English & other languages: click here!

Spreuken 6 A - allerlei raadgevingen


Spreuken 6 is een waarschuwend hoofdstuk, opgebouwd uit vier grote thema’s die allemaal draaien om één kernpunt: onwijs gedrag brengt jezelf én anderen in gevaar — wijsheid beschermt.

Salomo spreekt als een vader tot zijn zoon en benoemt vier concrete levenssituaties waarin mensen zichzelf vastzetten:

  • onverstandige financiële verplichtingen
  • luiheid en passiviteit
  • kwaadaardige, kapotmakende karaktertrekken
  • seksuele verleiding die een leven kan verwoesten

Kortom:

wijsheid is actief, verantwoordelijk, eerlijk en zuiver              dwaasheid is passief, roekeloos, manipulatief en destructief.


Vers 1–5 — Waarschuwing tegen borg staan / financiële valstrikken

Spreuken 6:1-3
1. Mijn zoon, als je borg staat voor je naaste, en je iets met handslag aan een vreemde bevestigt,
2. ben je verstrikt in de woorden van je eigen mond, ben je in de woorden van je eigen mond gevangen.
3. Doe dan dit, mijn zoon, en red je,
want je bent in de greep van je naaste gekomen, ga, onderwerp je en dring bij je naaste aan.

Mijn zoon, als je borg staat voor je naaste……. ‘borg staan’ betekent dat je de schuld van iemand anders betaalt, als die ander zijn schuld niet kan betalen. De vader waarschuwt zijn zoon dat hij zoiets niet moet beloven.

en je iets met handslag aan een vreemde bevestigt…….. als je diegene dan ook nog je erewoord hebt gegeven. Een handslag gaf men vroeger bij de aankoop van bijv. vee, waarbij je beloofde het gevraagde bedrag te betalen. Dat is dus zoiets als een belofte doen.

ben je verstrikt in de woorden van je eigen mond…….. je hebt jezelf in moeilijkheden gebracht, want nu moet je voor die ander geld betalen. De vader bedoelt natuurlijk dat de zoon zich niet moet laten overhalen om zoiets te doen. Het kunnen zogenaamde vrienden zijn die daarom vragen, omdat ze dingen willen doen of kopen waarvoor ze eigenlijk geen geld hebben. Dat blijft dan waarschijnlijk ook niet bij één keer. De zoon was misschien wel min of meer bedreigd en durfde geen ‘nee’ te zeggen. Het kan ook het gevolg zijn van een onbezonnen hulpaanbod. Dan ben je in de woorden van je eigen mond gevangen……. Je bent geen vrij man meer, maar de underdog van hen die zelf geen verantwoordelijkheid voor hun eigen leven nemen.

Dat twee verschillende zinnen toch hetzelfde betekenen, terwijl de woordkeus verschillend is, zie je vaak in de Bijbel, en vooral in dit hoofdstuk. Dat is een vorm van poëzie.

Doe dan dit, mijn zoon, en red je……….. doe er alles aan m’n jongen, om weer vrij van hem te worden. Wacht niet tot morgen, maar doe dat dezelfde dag nog. Ga, onderwerp je ….. Zeg dat je dit niet echt gewild had. Daarmee erken je je eigen zwakheid en dat is een vorm van vernedering. De ander voelt zich niet aangevallen, maar erkend in zijn recht. Dat wat hij daarmee gewonnen heeft is de basis om zich sterk te kunnen maken: Dring er bij je naaste op aan…….In de Statenvertaling staat “klamp hem aan en bestorm hem”. De zoon moet wel echt strijdvaardig voor zichzelf opkomen.
Borg zijn voor een ander: kan ook het gevolg zijn van mededogen met, en liefde voor iemand. Zoals Juda zich borg stelde voor Benjamin (Gen. 43:9) en zoals Yeshua zich borgstelt (garant staat!) voor Gods beloften binnen het Verbond (Hebreeën 7:22).  Maar deze manier van borg-zijn wordt hier niet bedoeld. Deze vaderlijke waarschuwing geldt zijn zoon die vrienden kan hebben die onverstandig met hun uitgaven omgaan of die verkeerde bedoelingen hebben. 

