English & other languages: click here!
Spreuken 1 - het begin van Wijsheid
Spreuken 1 is het openingshoofdstuk van het Bijbelboek, het zijn de verzamelde spreuken van Koning Salomo, en heeft als doel wijsheid en tucht over te brengen. Het hoofdstuk schetst de fundamentele aard van ware wijsheid en waarschuwt tegen de ernstige gevolgen van het afwijzen daarvan.
De kern van wijsheid. De basis van alle kennis is de vreze des HEEREN (vers 7). Ware wijsheid wordt gepresenteerd als een geschenk dat ouders hun kinderen moeten overdragen als een sieraad (vers 8-9). Hoewel de Wijsheid zelf luid roept op openbare pleinen en poorten om mensen te waarschuwen en te vermanen (vers 20-21), wordt dit aanbod door de onwetenden en spotters genegeerd (vers 22-25).
Waarschuwing voor slecht gezelschap. Het hoofdstuk bevat een specifieke waarschuwing tegen het meelopen met zondaars die uit zijn op wreedheid en onrechtmatige winst (vers 10-19). Deze mensen lokken anderen uit om moord en roof te plegen, maar hun paden leiden uiteindelijk tot hun eigen ondergang, omdat gierigheid de ziel van de eigenaar vangt (vers 18-19).
Gevolgen van ongehoorzaamheid. Wie de raad van de Wijsheid afwijst, zal de gevolgen dragen van hun eigen keuzes (vers 31). Wanneer rampspoed als een storm over hen komt, zal de Wijsheid niet meer reageren op hun roep om hulp (vers 26-28). Het eindigt met de belofte dat wie wel naar de Wijsheid luistert, in vrede zal wonen en gerust zal zijn, vrij van de angst voor kwaad (vers 33).
Spreuken 1:1-7
1. De spreuken van Salomo, de zoon van David, de koning van Israël,
2. om bekend te worden met wijsheid en vermaning,
om woorden vol inzicht te begrijpen,
3. om vermaning die inzicht biedt, aan te nemen,
gerechtigheid, recht en billijkheid,
4. om aan onverstandigen schranderheid te geven,
aan een jongeman kennis en bedachtzaamheid.
5. Wie wijs is, zal horen en inzicht vermeerderen,
en wie verstandig is, zal wijze raad verwerven
6. om een spreuk en een spreekwoord te begrijpen,
woorden van wijzen en hun raadsels.
7. De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis,
dwazen verachten wijsheid en vermaning.
Wat heerlijk om een boodschap van ware wijsheid te mogen ontvangen, neergeschreven door een Koning van het 'groot Israël' (1 Kronieken 11:1-9 en 1 Kon. 4:20-25 , en zijn onderdanen leefden in vrede en welvaart. Koning Salomo was gesteld tot een voorbeeld van de komende Vredevorst in het duizendjarig Vrederijk. Salomo had van God veertig jaar vóór de inwijding van de tempel, een speciale gave van wijsheid ontvangen, namelijk toen hij pas tot koning was gezalfd. Zoals vermeld in 1 Koningen 3:5 e.v. verscheen God aan Salomo in een droom in Gibeon en bood hem aan een wens te doen. Salomo vroeg niet om rijkdom of een lang leven, maar om een wijs en verstandig hart om het volk rechtvaardig te kunnen leiden. En juist omdat Salomo dit vraagt en geen aardse rijkdommen, krijgt hij "van Yahweh een wijs en verstandig hart". God zou hem zo veel wijsheid en onderscheidingsvermogen schenken dat hij iedereen vóór en na hem overtreft (1 Kon. 3:13; - 1 Kon. 4:29 e.v.). Salomo spreekt hier als vader die zijn zoon onderwijst, zo spreekt God de Vader vaak ook tot ons.
DIT GELDT OOK VOOR HET WOORD VAN GOD, WAARMEE ZIJ ZICH IDENTIFICEERT
Spreuken 8:22
Die wijsheid deelt Salomo bovendien met zijn volk en met lezers van deze tijd. Zo kunnen ook wij bekend worden met wijsheid en vermaning, om woorden vol inzicht te begrijpen.
