Markus 9: de verheerlijking op de berg

We hebben de afgelopen weken stil gestaan bij Mozes die op de Sinaï in de heerlijkheid van God kwam en wiens gezicht straalde na die ontmoeting met God. Niet op de manier dat wij van elkaar zeggen dat we stralen, als we erg blij kijken. Nee, een straling die een zondig mens niet kan verdragen.  Mozes moest zijn gezicht met een doek bedekken.

Ditzelfde komen we tegen in Markus 9 waar geschreven staat dat Yeshua/Jezus een ontmoeting had met Mozes en Elia, naar men aanneemt, op de berg Tabor.

 

Even voor de beschrijving van deze verheerlijking staat een tekst waarmee we nog wel eens moeite hebben:

Markus 9:  1 En  Hij zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood niet zullen proeven voordat zij gezien zullen hebben dat het Koninkrijk van God met kracht gekomen is.

 

Mogelijk doelde Jezus hier op een gebeurtenis die direct na deze uitspraak plaats vond: de verheerlijking op de berg, waarvan Petrus, Johannes en Jacobus getuige waren.  Dezelfde discipelen die ook bij Hem in de Hof van Getsemané waren.  Zij waren getuigen zowel van het hoogtepunt als het dieptepunt van Yeshua/Jezus, tijdens Zijn leven op aarde. Zij konden ook daarvan getuigen bij  hun verslagen die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen. 

 

Op deze hoge berg veranderde Yeshua/Jezus voor hun ogen, als de verheerlijkte Zoon van God. En bij Hem verschenen Mozes en Elia. Mozes, degene die de Tora vertegenwoordigt en Elia, die de profeten vertegenwoordigt. Mozes bekend van de berg Sinaï en Elia, bekend van de berg Karmel.  Nu tezamen met Yeshua op, met alle waarschijnlijkheid, de berg Tabor. We zien dit tweetal ook tezamen  vermeld in Maleachi 4:

                                                                      4              Denk aan de wet van Mozes, Mijn dienaar,

                                die Ik hem geboden heb

                op Horeb voor heel Israël,

                                aan de verordeningen en de bepalingen.

 5            Zie, Ik zend tot u

                                de profeet  Elia,

                voordat de dag van de HEERE komt,

                                die grote en ontzagwekkende dag.

 

Zij zijn het ook die straks tijdens de grote verdrukking, als getuigen zullen optreden (Zie Openbaring 11).

 

De discipelen zijn bevreesd. Een heilige vreze die ons bekruipt als we de volmaaktheid zien vanuit ons bestaan dat door de zonde is aangetast. Ze zien dat Yeshua in gesprek is met Mozes en Elia. In Lukas 9:31 staat dat ze met elkaar spraken over het heengaan, de uittocht/exodus van Yeshua. Zoals er op de Horeb over een uittocht werd gesproken met Mozes,  en op dezelfde berg met Elia o.m. over zijn heengaan (1 Kon 19), zo spraken deze beide belangrijke mannen in Gods Koninkrijk nu met Yeshua, die bemoedigd moest worden in de moeilijke weg die Hij zou moeten gaan.

En dan komt de wolk, de wolk van Gods aanwezigheid en Zijn stem klinkt uit de wolk, en de drie discipelen moeten deze belangrijke verklaring horen om door te kunnen geven aan jou en mij:

 

----------DIT IS MIJN GELIEFDE ZOON,  LUISTER NAAR HEM!---------

Laten we naar Hem luisteren en laat andere stemmen zwijgen....

Later schrijft Petrus daarover:

2 Petrus 1: 16 wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit.

 17          Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, toen een stem als deze van de verheven heerlijkheid tot Hem kwam:  DIT IS MIJN GELIEFDE ZOON, IN WIE IK MIJN WELBEHAGEN HEB.

 18          En deze stem hebben wij gehoord, toen deze vanuit de hemel kwam, terwijl wij met Hem op de heilige berg waren.

 19          En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan  als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en  de morgenster opgaat in uw hart.

 

Petrus geeft ons hier een uiterst belangrijk advies: acht slaan op het profetisch woord, dat vast en zeker is! Het is een lamp die schijnt in een donkere wereld.

Na de indrukwekkende gebeurtenis op de Tabor,  stonden de discipelen weer samen met Yeshua in de aardse werkelijkheid. Wat een ervaring! Ze waren ooggetuigen geweest van de goddelijke majesteit van hun Meester. Yeshua zegt hen dat ze hierover moeten zwijgen, totdat Hij uit de dood was opgestaan. Deze mededeling was voor hen ook zo onbegrijpelijk…. Wat bedoelde Yeshua met “uit de dood opstaan?”

 

Ze zullen later nog wel eens teruggedacht hebben aan deze onwetendheid. Stapsgewijze moesten ze groeien in geloof om in staat te zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat (Efeze 3:18), om dit aan de gelovigen bekend te maken en éénmaal  vervuld te worden van alle volheid van God.