English: click here!

Daniël 11 De verachtelijke koning (4)

vervolg van: Daniël 11 De Verachtelijke koning (3)

TWEEDE AANVAL VAN DE VERACHTELIJKE KONING vers 29 tm 35

Daniël 11:29 Op de vastgestelde tijd zal hij terugkeren en tegen het zuiden oprukken, maar het zal niet zijn zoals de eerste of zoals de laatste keer.

Dit vers vermeldt als eerste dat deze militaire actie tegen Egypte plaatsvindt op "de vastgestelde tijd". Het gaat beslist niet buiten God om. Dat geldt ook voor de kwade handelingen. Een duidelijk voorbeeld is de opdracht van Yeshua/Jezus tot Judas: "Wat u wilt doen, doe het snel." Ook het verraad moest op Gods vastgestelde tijd plaatsvinden. Hij houdt de regie.
In 168 v.Chr. start Antiochus Epifanes een nieuwe oorlog tegen Egypte. Eén van de aanleidingen daarvan is het bericht van de verzoening van zijn twee neven. Maar deze aanval wordt, in tegenstelling tot de andere keren, allesbehalve een succes. Antiochus zou het verzamelde Egyptische front niet kunnen binnendringen. 

De komst van de schepen van de Kittiërs uit Rome naar het Egyptische Alexandrië, doet de koning terugschrikken en hij keert via het land Israël terug. 

Daniël 11:30 Er zullen schepen van de Kittiërs tegen hem komen en hij zal terugschrikken. Hij zal terugkeren en toornen tegen het heilige verbond en hij zal zijn eigen wil ten uitvoer brengen. Hij zal, terwijl hij terugkeert, op hen letten die het heilige verbond verlaten.

De belangrijkste oorzaak daarvan was dat  "de schepen van Kittim tegen hem zullen komen" zoals het bijbelvers zegt. Kittim is een hele oude naam voor Cyprus (Jesaja 23:1), maar later werd de naam toegepast op de eilanden en de kustlanden die westelijk van Israël lagen. Hier in dit vers verwijst de engel terug naar de vele eeuwen vroeger gedane profetie van Bileam (Num.24:24). Maar de macht die ermee bedoeld wordt is Rome. Dat wordt bevestigd door de Dodezee rollen, waarvan twee Kittim vermelden en zeggen dat dit de Romeinen zijn geweest. De Romeinen hadden Cyprus als uitvalsbasis voor hun vloot, om het Middellandse Zeegebied te beheersen. Hier in dit gedeelte van Daniël verwees de profetie naar de volgende gebeurtenis.


Toen Antiochus er een paar mijlen van verwijderd was, vernam hij dat die Romeinse vloot gearriveerd was. Hij ging erheen om ze te begroeten. Aan boord was de ambassadeur Gajus Popilius Laenas. Deze overhandigde hem brieven afkomstig van de senaat in Rome, waarin hem bevolen werd, op straffe van het mishagen van het Romeinse volk, een einde te maken aan de oorlog tegen zijn neven. Antiochus antwoordde dat hij de zaak wilde voorleggen aan zijn raadsvergadering thuis in Syrië.
Maar toen nam Popilius, de ambassadeur, zijn zwaard en trok er een kring mee rondom Antiochus in het zand waarop hij stond en hij zei: Voordat u deze cirkel verlaat moet u mij een definitief antwoord geven dat ik aan de Senaat in Rome kan overbrengen. Helemaal verbouwereerd stemde Antiochus in met de eisen van de Senaat in Rome en verliet zonder verdere strijd Egypte. Maar hij was woedend en beledigd omdat hij zo oneervol verslagen was. Op de terugweg van Egypte moest hij door Israël trekken om zijn vaderland Syrië te bereiken en hij zocht naar een gelegenheid om zijn woede te koelen. En wie zouden daar het beste voor kunnen dienen? Natuurlijk de Joden die in de wereldgeschiedenis altijd misbruikt worden om de gevoelens van onbehagen op af te reageren. 

Antiochus zonderde een deel van zijn grote legermacht af om Jeruzalem te verwoesten. Hij ging dus, zoals de engel moest aanzeggen, op de terugweg "vergramd tegen het heilig verbond" tot daden over. In vers 28 behandelden we al dat dit heilig verbond zijn volk Israël is (Genesis 17:15-22). De toorn van Gods tegenstander tegen dat heilig verbond is altijd zeer groot. Hij, satan, de oude slang, inspireert volken dit verbond te bestrijden.

Daniël 11:31 Dan zullen er uit hem krachtige armen voortkomen. Die zullen het heiligdom en de vesting ontheiligen en het steeds terugkerende offer wegnemen en de verwoestende gruwel opstellen.

