Genesis 1 en 2 

de wereldgeschiedenis geprofeteerd in het scheppingsverhaal

Genesis 1: 1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.  2 De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water. 3 En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. 4 En God zag het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. 5 En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.

Wat gebeurde er in dit millennium jaar?

Adam en Eva zondigden:

Rom. 5:12 Zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.

Gen. 2:17 maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.

Adam stierf in de Millennium dag 1 – hij stierf doordat hij  verwijderd werd van de aanwezigheid van de Boom des Levens en ging de duisternis in op 940 jarige leeftijd. Henoch werd 500 jaar na de schepping geboren. Er kwam dus herstel in het midden van de eerste geestelijke dag van 1000 jaar.

In de eerste millennium dag ging het van de duisternis der zonde, naar het licht der rechtvaardigheid:

Gen. 5: 22 En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, driehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 23 Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar. 24 Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.

Henoch stierf aan het einde van de eerste millennium dag, maar de volgende dag begint al op de avond van de vorige dag. Er komt een nieuwe periode van duisternis.

 

Genesis 2: 6 En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken tussen water en water!  7 En God maakte dat gewelf en maakte scheiding tussen het water dat onder het gewelf is, en het water dat boven het gewelf is. En het was zo. 8 En God noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag.

De wateren boven en onder het geweld (uitspansel) kwamen samen in de “ Zondvloed”.

Genesis 7:11 In het zeshonderdste levensjaar van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op die dag zijn alle bronnen van de grote watervloed opengebarsten en de sluizen van de hemel opengezet.

Van de tweede dag zei God niet dat het goed was.

Genesis 1: 9 En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo. 10 En God noemde het droge aarde en het samengevloeide water noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was. 11 En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. 12 En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was. 13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag.

Exodus 15: Door de adem van Uw neus is het water opgehoopt, de stromen stonden als een dam, de watervloeden zijn gestold in het hart van de zee.

Israël ging door de Rode Zee naar het droge land van de Negev woestijn. De naam Negev betekent “het droge”.  Dit was een geloofsbeproeving en gebeurde in het midden van de derde millennium dag. God daalde neer en bevrijdde Zijn volk. En toen gaf Hij hen zijn Ketuba in de wildernis.

Exodus 13: 18 Daarom leidde God het volk om, langs de weg door de woestijn naar de Schelfzee.

Exodus 19: 1 In de derde maand, op dezelfde dag dat de Israëlieten uit het land Egypte waren vertrokken, kwamen zij in de woestijn Sinaï. 2 Zij braken op vanuit Rafidim, kwamen in de woestijn Sinaï en sloegen hun kamp op in de woestijn. Israël sloeg daar zijn kamp op tegenover de berg.

Ze kwamen in het droge land van de Sinaï. Het “droge land” vertegenwoordigt de woestijn of de wildernis. En het zaaddragend gewas vertegenwoordigt het voedsel dat ze in de woestijn kregen: het manna, het brood uit de hemel en als geestelijk voedsel ontvingen ze de Tora. Er kwamen twee soorten voedsel in het droge land: het manna en de Tora. Yeshua zei: “Ik was dat manna dat je vaderen in de woestijn gegeten hebben”.  Dus Hij maakte zelf de verbinding met Alef Tav en kwam op aarde niet alleen om hen geestelijk te voeden maar Hij was ook het brood van de hemel. Dus we zien Yeshua niet alleen als het Woord van God, maar ook als de Alef Tav.

Exodus 16: 31 Het huis van Israël gaf het de naam manna.’ Het was wit als korianderzaad, en de smaak ervan was als van een honingkoek.

En Yeshua, de levende Tora zei: “Ik ben dat manna”. David noemde het woord van God in Psalm 119 ook “zoet als honing”. 

Psalm 119: 103 Hoe zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond.

Exodus 24: 12 De HEERE zei tegen Mozes: Klim naar boven, naar Mij toe, de berg op, en blijf daar. Dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en de geboden, die Ik opgeschreven heb om hun te onderwijzen.

