Liturgie voor Loofhuttenfeest - Soekot

Liturgie voor de viering van het LOOFHUTTENFEEST - SOEKOT

1. Het aansteken van de feestkaarsen

 

Op de avond van de eerste en laatste dag van het Loofhuttenfeest steekt de vrouw des huizes twee kaarsen aan en zegt:

 

Gezegend zijt Gij, Eeuwige onze God, Koning van het heelal, Die ons heeft geheiligd door het bloed van Yeshua en Die gezegd heeft: “U bent het licht van de wereld”.

Hebreeën 10:10 en Mattheüs 5:14-16

 

2. Shema - De geloofsbelijdenis

 

Hoor Israël: de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is EEN!

Geprezen zij de Naam van Zijn Koninklijke Majesteit, voor in alle eeuwigheid!

Yeshua, Hij is Heer over alles.

 

Gij zult de Eeuwige, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.

Deuteronomium 6:4-9

 

3. Gebed

 

Adonai, open mijn lippen en mijn mond zal de lof over U verkondigen!

U bent groot en ik verheug mij in Uw redding!

Adonai, open mijn lippen en mijn mond zal de naam van Yeshua verkondigen:

Immanuël is de naam van Yeshua haMashiach!

 

Psalm 51:17 

U bent heilig en Uw naam is heilig, en heiligen prijzen U elke dag!

Geprezen zijt Gij, Eeuwige, heilige God!

 

Wij willen de heiligheid van Uw Naam in de wereld verkondigen zoals men dit doet in de hemel, zoals dit door Uw profeet Jesaja beschreven is: De een riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid! (Jesaja 6:3)

 

En in Uw heilige geschriften staat het geschreven: De HEERE zal voor eeuwig regeren; uw God, Sion, is van generatie op generatie. Psalm  146:10 

 

In alle geslachten verkondigen wij Uw grootheid en in alle eeuwigheid getuigen wij van Uw heiligheid en de hulde voor U, onze God, zal nooit en te nimmer uit onze mond wijken, want U, onze God en Koning, bent groot en heilig! Geprezen zijt Gij, Eeuwige, heilige God!

 

U heeft ons met liefde feestdagen gegeven tot vreugde en vastgestelde tijden voor blijdschap zoals deze dag van het Loofhuttenfeest, de tijd van onze vreugde, een oproep tot levensheiliging, die de uittocht uit Egypte in herinnering roept. Wij bidden U om standvastigheid in een wereld die Uw Naam wil uitwissen. We zien uit naar de komst van Uw Koninkrijk waar Jeruzalem een lof op aarde zal zijn. Geef ons mee, Eeuwige onze God, de zegen van de door U ingestelde feestdagen, de vrede die alle verstand te boven gaat. U zij de kracht en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. 

 

U heeft ons geheiligd door het bloed van Yeshua.  Geef ons vreugde aan Uw geboden.  Wij danken U dat we deel hebben aan Uw Tora, want Yeshua is de levende Tora! Er staat immers geschreven: “In het beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid” Johannes 1:1 en 14.

 

Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die Israël en de feestdagen heiligt! Wij danken U dat we als wilde loten geënt zijn op de Edele Olijfboom.  Wij prijzen U, Eeuwige, die Uw heerlijkheid weer naar Sion terugbrengt!

 

4. De Aäronitische zegen

 

Onze God en God van onze voorouders, zegen ons met de vermelde zegen in Uw Tora, geschreven door Uw dienaar Moshe, uitgesproken door Aäron en zijn zonen, de priesters, het U gewijde volk, zoals het geschreven staat:

 

Y’varechecha Adonai v’Yish’m’recha.

Ya’er Adonai panav eleicha vichuneka.

Yisa Adonai panav eleicha v’Yasem l’cha Shalom.

B’Shem Yeshua M’shichenu, amen!

 

De Eeuwige zegene ons en Hij behoede ons

De Eeuwige doe Zijn aangezicht over ons lichten en zij ons genadig.

De Eeuwige verheffe Zijn aangezicht over ons en geve ons vrede.

In de naam van Yeshua, onze Messias, amen!

Numeri 6:24

 

Geprezen zijt Gij, Eeuwige, die Zijn volk Israël zegent met vrede!

 

5. de Schriftlezing

Gedurende de zeven dagen van het Loofhuttenfeest leest men de volgende Schriftgedeelten:  (richtlijn)

Leviticus 22: 26 - 23:44

Leviticus 23:33-43,

Numeri 29:12-38,

Deuteronomium 16:13-17,

Zacharia 14:16-19 en

Johannes 7:2-39.

Openbaring 7: 1-10

 

6. Ter overdenking       

(lees de teksten om de beurt)

 

Exodus 23:17   Drie maal per jaar moeten al uw mannen verschijnen bij Jahwe de Heer.

