To translate this page into different languages, click here!

Exodus 6 en 7 God laat de Farao zien Wie Hij is

Als Mozes waarschijnlijk nog in Midian is zegt God hem al welk teken hij aan de farao moet laten zien en dan wordt het woord nagash נָחָשׁ slang gebruikt. Exodus 4:3, en in Exodus 7:15 is dit eveneens het geval. Het lijkt erop dat er bij een handeling van Aäron over een “tannin תַנִּין”, een reptiel gesproken wordt. Hetzelfde woord als wat er in Ezechiël gebruikt wordt. Je kunt je niet voorstellen dat er in dat paleis van de farao een groot zeemonster op de proppen kwam, al zat er wel zo één op de troon. (Ezechiël 29:3)

In Exodus 7:12 gaat het zelfs over meer dan één slang.

De begrippen “slang” en “krokodil” lopen hier door elkaar. In de grondtekst gaat het in Exodus 7:9 en 10 niet eens over een slang (nagash נָחָשׁ), maar over een “tannin תַנִּין”, oftewel een reptiel. De oude Statenvertaling vertaalt het met "draak", want het woord “tannin תַנִּין” Strong H8577 is eigenlijk geen slang, de betekenis komt meer overeen met een krokodil of een monsterlijk zeedier.

Dat komt overeen met wat Ezechiël over de antichristelijke macht van de Farao zegt:

Ezech. 29:3 Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, farao, koning van Egypte, groot zeemonster (hier staat ook “tannin תַּנִּים “), dat in het midden van zijn rivieren ligt, dat gezegd heeft: Mijn Nijl is van mij en ik heb die zelf voor mij gemaakt!

Ook Ezechiël 32: 2 heeft het over de Farao als zeemonster.

In de studie van Ardelle van deze week stond  een chiastische structuur van de inmiddels overleden Tora geleerde Nechama Leibowitz. Ik heb deze in een tabel gezet. Deze literaire structuur wordt “ontzagwekkend” genoemd. Het is een rede die God tegen Mozes houdt om door te geven aan het volk. Het zijn dus de woorden die God Zelf uitsprak.

In de Hebreeuwse taal zijn vaak veel meer overeenkomsten te vinden.

  • De eerste en de tweede helft van de rede bevatten elk precies 50 Hebreeuwse woorden.
  • (B) en (B1) gaan over de aartsvaders
  • (C) en C1) gaan over het land
  • (D) en (D1) gaan over Egypte en slavernij
  • De eerste helft gaat over het verleden, de tweede helft gaat over de toekomst
  • De eerste helft verwijst naar de Israëlieten, in de derde persoon (hun, zij, hen)
  • De tweede helft verwijst naar de Israëlieten in de tweede persoon (u)
  • Ik ben יְהוָה YHWH “ aan het begin, het einde en in het midden van wat God sprak   (tot zover de studie van Ardelle)

In Exodus 6 vinden we ook nog een geslachtsregister van Mozes en Aäron. Oppervlakkig gezien is dat saai, want de namen zeggen vaak niet zoveel. Maar toch zullen we later nog wel eens teruggrijpen naar dit gedeelte. Als de tabernakel gebouwd wordt en als ontmoetingsplaats dienst doet, worden de taken onder dit nageslacht verdeeld. Ik herinner me dat ik bijvoorbeeld over de Kahathieten las en toen niet begreep wat dat voor "een volk" was. Maar in dit gedeelte zie je dat Kahath één van de zonen van Levi was, dus een Leviet. Deze tak kreeg weer andere taken dan zijn vier broers. 

In Exodus 7:1-9 lezen we een samenvatting van wat er in de komende paar hoofdstukken zal gebeuren. God zal Mozes vertellen hoe Hij te werk zal gaan. Aaron zal tot Farao spreken omdat Mozes niet zo bespraakt was. God zal Farao's hart verharden omdat hij niet wil luisteren. God zal Zijn tekenen en wonderen in Egypte vermenigvuldigen, zodat Hij Zijn legers, zoals Hij Zijn volk noemt, door zware strafgerichten uit zal leiden. En wat is het doel hiervan?

