English: click here!

Daniël 4 - God vernedert Nebukadnezar

Koning Nebukadnezar is diep onder de indruk  van de droom die God hem heeft gegeven en de uitleg die God door de mond van Daniël hem bekend maakte. Hij mocht het Gouden Hoofd zijn van het machtsgebeuren in de wereldgeschiedenis.

Hij was ook onder de indruk van het feit dat niemand van de Babyloniërs in staat was zijn droom te vertellen, maar dat de God van de Hebreeën dit wel aan Zijn dienstknecht kon duidelijk maken. Het voorval met de mannen in de brandende oven, bepaalde hem bij de almacht van God. Hij vond dat de hele wereld dat moest weten. 
Hij noemt in deze proclamatie de God van Daniël, "de allerhoogste God". Tegelijk betekent het voor hem dat "zijn god" van een lagere orde is.  Hij noemt ook even fijntjes er tussen door dat Daniël's naam Beltsazar is, genoemd naar de naam van "mijn god".  YHWH is dus niet de ENIGE God voor hem. 

Maar de koning heeft opnieuw  visioenen of dromen gehad. Daniël wordt erbij geroepen, maar hij hoeft nu niet eerst te vertellen wat de koning gedroomd heeft. Nebukadnezar doet zelf verslag. 

Visioen 1

Daniël 4:10. De visioenen nu die mij op mijn bed voor ogen kwamen, waren deze:
Ik keek toe,
en zie, een boom,
midden op de aarde,
groot was zijn hoogte.
11. De boom werd groot en sterk,
zijn hoogte reikte tot de hemel
en hij was te zien tot aan het einde van heel de aarde.
12. Zijn loof was prachtig en zijn vruchten waren talrijk,
er zat voedsel aan voor allen.
Onder hem vonden de dieren van het veld schaduw
en de vogels in de lucht verbleven in zijn takken.
Alle vlees werd door hem gevoed.

Visioen 2

Daniël 4:13 In de visioenen die mij op mijn bed voor ogen kwamen, keek ik toe, en zie, een wachter, namelijk een heilige, daalde neer uit de hemel.
14. Hij riep met kracht en zei het volgende:
Houw die boom om, kap zijn takken,
stroop zijn loof af, verstrooi zijn vruchten,
zodat de dieren er vanonder wegvluchten
en de vogels van zijn takken.
15. Maar laat de stam
met zijn wortels in de aarde,
en wel in een ijzeren en bronzen band,
in het jonge gras van het veld.
Laat hem bevochtigd worden door de dauw van de hemel
en laat zijn deel, samen met de dieren, in het gras van de aarde zijn.
16. Laat zijn hart worden veranderd, zodat het niet meer dat van een mens is,
laat hem het hart van een dier worden gegeven.
Laten er zeven tijden over hem voorbijgaan.
17. Dit bevel berust op het besluit van de wachters
en dit verzoek op het woord van de heiligen,
opdat de levenden erkennen dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van mensen, en dat geeft aan wie Hij wil, en daarover zelfs de laagste onder de mensen aanstelt.

opdat de levenden erkennen dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van mensen, en dat geeft aan wie Hij wil, en daarover zelfs de laagste onder de mensen aanstelt.

God spreekt tot mensen die Zijn Woord niet kennen vaak in dromen. Maar als ze die vergeten en weer vervallen in hun oude zondige gedrag, dan straft hij Job. 33:14-16.  Dat gebeurt hier. Hij is die boom uit de droom die prachtig tot groei en bloei kwam.  God gaf hem voorspoed en op allerlei 

manieren gaf God blijk van Zijn aanwezigheid. Eerst had Nebukadnezar zijn daartoe aangestelde wijzen voor de uitleg bijeen geroepen. Maar ook nu waren ze niet in staat de dromen uit te leggen. Vervolgens werd Daniël erbij geroepen, die hem haarfijn uitlegde dat hij opnieuw moest herkennen dat God de Allerhoogste is die hem alles heeft gegeven. Ook zegt Daniël dat hij gerechtigheid moet doen en de ellendigen genade moet bewijzen. Dus daar schortte het blijkbaar ook aan. Dit is het beeld van leiders en heersers die Gods zegeningen vertalen naar hun eigen bekwaamheden. Daniël riep hem nog op zich te bekeren van zijn zonde, zijn trots, misschien zou God hem genadig zijn. Maar een jaar later wandelde Nebukadnezar op het dak van zijn paleis en overzag met trots zijn rijk en zei:

