English, click here!

Daniël 11 De verachtelijke koning (3)

We zijn nu bij een gedeelte aangekomen waarin we het ware karakter zien van Antiochus IV Epiphanes, die een duidelijk beeld is van de antichrist en waarvan de geschiedenis ook geleidelijk over zal gaan in profetie voor onze eindtijd. 

We hebben al eerder over deze koning geschreven. Hij was bijvoorbeeld "de kleine hoorn" in Daniël 8:9-12

Daniël 11:21 In zijn plaats zal er een verachtelijk man opstaan. Men zal hem de koninklijke waardigheid niet geven. Maar hij zal komen in zorgeloze rust en het koningschap zal hij grijpen door vleierijen.

Antiochus Epiphanes kwam in opstand tegen zowel het volk van God als tegen de aanbidding van God; hij deed het met een duivels venijn en haat. Terecht verachtten de Joden zijn naam, want zijn wreedheden waren vele en niets weerhield hem ervan zijn gruwelijkheden tot uitvoering te brengen. Nadat zijn broer Seleucus Philopater vermoord werd door ene Heliodorus, maakte Antiochus Epifanes als jongere broer misbruik van de situatie, die onzeker was. Hij eigende zich wederrechtelijk zijn troon toe. Zoals dit vers zegt, hij gebruikte slinkse streken om het koningschap te bemachtigen. Stilletjes besteeg hij de troon en werd in 175 voor Christus als Antiochus IV gekroond. "Men had hem die koninklijke waardigheid niet gegeven."  Dat is zeker waar, want de rechtmatige opvolger was de erfgenaam van Philopater, namelijk diens zoon Demetrius. Maar op het moment van de dood van Philopater bevond zijn zoon zich in Rome. Niemand had er rekening mee gehouden dat Antiochus zijn broer zou trachten op te volgen. Zo'n slinkse streek was dat hij de koning van Pergamum beloofde dat Syrië zich achter zijn doelstellingen zou stellen. De vijanden van de koning veranderden één letter van zijn naam en noemden hem "Epimanes", wat "gek" betekent. Zijn wilde streken en zijn bijna krankzinnige domheden en wreedheden gaven daar alle aanleiding toe. De Bijbel noemt hem een veracht man; dat was hij, zowel als mens, zowel als koning. In elk opzicht was hij een laagstaand en verachtelijk wezen. Het Hebreeuwse woord חֲלַקָּה "galaqah" dat met "vleierijen" is vertaald betekent letterlijk "gladheid".  Het was dus een echte geslepen "gladjanus". 

Daniël 11:22 De krachtige armen van de overstroming zullen vóór hem weggespoeld worden en ze zullen gebroken worden, ook de vorst van het verbond.

Het beeld hier getekend is een krachtige overrompelende invasie van een land. Er wordt verondersteld dat dit land Israël of Egypte kon zijn. Waarschijnlijk gaat het om Egypte in verband met het verbond dat Antiochus met de koning van Pergamum gesloten had. Pergamum was een oude stad en tevens een koninkrijk aan de noordwestkust van Klein Azië, nu is de naam Bergama (Turkije). Het was het begin van de derde eeuw voor Christus onafhankelijk; het was welvarend, voornamelijk in de eerste helft van de tweede eeuw. Nadat de laatste koning van Pergamum, Attalus III Philometor in 133 voor Christus stierf, kwam het district onder de directe invloed van het Romeinse Rijk, als een deel van de provincie Asia.

Er was een relatie met de Joodse natie, vertelt Flavius Josephus, en in de eerste eeuw voor Christus bestond er een Joodse gemeente, omdat uit geschriften van Cicero te lezen valt dat er fondsen geconfisqueerd werden in Pergamum, die bestemd waren voor de Tempel in Jeruzalem.

Deze laatste feiten dienen mede ter illustratie van de gemeente te Pergamum uit Openbaring 2:12-17, waaraan een brief gericht wordt. Ongetwijfeld waren de Joodse Messiasbelijders deel van de gemeente daar.

Een van de eerste daden die Antiochus deed was de invasie in Pergamum. Het werd een alles vernietigend optreden, ja "ook een vorst van het verbond zal weggespoeld worden" staat er.  Het ligt voor de hand dat die naam betrekking heeft op de koning Ptolemeüs VI Philometer van Egypte, immers met hem had Antiochus een verbond aangegaan.

