Numeri 25 Het Vredesverbond gesloten met Pinchas/Pinehas

In de geschiedenis van het volk Israël waren herhaaldelijk dieptepunten. Ook hier in Numeri 25, waar men op advies van Bileam door de Moabieten en de Midianieten verleid werd tot afgoderij en hoererij. Het ging om de afgod Baäl Peor, waarvan bekend is dat daaraan kinderen werden geofferd. Voor deze afgod werd een feest georganiseerd, men offerde voor deze god, men nam deel aan afgodsmaaltijden met onrein voedsel gekoppeld aan seksorgies. Deze heidense volken kenden de prostitutie ter ere van een godheid en dat werd onder Gods volk geïntroduceerd.

In Israël had je later de tempelprostitutie. De leider Zimri van de stam Simeon bedreef seks met Kozbi, de dochter van een Midianitisch stamhoofd. Beiden waren personen met aanzien in hun respectievelijke volken. Deze beide mensen provoceerden openlijk met hun zondige geslachtelijke gemeenschap.

Numeri 25:6 vermeldt: En zie, een man uit de Israëlieten kwam en bracht een Midianitische vrouw (voor prostitutie!) bij zijn broeders, voor de ogen van Mozes en voor de ogen van heel de gemeenschap van de Israëlieten. Dit gebeurde bij de tabernakel. Het is begrijpelijk dat dit de brandende toorn van YHWH opwekte. Hij walgde daarvan.

Het is de vermenging van het heilig volk en het heidense volk dat afgoden dient. Dat was dan ook de gerichte strategie van de satan om door assimilatie het heilig Zaad te vermengen zodat Yeshua niet geboren kon worden. God brengt scheiding aan tussen rein en onrein, tussen de sabbat en de zes werkdagen, tussen heilig en onheilig. De satan probeert, zeker ook in onze tijd, dit alles te vermengen, maar dat is een gruwel in Gods ogen. En ook nu kunnen we "plagen" verwachten.

Pinchas begreep heel goed dat dit zo diep inging tegen Gods  gebod en hoe God daarin gesmaad werd. Het vervulde hem met heilige verontwaardiging. Pinchas was een Leviet en belast met de bewaking van de tabernakel, de heilige woonplaats waarin God bij Zijn volk wilde wonen. In die functie droeg hij ook een speer en doorboorde daarmee de buik van zowel Zimri als Kozbi, zodat ze stierven. Daarmee eindigde ook de plaag door God gezonden. waardoor er 24.000 personen stierven.

Pinchas kreeg om zijn gelovig optreden een hele mooie zegen van God, zoals we lezen in de bijbeltekst, hiernaast vermeld en dat was het Vredesverbond wat een eeuwig priesterschap inhield. Ps. 106:31 zegt hiervan: 

Het is hem gerekend tot gerechtigheid,  van generatie op generatie, tot in eeuwigheid.”

Uit wat er in 1 Kronieken 6:4-8 staat vermeld is op te maken dat ook Zadok het nageslacht is van Pinchas. Zadok was een priester in de tijd van Koning David. Hij bleef, evenals Abjathar, trouw aan David tijdens de brutale staatsgreep 

van Absalom (2 Sam. 15:24). Hij zalfde – samen met de profeet Nathan – Salomo, beeld van de Vredevorst tot koning (1 Kon. 1:34) en werd hogepriester in plaats van Abjathar (1 Kon. 2:35)

We zien in deze gegevens al zoveel lijnen naar Yeshua de Messias, als de Vredevorst in het komende Vrederijk, waar ook de priesters van het geslacht Zadok uitgeselecteerd zijn om dienst te doen. Yeshua is daar profeet, priester en koning!! David en Salomo verwijzen naar dit Vrederijk, waar Yeshua de Vredevorst zal zitten op de troon van David. Het nageslacht van Zadok die in dit aardse koningschap dienst deed als hogepriester, zal dit doen in de nieuwe tempel waarvan Ezechiël beschrijft dat deze in het Vrederijk dienst zal doen. Wonderlijk als we de teksten lezen in het boek Ezechiël, die betrekking hebben op Zadok:

Ezechiël 40:46   De kamer waarvan de voorkant op het noorden uitziet, is voor de priesters bestemd die hun taak ten behoeve van het altaar vervullen. Dat zijn de zonen van Zadok, die uit de Levieten tot de HEERE mogen naderen om Hem te dienen.

Ezechiël 43:19   moet u de Levitische priesters die van het nageslacht van Zadok zijn en die tot Mij naderen – spreekt de Heere HEERE – om Mij te dienen, een jonge stier – het jong van een rund – als zondoffer geven.