Dus de Tora is letterlijk het zaad van God’s lieflijkheid en een weerspiegeling van Zijn karakter. Door dat te geloven gaan we weer lijken op Zijn beeld. Het was dus het manna dat leek op korianderzaad en smaakte naar korianderzaad. Dus de Tora is het Zaad van God.

We zien Israël vanuit Egypte op weg naar het droge land van de Sinaï/Negev, waar het twee soorten voedsel ontving. Een afbeelding van dat droge land dat bij de schepping tevoorschijn kwam en van het voedsel van dat droge land.

In dit vers van het scheppingsverhaal wordt de naam van Elohiem genoemd. In het Hebreeuws is de uitgang –iem van een woord een aanwijzing voor meervoud. Dit is de reden waarom sommige mensen ervan uitgaan dat er meer goden zijn. Dat klopt niet met de belijdenis:  Adonai Echad (God is Eén). Het  Hebreeuws kent deze uitgang echter ook als er sprake is van “onbegrensdheid”.  Een God die ongelimiteerd vele machten en krachten bezit.

Wat gebeurde er op de vierde dag?

Genesis 1: 14 En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot tekenen, en tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren! 15 En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo. 16 En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; en ook de sterren. 17 En God plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, 18 om de dag en de nacht te beheersen en om scheiding te maken tussen het licht en de duisternis. En God zag dat het goed was. 19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.

In de vierde millennium dag komen er twee lichten. Wie of wat vertegenwoordigen die beide lichten?  

Nu is het heel bijzonder dat de Alef Tav in die eerste zin uit de Bijbel de vierde millennium dag vertegenwoordigt. Yeshua zei “Ik ben de Alef Tav”, de eerste en de laatste, dus dat heeft alles te maken met Yeshua. Het gaat in dit vers van het scheppingsverhaal over de zon, de maan en de sterren die de beide komsten van Yeshua voorzeggen. Alles wordt exact in die volgorde vervuld en ook de feesten krijgen pas betekenis voor wie de Tora bestudeert.

Wat ook bijzonder is dat je de Alef Tav niet alleen hier ziet in de vierde dag, die de komst van Yeshua in het vlees vertegenwoordigt, maar deze Alef Tav vind je ook aan het eind van de zesde dag. En we zijn aan het eind van de zesde dag!  De  Messiaanse Eeuw zal spoedig aanbreken en dit is al op een verborgen wijze geprofeteerd in de grondlegging van de wereld.  

Aan het einde van de vierde Millennium dag laten de sterren de tekenen zien. Yeshua als de verwachte en geprofeteerde Messias kwam als de “Zon van gerechtigheid” en het “Licht van de Wereld” en “tabernakelde” (woonde) bij de mensen. Alleen wie wijs is zal de tekenen begrijpen van Zijn komst.

Yeshua werd tijdens het Loofhuttenfeest  geboren (bij volle maan) God kwam en tabernakelde in menselijk vlees.

1 Korinthe 15: 22 Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.

Hosea 6: 2 Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven.

Die derde dag is de dag van de opstanding, en is al geprofeteerd in Hosea 6. Maar wat betekent dat andere Licht, want het scheppingsverhaal vermeldt twee grote lichten.

Yeshua ’s werk gebeurt overdag, zoals de zon overdag zijn werk doet.

Johannes 9, vers 4

Ik moet de werken doen van Hem Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht waarin niemand kan werken.

Johannes 11:9

9 Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in de dag? Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld ziet, 10 maar als iemand 's nachts loopt, stoot hij zich, omdat het licht niet bij hem is.

Mattheüs 9: 15

Jezus zei tegen hen: De bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan zullen zij vasten.

Mattheüs 17: 2

En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.

Lukas 23: 45

En de zon werd verduisterd en het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.

Dat andere licht is de Heilige Geest. De  maan is een reflectie van het zonlicht, hij schijnt niet uit zichzelf, maar weerkaatst het licht van de zon. Datzelfde verkondigt Yeshua aan de discipelen:


Johannes 16: 12 Nog veel heb Ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen.

