To translate this page into different languages, click here!

Exodus 19-20 Mozes op de Sinaï, de 10 geboden

Israël bij de Sinaï 

In de derde maand kwam Israël naar de Sinaï. Op de derde dag moest Israël zich voorbereiden om YHWH te ontmoeten. In Exodus 19: 11-15 komen we drie keer het getal drie tegen, dat in de Bijbel een teken is van de Messias. In het verleden leerden we dat het verbond dat YHWH met Israël in de Sinaï heeft gesloten, het tegenovergestelde is van het verbond dat YHWH met ons heeft gesloten in het Nieuwe Testament. De Bijbel openbaart ons hier en op veel meer plaatsen in de Tora, dat alles op de komende Verlosser wijst, die hetzelfde verbond vernieuwde met Zijn eigen smetteloze bloed.  

Sekhoela סְגֻלָּה 

Israël is een staat geworden. Geen slavenvolk meer in een vreemd land, maar een volk onder leiding van Hem die hen geschapen heeft en heeft uitgekozen tot zijn speciale “kostbaarheid” of “schat”. In Exodus 19: 5 staat het Hebreeuwse woord sekhoelah  סְגֻלָּה dat veel meer betekent dan “persoonlijk eigendom”. Dat houdt in dat Israël de bruid van God zal zijn en een intieme relatie met Hem zal hebben. Het verbond dat God met Israël sloot was niet zomaar een zakelijk verbond, nee het was een huwelijksverbond dat voortkomt uit Gods liefde voor Zijn volk. De wetten en de onderwijzingen die God geeft zijn dan ook te vergelijken met de bepalingen van een huwelijksakte.

Heb je wel gemerkt in Exodus 19 hoe vaak Mozes naar God ging en naar het volk ging - heen en weer, heen en weer. Mozes bemiddelt tussen het volk en God - net zoals de Messias de Middelaar is tussen God en mensen.

Heiliging van het volk in Gods tegenwoordigheid

In Exodus 6 ging het over de vier “Ik zal” beloften uit dat hoofdstuk. (zie deze pagina) Deze beloften worden uitgebeeld in de vier bekers die men met Pesach drinkt. "IK ZAL u tot Mijn volk aannemen en IK ZAL u tot een God zijn" was de vierde belofte die nog altijd wordt geciteerd bij de sedermaaltijd:

Exodus 6:6 Ik zal u tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn. Dan zult u weten dat Ik de HEERE, uw God, ben, Die u uitleidt van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren.

Deze belofte gaat in dit hoofdstuk in vervulling. In Hosea 2: 19 wordt deze belofte opnieuw gedaan, nadat het volk eerst was afgeweken:  “In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen.”

Uiteindelijk zal deze belofte in volle vervulling gaan bij de Bruiloft van het Lam. Heel de geschiedenis is een voorspel van wat nog komen zal, in het duizendjarig Vrederijk en de Nieuwe hemel en nieuwe aarde.

Er staat ook in vers 5 dat de hele aarde van YHWH is. Dat weten we natuurlijk wel, want we geloven dat God deze aarde geschapen heeft. Vanuit die wetenschap kunnen we ook begrijpen dat de Schepper dan ook de zeggenschap over Zijn maaksel heeft. Hij zegt dat hoewel hij de eigenaar van de hele aarde is, Israël altijd Zijn bijzondere volk zal zijn, Zijn Sekhoelah! Maar ieder die zich aansluit bij het gelovige overblijfsel van Israël, wordt ook deel van deze kostbare schat in Gods ogen. 

God is met Adam en Eva begonnen, later opnieuw met Noach, maar steeds wendde de mensheid zich van Hem af. Totdat Hij met Abraham een verbond sloot, waarin de hele wereld gezegend zou worden. Dat verbond werd voortgezet met de beide nazaten van Abraham: Izak en Jacob. En hier, vóór de Sinaï staat het nageslacht van Abraham, Izak en Jacob, de twaalf stammen en de vreemdelingen die zich bij hen hebben gevoegd. De berg waarbij Mozes bij de brandende doornstruik Gods opdracht kreeg om het volk Israël uit Egypte te leiden. 
Exodus 3:12 En Hij zei: Voorzeker, Ik zal met u zijn, en DIT ZAL VOOR U HET TEKEN ZIJN dat Ík u gezonden heb: Als u het volk uit Egypte geleid hebt, zult u God dienen op DEZE BERG.

Israël kreeg een voorbeeldfunctie, opdat de andere volken dat zouden opmerken en zich tot God zouden bekeren. Mozes zegt in Deuteronomium 4:
5 Zie, ik heb u de verordeningen en bepalingen geleerd, zoals YHWH, mijn God, mij geboden heeft; om zo te handelen in het midden van het land waarin u zult komen om het in bezit te nemen.