 

Deuteronomium 16:16   Driemaal per jaar moeten al uw mannen voor Jahwe uw God verschijnen, op de plaats die Hij uitkiest: op het feest van de ongezuurde broden, op het wekenfeest en op het loofhuttenfeest. Niemand mag met lege handen voor Jahwe verschijnen;

 

Deuteronomium 31:10 - 13   En Mozes beval hun: ‘Op het loofhuttenfeest van ieder zevende jaar, het jaar dat voor de kwijtschelding is aangewezen, wanneer Israël voor Jahwe verschijnt, op de plaats die Hij uitkiest, moet gij deze wet in het bijzijn van heel Israel voorlezen.  Roep dan het volk bijeen, de mannen, de vrouwen, de kinderen en de vreemdelingen in uw steden. Zij moeten luisteren en Jahwe uw God leren vrezen, zodat zij al de bepalingen van deze wet nauwgezet volbrengen. Ook hun kinderen die er nog geen weet van hebben, moeten luisteren en Jahwe uw God leren vrezen, zolang gij leeft op de grond, die ge na de overtocht van de Jordaan in bezit gaat nemen.’

 

Nehemia 8:14-18   En zij bevonden dat er in de wet, die Jahwe door Mozes gegeven heeft, geschreven staat dat de kinderen van Israel tijdens het feest van de zevende maand in loofhutten moeten wonen en dat men overal in de steden en in Jeruzalem moet afkondigen: ‘Trek de bergen in, haal takken van olijf, oleaster, mirt, palm en loofboom en vier het loofhuttenfeest zoals dat voorgeschreven is.’ Het volk trok uit en haalde takken en ieder bouwde zijn loofhut, op zijn dak, in zijn binnenhof, in de voorhoven van de tempel, op het plein voor de Waterpoort of op het plein voor de Efraimpoort. En heel de gemeenschap van de teruggekeerde ballingen vierde het loofhuttenfeest en woonde in hutten. Sinds de dagen van Jozua, de zoon van Nun, tot op die dag hadden de Israelieten het zo niet meer gevierd; er heerste een uitbundige vreugde. Dagelijks, van de eerste tot de laatste dag, werd er voorgelezen uit het boek van Gods wet. Het feest duurde zeven dagen lang, en op de achtste dag vierde men, volgens voorschrift, het slotfeest.

 

Yeshua sprak tijdens het Loofhuttenfeest :  ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten.’ Johannes 8:12 

 

Jesaja 12:3   En gij zult vol vreugde water putten uit de bronnen der redding.

 

Johannes 7:37-38 Op de laatste en grootste dag van het feest stond Yeshua daar en riep met luider stem: ‘Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: ‘Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’

 

Jesaja 11:9   Niemand doet nog kwaad of handelt nog verderfelijk op heel mijn heilige berg; want de kennis van Jahwe vervult het hele land, zoals het water heel de bodem van de zee bedekt.

 

1 Corinthiërs 3:16   Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont?

 

Johannes 15:4   Blijft in Mij, zoals Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin, als gij niet blijft in Mij.

 

Johannes 15:5   Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets.

 

Johannes 14:23   Yeshua gaf hem ten antwoord: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.

 

Jesaja 2:2-4   Op het einde der dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van Jahwe vast zal staan als de eerste der bergen, verheven boven de heuvels; en alle volken stromen naar hem toe, naties gaan op weg en zeggen: ‘Komt, laat ons gaan naar de berg van Jahwe, naar het huis van Jakobs God: dan zal Hij ons zijn wegen wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Ja, uit Sion komt Gods onderricht, uit Jeruzalem het woord van Jahwe.’ Hij zal recht doen tussen de vele volken, en machtige naties tuchtigen. Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen en hun speerpunten tot sikkels. Geen volk heft het zwaard meer tegen een ander en de oorlog leren ze niet meer.

 

Micha 4:1-2  Op het eind van de dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van Jahwe vast zal staan als de eerste der bergen, verheven boven de heuvels en de volken stromen naar hem toe, de vele naties gaan op weg en zeggen: ‘Komt, laat ons opgaan naar de berg van Jahwe, naar het huis van Jakobs God: dan zal Hij ons zijn wegen wijzen en wij zullen zijn paden bewandelen. Ja, in Sion ontspringt de wet, in Jeruzalem het woord van Jahwe.’

 

Psalmen 72:6-8   Hij zal neerdalen als regen op het gemaaide veld, als regendruppels die de aarde bevochtigen. In Zijn dagen zal de rechtvaardige tot bloei komen; er zal grote vrede zijn, tot de maan er niet meer is. Hij zal heersen van zee tot zee, van de rivier de Eufraat tot de einden der aarde.

 

Deut. 32: 1-2 Hoor mij aan, hemel, dan zal ik spreken! Laat de aarde de woorden van mijn mond horen. Laat mijn leer neerdruppelen als de regen, laten mijn woorden stromen als de dauw, als een zachte regen op het groen, en als regendruppels op het gewas. (Uit het Lied van Mozes)

 

Jesaja 55:10-11 Want zoals regen of sneeuw neerdaalt van de hemel en daarheen niet terugkeert, maar de aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen, zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter, zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.