13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.

14 Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.

15 Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen.

 

Als het moeilijk wordt fungeert de Heilige Geest als een Trooster.

Johannes 14: En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid.

 

Lukas 12: 11 Wanneer zij u dan zullen brengen naar de synagogen en voor de overheden en de machthebbers, wees dan niet bezorgd hoe of wat u ter verdediging moet zeggen of wat u moet spreken. 12 Want de Heilige Geest zal u in dat uur leren wat u moet zeggen.

 

Psalm 121: 5 De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw schaduw aan uw rechterhand. 6 De zon zal u overdag niet steken, de maan niet in de nacht.

 

Maleachi 4: 2 Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;

Genesis 2: 20 En God zei: Laat het water wemelen van wemelende levende wezens; en laten er vogels boven de aarde vliegen, langs het hemelgewelf! 21 En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort. En God zag dat het goed was. 22 En God zegende ze en zei: Wees vruchtbaar, word talrijk, en vervul het water van de zeeën; en laten de vogels talrijk worden op de aarde! 23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.

We zien de overvloed van krioelende en talrijk wordende schepselen. Het gaat hier om de overvloed. We zien in dit vijfde millennium de wereldbevolking overvloedig toenemen. Dit is in de vijfde millennium dag want God schiep vogels om de hemel te bevolken en vissen om overvloedig te zijn in de zeeën.

De vis was een vroeg herkenningsteken toen de gelovigen vervolgd werden. Yeshua vertelde de discipelen dat zij vissers van mensen zouden worden. Deze vissers van mensen gingen de wereld in en vertelden de mensen het evangelie in de vijfde millennium dag.

De dag dat God de vissen schiep was een voorafschaduwing van de vissen die door Yeshua’s volgelingen waren gevangen. De Heilige Geest viel in ruime mate op de volgelingen van Yeshua. in de eerste eeuw na Yeshua  kwamen duizenden tot geloof. Dus we zien in dag vijf letterlijk de vermenigvuldiging van de schepselen en het vruchtbaar worden daarvan. De boodschap van Yeshua ging, onder vervolging voort in de wereld. De vogels worden in de Bijbel ook genoemd als degenen die het Zaad (het Woord) wegpikten, zodat het niet tot groei kon komen.

Mattheüs 13: 47 Het Koninkrijk der hemelen is ook gelijk aan een net, uitgeworpen in de zee, dat allerlei soorten vissen bijeenbrengt. 48 Als het vol geworden is, trekken de vissers het op de oever. Ze gaan zitten en verzamelen de goede vissen in vaten, maar de slechte gooien zij weg.

Mattheüs 15: 36 En Hij nam de zeven broden en de vissen, en nadat Hij gedankt had, brak Hij ze en gaf ze aan Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de menigte. 37 En zij aten allen en werden verzadigd. En zij raapten het overschot van de stukken brood op, zeven manden vol.

Lukas 13: 18 En Hij zei: Waaraan is het Koninkrijk van God gelijk en waarmee zal Ik het vergelijken? 19 Het is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide. En het groeide op en werd tot een grote boom en de vogels in de lucht maakten een nest in zijn takken.

Mattheüs 6: 26 Kijk naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet, en verzamelen niet in schuren; uw hemelse Vader voedt ze evenwel; gaat u ze niet ver te boven?

Mattheüs 14: 4 En toen hij zaaide, viel een deel van het zaad langs de weg; en de vogels kwamen en aten dat op.

Markus 4: 4 En het gebeurde bij het zaaien dat het ene deel van het zaad langs de weg viel; en de vogels in de lucht kwamen en aten het op.

Gen. 1:24 En God zei: Laat de aarde levende wezens naar hun soort voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort! En het was zo. 25 En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort. En God zag dat het goed was. 26 En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen! 27 En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

God schiep de mens naar Zijn beeld als mannelijk en vrouwelijk.

