Spreuken 2 - Wijsheid tegenover onverstand
Dit hoofdstuk is een vervolg op hoofdstuk 1, waarin Koning Salomo zijn zoon onderwijst. Het hoofdstuk bestaat uit 22 verzen die samen een lange zin vormen, genummerd met de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet. Het is geen acroniem, zoals we dat bij psalm 119 zien. Het betekent meer dat er met deze wijsheden van God een volheid wordt aangegeven. Die goddelijke wijsheid zal zijn zoon behoeden voor seksueel misbruik en doet dat ook bij gelovigen van vandaag.
De voorwaarde: ontvankelijk zijn en koesteren
Spreuken 2:1-5
1. Mijn zoon, als je mijn woorden aanneemt,
en mijn geboden bij je opbergt,
2. om je oor acht te doen slaan op de wijsheid,
als je je hart neigt naar het inzicht,
3. ja, als je roept om het verstand,
je stem laat klinken om inzicht,
4. als je het zoekt als zilver,
het naspeurt als verborgen schatten,
5. dan zul je de vreze des HEEREN begrijpen,
de kennis van God vinden.
Salomo vervolgt de lessen uit hoofdstuk 1. Hij doet hij een beroep op zijn zoon om ontvankelijk te zijn op zijn woorden. Hij moet zijn hart daarvoor openstellen en het niet alleen maar aanhoren, maar ontvangen en koesteren!! Ontvang mijn woorden jongen en mijn bevelen zijn kostbare schatten. Wijsheid kan je nooit ten goede komen als het niet wordt ontvangen en gekoesterd. Drink de woorden in!