Numeri 28 & 29 wetten voor offers en feesttijden

In Numeri 28 en 29 lezen we de instructies voor de vele offers die er in de tabernakel gebracht werden. Voor elke bijzondere dag waren er speciale offers. We weten dat de offers een beeld zijn van het zoenoffer van Yeshua. Dat is heel belangrijk en zelfs de centrale boodschap van Gods Woord. Het bloed van Yeshua dat verzoening bewerkt.

Hebreeën 9:22 En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats. 

Maar er is nog een ander aspect.  Ik citeer iets wat Ariël Berkowitz daarover zegt:

“De Israëlieten brachten deze offers om verschillende redenen. De tweede soort offeranden waren deze, die speciaal vereist waren als deel van het naleven van een mo'ed (een vastgestelde Bijbelse feestdag).

Op  Pesach was dat  bijvoorbeeld het Pesach Lam en op Jom Kippoer waren het twee speciale bokken voor verzoening. De derde variëteit van offerandes waren de voortdurende of "tamid" offeranden in Numerieri 28:1-8. Dit was om er zeker van te zijn, dat er altijd een voortdurende "aangename geur" in Gods Huis was. De laatste soort offerande was de toegevoegde of de moessaf offerande, die geofferd moest worden op elke gegeven Heilige bijeenkomst. Dit Bijbelgedeelte vertelt ons precies, wat geofferd moest worden op elke specifieke dag.

VOOR MIJ!

Eén van de belangrijkste kenmerken van de lijst met tamid (voortdurende) offeranden is hoe de Heilige ze in 28:2 noemt: "De offers voor Mij, Mijn spijs, Mijn vuuroffers, Mijn verkwikkende geur..." Om ten volle deze stelling te kunnen waarderen, herinner u dan dat deze offerandes geofferd werden in Gods Huis, de Misjkan (tabernakel). Dit was de gezinswoning, waar de "Echtgenoot" (God) in intimiteit en kameraadschap Zijn "huisvrouw" (Israël) ontmoette. De dieren werden ter ere van Hem geofferd, ze werden gezamenlijk gegeten om de naaste kameraadschap te vergemakkelijken en zij brachten de zoete geur van verzoening en lof voort, die dit Huis moest doortrekken.”

 

Vroeger dacht ik dat die offers helemaal alleen voor God Zelf bedoeld waren. En zulke offers zijn er ook wel. Het brandoffer (Olah) bijvoorbeeld dat dagelijks helemaal in rook opging, dat helemaal in rook opging en sprak van het volmaakte offer dat Yeshua/Jezus tot verheerlijking van de Vader onderging.

De offeraar liet hiermee zien dat hij zijn hele leven aan God overgaf, aan Hem wijdde. Van zo’n offer werd niet gegeten. Het was helemaal voor Jahweh, die ervan genoot als een liefelijke reuk.  

Maar er zijn heel veel offers waarvan wordt gegeten. Denk maar aan het lam met Pascha.

Er waren ook dankoffers. Aan het dankoffer ging in Israël een brandoffer vooraf.  Zo’n  brandoffer is nu niet meer nodig, want Yeshua is ons brandoffer waardoor wij tot God kunnen naderen. Als Hij zegt: “dit is Mijn lichaam dat voor U verbroken wordt” is dat het ultieme brandoffer waardoor wij toegang tot de Vader hebben. Hij zegt dan ook: “niemand komt tot de Vader dan door Mij.”  Zo kunnen we tot God naderen om Hem te danken. Het Hebreeuwse woord voor offeren, קָרַב karav betekent naderen.

 

Het dankoffer, zoals dat werd gebracht in de tabernakel was onder meer bedoeld dat de andere Israëlieten bemoedigd zouden worden om op God te blijven vertrouwen. Er werd dan met meer mensen hiervan gegeten. Men was God dankbaar om één of andere reden: genezing, geboorte van een kind of een andere weldaad door God bewezen.  Het mocht dan ook een feest van ontmoeting en blijdschap zijn, waarbij heerlijk gegeten werd en waarvan ook de priesters hun deel kregen.

 

Dat voorbeeld van die gezinswoning  waar Jahweh bij Zijn volk wil wonen is hartverwarmend. Jahweh is de Heer des Huizes die Zijn kinderen uitnodigt om met Hem de maaltijd te houden, d.w.z. met Hem gemeenschap te hebben.  Hij is heilig en houdt van Zijn kinderen, maar wil wel dat zij Hem erkennen als de Gastheer die de regels bepaalt. Degenen die naar Zijn Huis komen moeten hun plaats weten en zich bewust zijn van Zijn Hoogwaardigheid, Reinheid en Heiligheid, die voorzorgsmaatregelen vereist van ons zondige geslacht.

Als je het schema van de offers bekijkt (hier klikken) zie je dat er van heel veel offers gegeten wordt, soms moet dat op een heilige plaats, want je eet bij Jahweh in Zijn Huis. Om inzicht te krijgen in al die offers is het  heel leerzaam om dat schema te bestuderen.

Ik werd in die gedachte versterkt toen ik deze tekst in de Basisbijbel las:

Ezechiël 44:15 Alleen de Levitische priesters uit de familie van Zadok mogen bij Mij komen en Mij dienen. Want zij hebben zich wel aan de regels van mijn tempel gehouden toen de rest van de Israëlieten ontrouw aan Mij werd. Zij zullen Mij mogen dienen en het vet en het bloed van de offerdieren aan Mij mogen offeren, zegt de Heer.
16 Zij mogen in mijn heiligdom binnengaan en BIJ MIJN TAFEL KOMEN OM MIJ TE DIENEN
.

