstrijd tussen de satanische krachten, verpersoonlijkt in de Farao en hoe God deze machthebber openlijk te schande heeft gemaakt en over hem heeft getriomfeerd. Kol. 2:15

Over Dathan en Abiram, die het leiderschap van Mozes en Aäron niet erkenden en vonden dat ze ook wat in de melk te brokkelen hadden. Ze werden met hun gezinnen, kinderen levend verzwolgen in de aarde die openspleet. Korach was er ook bij betrokken, maar wordt hier niet genoemd. Misschien omdat zijn kinderen gespaard bleven. Numeri 26:11


Deuteronomium 11:10 Want het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, is niet zoals het land Egypte, waaruit u weggetrokken bent, dat u met uw zaad moest bezaaien en al lopend water moest geven, zoals een groentetuin.
Maar het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, is een land met bergen en dalen; het drinkt water door de regen uit de hemel. Het is een land waar YHWH uw God, voor zorgt: voortdurend rusten de ogen van YHWH, uw God, daarop, van het begin van het jaar tot het einde van het jaar.


In de Nijldelta van Egypte, waar het land Gosen lag, was water genoeg. Men had een manier van irregatie bedacht om het bouwland te bevloeien zodat het gewas rijkelijk kon groeien. In Israël echter was men van de regen afhankelijk. Maar God zou voor regen zorgen, zo lang zij het zouden verwachten van Hem. Je zag ook in het verloop van de geschiedenis dat God de regen onthield vanwege de afgoderij en dat er vervolgens hongersnood kwam. Zoals bijvoorbeeld in de geschiedenis van Achab en Elia. Ook toen Israël in ballingschap ging verkommerde het land.


Als Jeremia profeteert dat Jeruzalem een verblijfplaats van jakhalzen zal zijn zegt hij vervolgens:
Waarom is het land vergaan, verwoest als de woestijn, zodat niemand erdoorheen trekt?. YHWH zegt: Omdat zij Mijn wet verlaten hebben die Ik hun had voorgehouden, en niet geluisterd hebben naar Mijn stem en daarnaar niet hebben gewandeld, maar achter hun verharde hart aan gegaan zijn en achter de Baäls aan, zoals hun vaderen hun dat geleerd hadden. (Jeremia 9:12-14)


Zelfs in de tegenwoordige tijd zien we dat vruchtbaar land, zoals voorheen de Gaza strook, onder heidens beheer onvruchtbaar wordt. Dat land is door God voor Israël bestemd en als zij gehoorzaam zijn is er ook zegen te verwachten.
Daarom waarschuwde Mozes in Deuteronomium 8 al :


 Wees op uw hoede dat u YHWH, uw God, niet vergeet, en DAARDOOR ZIJN GEBODEN, ZIJN BEPALINGEN EN ZIJN VERORDENINGEN, DIE IK U HEDEN GEBIED, NIET IN ACHT NEEMT. (Deuteronomium 8:11)


Ze zullen hun kinderen dag en nacht moeten onderwijzen in Gods geboden. Als het goed is dan is het houden van die geboden een natuurlijk deel van het gezinsleven en het persoonlijk bestaan. Dan zal het land zijn vruchten opbrengen en zal er genoeg te eten zijn.
Het houden van de geboden zal ook zijn uitwerking hebben op de heidense inwoners in het land en de vijanden rondom Israël. God zal dan voor Israël strijden en de vijand wordt verdreven en verslagen.
In vers 24 en 25 staat een prachtige belofte met betrekking tot de toekomstige landsgrenzzen van Israël. Als dit tot vervulling komt zullen de geboden daadwerkelijk gehouden worden.


Deut. 11: 24 Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; van de woestijn af tot de Libanon, van de rivier af, de rivier de Eufraat, tot de westelijke zee toe zal uw gebied zich uitstrekken. 25 Niemand zal tegenover u standhouden; YHWH, uw God, zal over heel het land dat u zult betreden, angst en vrees voor u geven, zoals Hij tot u gesproken heeft.

 

Deze belofte is nog steeds geen werkelijkheid geworden en zal pas tot vervulling komen in het komende Koninkrijk. Zelfs in de moslimwereld is men zich er stilzwijgend van bewust dat deze gebieden wel eens voor Israël opgeëist kunnen worden. Dan zal Israël een groot en ruim land zijn. De Jood Avi Lipkin schreef daar al een aantal jaren geleden over.

Op internet vond ik een artikel onder de naam "Parasha Ekev" van de Joodse Avi Lipkin, auteur en docent met als specialiteit het wereldgebeuren en dan met name het Midden Oosten en Israël.
Hij gaat in op bovenvermelde tekst uit Deuteronomium 11:24 en 25 wat betreft de Bijbelse aanwijzingen van de toekomstige landsgrenzen van Israël.
op de site CNN Israël. Hij ziet daarvan de voetsporen in Gods Woord.