God zal laten zien wie Hij is, Hij YHWH, de IK BEN DIE IK BEN. Hij laat dat zien aan Farao en aan de Egyptenaren en ongetwijfeld ook aan Mozes en Israël. Hij laat het in de Bijbel zien aan heel de wereld. De gebeurtenissen in onze tijd zullen uitlopen op de grote verlossing van Israël. Zoals Ezechiël dat meerdere malen aan het eind van een hoofdstuk voor onze toekomst profeteert:
Ezechiël 38:23 Zo zal Ik Mijn grootheid tonen en Mij heiligen en voor de ogen van vele heidenvolken bekend worden. Dan zullen zij weten dat Ik  YHWH (de HEERE) ben.

In Exodus 5:2 lezen we dat Farao verklaarde dat hij niet wist wie YHWH was.

“Wie is YHWH, naar Wiens stem ik zou moeten luisteren door Israël te laten gaan? Ik ken YHWH niet.”

Hoewel we die naam vanaf Genesis 2 (vertaald als HEERE) tegen komen, heeft God zich pas als YHWH aan Mozes geopenbaard. Aan Abraham, Isaak en Jakob had God zich geopenbaard als El Shaddai; Hij benadrukte aan Mozes dat Hij zou laten zien wat "Ik ben YHWH" betekent.
Hieronder nog een chiastische structuur die in dit hoofdstuk  verborgen is.  Gods Woord zit zo prachtig in elkaar. Dat komt zelfs tot uitdrukking in de vorm waarin het opgeschreven is.

Zoals waarschijnlijk bekend is de grondtekst van de Tora ingedeeld d.m.v. Ptucha en Stuma aanduidingen, afgekort P en S. De aanduiding P is min of meer een hoofdthema, waarbinnen gedeelten worden onderverdeeld, aangeduid met S. (Stuma) Het hoofdthema is hier  Ex. 7: 8-25, en daarin zijn de volgende onderverdelingen (paragrafen):

  1. Ex. 7: 8-13 {s} staf van Aäron wordt een slang + ook de tovenaars laten slangen tevoorschijn komen.
  2. Ex. 7: 14-18 {s} Waarschuwing: dat de rivier bloed zal worden
  3. Ex. 7: 19-25 {p} De rivier wordt bloed + tovenaars deden dat ook

De machten van de duisternis wisten dat ze met Gods macht te maken hadden en zetten hun wapens in. Deze eerste plaag verschilt in de paragraaf indelingen van de andere plagen die volgen. De reden is, dat de Schrift ons leert wat "Ik ben YHWH" betekent. In punt 1 zien we dat God Zijn Woord en Zijn gebod tot Farao sprak. God bevestigde dat Woord, om te laten zien met Wie ze te maken hadden, door het teken van de staf die een slang werd. Op die manier maakte God Zijn wil bekend aan ongelovigen, en Hij bevestigde ook aan de ongelovigen dat het Zijn wil was. Hij gaf hen de kans om zich te bekeren en te gehoorzamen. Tot nu toe werd het land Egypte niet door ernstige gebeurtenissen geteisterd.

Het laat zien hoe zorgvuldig God omgaat met hen die Hem niet kennen.

In de volgende onderverdeelde paragraaf (punt 2), herhaalde God Zijn Woord en Zijn gebod met een sterkere waarschuwing en liet er een oordeel op volgen als Zijn gebod niet zou worden opgevolgd. Uit het feit dat dit gedeelte eindigt na de informatie wat er zal gebeuren, en voordat er iets anders gebeurt, blijkt dat God opnieuw een kans biedt aan de ongelovigen om zich te bekeren en te gehoorzamen, voordat de plaag inderdaad over hen heen zou komen.

Ook hier kun je zien hoe zorgvuldig God omgaat met hen die Hem niet kennen.

De laatste paragraaf waarin dit thema is onderverdeeld, is de daadwerkelijke uitvoering van het vonnis waarvoor gewaarschuwd was. Hieruit blijkt dat YHWH Zijn Woord gestand doet - zoals we ook in Genesis hebben geleerd in Gods handelen met Abraham, Isaak en Jakob, maar wat de Egyptenaren nog niet wisten.

Weer zie je hoe zorgvuldig God omgaat met hen die Hem niet kennen.