Het is de bedoeling dat we bij God aan tafel komen. Ezechiël 44 beschrijft de tempel in het Vrederijk. Daar is geen sprake meer van een hogepriester, want daar is Yeshua de Hogepriester en Koning.

En denk ook eens aan de uitnodiging in Openbaring 3, vers 20:
Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.

 

HET OFFEREN TIJDENS HET LOOFHUTTENFEEST.

We vinden de aanwijzingen hiervoor in Numeri 29:12-34

Op het Loofhuttenfeest, dat zeven dagen wordt gevierd vanaf de 15e dag van de 7e maand, moeten op de eerste dag van het feest 13 stieren worden gebracht voor een brandoffer, vervolgens 12 stieren de volgende dag, enzovoort gedurende de week van viering. Iedere volgende dag één stier minder. 

 

Als je alle stieren die gedurende het Loofhuttenfeeest  als een brandoffer worden aangeboden optelt, kom je op een aantal van 70 stieren. Wat betekent dat aantal 70?

Dat getal komen we vaker tegen in de Bijbel! Noach had 70 kleinzoons en achterkleinzoons die samen het zaad van de naties vormden. Tel de namen van zijn kleinzonen en achterkleinzonen, in Genesis 10 en je komt op het aantal 70. 

Genesis 10:32 Dit waren de geslachten van de zonen van Noach, ingedeeld naar hun afstamming, met hun volken; van hen stammen de volken af die zich na de vloed over de aarde hebben verspreid.

Er waren dus 70 naties die in Babel tegen God in opstand kwamen (Gen 11: 1-9).

Ook:

Genesis 46:27 De zonen van Jozef, die bij hem in Egypte geboren waren: twee zielen. Het totale aantal zielen die tot het huis van Jakob behoorden en die naar Egypte kwamen, was zeventig.

Exodus 15:27 Toen kwamen zij bij Elim. Daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen. Zij sloegen daar hun kamp op aan het water.

Israël bracht dus al lang geleden offers voor de naties in de wereld.

Laten we eens kijken wat we kunnen leren door thematische verbindingen te maken, een van de krachtigste leermiddelen van de Schrift. Met de zeventig zaden van de naties in gedachten, evenals de zeventig personen van Jacob en de zeventig palmbomen, kunnen we ons afvragen: waarom God Israël nu 70 stieren zou laten offeren tijdens het Loofhuttenfeest? Dat feest is ook een oogstfeest, ook wel het “feest van de Inzameling” genoemd. Het is de laatste oogst van het jaar. Het feest van eerstelingen van de gersteoogst was de viering van de de eerste oogst van het jaar, (in het voorjaar); het Feest van de Weken vierde de tarweoogst (in de zomer), terwijl men het Feest van de Inzameling de fruitoogst viert in de herfst: druiven, vijgen, olijven, dadels, granaatappels.

Elk van Israëls oogstfeesten is profetisch. Yeshua vergeleek de oogst bijvoorbeeld met de oogst van zielen die wachten om het koninkrijk in te gaan:

Lukas 10:1 Hierna wees de Heere nog zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor Zijn aangezicht uit naar iedere stad en plaats waar Hij komen zou. 2 Hij zei dan tegen hen: De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt.

Yeshua stuurde 70 discipelen (weer 70 ... geen toeval) om voor Hem te gaan prediken en het koninkrijk van de hemel te prediken en de zieken te genezen, en Zijn eerste instructie aan deze 70 gaat over hen die als arbeiders worden uitgezonden in de oogst van de zielen van de Vader. Zoek eens  in de evangeliën naar het woord "oogst" en kijk eens hoe vaak de oogst is gekoppeld aan het einde van het tijdperk!

Het Loofhuttenfeest is het feest dat wordt geassocieerd met het einde van het tijdperk en de terugkeer van de Yeshua als Bruidegom voor Zijn bruid, die uit elke natie zal worden verzameld (Op 7: 9-10 ). Dat wil zeggen, elk van de 70 landen die oorspronkelijk in opstand kwamen. Israël bestond uit zeventig personen die naar Egypte trokken, omdat de ene natie van Israël uit de zeventig werd geroepen om de zeventig te zegenen (Gen 12: 1-3). Er waren 12 waterputten die 70 palmbomen voedden in Elim, omdat de 12 stammen van Israël de bron van zegen zijn voor de 70 landen. Israël zal 70 stieren aanbieden voor de 70 naties, want Israël is de "voorspraak" -natie, de priesterlijke natie, die voor de naties dezelfde plicht vervult die Aäron en zijn nageslacht vervulden voor de gemeente van Israël - ook al waren de naties zich nog  niet bewust van Jahweh, totdat iemand tot hen is gezonden, zoals Yeshua Zijn discipelen uitzond, en  Hem aan hen openbaart.

DE ACHTSTE DAG!

En de enkele stier op de achtste dag? God maakt iedereen die van Hem is, één in Hem, zoals Hij ECHAD is, die voor eeuwig bij Hem zal wonen, te beginnen in het achtste millennium, waar de tijd zonder einde begint.