Ezechiël 44:1      De zonen van Zadok als dienaren van de nieuwe tempel

Ezechiël 44:15   Maar de Levitische priesters, de zonen van Zadok, die hun taak ten behoeve van Mijn heiligdom vervuld hebben toen de Israëlieten van Mij afdwaalden, díe mogen in Mijn nabijheid komen om Mij te dienen. Zij mogen voor Mijn aangezicht staan om aan Mij vet en bloed aan te bieden, spreekt de Heere HEERE.

Ezechiël 48:11   Het zal bestemd zijn voor de priesters die geheiligd zijn uit de zonen van Zadok, die hun taak ten behoeve van Mij vervuld hebben, die niet afgedwaald zijn toen de Israëlieten afdwaalden, zoals de andere Levieten afgedwaald zijn.

Deze laatste bijbeltekst volgens de Naardense Bijbelvertaling:
48:11 voor de priesters is dit geheiligde gebied,  de zonen van Tsadok die hebben bewaakt ( שְׁמֹר shamar) wat ik te bewaken gaf,- die, toen de zonen Israëls afdwaalden niet zijn afgedwaald zoals de Levieten zijn afgedwaald!-

Hieruit blijkt duidelijk dat Pinehas/Pinchas een Leviet met een bewakende functie was. 

Maar het Vredesverbond en het eeuwige priesterschap van Pinchas gaat nog veel verder. We weten dat Maria en Jozef uit het koningsgeslacht van David stamden, zodat ook via de gezegende lijn in de geslachten, Yeshua een rechtmatig koning is, die weldra de troon van David zal bestijgen. We weten verder dat Yeshua priester is naar de orde van Melchizedek. Minder bekend is dat Yeshua bovendien priester is in de lijn van Aäron, Pinchas en Zadok. In Yeshua worden het koningschap en het priesterschap verenigd, zodat Hij Priester en Koning is, een combinatie die in de geschiedenis niet mogelijk was.

 

We zien dit geprofeteerd in het 6e hoofdstuk van het boek Zacharia. Het gaat hier om de kroning van koning Josia. De naam van deze koning verwijst al naar Yeshua en aan zijn Koningschap wordt de Belofte van “De Spruit” gekoppeld. Alles wijst naar Yeshua. Ik kopieer even dat gedeelte uit Zacharia, deze keer uit de NBG, omdat het laatste gedeelte daar naar mijn mening veel mooier vertaald is:

Zach. 6: 13 Ja, hij zal de tempel des Heren bouwen en hij zal met majesteit bekleed zijn en als heerser zitten op zijn troon; en hij zal priester zijn op zijn troon; heilzaam overleg zal er tussen hen beiden zijn.

 

We zien ook dat zowel voor het Davidische koningschap en het Levitische priesterschap (via Pinchas en Zadok) een eeuwige belofte is uitgesproken:

Jeremia 33: 17   Want zo zegt de HEERE: Aan David zal het niet aan een man ontbreken  die op de troon van het huis van Israël zit,

 18          en aan de Levitische priesters zal geen man voor Mijn aangezicht ontbreken die het brandoffer brengt, het graanoffer in rook laat opgaan en het slachtoffer bereidt, alle dagen.

 

Toen de engel aan Maria de geboorte van Yeshua aankondigde zei hij dat ze een kindje zou krijgen dat de Zoon van de Allerhoogste genoemd zou worden en zou regeren op de troon van David. Hij vertelde eveneens dat haar naaste bloedverwante Elisheva (Elizabeth) op haar hoge leeftijd ook zwanger was.  Het woord dat de engel gebruikt voor bloedverwante duidt op een zeer nauwe familierelatie. Elizabeth en haar man stamden uit het priestergeslacht dat via Aäron, Pinchas en Zadok werd voortgezet. Zeer waarschijnlijk waren Elizabeth en Anna, de moeder van Maria, zusters. Wat betreft Zacharia betrof het hier bovendien de hogepriesterlijke lijn. Tijdens de Romeinse overheersing werden de hogepriesters aangesteld door de Romeinen en niet volgens de regels die God ervoor had gegeven. De Romeinen hadden er vanzelfsprekend belang bij dat deze personen met gezag zouden meewerken aan hun inzichten. Maar God houdt zich aan Zijn plan!

Als het priesterschap van Levi altijd zou voortduren, waarom kwam er dan een ander priesterschap?

En dan komen we bij het priesterschap van Melchizedek. Zijn naam betekent “Koning der gerechtigheid”. Hij was koning en priester van Salem, een oudere naam van Jeruzalem. Zie je Yeshua hierin afgebeeld? Hier voor het eerst die combinatie “Priester en Koning”.  Hij kwam met “brood en wijn” naar Abraham. “Brood en wijn”, dat was het teken dat we dikwijls gedenken, zoals Yeshua dat instelde vlak voor Zijn kruisdood. Melchizedek zegende Abraham en Abraham gaf hem tienden. Hieruit blijkt dat Melchizedek zoveel meer was dan Abraham.