Spreuken 6:4-5
4. Geef je ogen geen slaap, en je oogleden geen sluimer.
5. Red je als een gazelle uit de hand van de jager, en als een vogel uit de hand van de vogelvanger.

Geef je ogen geen slaap, en je oogleden geen sluimer……. de zoon moet niet denken ‘dat doe ik morgen wel’. Nee, direct erop af.

Red je als een gazelle uit de hand van de jager…… geloof maar dat een gazelle met een enorme sprint zich in veiligheid brengt als hij een jager ontdekt, en wat dacht je van een vogel…..? die laat zich zeker niet gewillig pakken door iemand die zijn dood op het oog heeft.

 2. (vers 6–11)— De les van de mier (tegen luiheid)

Spreuken 6:6-8
6. Ga naar de mier, luiaard,
zie zijn wegen en word wijs.
7. Hoewel hij geen aanvoerder heeft,
geen leidinggevende of heerser,
8. maakt hij zijn eten gereed in de zomer,
verzamelt hij zijn voedsel in de oogsttijd.

Ga naar de mier, luiaard, zie zijn wegen en word wijs........ Ongetwijfeld waren de zonen van Salomo ook wel eens lui en moesten ze aangemoedigd worden om actie te ondernemen. Vader Salomo maakt een vergelijking met de mieren. Inderdaad is het mierenvolk altijd bedrijvig in de weer. Heb je wel eens gezien hoe ze een, voor hun belangrijk stukje van een tak, of een dode mier, samen met andere mieren het transport verzorgen naar de bestemde plaats?

 Alle leden van een mierenkolonie werken op een extreme manier met elkaar samen. De leden van de kolonie delen functies. Sommigen zorgen voor de larven, anderen jagen, en weer anderen bouwen tunnels en houden de mierenhoop schoon. Een mierenhoop is trouwens een architectonisch wonder. Ze werken uitstekend samen als het gaat om het schoonhouden van hun nest. Dode mieren en ander afval worden naar specifieke ‘afvalzones’ gebracht, vaak ver van het broedsel en de voedselopslag.

Hoewel hij geen aanvoerder heeft, geen leidinggevende of heerser....... de mieren hebben wel een Koningin! Maar ze regeert niet. Haar enige functie is tijdens haar lange leven (soms wel 25 jaar) het leggen van duizenden eieren om de voortplanting en groei van de kolonie te waarborgen. 

hij maakt zijn eten gereed in de zomer, hij verzamelt zijn voedsel in de oogsttijd......... De mieren weten dat er hard gewerkt moet worden om ook in de winter voedsel te hebben. Dat betekent werk tijdens de zomer en de oogsttijd. Deze werklust laat de van God gegeven wijsheid van de mier zien, waaraan we een voorbeeld kunnen nemen. Voor wie lui is als er gewerkt moet worden, komt armoede onverwachts.

3. (vers 9-11) Waarschuwing aan de luie man.

Spreuken 6:9 -11
9. Hoelang, luiaard, blijft u liggen?
Wanneer staat u op uit uw slaap?
10. Een beetje slapen, een beetje sluimeren, ?
een beetje liggen met gevouwen handen!
11. Zo komt uw armoede over u als een wandelaar?
en uw gebrek als een gewapend man.

Hoelang, luiaard, blijft u liggen........? Deze vraag is gericht aan iemand die een gat in de dag slaapt. In deze context gaat het niet alleen om fysieke slaap, maar ook een metafoor voor inactivitei, het verwaarlozen van plichten en verantwoordelijkheden. 

Wanneer staat u op uit uw slaap.......? De herhaling van de vraag is, behalve een poëtisch dubbele formulering, een onderstreping van de noodzaak voor de luiaard om zich los te maken uit zijn keten van luiheid en zijn gedrag te veranderen.