6 Neem ze in acht en doe ze; want dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn voor de ogen van de volken, die al deze verordeningen horen zullen en zullen zeggen: Werkelijk, dit grote volk is een wijs en verstandig volk!

7 Want welk groot volk is er waar de goden zo dichtbij zijn als YHWH, onze God, bij ons is, altijd als wij tot Hem roepen?

8 En welk groot volk is er dat zulke rechtvaardige verordeningen en bepalingen heeft als heel deze wet, die ik u heden voorhoud?

Helaas is dat in eerste instantie niet gelukt. God wist dat de mens dat niet op eigen kracht zou kunnen volbrengen en dat moest de mens ook zelf ondervinden. Maar er komt een tijd dat God wel tot Zijn doel komt met het overblijfsel van Israël.

Wat is de mens eigenwijs. Hij heeft zijn eigen regels bedacht waarop men vertrouwt. Wat was (en is) er weinig geloof en vertrouwen in God en in Zijn regels. En toch ging God verder met hen en met ons. Wat is de mens, en Israël incluis, in onze tijd nog ingesteld op de democratie. We kunnen toch begrijpen dat de wil van de meerderheid niet hetzelfde is als de wil van God? Dat moet wel tot een mislukking leiden. Een Koninkrijk van God in een zondige wereld moet zich laten leiden door de regels van dat Koninkrijk in geloof en in afhankelijkheid van Hem die het als "een schat" of "een bruid" heeft uitverkoren. Een koninkrijk van priesters, een heilig volk! Dat wil God met Zijn volk bereiken. En dat zàl God bereiken!!

 

Exodus 19: 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

1 Petrus 2: 9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.

 

Heiliging door afstand te laten nemen van de berg

Exodus 19:12,13 U moet voor het volk een grens stellen rondom de berg door te zeggen: Wees op uw hoede dat u de berg niet beklimt of ook maar de voet ervan aanraakt. Ieder die de berg aanraakt, zal zeker gedood worden. Geen hand mag hem aanraken, want hij zal zeker gestenigd of met pijlen doorschoten worden. Of het nu een dier of een mens is, hij mag niet blijven leven. Pas als de ramshoorn een langgerekte toon laat horen, mogen zíj de berg beklimmen.

Is het niet vreemd dat een volk, geroepen tot een intieme relatie, een huwelijk,  toch zo’n grote afstand moet bewaren tot de Heilige God die hen zo genegen is? Dat Zijn verschijning in rook, vuur en donder angst inboezemt? Ja, de Bijbel zegt dat het de zonden zijn die scheiding maken tussen God en mens (Jesaja 59:2). De heiligheid van God verdraagt de onvolkomenheid van de mens niet. Die afstand moet er zijn om in leven te blijven. Die afstand is er tot heil, tot bescherming van de mens, maar ook om te beseffen dat het de zonde is die dat veroorzaakt.
Exodus 20:20 Mozes zei tegen het volk: Wees niet bevreesd, want God is gekomen om u op de proef te stellen en opdat de vreze voor Hem u voor ogen staat, opdat u niet zondigt.

Hebreeën 12:21 En wat zij zagen was zo verschrikkelijk, dat Mozes zei: Ik ben zeer bevreesd en sta te beven.

Ondanks die afstand kunnen we ook zeggen dat God juist heel dichtbij is gekomen. Veel dichter bij dan ze in de slavendienst van Egypte ondervonden. Bij de berg hoorden en zagen ze Gods aanwezigheid zo sterk en zo van nabij, dat ze ook niet eens dichterbij durfden te komen. Wij ondervinden in deze tijd ook wat het is om afstand van elkaar te houden. Uit angst, of omdat het moet..... Maar God doet er alles aan om die afstand tussen Hem en de mens weg te nemen en dat zal Hij bereiken door de zonde uit te delgen. Hij wil bij  de mensen wonen. Geestelijk gezien ìs Israël dicht bij Hem:
Exodus 19:4 U hebt zelf gezien  hoe Ik u op arendsvleugels gedragen en u bij Mij gebracht heb.

Hoe dicht ben je bij Hem als Hij je op arendsvleuglen draagt? Hij is in Yeshua naar ons toe gekomen. We konden Hem aanraken, Zijn voeten werden met mensentranen gewassen. Hij raakte de zieken en melaatsen aan, zodat ze genazen. Hij liet zichzelf zelfs door mensenhanden kruisigen. 

