English: click here!

Daniël 11:36 breekpunt naar profetie eindtijd (5)

De volgende tekst heb ik grotendeels overgenomen uit een studie over Daniël, geschreven door de inmiddels overleden messiaanse Jodin , mevrouw M.W. Eberlé-Gotlib.

Het is belangrijk om de ontwikkelingen van onze eindtijd te bekijken vanuit Gods plan met Israël en hoe de hele aarde daarin betrokken wordt. 

 Deze studie is in 1990 geschreven en we zullen zien dat sommige verwachtingen intussen ook al werkelijkheid zijn geworden.

Daniël 11:36 Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.

We zien dat het hier niet meer om Antiochus Epifanes gaat, want die vereerde de god Zeus.  Maar het wrede karakter van Antiochus Epifanes en zijn lasteringen ten aanzien van de God die hemel en aarde gemaakt heeft, zijn wel een gelijkenis van de antichrist. Ook de kracht en macht die mensen in verbondenheid aan satan uitoefenen zit niet in henzelf, maar krijgen ze op bovennatuurlijke manier van satan en is occulte kracht en inwoning van demonen:
Daniël 8:24 Zijn kracht zal groot worden, maar niet door eigen kracht. Op wonderlijke wijze zal hij verderf aanrichten, het zal hem gelukken, hij zal het doen. Machtigen zal hij te gronde richten, ook het heilige volk.

Maar Gods toorn en gramschap is vast over hem besloten. Hij gaat, met al zijn beelddragers, ten onder. 

Nu volgt wat mevrouw Eberlé heeft geschreven:

In het voorgaande deel van dit hoofdstuk waren we bezig geprofeteerde algemene geschiedenis te onderzoeken. Het trof ons steeds hoe in de Bijbels- profetische woorden de handelingen van koningen en hun aanhang werden voorzegd. De profetie die Gabriël hem namens God mocht brengen heeft Daniël zelf niet meegemaakt, want die omvatte ruim 300 jaar. Begonnen in 534 voor Christus loopt ze tot ongeveer 135 voor Christus en we leren ervan dat de voorzegde gebeurtenissen, die Gabriël moest aankondigen, afkomstig waren uit het boek der waarheid (Daniël 10:21). Bichtav emet  בִּכְתָב אֱמֶת = in het boek der waarheid staan de goddelijke besluiten van alle toekomstige gebeurtenissen. Het boek dat God zelf bewaart bevat niet alleen profetieën die reeds vervuld werden. De toekomst is er evenzeer in vermeld, evenals in dit profetische boek Daniël.
We wisten al dat Gabriël gekomen is om Daniël en zijn volk in te lichten omtrent hetgeen hen in het laatst der dagen overkomen zal (Daniël 10:14). Als dat zo is moet ergens in dit elfde hoofdstuk een moment komen waar de voorzegde gebeurtenissen, die hun vervulling kregen, ophouden.

Er moet daarna een punt komen waar we naar de verre toekomst, naar de eindtijd worden gevoerd, anders is de uitspraak van Gabriël, die hij aan het begin van zijn verhaal deed, namelijk dat hij inlichtingen zou geven over wat hen in het laatst der dagen zal overkomen, niet juist geweest.

Breekpunt

Dat breekpunt tussen reeds vervulde en te komen profetie is aangevangen bij vers 36. Van vers 2 tot en met vers 35 is alles reeds vervuld. Met het vijfendertigste vers wordt onze aandacht naar de eindtijd gericht en er wordt tevens bij gezegd dat het tijdstip ervan wacht , dat is: uitblijft, tot de vastgestelde tijd. In het boek der waarheid staat die tijd opgetekend, maar het juiste jaartal is slechts bij God bekend. Jezus deelde ons dat al mee in zijn rede der laatste dingen, toen hij zei in Mattheus
24:36 doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
Nu we bij dit zesendertigste vers beginnen lijkt het, bij een oppervlakkig lezen, dat er hier sprake is van een verdere beschrijving van de daden van Antiochus Epifanes. Maar in dit gedeelte wordt de aanvang getekend van de eindtijd. Gabriël voorzegt in deze hoogst belangrijke en interessante profetie de komst van een boosaardig vorst. Deze blijkt wezenlijk anders te zijn als de kleine horen in hoofdstuk 8.
Over deze koning in vers 36 e.v. is veel nagedacht en nog meer ingelegd. Antiochus Epifanes was een voorafschaduwing van hem.