De Egyptenaren konden nog steeds water krijgen door te graven in de grond.

Exodus 7:24 Maar alle Egyptenaren groeven in de omgeving van de Nijl naar drinkwater, want van het water van de Nijl konden zij niet drinken.

Dus het oordeel maakte het hen ongemakkelijk, maar het was niet levensbedreigend. Farao kon op elk moment het einde van de overlast voor zijn volk bewerkstelligen, door berouw te tonen en te gehoorzamen.

Vervolgens zei God dat Hij Zijn wonderen in Egypte zou vermenigvuldigen, en dat gebeurde - Hij begint klein, maar ontzagwekkend en vastbesloten. Als we verder studeren zullen we zien dat God Zijn wonderen in Egypte vermenigvuldigt. En de gevolgen van het niet gehoorzamen worden steeds ernstiger. Dit mag ons voorbereiden op de situatie waarin onze wereld zich op dit moment bevindt. Als we weten dat God de situatie beheerst en het Hem niet uit de hand loopt dan weten we ons veilig wat onze eeuwige toekomst betreft, zelfs al zullen we haat en vervolging ondervinden. Want reken erop dat wij net zoals Paulus het zei: "we zijn gerekend als slachtschapen" (Romeinen 8:36).  Slachtschapen zijn offerdieren tot een lieflijke geur voor God.  Dit staat de gelovige te wachten in de grote verdrukking. Dat hoort bij het volgen van Yeshua. Daarmee zullen we Hem verheerlijken.  Maar wie volhardt tot het einde die zal zalig worden. Mattheüs 24:13.
Mattheüs 10:28 En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.

Ook al waren de plagen alleen voor de Egyptenaren, het was voor de Israëlieten beslist niet gemakkelijk in die tijd. Toen Mozes Gods bevrijding beloofde werd de druk van de slavernij juist opgevoerd:
Exodus 5:18 Nu dan, ga aan het werk! Stro wordt u niet gegeven, toch moet u hetzelfde aantal bakstenen leveren.

Egypte is een profetisch beeld van het koninkrijk van de duisternis, waarin Gods volk tot slaaf wordt gemaakt. Zoals ook in onze tijd mensen slaven worden gemaakt van een werelds systeem, maar bovenal slaven van de zonde. Het is allemaal beschreven opdat wij ervan zouden leren (1 Korinthe 10:11). Mozes is een profetisch beeld van de Messias, die God zendt om hen te bevrijden. Wanneer YHWH ons redt van onze slavernij van het koninkrijk van duisternis door Zijn Zoon Messias Yeshua, dan neemt Hij ons aan als Zijn zoon of dochter en maken we deel uit van Zijn volk.

Ook wij, als gelovigen in de Messias Yeshua zullen alleen door Hem, en geen ander,  kunnen worden uitgeleid uit de slavernij naar het Koninkrijk van God, waar gerechtigheid is.

Ook dan zal plaatsvinden wat Israël heeft ervaren en wat in de centrale as naar voren komt:

Exodus 6: 5 Ik ben YHWH. Ik zal u uitleiden van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren. Ik zal u redden uit hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en door zware strafgerichten.

  1. de beker van de heiliging (Kos Kadesh): “Ik zal u uitleiden van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren.”
  2. de beker van de plagen, de onderwijzing (Kos Hamakot): “Ik zal u redden uit hun slavernij… en door zware strafgerichten.”
  3. de beker van de verlossing, redding (Kos Hage’oelah): “Ik zal jullie verlossen en u verlossen door een uitgestrekte arm.”
  4. de beker van de lofprijzing, dankzegging (Kos Hallel): “Ik zal u tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn.”

Aan de bekers wijn die met de sedermaaltijd gedronken worden, zijn in de traditie de beloften van Exodus 6 verbonden. In het eerste testament lezen we niet dat er met Pesach wijn werd gedronken. Dit is door de mondelinge leer ingesteld. In het nieuwe testament lezen we wel dat Yeshua tijdens de sedermaaltijd de beker wijn nam en hieraan de betekenis van Zijn bloed verbond: het bloed van het Lam! Men noemt de beker die Yeshua liet rondgaan: de beker der dankzegging (4). 

“Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader” (Matt. 26:27-29).