Deze wijsheid biedt inzicht, gerechtigheid, recht en billijkheid. Met "de onverstandigen" worden geen domme mensen bedoeld, maar hen die vanuit wereldse wijsheid leven en de diepten van Gods wijsheid daarom niet kunnen zien. Toch wil Salomo hen die hogere wijsheid geven en jonge mensen moeten ook die kennis en bedachtzaamheid leren kennen. Die heeft hij van nature nog niet. Maar menigeen kent wel een verlangen naar geestelijk inzicht. Zo iemand zal luisteren naar wat Salomo te vertellen heeft (vers 5).
Het woord dat vertaald is als beginsel, kan ook betekenen 'het voornaamste deel' - de vreze des Heren is de basis en het fundament van alle wijsheid. Ook Job kwam tot deze conclusie (Job 28:28). Het inzicht wordt hier verbonden aan gehoorzaamheid aan Gods geboden (het afkeren van kwaad Job 28:28). Het is de wijsheid afkomstig van 'de Boom des Levens' die tegenover 'de Boom van kennis van goed en kwaad' staat.
Spreuken 1:8-12
8. Mijn zoon, luister naar de vermaning van je vader
en veronachtzaam het onderricht van je moeder niet,
9. want ze zijn een bevallige krans om je hoofd,
en schakels van een ketting om je hals.
10. Mijn zoon, als zondaars jou willen verleiden,
bewillig er dan niet in.
11. Als zij zeggen: Ga met ons mee,
laten wij loeren op bloed,
zonder reden een onschuldige belagen,
12. laten wij hen levend verslinden, zoals het graf,
volledig, zoals hen die in de kuil neerdalen.
Mijn zoon, luister naar de vermaning van je vader en je moeder.............. Hier lezen we duidelijk dat dit onderricht bedoeld was voor de zoon. Was dit Rehabeam? Ach Salomo zal al zijn kinderen hebben onderwezen. Toch is het ook bedoeld voor iedereen die bij hem kwam voor onderwijs, elke leerling, toehoorder of lezer. Het woord vermaning komt bij ons nogal berispend over. Hoewel de woorden vermaning en berisping in de context van het boek Spreuken nauw met elkaar verbonden zijn en vaak samen voorkomen, zijn ze niet exact hetzelfde. Het woord vermaning omvat meerdere aspecten: bemoediging en aansporing, onderwijs en tucht, maar ook een teken van ouderlijke liefde om het kind de goede weg te laten gaan. Daarom wordt het hier omschreven als "een bevallige krans om je hoofd en kettingschakels om je hals". Zulke gesprekken tussen ouders en kinderen zijn uiterst belangrijk. Mijn zoon, als zondaars jou willen verleiden, bewillig er dan niet in......... Onder kinderen, zijn er die vragen mee te doen om een onschuldig kind aan te vallen.
Ze zeggen: kom doe met ons mee! We slaan hem in elkaar! Vader en koning Salomo zegt: Doe er niet aan mee!!! Dat is een grondige les voor een toekomstige koning, maar het is iets wat ook gewoon onder kinderen plaatsvindt. Hij moet nu al leren om "nee" te zeggen.
laten wij hen levend verslinden, zoals het graf, volledig, zoals hen die in de kuil neerdalen....... dit voorstel gaat wel erg ver onder kinderen. Maar toekomstige vorsten en heersers hebben daar zeker mee te maken. Zij zullen in zo'n functie Gods recht moeten toepassen: laten wij hen levend verslinden (nou ja verslinden..... het woord בַּלָע kan ook verwijderen of vernietigen betekenen). Daarvoor zijn getuigen nodig. (Deuteronomium 17:6-7 en 19:15). De bedreigde onschuldige persoon wordt hierdoor in veiligheid gebracht. Een dergelijke strafbepaling zal ook een weerhouding/afschrikking zijn om zulke misdadige plannen uit te voeren.
Spreuken 1:13 -16
13. Allerlei kostbare bezittingen zullen wij vinden,
onze huizen zullen wij vullen met buit.