 

In Hebreeën 7 wordt Melchizedek de Koning van Vrede genoemd. De naam Salem waarover hij koning was betekent ook “Vrede”. Weer een verwijzing naar de Vredevorst! Lees onderstaande tekst uit Hebreeën 7:

 

4             Merk nu op hoe groot hij geweest is, iemand aan wie de aartsvader Abraham zelfs een tiende deel van de buit gegeven heeft.

 5            Diegenen uit de zonen van Levi die het priesterschap ontvangen,  hebben wel volgens de wet de opdracht om tienden te nemen van het volk, dat is van hun broeders, hoewel die ook uit het lichaam  van Abraham voortgekomen zijn.

 6            Hij echter, die niet van hen afstamt, heeft  van Abraham tienden genomen, en hij heeft hem gezegend die de beloften gekregen had.

 7            Nu is het ontegenzeglijk zo dat wat minder is, gezegend wordt door wat meer is.

8             En hier nemen sterfelijke mensen tienden, maar daar nam iemand ze van wie getuigd wordt dat hij leeft.

 9            En – om zo te zeggen – ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven.

 10          Want hij was nog in het lichaam van zijn vader, toen Melchizedek hem tegemoet ging.

 

Zie je dat volgens vers 10 Levi  al in het lichaam (een andere vertaling zegt: ‘in de lendenen’) van zijn vader Abraham was? In Abraham die alle beloften kreeg voor zijn heilig Zaad, waarin de hele wereld gezegend zou worden.  Het priesterschap van Levi gaat weer terug in Yeshua, via de afstamming van Maria. Het is niet verloren gegaan, het heeft zijn volheid gekregen in het priesterschap van Melchizedek, de Vredevorst, de Koning der Gerechtigheid, Yeshua!! 
Bijzonder is dat zowel de naam Zadok als het tweede deel van de naam Melchizedek, allebei “gerechtigheid” betekenen.  Het is afgeleid van het Hebreeuwse woord “tzedek” צֶדֶק.

Hoe wonderlijk zit Gods plan in elkaar. De belofte aan Pinchas heeft er alles mee te maken. Hij heeft  maatregelen genomen die nodig waren om de grimmigheid van God af te wenden, zodat het volk niet verloren zou gaan.  En zo ontving hij het vredesverbond. Alles verwijst naar Yeshua, God die zich vernederde en zo het Levende Woord werd. Die door Zijn dood ons het Leven geeft. Hem zij de eer en de glorie!!

 

In onze tijd is de satan overste van deze wereld. Maar ook deze wereld is druk bezig een vredesverbond voor te bereiden om zo vrede in het Midden Oosten te bewerkstelligen, waarbij alles draait om Jeruzalem, om Sion, waar God begeert te wonen. Gods Naam is verbonden aan de stad Jeruzalem. Maar satan wil die plaats hebben. Het vredesverbond zal er komen, wie weet hoe gauw al. Maar dat is niet het Vredesverbond dat God aan Pinchas beloofde. Dit wereldse verbond kan aanvankelijk een verbetering lijken. Daniël maakt ons duidelijk dat de antichrist een bestaand verbond zal intensiveren, het zwaar zal maken en uiteindelijk zichzelf in de tempel als god zal laten vereren.

Daniël 9:27   Hij zal voor velen het verbond versterken, ( הִגְבִּיר – higbir = intensiveren –– meer spectaculair maken – doen toenemen)    één week lang.  Halverwege de week    zal hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden.

 

Pinchas heeft later zijn taak af moeten maken om het volk van de Midianieten, waardoor Israël verleid werd, te doden. Hij deed dit in opdracht van Mozes en doodde ook Bileam, die deze verleidingstaktiek bedacht had:

Numeri 31: 6      Mozes liet hen ten strijde trekken, duizend per stam, hen en Pinehas, de zoon van Eleazar, de priester, ten strijde, met de heilige voorwerpen en de trompetten voor het geschal in zijn hand.

 7            En zij streden tegen Midian zoals de HEERE Mozes geboden had; zij doodden al wie mannelijk was.

 8            Behalve hen die door hen verslagen werden, doodden zij ook de koningen van Midian:  Evi, Rekem, Zur, Hur en Reba, de vijf koningen van Midian; ook doodden zij Bileam, de zoon van Beor, met het zwaard.

 

Zo zal straks ook Yeshua met zijn strijders in de geestelijke oorlogsvoering doden degenen die in dienst van satan staan. Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.

Daarvan was Pinchas een afbeelding. Na deze loutering kon Israël het Beloofde Land in trekken en kunnen wij het Vrederijk binnen gaan en de Koning en Priester Yeshua begroeten en eren.

