English: click here!

Daniël 11 Het zuiden tegen noord, noord tegen zuid (1)

Hoofdstuk 11 is een vervolg op hoofdstuk 10, waarin "De Man" het plan van God aan de profeet Daniël openbaart. Het laatste vers van het vorige hoofdstuk:
Daniël 10:21 Ik zal u echter vertellen wat is opgetekend in het boek van de waarheid – al maakt niet één zich met mij sterk tegen hen, behalve uw vorst Michaël.

We lezen hier dat wat duidelijk gemaakt wordt afkomstig is uit "het boek der waarheid".  Het is uiterst belangrijk dat  we in de uitleg van deze openbaring niet buiten het boekje, d.w.z. dit enorm belangrijke boek, mogen gaan. 

Een groot deel van wat geopenbaard wordt is in de loop van de geschiedenis van Israël al in vervulling gegaan, maar heeft op betrekking op de toekomstige geschiedenis van de wereld. Wat hier beschreven wordt heeft bovendien te maken met de tijd van het einde van dit wereldbestel.  Veel feiten kunnen we dus uit de algemene wereldgeschiedenis achterhalen. Het tweede vers van hoofdstuk 11 vermeldt dat er na Koning Kores nog drie koningen in Perzië aan de macht komen, en de vierde zal grotere rijkdom verwerven dan alle anderen. Die koningen waren er dus nog niet in Daniëls tijd. Maar we weten nu dat dit degenen waren die met rode cijfertjes 1 tm 4 zijn gemerkt:

Van Xerxes I is bekend dat hij een fabelachtige rijkdom heeft verworven. Door hem komt het rijk van de Perzen tot het toppunt van zijn macht. Xerxes wil ook buitengewoon graag Griekenland inlijven en onder zijn gezag brengen. 

In vers 3 en 4 komt de machtige koning uit Griekenland ter sprake, die we kennen onder de naam Alexander de Grote.  Dat was het derde dier "het luipaard" uit het visioen van de vier dieren in Daniël 7:6.  We hebben gelezen dat deze koning in zeer korte tijd een groot deel van de wereld veroverde. Hij stierf op 33-jarige leeftijd aan malariakoorts, zijn beide zoontjes werden vermoord en zijn vier generaals verdeelden het rijk onder elkaar, vandaar "de vier windstreken".

1. Seleucus krijgt Syrië in het oosten,
2. Lysimachus krijgt Klein-Azië in het noorden,
3. Ptolemaeus krijgt Egypte in het zuiden en
4. Cassander krijgt Macedonië in het westen.

 

De windrichtingen zijn vanuit Israël gezien. Met twee van die windstreken krijgt Israël te maken. Vanaf vers vijf gaat het dan over de koning van het zuiden (Egypte - Ptolemaeus) die in conflict komt met de koning van het noordenAntiochus Epifanes, wiens aanvallen op Israël beschreven staan in het boek der Makkabeeën. Antiochus Epifanes is de koning van het noorden en hij is een beeld van de komende antichrist.  In hoofdstuk 8 (visioen ram en geitenbok) is hij ook al ter sprake geweest. 

Zowel Syrië in het noorden als Egypte in het zuiden, delen hun grenzen met Israël.    Israël lag precies tussen dit strijdgebied in. Als het in dit hoofdstuk gaat over de "koning van het noorden" of "de koning van het zuiden" betekent dat niet dat het dan steeds over diezelfde koning gaat, want de tronen werden nogal eens verwisseld. 

Vers 6 speelt zich alweer 50 jaar later af dan wat daarvoor werd beschreven. Men  trachtte een samenwerking tot stand te brengen door middel van een huwelijk van de Egyptische prinses Berenice (dochter van Ptolemeüs II) met Antiochus Theos, de Syrische koning van het noorden. 

Als voorwaarde werd gesteld dat Antiochus zou scheiden van zijn vrouw Laodice en dat de kinderen uit dat huwelijk nooit recht zouden hebben op de troon. Dat voorrecht zou aan de kinderen van Antiochus en Bernice ten deel vallen. Toen Ptolemeüs, de bedenker van deze voorwaarden 2 jaar later stierf stuurde Antiochus zijn dochter weg en herstelde Laodice weer in haar koninklijke waardigheid. Loadice vertrouwde haar echtgenoot niet meer en vermoordde hem. De hovelingen van Antiochus smeedden een plan om Bernice te vermoorden, die vluchtte naar Daphne om haar leven te redden. Daar werd ze met haar kinderen vergiftigd. Zo werden ze allemaal ter dood gebracht in het jaar 249 voor Christus.  Hiermee ging de profetie van Daniël 11:6 letterlijk in vervulling"; "ook hij zal niet standhouden, evenmin zijn arm" heeft betrekking op de plannen van Ptolemeüs van Egypte om Syrië onder zijn beheer te brengen, want dat is nooit werkelijkheid geworden.  Het laatste deel van dit vers luidt: " Zíj zal overgeleverd worden, evenals zij die haar gebracht hebben, hij die haar verwekt heeft en hij die haar in die tijden verwierf (NBG)/versterkt heeft (HSV)." Dit gedeelte werd vervuld  toen op bevel van Laodice, Berenice aan de dood werd overgeleverd, inclusief haar hele hofhouding (= degenen die haar gebracht hebben), hij die haar verwekte (= haar vader Ptolemeüs) stierf 2 jaar na Bernice's huwelijksdag en "hij die haar verwierf (NBG)/versterkt heeft", dat was Antiochus Theos, die haar wel huwde, maar na vaders dood verliet en door zijn eerste vrouw Laodice vermoord werd. 

Vers 7 "Maar uit de loot van haar wortels" betekent dat een familielid van Berenice zou oprukken tegen het leger van de koning van Syrië en hem zou overwinnen. Deze profetie werd vervuld toen haar broer Ptolemeüs Energetes van Egypte haar dood wreekte. Zodra hij hoorde wat zijn zuster in Syrië overkwam nam hij wraak door een veroveringscampagne te beginnen. Hij slaagde erin Syrië, Cilicia en Mesopotamië tot aan de rivier de Tigris aan zich te onderwerpen. Zo is de profetie van dit vers vervuld.  
Als Ptolemaeus III naar Egypte terugkeert, neemt hij een enorme buit mee. Deze buit bestaat uit onmetelijke schatten, talloze heiligdommen en afgodsbeelden. Hij voert ook een groot aantal gevangenen uit Syrië mee, die daar een vooraanstaande plaats hebben ingenomen. Daarna is er enkele jaren rust zonder strijd tussen Syrië en Egypte.
De koning van het noorden was Seleucus II Callinicus. Hij was, nadat zijn moeder haar man Antiochus Theos had vermoord, door haar op de Syrische troon gezet.

Het is begrijpelijk dat Israël, dat tussen de beide oorlogvoerende partijen in ligt, telkens in die oorlog betrokken werd. Israël was het gebied waar menige oorlog tussen de beide landen is uitgevochten. Ze zijn afwisselend overheerst door Syrië en Egypte, afhankelijk van wie als winnaar uit de strijd tevoorschijn is gekomen. Het leed dat dit alles voor Israël met zich mee heeft gebracht, is groot geweest. Maar het is heel bijzonder dat Daniël  hierover profetieën ontving die tot in details zijn uitgekomen. Dit mag ons versterken in het vertrouwen dat Gods Woord uiterst betrouwbaar is. Inderdaad, het is het boek van de Waarheid!