Daniël 11:23 Want zodra men een verbintenis met hem is aangegaan, zal hij bedrog plegen. Hij zal oprukken en met weinig volk machtig worden.

Dit verbond had tot doel hun twist over het land van Israël en Coelo Syrië. Dit grondgebied had herhaaldelijk tussen hen van eigenaar gewisseld. Nu vertelt dit vers dat er over dit gesloten verbond bedrog gepleegd zal worden. Deze profetie werd bewaarheid, want Antiochus was nooit van plan geweest om zich te houden aan de regels van dat verbond, dat hij sloot met Ptolemeüs, noch aan de daarin vermelde bepalingen. Integendeel, hij deed het uiterste om alle eisen van het verbond te
ontlopen. Tenslotte voerde hij een reeks van bloedige oorlogen tegen Egypte. Maar tegelijk dat dit hele proces zich voltrok, bood Antiochus herhaaldelijk plechtige verklaringen van vriendschap aan Ptolemeüs aan. Hij deed dat zelfs terwijl hij tegelijkertijd het Egyptische platteland plunderde. Om "dit bedrog tot stand te brengen" ging Antiochus eerst met een kleine legermacht naar Egypte, want het moest lijken dat hij Ptolemeüs een vriendschappelijk staatsbezoek bracht om hem te helpen als jonge koning op de troon ingeburgerd te raken. Maar op de weg erheen nam hij stad na stad in, totdat Ptolemeüs, als een vazalkoning, zelf totaal in zijn macht was.

Hoe komt het toch dat zulke slechteriken zoveel succes en macht hebben? Het is duidelijk dat zij hun prestaties en welvaart uit de verkeerde bron putten.

Wie zijn ziel verkoopt aan satan ontvangt tijdelijke zegeningen van satan, die een mens tot grote hoogte kan brengen, zolang die mens bruikbaar voor hem is. Maar hij trapt iemand met het grootste gemak ook weer weg. 

 

totdat ik op hun einde lette..... Psalm 73:17

 

Daniël 11:24 In zorgeloze rust zal hij ook in de vruchtbaarste streken van het gewest komen en hij zal doen wat zijn vaderen of voorvaderen niet hebben gedaan: roof, buit en bezittingen zal hij onder hen uitstrooien. En tegen vestingen zal hij zijn plannen beramen – maar slechts voor een tijd.

De koning van het noorden: Antiochus IV Epiphanes plundert Israël meer uit dan zijn voorvaders hebben gedaan. De leden van de achter hem staande hellenistische partij van de Joden worden door hem met geschenken en het toebedelen van baantjes beloond: "roof, buit en bezittingen zal hij onder hen uitstrooien".  Ook Griekse officieren en beambten profiteren van zijn buit. De vestingstad Jeruzalem heeft onbeschrijflijk onder zijn gruweldaden geleden. Maar tot hun vertroosting wordt eraan toegevoegd "maar slechts voor een tijd" dat dus betekent dat dit leed niet altijd zal voortduren. Wij weten dat God de tijd ervan heeft bepaald.


De in de verzen 25-27 beschreven gebeurtenissen liggen vóór de gebeurtenissen die in de verzen 23b-24 worden beschreven. De gebeurtenissen van de verzen 23b-24 vinden plaats in de tijd vanaf 175 v.Chr. 


Daniël 11:25 Ook zal hij zijn kracht en zijn hart opwekken tegen de koning van het zuiden, met een groot leger. De koning van het zuiden zal zich dan in de strijd mengen met een uitermate groot en machtig leger. Hij zal echter geen stand kunnen houden, want men zal plannen tegen hem beramen.

Hier wordt verwezen naar een later uitgevoerde invasie, want gedurende zijn regering is Antiochus Epifanes vier keer Egypte binnengetrokken met wisselend succes. Zijn tegenstander in dit vers was Ptolemeüs VII Physcon, die de jongere broer van Ptolemeüs Philometer was. Deze jongere broer Physcon trachtte zich wederrechtelijk de Egyptische troon toe te eigenen van zijn broer Philometer. "Maar hij zal geen stand kunnen houden", want hij kan de aanvallen van Antiochus niet weerstaan, hoewel hij een uitermate groot en sterk leger had. Zijn vloot werd verslagen en Antiochus bedwong Memphis en sloeg het beleg voor Alexandrië. De invasielegers "beraamden plannen" voor de omverwerping van de koning van Egypte

Daniël 11:26 Zij die van zijn gerechten eten, zullen hem breken. Zíjn leger zal wegspoelen en er zullen er velen dodelijk gewond vallen.