Door zijn nederlaag in het conflict met Rome, was Antiochus schattingsplichtig ten opzichte van het Romeinse rijk  geworden.  Rond 167 v.Chr. stuurt Antiochus Epifanes zijn belastinginner Apollonius met een krachtig leger naar Jeruzalem.  Zoals 1Makkabeeën1:29-31 vertelt, wist de hoofdambtenaar van Antiochus, Appolonius, die met zijn sterk leger van 20.000 man voor Jeruzalem lag, op sluwe wijze en door vreedzame onderhandelingen het vertrouwen van de Joden te winnen. Maar onverhoeds deed hij een aanval op de stad, trof haar zwaar en doodde veel Joden. Onder meer uit de  geroofde tempelschatten kon Antiochus de Romeinse belasting betalen. Hij plunderde, verbrandde en vernietigde de stad, inclusief de muren en deed o.a. het dagelijks offer ophouden;  הַתָּמִיד "hattamied" , dat is het dagelijkse ochtend- en avondoffer door God ingesteld in Numeri 28:2-8.

En hij zal de gruwel der verwoesting oprichten, die verwoesting brengt. Dit is de typisch Bijbelse en Joodse uitdrukking om te vermijden de gehate naam van een afgod te noemen, dus הַשִּׁקּוּץ מְשֹׁמֵם "hashikkoetz mesjomeem", de gruwel der verwoesting.  De stadsmuren worden neergehaald en de Davidsstad wordt een vestingstad. 

 

Schilderij Jan Luyken: Jeuzalem o.l.v. Antiochus Epifanes ingenomen  →

Op straffe van de dood wordt het houden van de geboden van het Oude Testament verboden. Het brandofferaltaar wordt omgedoopt tot een Zeusaltaar. Daarbij wordt een afgodsbeeld van Zeus, dat de gelaatstrekken van Antiochus Epifanes draagt, opgesteld.

Daniël 11:32 En hen die goddeloos handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen. Het volk echter, zij die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zij zullen hun wil ten uitvoer brengen.

Antiochus zoekt het weer in de politieke groep bij de Hellenisten. Hellas betekent Griekenland en zij die de Griekse filosofieën aanhingen werden Hellenisten genoemd. Degenen "die goddeloos handelen tegen het verbond" waren dus die Joden die in plaats van naar de Tora te leven, meer neigden naar de filosofieën der Grieken. Welnu, dezen werden door allerlei beloften op voordeel en persoonlijk gewin door Antiochus praatjes weggelokt van hun trouw aan God en verleid de koning eer te geven die hem niet toekomt. In onze tijd is datzelfde gevaar aanwezig, als mensen allerlei buitenbijbelse filosofieën, therapieën, gedragswetenschappen en sensivity trainingen volgen: de wijsheid van de boom van kennis van goed en kwaad. Het is alleen Gods Woord, verlicht door Gods Geest, dat ons richting geeft in het leven en ons ervan vrijwaart om mee te gaan in de vleitaal van de antichrist. Het gaat om de wijsheid  van de "Boom des Levens": Jezus Christus/Yeshua. Tijdens die verschrikkelijke oorlog in Jeruzalem was het andere deel der Joden dat God kent "zij die hun God kennen" er enorm door geschokt en kon onmogelijk bestaan in een wereld die een heidens beeld aanbad.  Zij waren het die de wapens opnamen, geleid door de godvruchtige familie der Makkabeeën. Zij bonden de strijd aan in vertrouwen op de God van Israël, onder hun leider Juda Macbi.  De Hellenisten, de Grieks geörienteerde Joden daarentegen raakten verstrikt in de theorieën van heidense wijsgeren van die dagen. En weer, of beter gezegd nog steeds, trapt men weer in die misstap uit Genesis 3: men wil zelf verstandig zijn en zich niet overgeven aan Gods wil. Het is weer die oude slang, de satan, die een valkuil voor de mensen opzet. Die vergelijking  gaat nog steeds op; en de strijd van Genesis 3:15 zal in volle hevigheid losbarsten, want opnieuw komt er een Antiochus Epifanes in de persoon van de antichrist die ons wil losmaken van de God van de Bijbel.                        

Daniël 11:33 De verstandigen onder het volk zullen velen onderwijzen. Zij zullen struikelen door zwaard en vlam, door gevangenschap en beroving – dagenlang.