Deze symbolische zesde millennium dag van duizend jaar is de tijd waarin wij leven. In de zesde scheppingsdag gaat het over dieren en de mens die geschapen werd.

De wereldrijken van de eindtijd worden door Daniël  voorgesteld als dieren:

Daniël 7: 3 en vier grote dieren stegen op uit de zee, die van elkaar verschilden.

4 Het eerste was als een leeuw, met vleugels van een arend. Ik keek toe totdat zijn vleugels uitgerukt werden. Het werd van de aarde opgeheven, het werd als een mens op zijn voeten gezet en het werd een mensenhart gegeven.

5 En zie, een ander dier, het tweede, leek op een beer. Het richtte zich op naar één kant. Het had drie ribben in zijn muil, tussen zijn tanden. Men zei het volgende tegen het dier: Sta op, eet veel vlees.

6 Daarna keek ik, en zie, er was nog een ander dier, als een luipaard. Het had vier vogelvleugels op zijn rug en het dier had vier koppen. En het werd heerschappij gegeven.

7 Daarna keek ik toe in de nachtvisioenen, en zie, het vierde dier was schrikwekkend, gruwelijk, en uitzonderlijk sterk. Het had grote ijzeren tanden. Het at en verbrijzelde, en de rest vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van al de dieren die ervóór geweest waren. En het had tien hoorns.

8 Terwijl ik op de hoorns bleef letten, zie, een andere, kleine, hoorn rees daartussen op. Drie van de eerdere hoorns werden voor hem uitgerukt. En zie, in die hoorn waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.

 

We zien deze beesten opkomen in de laatste duizend jaar.  In Openbaring vanaf hoofdstuk 11 is steeds sprake van gruwelijke beesten, die satanische machten vertegenwoordigen die de gelovigen zullen vervolgen.

Maar de kroon van de schepping, de mens werd ook geschapen. Aan het eind van de zes millennia zal heel duidelijk blijken welke keuzes de mens heeft gemaakt. Behoren zij bij de eerste Adam of hebben ze zich bekeerd tot Yeshua, de tweede Adam. In de Bijbel is sprake van de “mens der wetteloosheid”,   

Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is.  2 Thessalonicenzen 2, :3

Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig.  2 Timotheüs 3: 2

Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig. Openbaring 13: 18

Maar er is ook de mens die zich bekleed heeft met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid. Efeze 4:24

Hij heeft de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken. Efeze 2: 15

De nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft. Kolossenzen 3, vers 10

Genesis 2: 1 Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht.

2 Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

3 En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken.

 

Het volgende Schriftgedeelte gaat over de overgang van het zesde naar het zevende millennium dat gekenmerkt wordt door de rust en de vrede van God de Allerhoogste:

Jesaja 2: 1 Het woord dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem.

2 Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan

als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.

3 Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob;

dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan,

en het woord van de HEERE uit Jeruzalem. 4 Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen.

En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen.

Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.

5 Huis van Jakob, kom, laten wij wandelen in het licht van de HEERE.

 

 

En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. Openbaring 14: 1

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd over Sion, Mijn heilige berg. Psalm 2: 6

Psalm 132: 13 Want de HEERE heeft Sion verkozen, Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied.

14 Dit is, zei Hij, MIJN RUSTPLAATS tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want naar haar heb Ik verlangd.

 

De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, EN HIJ ZAL KONING ZIJN IN ALLE EEUWIGHEID. Openbaring 11:15

KONING DER KONINGEN EN HEERE DER HEREN. Openbaring 19:15

En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. Openbaring 21, vers 3

In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken. Openbaring 22: 2

Aan dit artikel ben ik begonnen nadat ik deze youtube had bekeken, die me op bepaalde punten erg aansprak. Gaandeweg werd het mijn eigen artikel en hield ik me niet meer strak aan wat in de video geleerd werd.

 

In het laatste hoofdstuk van de Bijbel:
Openbaring 22:13 Ik ben de Alfa, en de Omega (Hebreeuws Alef en de Tav), het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.