14. Je zult je lot in ons midden werpen,
wij zullen allen tezamen één buidel hebben –
15. Mijn zoon, ga niet met hen op weg,
weerhoud je voet van hun pad,
16. want hun voeten snellen naar het kwaad
en zij haasten zich om bloed te vergieten.
Allerlei kostbare bezittingen zullen wij vinden....... de koningszoon kreeg duidelijk instructies die belangrijk waren voor zijn toekomst. Hoewel ook een kinderslaapkamer gevuld kan worden met buit, met zaken die een ander toebehoren..
Je zult je lot in ons midden werpen...... wie dat doet is verloren, je levert je aan anderen over in het kwaad. Maar ja, een deel uit die éne buidel is zo aantrekkelijk.
Mijn zoon, ga niet met hen op weg, weerhoud je voet van hun pad,...... deze raad spreekt voor zichzelf.
zij haasten zich om bloed te vergieten....... ja dat gebeurde ook in Bijbelse tijden. De Bijbel vertelt in het Nieuwe Testament over 40 Joden die een complot maakten om Paulus te vermoorden. Gelukkig werd Paulus in die situatie door God beschermd. God gebruikte daarvoor een jongen, die oom moest zeggen tegen Paulus. Deze jongen hoorde een gesprek waaruit bleek dat de Joden Paulus wilden doden. Ze hadden zelfs een eed daarvoor gezworen. Die jongen heeft Paulus in de gevangenis bezocht en hem op de hoogte gesteld van die samenzwering. Lees maar eens in Handelingen 23:12-22. Zo zie je dat zulke lessen van ouders aan kinderen wel degelijk zin hebben.
Spreuken 1:17-19
17. Voorzeker, het net wordt tevergeefs gespannen
voor de ogen van al wat vleugels bezit.
18. Zíj loeren op hun eigen bloed,
zij belagen hun eigen leven.
19. Zo zijn de paden van allen die op winstbejag uit zijn,
dat ontneemt zijn bezitters het leven.
Het net wordt tevergeefs gespannen.........In deze tekst wordt gesteld dat het "net" voor de vogel (de goddelozen/rovers) wordt uitgespreid "voor de ogen van al wat vleugels heeft". De ironie is dat de vogel het gevaar negeert en recht in de val loopt. Maar in het voorgaande voorbeeld In Handelingen 23:13 spannen meer dan veertig mannen een hinderlaag (het net) voor Paulus, een godvrezende! Ze zweren zelfs niets te eten of drinken tot ze hun doel bereikt hebben. Echter, door het ingrijpen van God via de jongen (de neef van Paulus), wordt de hinderlaag onthuld, voordat deze dichtklapt. De jongen, die wel "kijkt" en ziet wat er gebeurt, vertegenwoordigt de waakzaamheid die in Spreuken wordt geprezen.
Net zoals de vogel in Spreuken faalt omdat het net zichtbaar is, falen de samenzweerders in Handelingen omdat God hun plan "zichtbaar" maakt voor de juiste persoon. De jongen fungeert als het instrument dat het "net" onschadelijk maakt.
Zíj loeren op hun eigen bloed, zij belagen hun eigen leven........ de Bijbel laat ons het verschil zien tussen rechtvaardigen en zondaren. De gedachten of bedoelingen van oprechte mensen zijn gericht op wat recht is voor God, voor andere mensen en voor zichzelf. Bij goddelozen is het tegenovergestelde het geval. Hun “wijze raadgevingen … zijn bedrog”. Hun gedachten zijn alleen maar slecht (Genesis 6:5).
Zij belagen hun eigen leven........ Tenslotte graven ze daarmee hun eigen graf.