Maar, de tegen hem beraamde plannen uit vers 25 bestonden eruit dat Ptolemeüs Physcons eigen familie, zijn eigen zonen, zijn vertrouwde vrienden en raadgevers zich tegen hem keerden en hem hebben verraden aan het Syrische invasieleger. Zodoende was hij niet in staat te voorkomen dat zijn "legers weggespoeld werden en velen gedood werden".

Daniël 11:27 Het hart van deze twee koningen zal erop gericht zijn om kwaad te doen, en aan één tafel zullen zij leugens spreken. Maar het zal niet gelukken, want het einde wacht nog tot de vastgestelde tijd.

Als de twee koningen, Antiochus Epiphanes en Ptolemaeus, na de door Antiochus gewonnen oorlog samen aan tafel zitten, is het alsof ze in vrede met elkaar omgaan. Ptolemaeus VI sluit wel een verdrag met Antiochus Epiphanes, met als inhoud dat hij zich onderwerpt, maar houdt zich daar niet aan. Antiochus op zijn beurt is erop uit heel Egypte aan zich te onderwerpen en doet daarom of hij Ptolemaeus wil helpen tegen zijn broer die in Alexandrië tot koning is uitgeroepen.

Beide koningen handelen naar hun eigen leugenachtige aard.

De afspraken tussen Egypte en Syrië ("het zal niet gelukken") bereiken echter hun doel niet. Als reden daarvoor wordt aangegeven “dat het einde nog [wacht] tot de vastgestelde tijd”. Dat wil zeggen dat de ontwikkelingen nog moeten doorgaan omdat het einde dat God voor ogen staat, nog niet kan aanbreken. Het houdt in dat de tijd van het einde van de verdrukking van Israël nog niet is gekomen.

Daniël 11:28. En de koning van het noorden zal terugkeren naar zijn land, met grote bezittingen, en zijn hart zal tegen het heilige verbond zijn. Hij zal zijn wil ten uitvoer brengen en terugkeren naar zijn land.

Na zoveel overwinningen zou de "koning van het noorden" ook nog graag Alexandrië hebben ingenomen. Berichten over onlusten in Syrië noodzaken hem echter, na het beëinigen van zijn eerste Egyptische veldtocht. naar zijn land Syrië terug te keren. Rijk beladen met oorlogsbuit wordt hij heel boos als hij hoort hoe blij het Joodse volk was toen ze het valse gerucht vernamen dat hij in de slag in Egypte gesneuveld was.

"Zijn hart zal tegen het heilig verbond zijn" profeteert de Engel hier. Het heilig verbond sloot God met Israël – het volk van het verbond (Genesis 17:7,8). Daarom leidt de koning van het noorden, met voorbedachte rade, zijn legers richting Jeruzalem. Zijn haat tegen de God van Israël is extreem. Hoe kan het ook anders als iemand zijn ziel heeft verkocht aan de satan. Hij nam als een stormwind bezit van de stad, plunderde haar, richtte er een bloedbad aan door het doden van 80.000 mannen, vrouwen en kinderen. Hij nam er ook 40.000 gevangen en verkocht er nog 40.000 als slaven.

Hij ging de Tempel binnen en roofde alle zilveren en gouden vaatwerk; ook nam hij 1800 talenten goud mee; 1 talent is 41 kilo, dat was dus een diefstal van 73.800 kilo alleen al aan goud, dus bijna 74 ton goud!


Maar de meest brutale daad was het ontheiligen van de Naam van YHWH door op het altaar een onrein dier, namelijk een varken, te offeren; hij kookte een deel van het vlees en besprenkelde de gehele Tempel met de bouillon ervan (1 Makkabeeën 1:20-28 en 2 Makkabeeën 5:15-21). 

Wie meer daarover wil weten, zie deze pagina
Vervolg Daniël 11  De verachtelijke koning (4)