English: click here!

Daniël 5 - Het schrift aan de wand

In Daniël 5 maken we kort kennis met Koning Belsazar. Nebukadnezar was in het jaar 562 v.Chr. gestorven. Belsazar was een kleinzoon van hem.  Nebukadnezar werd opgevolgd door zijn zoon Evil-Merodach (2Kon. 25:27-30; Jer. 52:31-34), die  vermoord werd door de schoonzoon van Nebukadnezar, Nergal-Sarezer (Jer. 39:3,13). Dan wordt Nabonidus, die getrouwd was met een dochter van Nebukadnezar, koning over Babel. Omdat Nabonides vaak afwezig was door oorlogsvoering en ballingschap, was zijn zoon Belsazar mederegent en feitelijk koning van Babel. 

Koningen mogen graag feest vieren. Belsazar organiseerde een megafeest met wel duizend machthebbers, ook zijn vrouwen en bijvrouwen waren aanwezig op het feest. Dat zijn koninkrijk bedreigd werd door de Meden en Perzen die Babel omsingelden, deerde hem niet. Jesaja en Jeremia hadden de val van Babel geprofeteerd (Jesaja 21:2,6,7 en 9) en met de Hebreeuwse wijzen aan het hof, had hij dat kunnen weten. 

Zij hebben zeker niet gezwegen. Maar Belsazar hecht meer waarde aan zijn eigen waarzeggers aan het hof, die hem geruststellen. Babel was zo sterk gebouwd, hem kon niets gebeuren. Dus ging hij feestvieren alsof er niets aan de hand was.
Ook dat had Jesaja geprofeteerd:

Jesaja 21:5 Maak de tafel gereed; spreid de kleden; eet, drink.
Er vloeide rijkelijk wijn.  Belsazar genoot van de wijn en werd ongetwijfeld dronken en overmoedig, en deed iets waarmee hij YHWH tartte en dat ook zijn ondergang werd. 

Als overwinnings trofee, maar vooral als duivelse demonstratie tegen Gods profetieën, werden de gouden drinkbekers, de heilige vaten, die uit de tempel van Jeruzalem waren buitgemaakt, tevoorschijn gehaald. Ter verhoging van de feestvreugde dronk men daaruit. Het waren de geheiligde, gezalfde voorwerpen uit de tempel. Door Jeremia werd al eerder geprofeteerd dat deze voorwerpen naar Babel gebracht zouden worden, maar YHWH zou zelf er voor zorgen dat ze weer op zijn plaats in de tempel zouden terugkeren.

Jeremia 27:21,22 ja, zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, over de voorwerpen die in het huis van de HEERE, het huis van de koning van Juda en in Jeruzalem zijn overgebleven: naar Babel zullen zij gebracht worden en daar zullen ze zijn tot de dag dat Ik ernaar zal omzien, spreekt de HEERE. Dan zal Ik ze weghalen en naar deze plaats terugbrengen.

Bij het gebruik van dit tempelgerei proostten Belsazar en de feestgangers op de afgoden. De heiligheid van de God van Israël werd op deze manier bewust veracht en bespot. 

Onmiddellijk volgde Gods oordeel daarop. God presenteerde hen Zijn beker van grimmigheid. 

Daniël 5:5 Op hetzelfde ogenblik kwamen er vingers van een mensenhand tevoorschijn, die op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis schreven, tegenover de kandelaar, en de koning zag het gedeelte van de hand die schreef.

Ineens was de uitgelaten feestvreugde weg. Van wie is die hand? De koning werd lijkbleek toen hij dit zag. Grote angst vervulde hem, een verlammend gevoel in zijn heupen en zijn knieën sloegen tegen elkaar.  Hij kon niet meer op zijn benen staan.

De tovenaars en toekomstvoorspellers van de koning werden opgetrommeld. Ze kregen grote beloningen toegezegd als ze konden verklaren wat de boodschap van dit wonderlijke schrift was. Maar ze konden het schrift niet lezen en begrepen er niets van. Ze konden hun verbijsterde koning niet helpen. En dat terwijl de tekst er in gewoon Aramees geschreven stond. In de Bijbel lezen we ook op andere plaatsen van het schrijven van Gods vinger, waarbij hij de wet aan Zijn volk bekend maakte.  (Exodus 31:18, Deuteronomium 9:10).