Een beetje slapen, een beetje sluimeren.....?  Wie de slaap liefheeft wordt arm (Spreuken 20:13). Dat is kenmerkend voor een luiaard. De slaap is dan een manier om aan de werkelijkheid van het leven te ontsnappen (Spreuken 10:12). Dat is dan in tegenstelling tot "de zoete slaap van de arbeider" (Prediker 5:11). 

een beetje liggen met gevouwen handen......!  Een uitdrukking voor wie zijn handen had moeten gebruiken in plaats van slapen (Prediker 4:5). Een 'beetje' slapen, een 'beetje' sluimeren en in vers 11 een 'beetje' liggen, klinkt als een excuus om de zonde van luiheid af te zwakken. Maar pas op:  Zo komt uw armoede over u als een wandelaar.......  de luiaard is niet direct in de problemen, maar hij wandelt langzaam maar zeker naar een staat van armoede en gebrek.
en uw gebrek als een gewapend man...... de luiaard loopt te wandelen en ligt te slapen.... of is hij ook aan het slaapwandelen? Maar ineens slaat het gebrek toe. Dan is hier sprake van 'een gewapend man'. In het Hebreeuws en het Engels staat er "een man van het schild". Dat klinkt niet zo bedreigend. Echter, in de context vam die tijd is het de gewapende rover die rondzwermde op de wegen. Het schild was hier geen teken van verdediging, maar van een volledige uitrusting voor aanval. In de antieke oorlogsvoering werd het schild gebruikt om jezelf te beschermen terwijl je aanvalt met het zwaard. Hier is sprake van een rover die langzamerhand het levensterrein van de slaapwandelaar heeft veranderd in een doemscenario van waaruit hij zichzelf niet kan bevrijden. Dit bepaalt me bij een geestelijke toepassing van dit schriftgedeelte. Tot hiertoe ging het over het arbeidsproces. Maar dit proces doet zich ook voor in het geestelijk leven.  

Wanneer staat u op uit uw slaap.......? We kunnen ook luiaards zijn in het geestelijk leven met God. We verdiepen ons niet in Zijn Woord en wat de profeten zeggen. Een mooie reden van de spreker is voldoende, maar wordt niet getoetst aan de Bijbel. Niet ik zeg dat we geestelijk slapen, maar God spreekt zo in de Bijbel. Maar die lees je die luisterend naar Gods stem? Het gaat zo ongemerkt als je alleen met het leven van nu en deze wereld bezig bent in je gedachten. Dat gelovigen wat dit betreft slapen laat de Bijbel duidelijk zien:

Job 33: 14. Want God spreekt één of twee keer, maar men slaat er geen acht op:
15. in een droom, een visioen in de nacht, als een diepe slaap op de mensen valt, in de sluimer op de slaapplaats.

Jesaja 29:10 (om de zonden!) Want de HEERE heeft over u uitgegoten een geest van diepe slaap.
Gesloten heeft Hij uw ogen, de profeten; en uw hoofden, de zieners, heeft Hij omhuld.

Romeinen 11:8 (Israël om hun zonden) zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden.

Romeinen 13:11 (dit is voor nu!!) En dit te meer, omdat wij het beslissende tijdstip kennen, namelijk dat de tijd reeds is aangebroken dat wij uit de slaap ontwaken. Want nu is de zaligheid dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen.

Efeze 5:14 (dit is voor nu!!) Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.

1 Thessalonicenzen 5:6 (dit is voor nu!!) Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn.

Het gaat zo geleidelijk, net zo als die wandelaar in vers 11. Elke gelovige moet op een keer wakker worden, anders gaat hij of zij verloren. Yeshua zei tegen Nicodemus: "je moet opnieuw geboren worden, anders kun je het Koninkrijk niet zien!" (Johannes 3:3). Want die gewapende man uit vers 11, die bandiet, verwijst naar satan, verwijst naar de antichrist. Ook deze antichrist is een zogenaamde man met schild. Hij komt immers een valse vrede brengen en heeft dan zogenaamd een boog zonder pijl (Openb. 6:2). Hij wil je geestelijk slapend houden want dan ben je in zijn macht. Dan heb je ook geen last van hem. Toch, als je gelooft in God en Zijn Woord wil hij je uit Gods hand roven. Dan gebruikt hij vurige pijlen (Efeze 6:16). Maar straks gaat hij de hel in en waar ben jij dan? Hij trekt zijn volgelingen mee in het verderf. De wapens van die gewapende man zijn: vooral: misleiding, (Yeshua zei: Pas op dat niemand u misleidt (Matth. 24:4), verwarring, leugens, vleierij, onderdrukking en tenslotte de eeuwige dood. Dus.....Wakker worden en laat je bevrijden door Yeshua, waarover de hele Bijbel spreekt en niet alleen het Nieuwe Testament. 