Wij zullen ons moeten gaan bezighouden met de Bijbelse wijze van geschiedenis duiden. Die is namelijk tegengesteld aan die der mensen! God heeft in Zijn woord ons steeds de weg gewezen. Hij begint altijd vanuit Israël te rekenen, tot aan het uiterste der aarde. Van Sion zal de wet uitgaan en het woord des Heren uit Jeruzalem zegt Jesaja 2:3 en Micha 4:2.
Als we die twee plaatsen in de profetieën bezien, handelen ze beide over het laatste der dagen (Jesaja2:2 en Micha 4:1).

Jesaja 2:2 Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.
3. Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob;
dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan,
en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

Micha 4:1 Het zal echter in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat de volken ernaartoe zullen stromen.
2. Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

En de volkeren zullen erheen gaan. Deze twee gedeelten zijn de hele Bijbel door terug te vinden. Met en rond Israël begint de eindfase van de wereldgeschiedenis.
Vanaf de heroprichting van de staat Israël is de wereldgeschiedenis veranderd. We dienen steeds het oog gericht te houden op het Midden-Oosten, want daar wordt het lot van de mensheid beslist.

Israël maakt de verschijning van de anti-christ mogelijk

De nieuwe situatie, die Israël veroorzaakte, is namelijk dat het voorzegde anti-goddelijke wereldrijk zijn geboorteweeën thans beleeft. Israël maakt de verschijning van de anti-christ mogelijk Want al ontkennen de Arabische staten en volkeren dit, het enige wat alle ruim 680 miljoen Moslims in de wereld verenigt, is hun haat jegens Israël. Israël is het dus, dat de vereniging van de Arabische wereld mogelijk maakt. Dat geeft dan de indruk van éénheid; een éénheid die Israël nodig heeft om zelf iets te lijken als Arabische staten. Het zwaartepunt van de tijden der heidenen is sinds Israëls terugkeer op de wereldkaart verplaatst. Spoedig zullen de tijden der heidenen vervuld zijn en komt Israël in het middelpunt te staan.

De tijd waar Romeinen 11 over spreekt is aan het verlopen. Israël komt van de kantlijn der geschiedenis, waar ze tijdelijk door God gesteld werd, terug naar het middelpunt. De aanloop van deze gebeurtenissen is zichtbaar in het samenvallen van de vestiging van de staat Israël en het ontwaken van de Islam

Een voortschrijdende ontwikkeling 

Toen Jimmy Carter de vrede tussen Israël en Egypte min of meer dicteerde, werd die gelijktijdig door de Arabisch - Islamitische wereld afgewezen. (Op 15 september 2020 ondertekenden Israël, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein een historisch vredesakkoord op het gazon van het Witte Huis in Washington DC. Het verbond met de dood..... zie deze pagina )

Daarna werd in mei 1979 een Arabisch - Islamitische conferentie gehouden te Marokko. Het voornaamste onderwerp daar was de bevrijding van Jeruzalem. Er werd een geheim plan opgesteld om de olie als wapen en pressiemiddel te gebruiken voor de bevrijding van Jeruzalem. Jeruzalem al Quds (de heilige) mag niet langer in handen van de ongelovigen blijven. Geen offer is te groot haar terug te veroveren. Bij het afscheid riepen ze elkaar toe: volgend jaar in Jeruzalem. De landen, die hun ambassades van Tel-Aviv naar Jeruzalem wilden verplaatsen, werden bedreigd met economische sancties. Dit gold voor alle landen die Jeruzalem als hoofdstad van Israël zouden erkennen.

We moeten de situatie niet van uit de politiek inschatten, maar vanuit de profetie!