Is dit niet het grote Babel, dat ik als een huis voor het koninkrijk gebouwd heb, door mijn sterke macht en ter ere van mijn majesteit? (4:30)

Het doet denken aan de duivel die op een berg Yeshua de koninkrijken van deze aarde liet zien, die aan hem gegeven waren. Lukas 4:5,6. Nebukadnezar was in feite koning over het grootste deel van de aarde. Opscheppen met wat je hebt en dat als je eigen verdienste zien.  

In de droom werd Nebukadnezar vergeleken met een boom vol met vruchten (vers  21,22). Een boom heeft een functie voor mens en dier. De boom biedt voedsel, verblijfplaats, bescherming tegen de zon. De rol van een vorst is dan ook om alle schepselen, mensen, dieren en vogels bescherming en een verblijfsplaats

te bieden. Een boom wordt vaker in de Bijbel gebruikt als symbool van mensen met macht. Maar van die boom werd ook gezegd dat deze tot in de hemel reikte en dat bepaalt ons bij de toren van Babel:
Genesis 11:4 En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid!
Nebukadnezar had zich een naam gemaakt.  Het ging hem niet om de Naam van God, maar om zijn eigen naam. Zo schaarde hij zich bij mannen als Nimrod en Kaïn die ook voor zichzelf een naam maakten in plaats van de Naam van YHWH groot te maken. Dat laatste had Nebukadnezar al wel gedaan, maar hij verviel weer in zijn oude gedrag. De straf die hij krijgt is dan ook een tijdelijke, en wel zeven jaar, bedoeld om hem tot bekering te brengen. 

Het omhakken van de boom betekende zijn uitsluiting van de menselijke samenleving. Hij werd vernederd en verstoten alsof hij een beest was. Hij at gras als een koe. Zijn haar werd zo lang als de veren van arenden en zijn nagels leken op de nagels van vogels. Wij betrekken zo'n straf al gauw op het al of niet behouden zijn. Toen ik googelde op Daniël zag ik ook een stukje waarboven stond "Nebukadnezar kom ik jou tegen in de hemel?". Deze geschiedenis heeft vooral te maken met Gods heerschappij over de aarde en daaraan moest Nebukadnezer zich onderwerpen en God erkennen als Degene die de aarde regeert. Dat heeft hij uiteindelijk ook gedaan. In het hele boek van Daniël gaat het over de machthebbers van de aarde. 

De tronk van de boom uit de droom mocht blijven staan en moest bevochtigd worden zodat deze te zijner tijd weer kon uitlopen en tot groei komen. En dat gebeurde.....

Aan het eind van de zeven jaar (en aan het eind van dit hoofdstuk :-)  ) wordt Nebukadnezar zich weer bewust van zijn bestaan en zijn geest en verstand keerden terug.  Hij begon meteen de Allerhoogste te prijzen en te loven:

 

Zijn heerschappij is immers een eeuwige heerschappij,

en Zijn Koninkrijk is van generatie op generatie.

Al de bewoners van de aarde worden als niets geacht.

Hij doet naar Zijn wil met de legermacht in de hemel

en de bewoners van de aarde.

Er is niemand die Zijn hand kan wegslaan

of tegen Hem kan zeggen: Wat doet U?

Ik, Nebukadnezar, prijs, roem en verheerlijk nu de Hemelkoning,

omdat al Zijn daden waarheid zijn en Zijn paden gerechtigheid:

Hij is in staat te vernederen wie in hoogmoed hun weg gaan.


De koning werd in zijn ambt hersteld en de raadsleden voegden zich weer bij hem. Dit is het laatste wat we van hem horen in de Bijbel.