Zo zijn de paden van allen die op winstbejag uit zijn.......... Paulus zegt in 1 Timotheüs 6:10: Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken. In onze tijd is de geldzucht enorm groot. Alles draait om geld. Een mens wil altijd meer en dan gaat het ten koste van principes. Er zijn mensen die in diepe armoede leven en daarvan kun je begrijpen dat ze naar geld verlangen. Daarom is hun gebed ook als het gebed van Agur in Spreuken 30:8-9 : "Houd leugen en bedrog verre van mij; geef mij geen armoede en geen rijkdom; bezorg mij het brood dat ik nodig heb. Opdat ik, verzadigd zijnde, U niet verloochene... en opdat ik, arm zijnde, niet stele..."
Maar dit hoofdstuk waarschuwt voor de andere kant: tegen de verleiding van snelle, onrechtmatige winst (roven/moorden) dat tot de ondergang leidt...... dat ontneemt zijn bezitters het leven
Spreuken 1:20-23
20. Buiten roept de hoogste Wijsheid luid,
op de pleinen laat Zij Haar stem klinken.
21. Zij roept boven het rumoer uit,
aan de ingangen van de poorten in de stad spreekt Zij Haar woorden uit.
22. Hoelang zult u, onverstandigen, onverstand liefhebben,
zullen spotters spotternij voor zich begeren
en dwazen kennis haten?
23. Keert u zich tot Mijn bestraffing,
zie, Ik zal Mijn Geest over u uitstorten,
Mijn woorden u bekendmaken.
Buiten roept de hoogste Wijsheid luid....... De wijsheid wordt als een persoon חָ֭כְמוֹת (ha-che-mot) voorgesteld en wel als een vrouw. Het woord "vrouw" staat er in het Hebreeuws niet bij. Waarschijnlijk doet men dat omdat wijsheid een vrouwelijk woord is en het past nog zo goed bij ons oorspronkelijke mythologisch Grieks denken. Het Hebreeuwse woord 'wijsheid' staat in het meervoud. Dat betekent niet dat er "meerdere wijsheden" zijn, maar dat het gaat om de allerhoogste Wijsheid, de volmaakte of overvloedige Wijsheid.
op de pleinen laat Zij Haar stem klinken........ waarschijnlijk was dit zo in de tijd van Salomo, een tijd die naar het Vrederijk verwijst. Maar als ik om me heen kijk zie ik meer de dwaasheid in de pleinen en straten. De wijsheid van God komt veel meer naar voren in de natuur, in alles wat leeft. Wij leven in de eindtijd, waarvan we weten dat de overste van de wereld zijn stempel op de schepping drukt. We zien Babel overal verrijzen.
Zij roept boven het rumoer uit....... er is een manier waarop God boven het rumoer kan uitroepen. Ik denk aan het verhaal van Corrie ten Boom die in het concentratiekamp 's morgens naakt buiten in de kou op appèl moest komen. Ze keek naar boven om God te zoeken en toen zag ze een duif vliegen als een teken van God dat haar bemoedigde.
de ingangen van de poorten in de stad....... van Jeruzalem kan ik me dat nog wel voorstellen. Ik denk aan de psalm "Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten in"..... (Psalm 122:2). Bij het binnengaan van de poorten klonken op de feestdagen de lofpsalmen om God groot te maken!
Hoelang zult u, onverstandigen, onverstand liefhebben....... dit is meer het beeld dat we nu om ons heen zien, met af en toe een blijk van trouw en oprechtheid als iemand een ander te hulp komt.
hoelang zullen spotters spotternij voor zich begeren en dwazen kennis haten............... we moeten zulke goddeloze spotters vermijden (Psalm 1:1-2). Wat heeft God niet gedaan om dat opstandige, spottende volk te bereiken. Jesaja 65:2 De hele dag heb Ik Mijn handen uitgespreid naar een opstandig volk, dat de weg gaat die niet goed is, naar hun eigen gedachten; Die weg van eigen gedachten leidt naar het oordeel.
Keert u zich tot Mijn bestraffing, zie, Ik zal Mijn Geest over u uitstorten...... het is wijsheid om je te laten bestraffen door de Allerhoogste. (Spreuken 19:20). Het is ook alleen de Heilige Geest die de wijsheid van God openbaart. Daarvoor stel je je open als je je laat bestraffen, d.w.z. als je goede raad aanneemt! Dan zullen de woorden van God in je hart opkomen en je leven vorm gaan geven. Door het werk van de Heilige Geest word je een nieuwe schepping! Dan heb je deel aan het Koninkrijk van God. Hij, de Wijsheid in eigen persoon verlangt ernaar dit in de mens uit te werken.