Toen er nog geen zonden waren konden Adam en Eva met God “wandelen” in de Tuin. Ze konden rechtstreeks met Hem spreken. Toen was er vrede en harmonie in de omgang met God. Totdat de mens zijn vertrouwen in God liet wegnemen door satan en onder diens invloed kwam en bleef. Nu kan Israël alleen maar via een “middelaar” met God spreken. Zo’n middelaar was Mozes, die hierin ook een beeld van Yeshua is.

 

In Christus Jezus dichtbij gekomen, door Zijn bloed

Nu is het Yeshua door Wie wij tot God kunnen naderen. Alleen als we met Hem bekleed zijn is er de bescherming tegen de toorn van God. “Blijf in Mij”…. zegt Yeshua in Johannes 15,  “want zonder Mij kun je niets doen”. Als we dan tot God naderen ziet Hij Zijn Zoon in ons en mogen we veilig, zonder angst naderen. Nu nog in beginsel en onvolkomen, als in een spiegel. En die spiegels in de tijd van de Bijbel waren niet zo scherp als die van onze tijd. Maar straks mogen we God zien van aangezicht tot aangezicht, zoals Mozes dat al beleefde in de woestijn. Maar dat gaat niet zonder strijd. Straks zullen we Gods heerlijkheid weerspiegelen. Dan worden we niet ontkleed, maar overkleed….. met de heerlijkheid van God, zoals ook het gezicht van Mozes die heerlijkheid weerkaatste.

 

2 Kor. 5: 2 Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden,

3 als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden.

4 Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.

 

De centrale as in het schema hierboven laat zien waarom YHWH Israel uit Egypte heeft bevrijd. Terwijl het bovendien om de eer van Zijn naam YHWH ging. Het gebeuren op de Sinaï wordt in de Schrift op meerdere manieren uitgebeeld:

Israël is een kind dat moet leren lopen.
Israël als zoon
Israël wordt een natie.
Israël wordt een bruid, een schat,

De bruidsakte is de ketoeba (Tora), de sabbat is de trouwring

Na de spraakverwarring bij de torenbouw van Babel, waarbij zeventig volken over de aarde verspreid werden, riep God Abraham, om van hem een volk te maken, dat YHWH zou dienen en aanbidden.

Precies die éne natie, die voortkwam uit Abraham door middel van het beloofde Zaad, dat op bovennatuurlijke wijze werd geboren uit ouders die niet meer vruchtbaar waren. Deze natie wordt op de berg Sinaï verklaard een heilige natie te zijn op de aarde (Exodus 19:6). Afgezonderd van alle andere onheilige naties. God laat hier zien dat Zijn heilig volk Israël, Zijn bijzondere schat is, Zijn sekhoelah סְגֻלָּה Zijn bruid, maar ook een koninkrijk van priesters (met andere woorden, bemiddelaars tussen God en de mensen). Hij geeft ze Zijn geboden en leert ze te lopen op Zijn wegen.

 

Exodus 20:1 Toen sprak God al deze woorden:

2. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.
3. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
4. U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.
5. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,
6. maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.
7. U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.
8. Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt.
9. Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,
10. maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.

8. Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt.
9. Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,
10. maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.
11. Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.
12. Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.
13. U zult niet vermoorden. (ratzach רָצַח = vermoorden. Het  werkwoord doden is קָטַל qatal of הָרַג harag. (Strong. 2026)  14. U zult niet echtbreken.
15. U zult niet stelen.
16. U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.
17. U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is.

We zien in onze tijd het kwaad tot een climax komen. De hele technologische revolutie staat in het teken van het beest. Het maakt mensen tot slaven van systemen. Het zogenaamde zelfbeschikkingsrecht wordt hen ontnomen en wie daarin meeloopt zal merken dat hij niet meer uit die fuik kan ontsnappen en zal het beest dat hem beheerst gaan aanbidden. Maar God gaf ons een uitweg, die zeker niet gemakkelijk is, maar waarbij de vrede in het hart behouden blijft. Dat is:

1. het houden van Zijn geboden, die Mozes kreeg op de Sinaï

(de Noachitische geboden komen niet van God en zijn een valstrik!!)

2. èn het volgen van Yeshua/Jezus. 

Dan sluit je je geestelijk aan bij het gelovig overblijfsel van het verbondsvolk Israël en behoor je tot de Bruid, de Sekhoelah van God. De sabbat is de trouwring waaraan iedereen kan zien dat Israël Gods bruid is en dat je daar deel van uit maakt. 

Openbaring 14:9 En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt,
10. dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam.
11. En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, evenmin als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt.
12. Hier zien we de volharding van de heiligen. Hier komen openbaar die de geboden van God en het geloof in Jezus in acht nemen.