Daniël 5:13-15 Toen werd Daniël bij de koning gebracht. De koning nam het woord en zei tegen Daniël: Bent u die Daniël, een van de ballingen uit Juda, die de koning, mijn vader, uit Juda hierheen heeft gebracht? Ik heb namelijk over u gehoord dat de geest van goden in u is, en dat in u licht, verstand en uitzonderlijke wijsheid gevonden worden.
Welnu, de wijzen en de bezweerders zijn bij mij gebracht om dit schrift te lezen en mij de uitleg ervan te laten weten, maar zij zijn niet in staat de uitleg van deze woorden te kennen te geven. Ik echter heb over u gehoord dat u uitleggingen kunt geven en knopen kunt ontwarren. Nu, als u het schrift kunt lezen en mij de uitleg ervan laat weten, zult u gekleed worden in purper, een gouden keten om uw hals krijgen, en zult u als derde heersen in het koninkrijk.

Begrijp je wat de koning hier zegt? Hij weet van zijn opa Nebukadnezar wie Daniël was en had gehoord over de uitzonderlijke wijsheid die Daniël van God had ontvangen.  Hij had kunnen weten wat er te gebeuren stond, maar hij wilde het niet weten. De mens sluit zich meestal af van onheilsprofetieën en luistert liever naar dat wat hij graag wil horen. Laten we eten en drinken en vrolijk zijn! (Jesaja 22:13)  

Daniël antwoordde dat Belsazar zijn geschenken mocht houden. Hij mocht die wel aan een ander geven. Daniël was niet gericht op aardse eer en rijkdom. Hij herinnerde de koning eraan hoe Nebukadnezar zijn macht en rijkdom van God had gekregen, maar dat hij door God vernederd werd toen hij hoogmoedig werd. Hij leefde bij de dieren en at gras, totdat hij erkende dat God, de Allerhoogste, Heerser is over het koningschap van de mensen en daarover aanstelt wie Hij wil. Wat u, Belsazar, zijn zoon, betreft, u hebt uw hart niet vernederd, HOEWEL U DIT ALLES WIST. (vers 21,22).  (In de Bijbel gebruikt men de uitdrukking "vader en zoon" ook voor verhoudingen tussen grootouders en kleinkinderen).

Vervolgens legt Daniël het schrift op de wand uit:
Daniël 5:25-28

Dit is het schrift dat werd geschreven: MENE, MENE, TEKEL, UFARSIN. Dit is de uitleg van deze woorden:

MENE: God heeft de dagen van uw koningschap geteld en Hij heeft er een einde aan gemaakt.
TEKEL: u bent gewogen in de weegschaal en u bent te licht bevonden.
PERES: uw koninkrijk is verdeeld en het is aan de Meden en de Perzen gegeven.

Het woord MENE wordt tweemaal genoemd. Er staat dus "geteld, geteld". God heeft de overtredingen van Belsazar geteld. De maat was vol.

TEKEL: Het wegen in de Bijbel heeft te maken met het uitspreken van een oordeel. Te licht bevonden houdt het oordeel in. 

UFARSIM: In de uitleg verandert Daniël het laatste woord ‘farsin’ in ‘peres’. Volgens kenners is dat geen verandering van de betekenis van het woord, maar een verandering van meervoud (‘farsin’) in enkelvoud (‘peres’). “Peres” betekent ‘gebroken’. Deze verandering lijkt Daniël te doen vanwege een woordspeling. Het woord ‘peres’ doet denken aan Perzië. In zijn uitleg zegt Daniël dat het koninkrijk van Belsazar verdeeld of gebroken is en dat het gegeven is aan de Meden en Perzen. (uitleg Ufarsim Kingcomments.com)

Belsazar hoorde deze uitleg aan en begreep heel goed dat Daniël de woordvoerder was van YHWH de God van de Hebreeën. Hij dacht dat hij nog steeds van alles kon bepalen en gaf Daniël behalve geschenken een regeringsfunctie als derde in het koninkrijk van Babel. Maar Babel was niet meer onder zijn bevel.  Kores, koning van de Meden en de Perzen was Babel zonder problemen binnen gekomen. Het staat niet in de Bijbel, maar uit de geschiedenis is het bekend, dat Kores wist hoe je gedeelten van een rivier kunt droogleggen. 