Spreuken 1:24-27
24. Omdat Ik riep, maar u weigerde,
Mijn hand uitstrekte, maar niemand er acht op sloeg,
25. omdat u al Mijn raad verwierp,
Mijn bestraffing niet hebt gewild,
26. daarom zal Ik ook lachen om uw ondergang,
u bespotten wanneer uw angst komt,
27. wanneer uw angst komt als een verwoesting,
uw ondergang eraan komt als een wervelwind,
wanneer benauwdheid en nood over u komen.
Omdat Ik riep, maar u weigerde, Mijn hand uitstrekte, maar niemand er acht op sloeg,........ hier beschrijft de Wijsheid wat er gebeurt als iemand Zijn aanbod van de Heilige Geest (vers 23) verwerpt. Als men de uitgestoken hand afwijst en er geen aandacht aan schenkt. Het is telkens weer: "gij hebt niet gewild" (Lukas 13:34).
daarom zal Ik ook lachen om uw ondergang, u bespotten wanneer uw angst komt......... dit komt overeen met Psalm 2:4 "Die in de hemel woont, zal lachen, de Heere zal hen bespotten." Wie niet beseft wat God allemaal gedaan heeft om de mensheid van het oordeel te redden moet het maar ondervinden. Ze hebben erom gevraagd met zo'n houding. Toch weten we ook dat er geschreven staat: Ezechiël 33:11 dat God geen behagen heeft in de dood van de goddeloze, maar veel meer dat hij zich bekeert en leeft.
En dat oordeel komt over de goddelozen, ze krijgen te maken met angst, verwoesting en benauwdheid, omdat ze de liefdevolle bestraffing van God bewust terzijde schoven.
Spreuken 1:28-32
28. Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden.
Zij zullen mij ernstig zoeken, maar zullen Mij niet vinden,
29. omdat zij de kennis hebben gehaat
en de vreze des HEEREN niet hebben verkozen.
30. Zij hebben Mijn raad niet gewild,
al Mijn bestraffingen hebben zij verworpen.
31. Zij zullen van de vruchten van hun weg eten,
en verzadigd worden van hun eigen opvattingen,
32. want de afvalligheid van de onverstandigen zal hen doden
en de zorgeloze rust van de dwazen zal hen ombrengen.
Wat hier in bovenstaande verzen beschreven wordt is duidelijk en behoeft geen uitleg. Wat zij God hebben aangedaan, door Hem te negeren en te haten, komt op hun eigen hoofd neer. Ze hebben duidelijk gekozen voor het kwade. Ze waren zo geweldig in eigen ogen vanwege hun eigen opvattingen. Hun wetenschappelijke titels en indrukwekkende bezittingen zullen hen niet helpen. We zien het om ons heen wat die eigen opvattingen uitwerken. Misschien hadden ze zelf een comfortabel leven ten koste van de naaste. Hun eigen "ik" stond centraal en dat leidt tot de ondergang. Ze dachten "wijs" te zijn en met zondige handigheid hun eigen welstand (de zorgeloze rust van dwazen) te bewerken. Het oordeel van de hoogste Rechter komt eraan en voor Hem zullen ze - tegen wil en dank - hun knieën moeten buigen.
Spreuken 1:33 Maar wie naar Mij luistert, zal veilig wonen, hij zal vrij zijn van angst voor het kwaad.
Veilig wonen in een onrustige wereld, in de wetenschap dat God in liefde op je neerziet. We knielen vol eerbied en dankbaarheid aan Uw voeten neer. Ons leven is in Zijn handen, en niemand kan het daaruit rukken (Joh. 10:28). Hem die ons liefheeft, de alwijze God, die in Yeshua ons verlossing schonk, Hem zij de dank en eer! Met deze bemoedigende tekst wordt dit hoofdstuk afgesloten.
Ida