Lukas 2:8-12 wat was het teken?

Onderstaand opmerkelijk artikel werd me enige tijd geleden in het Engels toegezonden door mijn adoptiezoon in India (Samuel Singh). Hij had dit op internet gevonden op een site van “Faithgateway”.

 

Een aantal jaren geleden hoorde ik Jimmy de Jong, een uitstekend nieuws commentator en bijbel leraar, spreken op een Bijbelconferentie. Dit was tijdens de kerstdagen, en hij sprak over de geboorte van Jezus in het eerste hoofdstuk van Lukas. Hij las ons voor Lucas 2: 8-12:

8
En er waren herders in diezelfde streek, die zich ophielden in het open veld en 's nachts de wacht hielden over hun kudde.
9
En zie, een engel van de HEERE stond bij hen en de heerlijkheid van de HEERE omscheen hen en zij werden zeer bevreesd.
10
En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal,
11
namelijk dat heden voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren is; Hij is Christus, de Heere.
12
En dit zal voor u het teken zijn: u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.

 

De spreker stelde het publiek een verrassende vraag: "Heb je je ooit afgevraagd waarom hier gesproken wordt over een teken?" Niemand zei wat. Ik realiseerde me dat ik daar nooit nooit vraagtekens over had gehad. Waarom was het een teken? Dr. de Jong verwees ons naar het boek Micha. We waren allemaal wel bekend met Micha 5: 2, waarin geprofeteerd werd dat de Messias in Bethlehem geboren zou worden. We waren echter niet bekend met Micha 4: 8, waarin geprofeteerd wordt dat de Messias zou worden aangekondigd op de schaapstoren van de kudde (Migdal Eder ).

Micha 4:8 En u, Schaapstoren, Ofel van de dochter van Sion, naar u zal gaan, ja, naar u zal komen de heerschappij van vroeger, het koningschap van de dochter van Jeruzalem.

De spreker, die een aantal jaren in Jeruzalem woonde, vertelde ons dat Migdal Eder een twee verdiepingen tellende toren was die gebouwd was in een weiland buiten Bethlehem. De overblijfselen van de toren werden onlangs ontdekt.

Hij legde uit dat de herders in het veld niet zulke eenvoudige herders waren, zoals we altijd hadden aangenomen. Het waren eigenlijk priesters van de tempel, die het herderswerk deden om te helpen bij de geboorte van de offerlammeren, zodat ze een ongeschonden offer zouden zijn. Terwijl de herders vanaf de bovenste verdieping van de toren de wacht houden over de kudde, zouden de herder-priesters de zwangere schapen van het veld naar de toren van de onderste verdieping brengen, waar de schapen hun lammeren zouden baren. Zodra een lam geboren was, zouden de priesters het omwinden met stroken van doeken afkomstig van oude priesterlijke onderkleding. Dit werd gedaan om het lam onbezoedeld te houden. De priesters zouden het lam dan op een kribbe geplaatst hebben om ervoor te zorgen dat het niet zou worden vertrapt.

Wauw! Dus als deze herder-priesters naar Bethlehem gingen en het kindje Jezus in doeken gewikkeld zagen, liggend in een kribbe, moeten ze hebben uitgeroepen: "Daar is het Lam van God, een gaaf lam om te offeren!" Ze moesten wel onbeschrijfelijk verwonderd zijn geweest, want zij waren de enigen die het teken hadden kunnen begrijpen. Het was gewoon een teken van God voor hen bestemd. Het was persoonlijk!

Ik neem aan dat de doeken waarin Jezus was gewonden afkomstig waren uit dezelfde bron als de doeken die voor de lammeren gebruikt werden. Maria's nicht, Elizabeth, was getrouwd met de priester Zacharias. Elizabeth kon haar de doeken - gemaakt van de priesterlijke onderkleding - hebben gegeven. Het is zeer waarschijnlijk dat de eerste kleren die Jezus droeg de kleren van een priester waren. Wat een teken! Ik was zo geïntrigeerd door deze ontdekking dat ik wat meer onderzoek ging doen.

Deze historische waarnemingen en parallellen werden bevestigd door vele Messiaanse rabbijnen en de beroemde historische schrijver Alfred Edersheim. Ik zocht ook de hulp van Bob Ibach, een ervaren archeoloog, die een aantal opgravingen in Israël had gedaan. Hij vond het schriftelijk verslag en foto's van de ontdekking van "de toren van de kudde": Migdal Eder. Dit nieuwe inzicht maakte de aankondiging van de geboorte van Jezus zo wonderbaarlijk en spannend!

Meer en meer feiten begon zich te ontvouwen in mijn onderzoek. Ik sprak er verder over met David Schiller, mijn Joodse leraar en vriend. Ik vertelde hem over wat ik had geleerd over de herders en de lammeren. Hij verbaasde me nog meer met zijn historische inzichten. Hij legde uit dat elke joodse familie de familienaam om de nek hingen van hun lam dat ze meenamen naar de tempel om te worden geofferd. Zij deden dit om ervoor te zorgen dat ze hun eigen lam terug kregen voor de Pesach maaltijd. Ik vroeg me af of deze ogenschijnlijk onbeduidende details enige betekenis zouden kunnen hebben. Terwijl ik dit overwoog, wees Schiller me op een bepaald object dat in de meeste van de schilderijen van Christus aan het kruis gevonden wordt. Er was een klein bordje aan de bovenkant van het kruis, waarop vier letters stonden: " INRI". Ik ontdekte dat dit een afkorting is van de woorden die Pontius Pilatus op het kruis liet zetten. We lezen dat in

Johannes 19:19:

En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis; en er was geschreven:

JEZUS DE NAZARENER, DE KONING VAN DE JODEN.

Ik begreep dat het opschrift boven het kruis de eerste letters waren van elk van de zelfstandige naamwoorden in het Latijn. Ik nam contact op mijn dochter Ruth, die erg goed is in het Latijn, en vroeg haar om de inscriptie zoals vermeld in de Latijnse Vulgaat. Dat bevestigde mijn vermoeden: "Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum" (INRI).

Dan Schiller opende mijn ogen voor een ongelooflijke ontdekking. De woorden waren geschreven in het Latijn, Grieks en Hebreeuws. Hij translitereerde de woorden in het Hebreeuws en in het Engels. Ik zag voor mij de volgende woorden:

"Y'shua HaNatzri V'Melech Hayehudim."

Ik was helemaal verbijsterd toen ik de eerste letters van elk van deze woorden nam. De spelling is dan: "YHVH," het Tetragram waarmee de naam van God wordt aangeduid! YHVH en YHWH kunnen door elkaar worden gebruikt. Wanneer deze techniek van het afkorten wordt gebruikt, is de titel op het kruis zoals in het feitelijke Hebreeuwse script onthult, ontegensprekelijk de naam van God, die wordt uitgesproken als "Jahweh!"

Net als de Joden hun familienaam op hun lam voor het offer in de tempel zetten, zet God Zijn naam op Zijn Lam voor zijn familie, waartoe u en ik behoren!

God gaf ons zo veel aanwijzingen, opdat we de omvang van Zijn liefhebbende genade kunnen begrijpen!