Leviticus 25:8-22 Het Jubeljaar

Tijdens de Omertelling hebben we geleerd zeven volle weken van zeven dagen te tellen. Dat zijn dan 49 dagen. De dag die daarop volgt is de vijftigste dag: het oorspronkelijke Wekenfeest (Shavuot) wat later Pinksteren genoemd werd, toen de Heilige Geest op dit Wekenfeest werd uitgestort. [ ‘Shavu`ot’(weken) is de meervoudsvorm van het Hebreeuwse woord ‘shavú`a’ (week). ]

 

Op dezelfde manier worden ook de sabbatsjaren geteld. Zeven volle sabbatsjaren van zeven gewone volle jaren. Dat zijn dan 49 jaren. Het jaar dat daarop volgt, het vijftigste jaar,  is het Jubeljaar. 

 

De Grote Verzoendag tijdens dat Jubeljaar moet overal in het land met bazuingeschal gepaard gaan. Lev. 25:9.

Dat geeft wel aan dat het Jubeljaar alles met verzoening te maken heeft.

 

De prijs van het onroerend goed dat verkocht werd daalde naarmate het Jubeljaar naderde. En vlak na het Jubeljaar gingen die prijzen weer omhoog, want dan was het te verwachten gebruik de factor die de waarde bepaalde. Bij de akkers ging dat net zo, en dan hield de prijs verband met de te verwachten oogsten.

 

God beloofde om in het zesde jaar een oogst voor drie jaar te geven. Het zesde jaar, de verse oogst, het zevende jaar genoeg te eten en zelfs het achtste jaar, als er weer opnieuw gezaaid moest worden kon er nog gegeten worden van de oogst uit het zesde jaar, zelfs tot aan het negende jaar. Dit principe konden de Israëlieten in de woestijn zich al eigen maken, door op vrijdag voor twee dagen te verzamelen. Hierdoor werd hun geloof in Gods voorzienigheid getraind.

 

In het Jubeljaar mocht iedereen teruggaan naar zijn oorspronkelijke familiebezit. Alles waardoor men in de loop van de tijd was vastgelopen, door schulden of anderszins, als men zich als slaaf had moeten verkopen, het werd allemaal weer hersteld. De eigendommen kwamen terug bij de rechtmatige eigenaar. En straks, in het 8ste “millennium” zal ook Yeshua alles teruggeven aan de Vader, wat door de zonde ontroofd was en Hij de Zoon zal volledig ECHAD (één) zijn met de Vader. Ook wij, die opnieuw geboren zijn, zullen door Yeshua deel mogen uitmaken van die goddelijke natuur en deel zijn van het goddelijk gezin.

2 Petrus 1: 4 Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.

Yeshua is YHWH in menselijke gestalte geweest, wat nodig was om ons te redden van zonde en dood. Maar ook dat is dan voorbij.


Hebreeën 2: 14 Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen.

 

Het Jubeljaar, waarvan men de tel min of meer kwijt is, verwijst naar het uiteindelijke doel van Gods Heilsplan: de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde.

 

1 Korinthe 15: 27 Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd.

28 En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.

 

Op dezelfde manier als het Sabbatsjaar van RUST kwam nadat Israël gedurende zes jaar het land bewerkt had, geeft God de wereld 6.000 jaar lang de gelegenheid om naar de RUST van het Sabbatsjaar van 1000 jaar toe te werken. Maar het blijkt dat de wereld niet in staat was, en het ook niet wilde, om van die gelegenheid gebruik te maken zoals God dat bedoelde:

Leviticus 25:18 U moet Mijn verordeningen houden en Mijn bepalingen in acht nemen en ze houden. Dan zult u onbezorgd in het land wonen.

 

Maar in het sabbatsjaar, het Vrederijk, zal Yeshua als Koning en Hogepriester die taak zelf ten uitvoer brengen, zodat de wereld klaar is voor "de achtste dag". 

 

Zo’n vijftigste dag van de omertelling (de periode tussen de Pesachmaaltijd en Pinksteren) wordt ook wel de “achtste dag” genoemd. Het 8000ste  jaar is de eeuwigheid en een “nieuw begin” van iets wat geen begin en einde heeft.  Het is de dag dat de volle oogst binnen is gehaald en dat kunnen we dan vooral geestelijk zien.

De term “achtste dag” komen we vaker tegen in de Bijbel. Het is de dag waarop de jongetjes werden besneden. Het is bekend dat het bloed dan sneller stolt als op andere dagen. Op de achtste dag heeft een baby meer bruikbare pro-trombine in zijn lichaam dan in de rest van zijn leven! Hierin zien we dan weer Gods wijsheid.

 

De getallen 8 en 50 (dagen/jaren) zijn verkregen door 1 (dag/jaar) toe te voegen aan de cyclus van 7 of 7 x 7. Die extra dag verwijst dan naar een nieuw begin.


Na het Loofhuttenfeest is er ook nog een extra feestdag, die “de achtste dag” wordt genoemd. Bij de inwijding van de Tempel van Salomo lezen we:

 

Op de achtste dag liet hij het volk gaan en zij zegenden de koning. Daarna gingen zij naar hun tenten, blij en welgemoed over al het goede dat de HEERE aan Zijn dienaar David, en aan Zijn volk Israël, had gedaan. 1 Koningen 8:66

 

Vlak voordat het eeuwige Jubeljaar zal aanbreken, zal het oordeel voor de Witte Troon plaatsvinden en een korte strijd met satan, waarna deze in de hel geworpen wordt.

Dan wordt werkelijkheid wat Jesaja profeteerde:

Jesjaja 61:2 om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE en de dag van de wraak van onze God; om alle treurenden te troosten; 3 om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest, opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid, een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken.

Zie ook deze pagina Sabbatsjaar en Jubeljaar