 

Habakuk 2:14   De aarde immers zal worden vervuld met kennis van Jahwe’s glorie, zoals de zee boordevol staat met water.

 

Zacharia 14:2-9   Ik zal namelijk alle volken bijeenbrengen om tegen Jeruzalem te strijden; de stad zal worden veroverd, de huizen geplunderd, de vrouwen verkracht; de helft van de stad gaat in ballingschap, maar de rest van het volk wordt niet uit de stad weggehaald. Want dan trekt Jahwe uit en bindt Hij de strijd aan tegen die volken, zoals Hij gedaan heeft op de dag van het handgemeen. Op die dag zal Hij zijn voeten op de Olijfberg zetten, die tegenover Jeruzalem ligt, aan de oostkant; dan splijt de Olijfberg in tweeën, van oost naar west, zodat er een geweldig dal ontstaat; de ene helft van de berg wijkt noordwaarts, de andere helft zuidwaarts. Dan zult gij het dal in vluchten, tussen mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal tot Asel reiken. Gij zult vluchten zoals gij gevlucht zijt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal Jahwe, mijn God, zijn intocht doen en zullen alle heiligen met u zijn. Op die dag zal er geen licht meer zijn, maar koude en vorst; een dag zal er zijn, alleen aan Jahwe bekend, dat er dag noch nacht is, maar op het avonduur zal het licht worden. Op die dag zal er levend water uit Jeruzalem stromen, de ene helft naar de oostelijke zee, de andere helft naar de westelijke zee, zo zal het zijn, zomer en winter.    Jahwe zal koning zijn over de gehele aarde: op die dag zal Jahwe de enige zijn en Zijn naam de enige naam.

 

Zacharia 14:16-19   En alle overlevenden van al de volken die tegen Jeruzalem waren opgetrokken zullen dan ieder jaar opgaan om zich neer te buigen voor de koning, Jahwe van de machten, en om het loofhuttenfeest te vieren. Maar als er iemand uit de geslachten der aarde is, die niet naar Jeruzalem zal opgaan om zich neer te buigen voor de koning, Jahwe van de machten: voor die mensen zal er dan geen regen vallen. En als het geslacht van de Egyptenaren niet opgaat en in de stad komt, dan zal hen de ramp treffen, waarmee Jahwe de volken slaat, die niet opgaan om het loofhuttenfeest te vieren. Dit zal de straf van Egypte zijn en de straf van al de volken die niet opgaan om het loofhuttenfeest te vieren.

 

Romeinen 8:2   De ‘wet’ van de Geest die in de Messias Yeshua het leven schenkt, heeft u vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood.

Colossenzen 1:13   Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon. 

Johannes 14:11-13   Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie in Mij gelooft, zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga. En wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon.

Johannes 14:16-18   Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de wereld niet ontvankelijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet verweesd achterlaten: Ik keer tot u terug. 

Johannes 14:23   Yeshua gaf hem ten antwoord: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.

 

Efeziërs 5:8-14   Eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer. Leeft dan ook als kinderen van het licht, en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt. Neemt geen deel aan hun duistere en onvruchtbare praktijken, brengt ze liever aan het licht. Wat deze lieden in het geheim doen is te schandelijk om ook maar over te spreken. Alles echter wat aan het licht wordt gebracht, komt in het licht tot helderheid. En alles wat verhelderd wordt is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.’

1 Thessalonicenzen 5:5   Gij zijt allen kinderen van het licht, kinderen van de dag. Wij behoren niet aan nacht en duisternis.

7. Het breken van het brood:

Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van het heelal, Die het brood uit de aarde voortbrengt en Die gezegd heeft “U bent het zout van de aarde”. Mattheüs 5:13

 

Yeshua dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel. Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft. Zij zeiden dan tegen Hem: Heere, geef ons altijd dat brood. En Yeshua zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben. Johannes 6:32-35

 

Yeshua nam het brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.  Lukas 22:19

 

8. De wijding van de feestdag - Qidush Yom tov

De beker van Yeshua zal ik opheffen. Ik zal de Naam van Adonai aanroepen. Psalm 116:13

 

Men heft de beker met de rechterhand op en zegt:

Yeshua zei: ‘Want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden’ Mattheüs 26:28; vergelijk Markus 14:24.

Bracha over de wijn:

Baruch Ata Adonai, Elohenu, Melech haOlam, bore p’ri ha Gafen, amen!

Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van het heelal, Gij Die de vrucht van de wijnstok hebt geschapen.

 

Yeshua zei: Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. 5 Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.  Joh. 15: 4

 

Wij prijzen en danken U dat U Uw enige Zoon hebt gegeven Wiens bloed ons reinigt van de zonde. Amen!

Men zegt: לחיים L’chayim! (op het leven!),

 

9. Tafelgebed

 

Dank te zeggen voor het voedsel stamt uit zeer oude tijden en berust op het Torawoord:  Als u dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE, uw God, voor het goede land dat Hij u gegeven heeft.”  Deuteronomium 8:10.

 

Chag sameach!

Ik wens u allen een gezegend en vrolijk Loofhuttenfeest