4. (Vers 12–15) — De gewapende man en de antichrist

Spreuken 6:12-15
12. Een verdorven mens, een man van onrecht, gaat rond met valsheid van mond,
13. knipoogt heimelijk, geeft een teken met zijn voeten en wijst met zijn vingers.
14. In zijn hart zijn verderfelijke dingen, hij smeedt te allen tijde kwaad en hij brengt twisten teweeg.
15. Daarom zal plotseling zijn ondergang komen, opeens zal hij gebroken worden, zonder dat er genezing voor is.

Een verdorven mens, een man van onrecht........ de tekst borduurt voort op de 'bewapende man', die later door Daniël 'een verachtelijke man' Daniël 11:24) wordt genoemd, maar dat kon Salomo nog niet weten. De manier waarop deze personen worden omschreven wijzen duidelijk naar de geprofeteerde antichrist, hoewel er door de tijd heen vele personen naar voren komen die deze karaktertrekken ook vertonen.

gaat rond met valsheid van mond...... dat  lezen we over diezelfde persoon in Daniël 8:25, we zagen dat bij Judas Matth.26:24, Hitler paste de leugen toe door de Joden, af te schilderen als de bron van al het kwaad en de ondergang van Duitsland na de Eerste Wereldoorlog. (HLN+1 = Belgische krant Het Laatste Nieuws). Het zijn voorafschaduuwende beelden van de antichrist. Zie ook 2 Thess. 2:9.

knipoogt heimelijk, geeft een teken met zijn voeten en wijst met zijn vingers........ dit zijn onopvallende seintjes.waarmee een groep slechterikken communiceert om hun kwade plannen ten uitvoer te brengen. (bijv. de kus. van Judas).

In zijn hart zijn verderfelijke dingen........ we zien in Nahum 1:11 een profetie over het Ninevé in Babel: "Uit u is iemand voortgekomen die kwaad bedenkt tegen de HEERE, een verderfelijke raadsman." e.v.  Het gaat hier over Nimrod die zichzelf tot koning en god maakte. De verwoesting van Ninevé werd beschreven als een voorafschaduwing van de komende verwoesting van Babylon. En als de Vredevorst op aarde is gekomen is de verderfelijke man uitgeroeid (Nahum 1:5). In Psalm 14:1-4 staat beschreven dat alle mensen van nature verderfelijk zijn in Gods ogen. Maar daar waar het Woord van God zijn invloed heeft gehad wordt dat anders. Net zo als Yeshua, de zondeloze, de Rechtvaardige door Gods ingrijpen als een volmaakt persoon uit het mensdom naar voren kwam, zorgt satan voor een ultiem verderfelijk persoon: de antichrist: het beest uit de zee (Openbaring 13).,  de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf (2 Thess. 2:3ç).

Daarom zal plotseling zijn ondergang komen,........ We gaven al het voorbeeld van Nahum 1:5, maar ook 2 Thessalonicenzen 2 vermeldt de ondergang van de antichrist: (Job 4:8-9,; Jesaja 11:4; 2 Thess. 2:8). De antichrist wordt machteloos gemaakt door de adem van Yeshua's mond en wordt met de valse profeet levend in de poel van vuur geworpen (Openbaring 19:20; Op. 2010). De tweede dood (Op.19:14). Later, na duizend jaar. komt het beest uit de aarde (satan) in de poel van vuur, bij de antichrist en de valse profeet. Zie Openbaring 20:10. In deze tekst lezen we dat satan in de vuurpoel wordt gegooid "bij het beest (de antichrist) en de valse profeet" — dus twee personen die er al liggen, waaraan satan wordt toegevoegd. Geen herstel voor hen, maar wel voor Gods schepping!

6. Zeven zonden die YAHWEH verafschuwt

Spreuken 6:16-19
16. Deze zes haat de HEERE, ja, zeven zijn een gruwel voor Zijn ziel:
17. hoogmoedige ogen, een valse tong en handen die onschuldig bloed vergieten,
18. een hart dat zondige plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te rennen,
19. een valse getuige die leugens blaast, en die tussen broeders twisten teweegbrengt.


Zeven zonden zijn een ​​gruwel voor Zijn ziel:

Dit is een opsomming van zonden, die in de meeste voorbeelden te maken hebben met ons lichaam. Yahweh gruwt hiervan.


Hoogmoedige ogen

Wat dan wel? Mattheüs 6:22 De lamp van het lichaam is het oog; als dan uw oog oprecht is, zal heel uw lichaam verlicht zijn;

Deze trotse blik gaat om het tarten van de Hoogheilige God. Jesaja 2:12 Want de dag van de HEERE van de legermachten zal zijn tegen al wie hoogmoedig en trots is, tegen al wie zich verheft, opdat hij vernederd zal worden;


Een valse tong

wat dan wel? Efeze 4:25 Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid, ieder tegen zijn naaste; wij zijn immers leden van elkaar.

In Psalm 140:4 heeft David God gebeden om bescherming vanwege het scherpen van de tong van slechte mensen, als de tong van een slang. Addergif is onder hun lippen. 


Handen die onschuldig bloed hebben vergoten

Wat dan wel? Spreuken 24:11 Red hen die opgepakt zijn om te sterven, wee als u zich afzijdig houdt van wie wankelend ter slachting gaat.

In Zijn rede tegen de farizeeën zei Yeshua:  opdat al het rechtvaardige bloed over u kome dat vergoten is op de aarde.... Matth. 23:35.


Een hart dat zondige plannen smeedt

wat dan wel: Filippenzen 4:7 en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.

In Spreuken 4:16 wordt de boze mens beschreven als iemand die niet kan slapen tenzij hij kwaad heeft gedaan — de slaap wordt hem weggenomen als hij niemand heeft doen struikelen. 


Voeten die zich haasten in het rennen naar het kwaad

Wat dan wel? Efeze 2:10 Wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft.

In de Bijbel staan nog meer teksten over voeten die snellen naar het kwaad. Maar daarbij staat ook het doel: bloed vergieten!  Spreuken 1:16; Jesaja 59:7. 


Een valse getuige die leugens spreekt

Wat dan wel: u zult voor koningen en stadhouders geleid worden  opdat u zult getuigen. Lukas 21:12-13

Er zijn voorbeelden in de Bijbel. In 1 Koningen 21:13 lezen we over 'verdorven lieden' die vals getuigen tegen Naboth, zodat deze man onschuldig gesteniigd werd. 
Ook Yeshua werd op grond van valse getuigen ter dood veroordeeld.  Math. 26:65. Maar als men uit haat tot Christus kwaad over de gelovigen spreekt, zullen deze een groot loon vanuit de hemel ontangen (Mattheüs 5:11-12). Zo ook Stefanus (Hand.4:13).


Iemand die tweedracht zaait onder broeders

Wat dan wel? Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen. Psalsm 133:1

 

Paulus roept ook ons op om dit in de gaten te houden: Romeinen 16:17 En ik roep u ertoe op, broeders, hen in het oog te houden die onenigheden teweegbrengen en struikelblokken opwerpen tegen het onderricht dat u hebt ontvangen, en keer u van hen af. 18. Want zulke mensen dienen niet onze Heere Jezus Christus, maar hun eigen buik, en door fraaie woorden en mooie praat bedriegen zij de harten van de argeloze mensen.


Vanwege de lengte van dit hoofdstuk worden de verzen 20 tot en met 35 over "Seksuele verleiding die een leven kan verwoesten" in een apart deel behandeld.

Ida