1 Samuel 11:14 - 12:22 Saul wordt koning

De lezing uit de haftara (de profeten uit het eerste testament) sluit aan op het Toragedeelte over Korach. In Numeri 16:30 staat dat het volk YHWH had VERWORPEN. Na de confrontatie tussen Mozes en Korach en zijn aanhangers schreeuwde Mozes zijn verontwaardiging uit naar YHWH:

Numeri 16: 15 Toen ontstak Mozes in hevige woede, en hij zei tegen de HEERE: Zie hun offer niet aan! Nog geen ezel heb ik van hen afgenomen en niet één van hen heb ik kwaad gedaan.

In de geschiedenis van de aanstelling van Saul als koning, was Samuël ontstemd omdat het volk een koning wilde hebben zoals de omringende volken.  1 Samuel 8: 6,7  Toen zij zeiden: Geef ons een koning om ons leiding te geven, was dit woord kwalijk in de ogen van Samuel. En Samuel bad tot de HEERE. 7 Maar de HEERE zei tegen Samuel: Geef gehoor aan de stem van het volk in alles wat zij tegen u zeggen; want zij hebben ú niet VERWORPEN, maar Míj hebben zij VERWORPEN, dat Ik geen Koning over hen zou zijn.

Samuël was de vertegenwoordiger van YHWH, zoals Mozes dat was ten opzichte van het volk in de woestijn. Door de door God aangewezen leider te verwerpen, en zelf een leider/koning te willen aanstellen verwierpen ze God, maar ook Samuël. Dan verantwoordt Samuel zichzelf tegenover het volk met dezelfde argumenten als Mozes:

 

1 Samuel 12: 3-4 Zie, hier ben ik, leg getuigenis tegen mij af in de tegenwoordigheid van de HEERE en in de tegenwoordigheid van Zijn gezalfde: van wie heb ik een rund afgenomen, van wie heb ik een ezel afgenomen, wie heb ik onderdrukt, wie heb ik mishandeld, uit wiens hand heb ik zwijggeld aangenomen om mijn ogen voor hem te sluiten? Dan zal ik het u teruggeven. 4oen zeiden zij: U hebt ons niet onderdrukt, u hebt ons niet mishandeld en u hebt uit niemands hand iets genomen.

 

In beide verhalen gaf YHWH bovennatuurlijke tekenen waaruit het volk moest begrijpen dat ze een weg gingen die God niet had bepaald.

Bij Mozes scheurde de aarde open en verzwolg de opstandelingen. Ook ging één van de twaalf staffen, die de stammen vertegenwoordigden, bloeien en vrucht dragen om  Aäron als hogepriester aan te wijzen. Bovendien zond God een plaag.

Bij Samuël kwam het teken door donder en regen in de droge tijd van de tarweoogst en wel zo dat de mensen heel bang werden voor YHWH en Samuël:

1 Samuel 12:17 Is het vandaag niet de tijd van de tarweoogst? Ik zal tot de HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven. Besef dan en zie, dat uw kwaad, dat u voor de ogen van de HEERE gedaan hebt, groot is, omdat u een koning voor u verlangd hebt. 

18 Toen Samuel de HEERE aanriep, gaf de HEERE donder en regen op die dag. Daarom werd heel het volk zeer bevreesd voor de HEERE en voor Samuel.

19 En heel het volk zei tegen Samuel: Bid voor uw dienaren tot de HEERE, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij ook nog dit kwaad gedaan dat wij een koning voor ons verlangd hebben.

In beide geschiedenissen zien we hoe fout het is om zelf de weg te bepalen en de beslissingen niet in afhankelijk van God te nemen. Hoe mensen leiders volgen die, hoewel zij vrome taal hanteren en sympathieke mannen zijn, niet door God zijn aangesteld. Want dat was in beide geschiedenissen ook het geval. Korach stelde zich op als leider en ook in Samuël’s tijd waren er mensen die het volk enthousiast maakte om een koning aan te stellen.

In dit verband moeten we ook geen genoegen ermee nemen als leiders die niet werkelijk door God zijn aangesteld zich beroepen op de door God gegeven autoriteit aan Mozes, Aäron en Samuël. Laten we hen in geloof en biddend toetsen aan Gods Woord, zodat we onderscheid verkrijgen in wat uit God is en wat doet alsof.

Tenslotte is het een troostrijke gedachte dat ondanks de zonden God verder gaat met zijn volk. Dat komt naar voren in de centrale tekst van de chiastische structuur:

1 Samuel 12: 22 WANT DE HEERE ZAL ZIJN VOLK NIET VERLATEN, OMWILLE VAN ZIJN GROTE NAAM, OMDAT HET DE HEERE BEHAAGD HEEFT U VOOR HEM TOT EEN VOLK TE MAKEN.