Terwijl koning Belsazar feest vierde groeven de soldaten van Koning Kores een kanaal, waardoor een deel van de Eufraat werd afgeleid. Toen het rivierpeil voldoende was gedaald trok een kleine voorhoede de stad in en nam die zonder problemen in. Van de beroemde wallen was er één die doorgang bood naar de koninklijke stadskern. De poorten stonden open, het Babylonische  leger was niet paraat en diezelfde nacht werd Koning Belsazar gedood. 

Vanwege de zonden in Israël had God het wereldbestuur overgedragen aan Nebukadnezar, de koning van Babel, die door God het Gouden Hoofd van de wereldmachten werd genoemd. God voorzag dat "gouden hoofd" van wijze raadgevers. Maar hoe verder de tijd vorderde en het gouden hoofd andere opvoigers kreeg, des te meer werd de stem van de afgodische tovenaars verkozen boven de raad van God. Het is een afbeelding van de christenheid in onze wereld, die zich uitstrekte naar een welvaartsevangelie en bewust vergat dat  ze in de strijd van Genesis 3:15 stond. Er was geen strijd, maar de hang naar genieten, naar aanzien in de wereld: een goede baan, een mooi huis. Langzaam aan kon de vijand gemakkelijk binnendringen met onbijbelse politieke wetten die Gods wetten vervingen. Naar wie uit naam van God tot bekering opriep werd niet geluisterd. Wereldse psychologie en wetenschap was veel belangrijker! 

Jeremia was zo iemand naar wie niet werd geluisterd, maar hij had het verloop van het koninkrijk Babel al geprofeteerd: 

Jeremia 50:2-5 Verkondig onder de heidenvolken, laat het horen, hef een banier omhoog, laat het horen, verberg het niet, zeg: Babel is ingenomen, Bel staat beschaamd, Merodach is verpletterd. Zijn afgoden staan beschaamd, zijn stinkgoden zijn verpletterd. Want een volk rukt ertegen op vanuit het noorden, en dat zal van zijn land een woestenij maken, zodat er geen inwoner in zal zijn. Van mens tot dier – zij zijn weggevlucht, weggegaan. In die dagen en in die tijd, spreekt de HEERE, zullen de Israëlieten komen, zij en de Judeeërs tezamen – al wenend zullen zij hun weg gaan – en zij zullen de HEERE, hun God, zoeken. Zij zullen vragen naar Sion,hun gezicht gericht op de weg daarheen. Zij zullen komen en bij de HEERE gevoegd worden met een eeuwig verbond, het zal niet vergeten worden.

en dan vers 38 over Babel:  De droogte over zijn wateren, zodat zij droogvallen!

Tegelijk zien we geprofeteerd dat de ballingen terug kunnen keren. De 70 jaren ballingschap, door Jeremia geprofeteerd, zijn voorbij. (Jeremia 25:12 - Jeremia 29:10) Daniël is al een oudere man geworden. Hij heeft nog onder koning Kores gediend, welke koning de ballingen in staat stelde terug te keren naar het land Israël. 
Bijzonder is dat er in Openbaring ook een profetie staat over het opdrogen van de Eufraat, waardoor de koningen van het oosten kunnen trekken.
Openbaring 16:12 En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat.

Koning Kores kwam met zijn legers ook uit het oosten. In Openbaring 16 gaat het over de grote eindstrijd die komt. Welke koningen zullen over de Eufraat trekken? China? India? Japan? Kazachstan? Oezbekistan? Tadzjikistan? Kyrgizië? Mongolië?
In ieder geval zal dit meewerken aan de verlossing van Gods volk, dat in grote benauwdheid zal roepen: 

 

Baruch Haba b'Shem Adonai - Gezegend Hij die komt in de Naam van Yahweh!