Niet alle Joden werden verleid door de onoprechte vleierijen van Antiochus. Zij die niet over te halen waren om hun vertrouwen op God om te ruilen voor vertrouwen in de koning van Syrië, zij worden hier door Gods aartsengel de verstandigen genoemd. Ze voelden zich verantwoordelijk om hun broeders aan te moedigen hun geloof in de God van Abraham, Isaäk en Jacob te behouden. Dit was uitermate moedig, want allen die weigerden hun geloof in God in te ruilen voor aanbidding van de
koning, werden met de dood gestraft en deze situatie kon "dagenlang" duren, zegt dit vers. Velen vielen in die strijd, anderen werden gevangen genomen. We weten uit de geschiedenis dat de Makkabeeën in het begin grote verliezen hebben geleden omdat ze zó vasthielden aan Gods wetten, dat ze weigerden zich te verdedigen als ze op Sabbat werden aangevallen.  Velen kwamen om door het vuur in hun in brand gestoken huizen, of als ze in gloeiend hete koperen ketels werden geworpen.
Flavius Josephus stelt dat de gevechten drie jaar duurden. De ervaring leert dat de vijand juist op heilige dagen Israël aanvalt, omdat het leger dat moet verdedigen dan niet op volle sterkte is. Een goed voorbeeld is de "zesdaagse oorlog" in 1967. 

Daniël 11:34. Wanneer zij struikelen, zullen zij met weinig hulp geholpen worden. Velen zullen zich echter met vleierijen bij hen voegen.

De trouwe Joden hebben enorme militaire successen geboekt, hoewel velen van hen in die tijd als martelaar hebben moeten lijden en zijn omgekomen.  Diegenen die zich hielden aan Gods verbond stonden onder leiding van de priester Matthatias,
die in het klein ("met weinig hulp") een opstand begon tegen Antiochius. Maar die opstand leidde er toe dat men onder Juda Maccabeus Jeruzalem heroverde en de eredienst in de tempel herstelde in 165 v.Chr. (opstand der Makkabeeën).  De ‘grote hulp’ zal pas komen, wanneer de Messias in het wereldgebeuren zal ingrijpen en een wereldwijde heerschappij van vrede zal vestigen. Gods koninkrijk kome....

Het is duidelijk dat de klinkende overwinningen van de Makkabeeën veel ontrouwe Joden ertoe brengen zich bij hen aan te sluiten. Dit gebeurt met onoprechte motieven en zonder dat hun harten warm zijn geworden voor de waarheid van de levende God. Deze ‘meelopers’ sluiten zich alleen aan, omdat dit voor hen de meest gunstige keus lijkt.


Daniël 11:35 Van de verstandigen zullen er struikelen, om hen te louteren, te reinigen en zuiver wit te maken, tot de tijd van het einde, want het wacht nog tot de vastgestelde tijd.

(Vers 35) De verstandigen moeten ook zelf gelouterd en gereinigd en wit worden. Louteren is wat gebeurt met het oog op hun volledige toewijding aan God, zoals de engel ook van Daniël getuigde: "dat u zich er met heel uw hart op toelegde om inzicht te krijgen en om u te verootmoedigen voor het aangezicht van uw God" (Daniël 10:12), en reinigen heeft te maken met het afleggen van zonden. Het wordt ook heel duidelijk beschreven over het gelovig overblijfsel in deze teksten:

Zacharia 13:9 Ik zal dat derde deel in het vuur brengen en het louteren, zoals men zilver loutert. Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft. Het zal Mijn Naam aanroepen en Ík zal het verhoren. Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.

2 Petrus 3:14 Daarom, geliefden, terwijl u deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos door Hem bevonden te worden in vrede

Het resultaat is zuivere witheid, zoals het smetteloze  Lam.  De vervolgingen van die tijd bereikten in geen enkel opzicht het doel dat de Syrische macht ermee had.

De geloofstrouw van de Joden in deze periode is door de eeuwen heen en tot op vandaag voor veel gelovigen een aansporing geworden om te volharden in vervolging en moeilijkheden! Struikelen is soms nodig om de lessen van Gods Woord te begrijpen, zodat je later kunt zeggen:
Psalm 116:8 Ja, U, HEERE, hebt mijn ziel immers gered van de dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van struikelen.

Het tweede deel van het vers maakt duidelijk dat de vervolgingen in de tijd van de Makkabeeën nog niet “de tijd van het einde” inluidden. De overeenkomsten met de eindtijd zijn groot, maar na de vervolgingen is niet de wereldwijde heerschappij van de Messias Yeshua aangebroken. Voor Daniël moesten nog lange tijden verstrijken tot de beloften van de HEERE in verbinding met de eindtijd in vervulling gaan. 
Nog even een tekst uit het laatste hoofdstuk dat laat zien dat de beloofde tijd aan het eind van deze bedeling zal zijn en waarin ook de loutering en het "wit gemaakt worden" genoemd worden:
Daniël 12:9,10 Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde.
Velen zullen gereinigd, zuiver wit gemaakt en gelouterd worden. De goddelozen echter zullen goddeloos handelen en geen enkele van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen.