Leviticus 14 en 15 Metzora

Deze week bestuderen we o.a. Leviticus 14 en 15, met als Hebreeuwse titel `Metzora`.Het woord ‘Metzora’ betekent "melaats persoon". Vroeger dacht ik dat melaatsheid gewoon een ziekte is, weliswaar een ernstige ziekte. Ik herinner me een film waar zieke, misvormde mensen in erbarmelijke omstandigheden in de natuur, buiten de samenleving leefden. Dat verbond ik aan het melaats zijn uit de Bijbel. Maar zowel de naam "melaatsheid" als het beeld dat ik ervan had, klopte niet.

Ik het Hebreeuws heet de ziekte צָּרָעַת  “tsara’at”. Het was een aanwijzing dat er gezondigd was en het was een straf op de zonde. Een duidelijk voorbeeld is de zonde van kwaadsprekerij, roddel. Denk maar aan de melaatsheid van Mirjam. De door God aangestelde priester werd in staat gesteld om aan de hand van afwijkingen in de huid, te zien of iemand gezondigd had. De persoon was onrein en mocht beslist niet in de heilige tabernakel komen, De Heilige God, YHWH verdraagt geen onreinheid. Zo'n persoon moest ook afgezonderd worden, om de onreinheid niet te verspreiden. Ook kleding en huizen konden door deze onreinheid worden aangetast.

 

Voor deze "ziekte" was geen geneesmiddel. Maar God had wel voorzien in een reinigingsritueel, waarin we het karakter, de identiteit en het verlossingswerk van de Messias herkennen.

In ons bijbelgedeelte wordt aangegeven wat er moet gebeuren om rein verklaard te worden. De priester moet degene rein verklaren door een proces van handelingen.

Hierin is dood en herleven te zien: ( één vogel wordt losgelaten) twee levende duiven, worden als één offer gezien. Al sterft het offer toch leeft het, dat doet ons aan Iemand denken!!
Het bloed van de eerste vogel wordt in de aarden pot (אֲדָמָה Adamah) gedaan en vermengd met levend water. Water dat leven geeft.

De mens (אָדָם adam) is uit de aarde voortgekomen. 
Dam דָּם is bloed en betekent reiniging, want zonder bloed vergieten is er geen vergeving van zonden. (Hebr. 9:22)
Dus hier gaat het om een betekenisvolle woordspeling: dam  דָּם (bloed) – adam  אָדָם  (mens) – adamah אֲדָמָה  (aarden pot)

De tweede vogel wordt op cederhout ( rood) met een rode draad vastgebonden samen met een takje hysop met de vleugels uitgespreid. Daarna wordt de vogel gedompeld in het bloed met water. Hiermee wordt de metzora (de melaatse) persoon besprenkeld 
Dan wordt de vogel weer losgelaten. 
Dit is een voorafschaduwing van hetgeen gaat gebeuren met het offer van Yeshua aan het kruishout.

Lev. 14:10 Op de achtste dag moet er een offer gebracht worden. Hier is sprake van een lam, een “olah” offer(opstijgoffer voor totale toewijding) en “asham:  een zondoffer.


Tza’arat צָּרָעַת: melaatsheid. Mirjam werd melaats en genas. Mozes moest zijn hand (betekenis: macht, kracht van God) in zijn boezem steken en die werd melaats. Daarna nog een keer en toen was hij gereinigd. Dood en weer levend. Het thema van de Messias. Dit als bevestiging van zijn bediening. En iedereen kon zien dat Hij rein was en geschikt voor zijn bediening. In Mozes zien we een voorafschaduwing van Yeshua.

 

Yeshua kwam om te sterven en weer op te staan voor de wereld. Dood en leven.

Yeshua lijdt als een melaatse, draagt de zonde, de pijn van een melaatse. Zoals in Jesaja 53 staat dat Hij onze ziekten op zich genomen heeft en onze smarten heeft gedragen. Wij hielden hem voor een geplaagde een door God geslagene en verdrukte.

Om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem geweest. Jesaja 53:8

 

In de Statenvertaling en de NBG is in Leviticus 16 ook sprake van “de plaag” der melaatsheid.

De “Metzora"  is de term voor iemand wiens huid aangetast is

Er wordt bloed aangebracht op het rechteroor, de rechterhand, de rechtervoet. Het is hetzelfde ritueel als bij een priesterwijding. Ook Yeshua had bloed op zijn oor (doornenkroon), handen en voeten


Aäron, als Hoge Priester moest het volk laten zien Wie en hoe de Messias is. Men kon het toen nog niet zo goed begrijpen. De priester is het beeld van de Middelaar tussen God en Mens

Aäron, als Hoge Priester moest het volk laten zien Wie en hoe de Messias is. Men kon het toen nog niet zo goed begrijpen. De priester is het beeld van de Middelaar tussen God en Mens

In de studie van Ardelle staat een voorbeeld van een vrouw die met tzara’at was aangetast. Ik zal dat hier op mijn manier vertellen, want daarmee kun je je een beetje inleven welke rol dat in de praktijk speelde.

In Leviticus 13 lazen we wat er gebeurt met een man bij wie tzara’at ontdekt werd:


2 Wanneer er op de huid van het lichaam van een mens een zwelling of zweer of witte vlek verschijnt, die op de huid van zijn lichaam tot de ziekte van de melaatsheid kan leiden, dan moet hij naar de priester Aäron of naar een van zijn zonen, de priesters, gebracht worden.

 

Het verhaal van Lea 

Maar nu is er een vrouw, laten we haar Lea noemen. Haar man ontdekt dat er een vreemde korst op haar been zit en hij zegt haar dat ze maar eens naar de priester moet gaan om het te laten bekijken. Lea voelt zich niet op haar gemak. Stel je voor, dat de priester zegt dat het tzara’at is en dat ze onrein is. En dan verklaart de priester Lea inderdaad onrein.

Wat vernederend en wat verwarrend! Het hele kampement van Israël zal weten dat ze gezondigd heeft. Lea moet weg uit haar volk met gescheurde kleren, het haar losgemaakt, hangt slordig om haar hoofd. En ze moet roepen “onrein, onrein”, dat wil zeggen: kom niet in mijn buurt want dan word je ook onrein.

Lea moet zeven dagen in quarantaine. In die zeven dagen durende eenzaamheid krijgt ze de gelegenheid om in haar hart te kijken en zich af te vragen wat ze verkeerd heeft gedaan.

De psalmen van David waren er nog niet, maar je kunt je voorstellen dat Lea zoiets zal bidden als:

Psalm 139:23 Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. 24 Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.

Dan brengt God Lea in herinnering dat ze heeft meegedaan aan kletspraatjes over een andere vrouw uit haar volk. Lea schaamt zich, voelt zich nu heel schuldig en gebroken en ze knielt voor God neer ….

Psalm 51:18 Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen. 19 De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.

1 Petrus 5: Verneder u dan onder de krachtige hand van God, opdat Hij u op Zijn tijd verhoogt.

Na een paar dagen strijkt Lea over de plek op haar been en merkt dat die plek kleiner is geworden. Dankbaarheid aan God welt in haar op.

Psalm 119:62 Midden in de nacht sta ik op om U te loven voor Uw rechtvaardige bepalingen.

Psalm 147:3 Mensen met een gebroken hart vinden bij Hem genezing. Hij heelt alle wonden.

Op de zevende dag komt de priester kijken naar de plek op het been. Ze ziet in de ogen van deze dienstknecht van God geen veroordeling, maar blijdschap als hij verklaart dat ze weer rein is. Wat heerlijk! Ze dankt God!

Maar nu moeten er nog wel wat dingen gebeuren voordat ze weer naar haar gezin kan gaan en voordat ze weer naar de tabernakel kan gaan. Rituelen die een diepe betekenis hebben en die Lea waarschijnlijk nog niet begrijpt. Ook moet ze zichzelf èn haar kleding met water wassen, maar ook haar hoofdhaar afknippen. Hetzelfde ritueel dat een nazireër moet volgen als de wijdingsperiode wordt afgesloten. (Numeri 6:19) Maar Lea vertrouwt God en weet  dat ze daarna weer met blijdschap in de voorhof van de tabernakel kan komen om God te ontmoeten en dat ze weer in haar gezin en samenleving kan functioneren.

Leviticus 14: 3,4 ‘De priester zal het kamp verlaten om haar te onderzoeken. Als hij ziet dat de melaatsheid is verdwenen, zal hij vragen om twee levende, reine vogels, cederhout, scharlaken en hysop om die te gebruiken bij de reinigingsceremonie van degene die genezen is. 5 De priester zal dan opdracht geven een van de vogels te slachten boven een aardewerken pot waarin zich fris bronwater bevindt. 6 De andere vogel zal, samen met het cederhout, scharlaken en hysop in het bloed van de gedode vogel worden gedoopt. 7 Vervolgens zal de priester zevenmaal bloed sprenkelen over degene die is genezen. Daarna zal hij haar rein verklaren. De levende vogel zal hij in het open veld laten vliegen.  

Het slachten van de ene vogel wordt buiten het kamp gedaan. Dat doet denken aan het offer van Yeshua. De vogel die moet sterven draagt de zonde van Lea. De pot van aardewerk verwijst naar het menselijk lichaam. (2 Kor. 4:7). Ook het bloed van Yeshua werd vanuit een menselijk lichaam (aarden pot) vergoten. Het scharlaken verwijst naar de hysop bij het Pascha, dat ook betrekking had op het bloed van het Lam. De levende vogel werd ondergedompeld in het bloed van de eerste vogel boven het levende bronwater. En dat “levende water” is opnieuw een verwijzing naar de Messias. De levende vogel, met bloed bedekt, wordt in open veld los gelaten. Dit is een beeld van Lea, die weer vrij het leven in mag gaan, dank zij het bloed van die Ander. Zo is Lea een beeld van de wedergeboorte.