In een mailtje stelde iemand me vragen over  Pinchas. In zijn bijbelstudiegroep kwamen bepaalde bezwaren naar voren, waarop hij het gevoel had niet de juiste antwoorden te kunnen geven.

Het ging om de volgende problemen:

  • Waarom doodde Pinchas die mensen, als Gods geboden zeggen “gij zult niet doden”?
  • Straffen of vergeven is toch beter dan doden?
  • Haat God de heidenen en houdt Hij alleen van Israël?
  • Wat Pinchas deed was toch fout en waarom beloont God hem dan?

 

Exodus 20: 12 "Eer uw vader en moeder, zodat u lang kunt leven in het land dat uw God ADONAI u geeft. 13" Moord niet. 14 "Pleeg geen overspel”. Vertaling David Stern (Jood)

In het Hebreeuws staat er לֹא תִרְצָח, lo tirtzag wat betekent "niet vermoorden". "Moorden" heeft een andere betekenis dan "doden": "hitzag" הֵמִית dat wat bij voorbeeld gebeurt in oorlog. De doodstraf is toegestaan ​​in de Bijbel als deze wettig wordt toegepast (volgens de wet = Tora).

In 1 Kronieken 9 van vers 17 lezen we dat er bewakers van de tabernakel waren. In vers 20 wordt zelfs Pinchas als een bewaker genoemd. Dat is de reden dat hij een speer had. Hij moest de heiligheid van de tabernakel bewaken. Het was zijn taak.

De Moabieten organiseerden een heidens feest op advies van Bileam. Baäl en Kemos waren de afgoden die moesten worden aanbeden. Kemos is een afgod die om kinderoffers vroeg (Moloch). Baäl omvat tempelprostitutie. De Israëlieten werden verleid om onrein heidens voedsel te eten en om aan seksuele orgieën deel te nemen. Waarvan Petrus zei:

" Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij." 1 Petrus 4: 3.

God haat dit. God heeft ook gevoelens van droefheid en  boosheid. Hij voelt zich afgewezen, verworpen en veracht en Hij is de Heilige, vol van Genade en Waarheid!

Satan had belang bij de val van het uitverkoren volk. Ze droegen het heilige zaad uit Genesis 3:15 waaruit de Messias zou worden geboren. Satan stond te popelen om het zaad te mengen om te voorkomen dat de Messias zou worden geboren, die de afstammeling moest zijn van Abraham, Izaäk en Jacob.

Pinchas zag de vervuiling van de Heilige Tabernakel, omdat twee belangrijke personen zichtbaar grove seks hadden in de tabernakel. Het waren  Zimri de leider van de stam van Simeon en Kozbi, dochter van een leider van de Midianieten. Pinchas was verantwoordelijk voor de heiligheid van de Tabernakel, zoals David in Psalm 69: 10 zegt, “de ijver voor Uw huis verteert mij”. Dezelfde heilige verontwaardiging had Yeshua over het handel drijven in de tempel. Zijn discipelen herinnerden zich later dat de Tenach zegt: “de ijver voor Uw huis verteert mij”. Johannes 2:17

Dezelfde verontwaardiging die David toen hij zei:   “Wat zal men de man doen die deze Filistijn verslaat en de smaad van Israël afwendt? Want wie is deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te honen?”  1 Samuel 17:26

Goliath vervloekte David in de naam van zijn god. David zei - en hij had dezelfde heilige verontwaardiging als Pinchas - :

"U komt naar mij toe met een zwaard, met een speer en met een werpspies, maar ik kom naar u toe in de Naam van YHWH van de legermachten, de God van de gelederen van Israël, Die u gehoond hebt.” 1 Samuel 17:45

God haat de heidenen niet in tegenstelling tot Israël. Hij wil genadig zijn voor de hele wereld in Yeshua de Messias. Maar God haat het aanbidden van afgoden, zoals Hij kenbaar maakt in de tien geboden

Exodus 20: 3 U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

Hij haat het satanische plan om het gekozen volk te vervuilen. God doodde door het zenden van een plaag 24.000 Israëlieten vanwege hun deelname aan de verboden aanbidding van afgoden. Maar hij strafte ook de Midianieten in een oorlog beschreven in Numeri 31.

In een humanistisch denken noemt men iemand als Pinchas "fout". Maar God beoordeelt dat juist als rechtvaardig. Laten wij onze humanistische instelling belijden als zondig en ons denken vernieuwen, overeenkomstig Gods Woord. 

Laten we onze weg gaan in de geest van Pinchas, ter wille van onze heilige Adonai. Laten we  ons bewapenen met de wapenrusting  van Efeziërs 6.

zie ook: Zadok, aanvulling op Pinchas.