De Achtste dag - liturgie
SHEMINI ATZERET – DE ACHTSTE DAG
Deuteronomium 14: 22 tot 16: 17
Numeri 29: 35 tot 30: 1
1 Koningen 8: 54-66
2 Kor. 4: 16 – 5: 4
Openbaring 21: 1 tot 22: 21
1. Shema - De geloofsbelijdenis
Hoor Israël: de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is EEN!
Geprezen zij de Naam van Zijn Koninklijke Majesteit, voor in alle eeuwigheid!
Yeshua, Hij is Heer over alles.
Gij zult de Eeuwige, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat.
Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.
2. De Bijbelse opdracht
Leviticus 23:36 en 39
36. Zeven dagen lang moet u de HEERE vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en de HEERE een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen.
39. Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het (loofhuttenfeest) feest van de HEERE zeven dagen lang vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag (Shemini Atzeret) is het rustdag.
Nehemia 8:18-19
18. De hele gemeente van hen die uit de gevangenschap waren teruggekeerd, maakte loofhutten en woonde in die loofhutten, want zo hadden de Israëlieten niet meer gedaan vanaf de dagen van Jozua, de zoon van Nun, tot op deze dag. Er was zeer grote blijdschap.
19. En men las dag aan dag voor uit het boek met de wet van God, vanaf de eerste dag tot de laatste dag, en ze vierden zeven dagen feest. En op de achtste dag (Shemini Atzeret) was er een bijzondere samenkomst, volgens de bepaling.
3. De achtste dag in he Nieuwe Testament
Lukas 2: 36-38
36. Ook Anna was er [Op de achtste dag/Shemini Atzeret] , een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen en had na haar meisjesjaren zeven jaar met haar man geleefd. 37. En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet en met vasten en bidden God nacht en dag diende. 38. En zij kwam er op dat moment bij staan en beleed eveneens Jahweh, en zij sprak over Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.