God liet Zacharia, ongeveer 2500 jaar geleden al aanzeggen, dat Jeruzalem een schaal der bedwelming zou worden voor alle volkeren in het rond (Zacharia 12:2). In Zacharia 12:3 profeteert Zacharia dat alle natiën die lastige steen Jeruzalem zullen moeten heffen, maar ze zullen zich er deerlijk aan verwonden. Weer moeten we ons er rekenschap van geven dat Jeruzalem Gods woonplaats worden zal. Satan zal dus zijn krachten daarop richten. Hij zal zijn grootste inspanning dáár moeten leveren.

Welnu, in dat Jeruzalem bevindt zich de rots van Moria, waar de Joodse Tempels van Salomo en Herodes stonden. In Daniël 8:12 lezen we dat daar, gedurende de laatste jaarweek, de macht zal regeren.
Op de plaats waar de twee Tempels stonden staat nu de Rotskoepel en een moskee. In schitterend Arabisch schrift staat op de fries onder de koepel de geloofsbelijdenis van de Islam: la illah illa Allah, hetgeen betekent: Er is geen God buiten Allah. Verder staat er: Geprezen zij Allah, die geen zoon heeft verwekt, noch een helper in de hemel heeft noch een beschermer uit zwakheid (Soera 4:169)
Ieder die deze moskee binnen wil gaan moet zijn schoenen uittrekken uit eerbied voor Allah. De inscriptie in dat Islamitische heiligdom is opstand tegen de God die aard en hemel geschapen heeft, tegen de Vader van de Messias Yeshua. Immers die inscriptie loochent het zoonschap van Yeshua. Ze maken God en Zijn woord tot leugenaar. Vijf maal per dag schalt over de rots Moria de roep van de moëddzin: Allah hoe akbar, Allah hoe akbar. Dat betekent: Allah is de hoogste god.
Voor ons is het belangrijk de betekenis van de uitroep van de Moslims te kennen en eveneens te beseffen wat de inhoud van hun geloofsbelijdenis is. Deze luidt als volgt: Allah il Allah, Mohammed rasoel Allahi, vertaald: Allah is God en Mohammed is zijn gezondene. Een vreemde god en een vreemde gezondene kwamen in de plaats van de God van de Bijbel en Zijn gezonden Zoon Yeshua de Messias.

Sinds 4000 jaar is het huidige wereldprobleem op aarde.
Vader Abraham, die kinderloos gebleven was, werd vele nakomelingen beloofd (Genesis 12:1-3). Zijn zwakke geloof en dat van Sara gaven hun aanleiding om via een Egyptische slavin Hagar een nakomeling te verwerven (Genesis 16). De zoon van Hagar noemde zij Ismaël en zijn nakomelingen zijn de Arabieren. Veertien jaar later werd Abraham en Sara de beloofde zoon Isaäk geschonken. Zijn nakomelingen zijn de Joden in de gehele wereld. Abraham had als honderdjarige niet verwacht dat
zijn 90 jarige Sara nog zou baren. Hij vroeg dan ook om een zegen voor Ismaël. God verhoorde die bede wel, maar bepaalde heel nadrukkelijk, dat Hij Zijn verbond met Isaäk en niet met Ismaël zal oprichten (Genesis 17:18-21). Dit heeft een eeuwige vijandschap tussen die nakomelingen veroorzaakt, die in de geschiedenis steeds weer oplaaide en die tot op de huidige dag gebleven is. Aan dit feit is in de theologische wereld nooit aandacht besteed. Maar de Christenen zijn nooit erg vertrouwd geweest met de profetieën betreffende de eindtijd. Tot nu toe blijven ze huiverig van het duiden van Israël als het volk van Gods verbond waar het heden en toekomst betreft.
Abraham, die door God tot de eerste Jood werd gemaakt (Genesis 11:27-12:9) – het woord Jood is in het Hebreeuws Jehoedie en betekent "godlover" - Abraham is de aartsvader van de Joden. Maar de bastaards uit de slavin Hagar en Ismaël noemen Abraham ook hun vader.  (En zo is het zogenaamde Abraham akkoord tot stand gekomen).

 

De beschrijving van Mevr. Eberlé gaat verder met de islam. Dit is hier te lezen.